Grauwels Jan, Cieters Luc, De slag om de Mijnen, Het syndicale werkboek van
Jan Grauwels en Luc Cieters
onder redactie van Hugo Franssen, EPO, 1988

Inhoud

Inleiding

I. En daar komen de mijnwerkers: 1984

1. Meppen voor Vreven
2. 'Dig deep tor the miners'
       Het glazen oog van Thatcher
3. Herfst 1984: Brück moeten wijken
       ...Zoals het water naar de zee vloeit 
       Maar , "die kat kwam weer'!

Bibliografie 

II. De lange weg naar een nieuw syndicalisme

1. Wij moeten onze mijnwerkersgeschiedenis kennen 
       1922: 32 stakende mijnwerkers doorgestuurd

2. Een syndicale 'entree'   
       Zwartberg 1966: een flash-back  
       Sukun ölmedi, öldürüldü  

3. 'Bij ons in Beringen verongelukten drie mijnwerkers per jaar 
4. Ons syndicaal werk heeft een ruggegraat 
Bibliografie 

III. Verover de harten en de geesten' (A. Scargill)

1. De novemberstaking van 1985, een spetterende vakbondsmotor 
2. Een spervuur onder het commando van Lamy 
3. Een ideologische dwangbuis   
4. 50 mijnwerkers van Waterschei gaan 'solo' 
5. De Generale: een doodskopvlinder
       De Generale moet betalen
6. Reconversie? Wat we nodig hebben is een politieke reconversie 
       Fernand Sannen op 1 mei
7. Een petitie 
8. De vakbonden op de vooravond van de staking 
Bibliografie  

IV. Adieu au proletariat? De start van de staking van '86 

1. Een vulkaanuitbarsting: 12 april '86 
2. Een locomotief komt op gang  
3. Jan Grauwels en Gerard Bijnens moeten even zwijgen  
4. Een leiding, gegroeid uit de mijnwerkersrangen    
       Open brief Luc Cieters
5. De slag om Zolder  
6. Roodgroen  
Bibliografie   

V. Crescendo. De staking wordt erkend

1. Als de vos de passie preekt  
       Een door-de-weekse vergadering van het stakerskomitee   
2. Overeen locomotief en ...spoormannen    
3. Over eerlijke en oneerlijke journalisten en over knokploegen    
4. In de glorietijd  
       Een ander crescendo  
Bibliografie 

VI. Harde dagen 

1. De lont en het kruitvat  
2. 'Ja, ja, ja"!  
3. Zolder wankelt  
4. Nieuwe troeven  
      De jager, het vel en de beer...   
      Zondag 11 mei  

5. Een ultimatum  
6. Een versterkte burcht'  
       Zolder, dinsdag 13 mei   
       Een ongelukkige algemene vergadering 

7. "De engelbewaarder van moeder Teresa"  
       Het verhaal van de 19 jarige Cioacchino Caltabelotte   
8. De matrak van het racisme  
9. Op een mooie Pinksterdag  
10. 'Victoria' ? De laatste Algemene Vergadering  
Bibliografie   

VII. 'T is mijn delegee, blijf eraf   

1. 'U maakt het voorwerp uit van een voorstel tot uitsluiting'  
2. Een onvergetelijke dag: 6 juni '86


VIII. Thyl Gheyselinck en zijn 'plan'   

1. Gheyselinck    
2. Is Gheyselinck door God gezonden?   
      Uit het dagboek van Jan Grauwels   
Bibliografie    

IX. Knagende vragen en bevrijdende antwoorden: januari en februari 1987  

Inleiding  
1. Eerste schermutselingen    
2. Slaapliedjes van Daemen, Baeyens, Olyslaegers...  
       Open Brief Luc Cieters
3. Limburg in nood   
       Uittreksel uit de open brief aan de KS-manager van Harrie Dewitte
4. De Volksunie steekt haar neus aan het venster   
5. Eisden: mijnwerkersfront. Genk: mijnwerkerscomite   
6. Terug van weggeweest  
    
   Uit het pamflet van het Mijnwerkerscomité 
Bibliografie 

X. Opnieuw in staking: maart 1987    

1. Wie A zegt, moet ook B zeggen   
2. Paniek in Brussel: 'gaat Limburg plat'?   
3. Jeugd   
4. Voorwaarts, en niet vergeten... de solidariteit  
       Schorseneren voor Winterslag  
5. Gewoel in het ACV-gebouw   
6. Drie plaatsen van koster vacant.Over reconversie- en andere disneyparken   
7. Moeten wij niet twee een schop vasthouden  
      Genk, vrijdagnamiddag 20 maart 
Bibliografie  

XI. Gheyselinck is nog niet thuis, van 23 maart tot 28 april '87 

1. Onder de paraplu van Eisden  
       Een rebelse meid, is een parel in de klassenstrijd  
2. Slagen en ontslagen in Waterschei  
3. 1.270 voorkeurstemmen voor Jan Grauwels    
4. Koran op de molen   
5. 9.796 willen weg... dixit Gheyselinck  
       Gheyselinck praat met zichzelf 
Bibliografie   

Besluit  

Bibliografie   

Epiloog 

Achterflap

 

Inleiding

Hoe een 'mijnenboek' maken met mensen als Jan Grauwels en Luc Cieters? Gezeten voor een wit blad voelt Jan Grauwels zich niet goed. Hij is pas in zijn element tussen zijn mijnwerkers. Hij begrijpt ze. Hij spreekt hun taal. Hij kent de woorden die in de roos schieten. Hij kent ze alsof hij ermee geboren is. Het is spontaan, rechtuit, ongepolijst. Een toespraak moeten schrijven waarin elk woord berekend is en elke volzin afgewerkt, daar houdt hij niet van. Dan voelt hij zich gevangen. Maar als hij de trap aan de badzaal opstapt om te spreken en de mijnwerkers elkaar verdringen om te luisteren, durft hij het avontuur aan met felle woorden en met grote gedrevenheid. Dat is zo zijn temperament.

En dan Luc Cieters. Een man van flitsende gedachten en van samenhangen. Hij praat met een geweldige vaart, met crescendo's en ritmeveranderingen. Schrijven gaat hem te traag.

De delegees en stakingsleiders van de mijnwerkers moeten dus pratend aan het woord. De bandopnemer als instrument.

Met de pretogen van een straatjongen vertelt Cieters over de worstelkamp die hij in de badzaal van de mijn van Beringen eens geleverd heeft met die andere delegee, Freddy Bungeneers. Allebei in onderbroek. Aangemoedigd door vijftig, zestig mijnwerkers-supporters. Dat kwajongensachtige zal onder arbeiders altijd wel schaterend zijn uitweg zoeken in gespeel en gestoei, als de zorgen vergeten worden of als de lente kriebelt.

Zo zie ik ze loerend en lachend tegenover elkaar staan. Luc Cieters. mager en spichtig, nauwelijks zestig kilo, maar soepel en snedig en met de vaardigheid van z'n vader die, lang geleden, een 'lutteur' was. daar in het Waasland. Tegenover hem, gebogen en met hangende armen, Freddy Bungeneers, lm90. Zeker 100 kilo . Over hem hangt dat onverstoorbare en kolossale van Japanse sumo-worstelaars. Een valse trage Het vertrouwen van de krachtpatser die bij de eerste geleeenheid verschrikkelijk weet toe te slaan. Hij heeft op een stakinssmorgen eens een werkwillige 'koolputter' die bangelijk kwam aanfietsen, met rijwiel en al opgepakt en in de berm naast de poort neergeplant. Zonder zich druk te maken, in alle rust. Hij veegde z'n handen eens af, en 't was vergeten.

Twee mannen die het avontuur riskeren. Die al hun energie bundelen en laten exploderen in zo'n gevecht. Met de koppige wil te winnen, niet tegen de grond te gaan onder het milde gelach van de omstaanders.

En Cieters lacht. Hij won, en nog wel binnen de minuut. 'Een oude truc, weet je wel'. Op de kadervorming van het ABVV hebben zij dat later nog eens overgedaan. Cieters won opnieuw.

Even paraat vechten zij allemaal ook die grote worstelpartij uit: die woeste, koppige marathon, het gevecht om de Limburgse mijnen. Grauwels, Cieters en Sannen, Bungeneers en Ventura, Mirisola, Maes, Nelis met de pet en al de anderen. Geen punchballen, maar zelf slagen uitdelend, in het verweer, elk met een eigen aanpak en stijl. Hun 'rechtstreekse reportage' van dat gevecht heeft dezelfde felheid en bonte rijkdom.

Laat mij maar tekstverwerker zijn, machine die alle denkbare toetsen, printer, drivers en belletjes hanteert zonder snelheid te verliezen. Geduldig zoemend zoeken naar synoniemen, spellingsfouten en constructiefouten is niet de grootste zorg. Maar alle accenten en klankkleuren moeten in het toetsenbord en op het scherm. Het boek moet ademen en leven. Want terwijl het gemaakt wordt, gaat het gevecht zijn volle gang. Heeft het westelijk bekken recht op syndicale voormannen en op een toekomst?

'Quod scripsi, scripsi'? Nee, Pilatus, ook het geschrevene blijft in beweging.

januari 1988

 

foto Solidair

 

I En daar komen de mijnwerkers:1984

1. Meppen voor Vreven
2. 'Dig deep tor the miners'
       Het glazen oog van Thatcher
3. Herfst 1984: Brück moeten wijken
       ...Zoals het water naar de zee vloeit 
       Maar , "die kat kwam weer'!

Bibliografie 

1 Meppen voor Vreven

In mei 1940 was het al bewezen: bij een blitz-aanval zit ons land zonder efficiënte verdediging. Op 23 januari 1984 leverden de mijnwerkers nog maar eens het bewijs.

Toen minister Freddy Vreven naar het Cultureel Centrum van Hasselt reed, zei hij tegen zijn chauffeur: 'Zie al die vlaggen, dat is allemaal voor mij'. Helaas, Vreven zou snel te weten komen dat je met een vlag niet alleen kunt wuiven, je kunt er ook mee slaan. En mijnwerkers hebben een forse arm.

Toegegeven, men dacht dat Marc Eyskens in de limousine zat. Maar voor de mijnwerkers was Vreven geen haar beter. Meppen voor Vreven dus. Een minister van Landsverdediging zonder defensie. Het Limburgse geduld was op.

Als gedonder van een ver onweer vingen de mijnwerkers vanaf einde 1983 de signalen op dat men van de mijnen af wou. Minister Eyskens had het op 17 november in de Kamer over 'Kempense Steenkoolmijnen (KS): een acuut probleem'. Met z'n spitsvondige galgehumor liet hij verstaan dat de sluiting van mijnzetels... uiteindelijk in het voordeel van de mijnwerkers was! 'Er zijn economische wetten, en wie die negeert, wakkert alleen de sociale achteruitgang aan'.(1)

Enkele weken later kreeg Karel de Gucht heel het PVV-bureau achter zijn voorstel om al de mijnen in een sluitingsplan op te nemen. De Financieel-Ekonomische Tijd zag in de mijnen 'een nog bodemlozer put dan Cockerill-Sambre'.(2)

Een, volgens Het Belang van Limburg, 'bange' gouverneur Vandermeulen had nochtans de frontpagina van deze krant gevuld met zijn waarschuwing: 'Elke mijnsluiting zou dynamiet zijn'. (3) Limburgs eerste schepen, Hugo Camps, haastte zich z'n gouverneur te vergoelijken: 'Vandermeulen is zeker geen doemdenker of paniekzaaier. Eerder een man vol roomse blijheid. Geen politieke kromprater. Waar hij de stilte verbreekt, ontstaan er dan ook pas echt rimpels in de vijver'.(3)

Hadden de excellenties die goede raad in de wind geslagen? Na 23 januari wisten ze dat er meer was dan 'een rimpel in de vijver'. In Limburg gromde een sociale vulkaan.

Zij hadden zich voorgenomen eens vriendelijk naar Limburg af te zakken om een academische zitting met hun aanwezigheid te vereren. 'Noodplan voor Limburg' en 'reconversie' waren de sleutelwoorden. De mijnwerkers moesten zich geen zorgen maken over de toekomst.

Maar diezelfde mijnwerkers besloten die dag het werk neer te leggen. Er waren twee delegees per mijn uitgenodigd in Hasselt; zo had het vakbondsapparaat het geregeld. Maar de mijnwerkers waren er allemaal. Met toeterende autokaravanen verschenen ze in Hasselt, zetel na zetel. Een spandoek: 'Limburg is een kerkhof geworden'.

Wie men de strot dichtknijpt, wordt het zwart voor de ogen. Dat was ongeveer wat men met de mijnen van plan was. De regering had een aantal flessehalzen in de luchtwegen van KS ingeplant. Als die werden afgesloten, moesten de mijnen op korte tijd stikken.

De regeringsverklaring van Martens V bevatte het voornemen 'het sluitingsplan voor de mijnen te actualiseren'. Het Beheerscontract voor KS bepaalde dat de mijnen het tot 1987 moesten stellen met een enveloppe van 31,9 miljard. Het uitrustingsplan 1983-1993 voor de elektriciteit ging voorbij aan een Limburgse kolencentrale, de nucleaire lobby haalde haar slag thuis. Het plan Gandois halveerde niet alleen de staalproduktielijnen, maar meteen ook de vraag naar (goedkope) Limburgse steenkool.

Deze toestand duwde de mijnwerkers en hun vakbonden naar de strijd. En zij vonden... de staalarbeiders aan hun zijde. 'Het leek wel een verbroederingsfeest tussen staalarbeiders en mijnwerkers in Hasselt', klonk het op de BRT-radio op 23 januari. Honderd mannen waren er uit het Luikse Valfil en Blooming III.

En toen bleek dat een stempelkaart in Wallonië dezelfde kleur heeft als in Vlaanderen,... dat ook in Wallonië een sociaal pact sluitingen betekent... En er bleek nog veel meer. Roger Bertrand. de hoofddelegee van Valfil kon zijn ogen niet geloven: 'In elk geval, zoals jullie hier de minister ontvangen, zo hebben wij dat nog nooit gedaan!" (4)

En dan vind ik een brief van Jan Grauwels in de bus. Hij heeft de eerste versie van dit boek gelezen en schrijft mij: 'Weet je dat Vreven, toen hij uit de auto stapte, aan de politie zei: "Hou die smeerlappen van mijn lijf!" Toen barstte onze woede maar echt los'.

Eyskens en Vreven wilden die dag het grote Limburgse Front inpalmen maar hadden buiten de waard 'mijnwerker' gerekend. Geziene en geëerde burgers waren wekenlang druk doende dat Limburgse Front op te starten, boven de partijen heen, van alle rang en stand, met gouverneur Vandermeulen als draaischijf. 'Het sluitingsplan voor de mijnen wordt geactualiseerd'. De Limburgse politici hadden deze zinsnede uit de regeringsverklaring van Martens V altijd al afgedaan als sloeg zij enkel op de mijn van Roton in Charleroi. Maar nu sloeg de schrik hen toch om het hart. 'Wij gaan de barricaden op', (5) riep Limburgs CVP-voorzitter Martin in paniek. Ook Willy Claes toonde zich ongerust.

Het Limburgse politieke 'personeel' zag al het spookbeeld van een nieuw Zwartberg opdoemen en zocht koortsachtig een uitweg. Eyskens en Vreven kwamen met de wegwijzer 'reconversie' aandraven. Maar onder andere Willy Claes (SP) en Jaak Gabriëls (Volksunie) waren nog onwillig: 'Welke toekomst voor de mijnen?', vroegen ze.

In die dagen mochten Vandermeulen, Willy Claes en de ministers Eyskens. Vreven en Schiltz -'mensen van goede wil' (Camps)- twee bladzijden van Het Belang van Limburg volpraten om 'de problemen af te tasten'. De accenten verschilden. Eyskens zag in een steenkolencentrale 'geen soelaas voor de werkgelegenheid' en droomde over 'de voordelen van de nucleaire optie'. Claes dacht aan het sociale klimaat dat 'niet mocht aangetast worden' en keek uit naar managers om de verliezen te verminderen. Schiltz raakte verstrikt in kwade dromen over 'ruïnes' en 'verliezen': 'Wij kunnen geen twee zaken tegelijk doen. De huidige exploitatieverliezen blijven dekken én de reconversie betalen'. Vreven rondde alles af: de zaak toe, en daarmee uit.(6)

Wat dacht Hugo Camps zoal over 23 januari, "de dag dat alles ging veranderen"? Wel, hij had veel begrip, maar weinig houvast gezien. Hij betreurde dat niet aan één koord getrokken werd. 'Limburg dat zo'n nood heeft aan een solied eenheidsfront over de partijgrenzen heen'.(7) Wie weigerde er aan het koord van Camps te trekken? De vakbonden. 'Het is niet met betogen en staken dat er in Limburg meer brood op de plank komt. Integendeel, sociale discipline zou een Limburgse troef moeten zijn'.(7) Daar had je weer dat fameuze sociale pact van Claes en Eyskens! 'Het ABVV is zelfs destructiever (dan het ACV) door zijn dogmatische kortzichtigheid, tegen elke crisislogica in'.(7) Formuleerde Camps hier niet dat je je hoofd moet leggen als men het wil afkappen?

Niet zo het ABVV! Met een 24-urenstaking werd een lelijke streep door de rekening van de mijnensluiters getrokken. Minister Firmin Aerts, nota bene een vertegenwoordiger van het ACW, vond de staking grote onzin. (8) Maar... ook het ACV voerde acties. 'Een leeg ei, of eindelijk ons recht?', zo stelde men de vraag in de Volksmacht (9) na vier jaar vruchteloze ACV-actie tegen de werkloosheid in Limburg.

Toch kon men wat later in hetzelfde blad een andere vraag lezen: 'Zal men eindelijk werk maken van de toekomst?' Die 'men', wie was dat? Waren dat niet de Eyskensen, Aertsen en andere Vrevens? En voorzitter André Daemen van de ACV-mijncentrale greep ook al naar de pen om duidelijk te maken dat 'in Limburg de rangen zich vastberaden sluiten' (10)

Wilden de verantwoordelijken van de ACV-mijncentrale op twee paarden wedden? En op het grote Front, én op de mijnwerkersstrijd?

Anderen in het ACV hadden het niet over de 'eenheid' van Daemen. maar over breekpunten. Delegee Gerard Bijnens van de mijn van Waterschei was één van hen. In een toespraak die volgens Het Volk zware indruk maakte, trok hij de lijn zo: 'Als de schacht in Waterschei niet gebouwd wordt, als de kolencentrale op de lange baan geschoven wordt, als de mijnwerkers nog meer moeten inleveren, dan is voor ons het breekpunt bereikt. Dan slaan we met de arbeidersbeweging een andere weg in en zal de Christelijke Arbeiderspartij in Limburg een feit zijn'.(11)

2 'Dig deep for the miners'

5 maart 1985. Precies 365 dagen na het begin van de staking in de met sluiting bedreigde mijn van Cortonwood in Yorkshire, gingen de Britse mijnwerkers weer aan het werk. De 'staking van de eeuw' tegen de voorgenomen sluiting van 70 kolenmijnen liep ten einde. In de mijnwerkersdorpen trokken lange slierten van duizenden kompels met hun vrouwen en kinderen 'still solid", ongebroken, naar de mijn. De fanfare op kop. 'Solid', een veelgebruikt woord in het jargon van de 'miners'. Het betekende zoveel als 'onkreukbaar', 'niet omkoopbaar'. Op veel plaatsen werd gescandeerd: 'The miners united will never be defeated' (De verenigde mijnwerkers zullen nooit verslagen worden).

Een jaar lang hebben 140.000 miners de beste school bezocht die men zich kan indenken, de school van de klassenstrijd. In Engeland was de arbeidersstrijd traditioneel met Engelse deftigheid aangepakt, met de witte handschoenen van de Bobbie als het ware. Het geweld bestemde de Britse bourgeoisie voor het India van gisteren, voor de Malvinas (Falklands) van vandaag. In de mijnwerkersstaking kwam een einde aan deze schijnheiligheid.

Al op 14 maart 1984 werd David Jones, een 24-jarige mijnwerker, bij een politiecharge gedood aan het piket van Ollerton. In de loop van de staking stierven nog 5 andere mensen in dezelfde omstandigheden. Er vielen 4.000 gewonden. Meer dan 9.000 mijnwerkers werden gearresteerd.

Een jaar lang weerstonden de miners de anti-stakingswetten en de politieterreur. Voor Thatcher was de inzet van het conflict: de vakbondsmacht zoveel mogelijk beknotten. Maar de NUM, de mijnwerkersvakbond, hield stand. De leiding en voorzitter Arthur Scargill bleven bij het principiële standpunt: 'Over mijnsluitingen onderhandelen wij niet'.

De staking van de miners liet ook in de Limburgse mijnen diepe sporen na, vooral dan de manier waarop de miners de filosofie die voorschrijft dat 'wat niet rendabel is, dicht moet' in de prullenmand wierpen. Scargill: 'Onze vakbond heeft een voorbeeld gegeven. Een voorbeeld dat aantoont dat wij niet bereid zijn de marktfilosofie te onderschrijven. Een filosofie die jobs vernietigt. De overwinning waarover ik het heb, is een overwinning op syndicaal vlak, de vakbond die zich te weer stelt tegen de slachtpartij van onze jobs'.(12)  'Ja maar', zeiden de Thatcher-fans, 'zijn we niet verplicht de oude mijnen die niet rendabel zijn te sluiten?' 'Rendabel?' Daarmee was het grote woord gevallen! De miners repliceerden: 'De vraag is: rendabel... maar voor wie? De verloedering van onze streken, tienduizenden mijnwerkers zonder werk, is dat dan rendabel?' Jobs first, dat was de belangrijkste les uit Engeland, ook voor Limburg.

Ook andere vragen drongen zich op, vragen over de aard van het kapitalisme. Van oudsher waren de koolputters gouddelvers, de helden van de kolenslag na de oorlog, de ereburgers. In de scholen van de mijnstreek vertelden de broeders aan hun klas: 'Als mijnheer pastoor langskomt, of de burgemeester, neem dan uw pet af. Als je het vergeet, is het geen zonde. Maar als je een mijnwerker tegenkomt, neem dan uw 'klak' af. En nu werden de mijnwerkers gedegradeerd... tot uitgebrande kool, tot as die men weggooit.

In Limburg, zoals in Engeland, stelde men zich vragen over een systeem dat mijnen wilt sluiten in volle energiecrisis, een systeem dat er niet in slaagt werk te verschaffen aan miljoenen werklozen terwijl er nog zoveel behoeften bestaan, een systeem dat steenkool 'nutteloos' noemt terwijl iedere winter mensen sterven van de kou...

 

Het glazen oog van Thatcher

Frank Slater, NUM-afgevaardigde voor de Maltby-mijn in South Yorkshire, vertelde mij eens: 'Er is bij ons een gezegde: "Hoe onderscheid je het glazen oog van Thatcher van haar goede oog? Antwoord: zeer simpel, het glazen oog is dat waar het meeste medelijden uit straalt".'

12 september '84. In een gezin in Yorkshire overlijdt een zwaargehandicapt jongetje van 12. Het gezin vraagt een sociale uitkering voor de begrafenis aan. De toelage wordt geweigerd omdat de vader een staker is.

20 oktober '84. 36 ton voedselhulp zullen worden vernietigd of teruggestuurd naar de afzender (een Russische vakbond). De douane heeft levering ervan aan de mijnwerkers verboden. 'De hygiëne is niet verzorgd' heet het. Dezelfde dag schat een rapport van de Fabian Society het aantal armen in Groot-Brittannië op18 miljoen.

26 oktober '84. Een rechter heeft de NUM bij verstek veroordeeld tot 16 miljoen frank boete. De NUM weigert te betalen.

Daarop wordt het vermogen van de NUM -610 miljoen frank-op een bank in Dublin aangeslagen.

18 november '84. Darren (15 jaar) en Paul Holmes (16 jaar) komen om als ze onder tonnen modder en sintels worden bedolven op het terrein van de mijn in Goldthorpe in Yorkshire. De jongens waren op de terril op zoek naar brokken steenkool. In die maand komen zes mensen om bij zulke aardverschuivingen op terrils. De gratis bedeling van steenkool aan mijnwerkers werd in het begin van de staking door de directie afgeschaft.

22 november ' 84. In het parlement in London komt het tot een handgemeen tussen de minister van Sociale Zaken Norman Fowler en een aantal parlementsleden. Fowler wil de sociale uitkeringen aan de stakende gezinnen nog eens met één pond per week inkrimpen. Theoretisch krijgt de vrouw van een staker 21,50 pond (1.700 frank) per week plus 56 frank per kind. Maar Thatcher heeft daarvan al 15 pond afgetrokken onder het voorwendsel dat stakersgeld wordt uitbetaald, wat bij de NUM niet het geval is.

  

In augustus '84 organiseerde Koen Albregts, vrijgestelde van de Limburgse LBC een vakantie in België voor Engelse mijnwerkerskinderen. Op twee dagen tijd stelden zich liefst 450 gezinnen kandidaat om de kinderen op te vangen. Dat was de start van een grote solidariteitsgolf overal te lande. Maar het zwaartepunt lag in Limburg.

De PVDA zamelde eind augustus 54.000 frank in aan de mijnpoorten. In september bracht een inzameling door de ABVV-mijnwerkers-centrale 250.000 frank op. Een maand later collecteerde de PVDA opnieuw aan de mijnpoorten, in sommige mijnen hielpen ACV- en ABVV-syndicalisten mee. Resultaat: 220.000 frank. De syndicale delegatie van Ford Genk sprokkelde 143.000 frank samen. De kerstcollecte van de PVDA in Limburg bracht 440.000 frank op. Het traditionele Sint-Barbarafeest van het bestuur van de ABVV-mijnwerkerscentrale werd vervangen... door een gift aan de NUM. Met 410.000 pamfletten, 3.600.000 frank steun, 62 meetings, 29 solidariteitsdelegaties naar Engeland, ontvangst van tientallen NUM-militanten, vakanties voor de kinderen van de miners enzovoort, profileerde vooral de PVDA zich in deze campagne. (13)

Aardig wat mensen uit de top van de vakbonden keken neer op die bedrijvigheid. Zij hadden niet veel van Scargill en de NUM weg. Houthuys was uitgesproken vies van 'het gauchisme' van Scargill. Hij schreef een brief naar de ACV-secretarissen waarin gewaarschuwd werd voor rechtstreekse contacten met NUM-verantwoordelijken.

Voor de Houthuysen was het voldoende een kaars voor Polen te branden. Naar de Britse mijnwerkers stuurden ze wel wat zilverpapier, maar de chocolade aten ze zelf op.

Zo was onze vakbondswereld een spiegel van wat er zich in Engeland afspeelde. Daar keek de nationale vakbondsleiding - met TUC-voorzitter Norman Willis vooraan en Labour-leider N. Kinnock in de schaduw- toe hoe Thatcher met de miners trachtte af te rekenen. Men aarzelde een tweede front te openen en liet de mijnwerkers alléén vechten tegen een overmacht. En achteraf kwam dan het geween: 'een verloren staking', 'staken is nutteloos'. Leo Marijnissen, de CVP-spreekbuis in de ACW-krant Het Volk, had ook al zo'n akelig commentaar klaar: 'Scargill heeft met zijn mislukte staking het moreel van zijn mijnwerkers gebroken. Niets, maar dan ook niets van wat de bond had geëist, is ingewilligd'.(14) Hij had de les van de miners niet begrepen. De les dat het kan, die arbeiderssolidariteit, in eenheid en met offers die soms menselijkerwijs onmogelijk zijn. Die geschiedenis hebben de miners geschreven voor alle arbeiders, waar ook ter wereld.

3 Herfst 1984: Brück moet wijken

In de hal van het ACV-gebouw op het Mgr. Broekxplein in Hasselt staat in marmer gehakt: 'Blij blikken wij naar 't leven, fier wroet ons werkershand'. Ik twijfel eraan of de mijnwerker ooit zo tegen zijn bestaan heeft aangekeken. In de herfst van 1984 zeker niet, dat staat vast. Wat wil je? Als de kranten blokletteren: 'Mijn Winterslag moet dicht', (15) als men via de pers moet vernemen dat 2.860 mijnwerkersjobs worden geschrapt, dat de lang beloofde verluchtingsschacht voor Waterschei er niet komt -meteen een doodvonnis voor Waterschei- dat de kolenproduktie met 1 miljoen ton moet teruggeschroefd, (15)... dan worden de mouwen opgestroopt, niet om te 'wroeten', maar om te reageren.

Twee dagen na het uitlekken van die directieplannen lagen de vijf mijnen plat. Het was 12 september, het gemeenschappelijk vakbondsfront hield een waarschuwingsstaking. Maar al op 17 september wilden de mannen van Winterslag en Waterschei dat nog eens overdoen. Met meer dan duizend man in mijnwerkersplunje ging het in stoet naar Genk. Het station werd urenlang bezet. Eén spandoek: 'Geen mijnsluiting'.

Op 31 oktober staakten de mijnwerkers opnieuw. 'De Raad van Beheer moet de directieplannen intrekken', dat was de eis. 's Namiddags trokken vijfhonderd mijnwerkers naar de directiegebouwen in Houthalen en kwamen oog in oog te staan met verschillende honderden rijkswachters. Ook voor de mijnensluiters 'geen blije blikken naar het leven' meer?

De pers had René Brück aangewezen als de architect van de KS-sanering.(16) De mijnwerkers werden zo rechtstreeks geconfronteerd met de vraag: 'Wie is baas bij KS?' Ze kwamen terecht bij de Generale Maatschappij. Een lang en oud verhaal ! In de jaren zestig organiseerden de holdings Generale Maatschappij, Brufina en Coppée een strategische vlucht uit de mijnontginning om zich op nieuwe sectoren te kunnen storten, waar meer winst te rapen viel. De smeulende onvrede over die neergang sloeg in 1966 om in een laaiende sociale brand zoals Limburg er nog nooit een had gekend, Zwartberg.

Een en ander leidde tot een reorganisatie van het Limburgse kolenbekken. De privé-eigenaars-'stichtende vennootschappen'-brachten hun mijninstallaties samen in de nieuwe naamloze vennootschap Kempense Steenkolenmijnen. Het was in 1967. Het woord 'reorganisatie' was een verbloeming voor wat er zich echt afspeelde: de uitverkoop. De stichtende vennootschappen wisten alle winstgevende onderdelen, namelijk de onroerende goederen en de financiële beleggingen, uit de brand te slepen. De waarde daarvan werd in 1970 op 8 miljard frank geschat.(17) Alleen het verlieslatende segment, de 'kale' mijnen, werd in de nieuwe NV ingebracht. De staat betaalde daarvoor de schandelijke compensatie van 1,4 miljard frank en verbond zich ertoe dertig jaar lang de verliezen van KS te dragen. Toch behielden de stichtende vennootschappen 90% van de KS-aandelen, én de sleutel­posities in het KS-beleid.

Tussen 1967 en 1981 keerde de staat 60 miljard frank uit aan KS, voldoende om vele malen totaal eigenaar te kunnen zijn. Maar alles bleef bij het oude. Pas in 1981 kwam er een herschikking van de aandelen en een aanpassing in de KS-top.

...Zoals het water naar de zee vloeit

Bij de oprichting van de nieuwe KS in 1967 kregen de stichtende vennootschappen 1,4 miljard frank van de staat toegestopt.

De voorwaarde voor deze milde schenking was dat de holdings de helft van dit geld en de opbrengst van de verkoop van onroerende goederen, zouden investeren in de streekreconversie. Daarvoor werd in 1972 de Kempische Investeringsvennootschap -KIV- opgericht.

Maar KIV stopte haar mooie centen niet in reconversie. Zij gebruikte ze om controle te verwerven over bestaande bedrijven. Het koninginnestuk werd het Genkse staalbedrijf ALZ. Langs de KIV veroverden de holdings een 28%-aandeel in ALZ. De staat, goed voor een aandeel van 24% in ALZ, stemde altijd met KIV mee. (Daar zorgde onder andere Willy Claes voor).

Het bloeiende ALZ past uitstekend in de plannen van het blok Generale-Arbed-Sidmar. In 1985 kocht Sidmar zich in bij KIV voor 8% en nam de aandelen van Arbed in de mijn van Zolder over. Daardoor kreeg Sidmar rechtstreeks en onrechtstreeks 35% van de aandelen in KIV.

In 1987 was de operatie rond. De KIV verkocht alle ALZ-participaties aan Sidmar. De opbrengst van deze verkoop werd uitgekeerd aan de aandeelhouders van de stichtende vennootschappen. Het ging om een som van 623 miljoen frank!

De moraal van het verhaal: de staatsgelden die aan zogenaamde reconversie worden besteed, vloeien vroeg of laat naar de holdings, zoals het water naar de zee.

 

Maar, "die kat kwam weer'!

De Generale Maatschappij  had het toch maar weer geflikt in het zeskoppige directiecomité vier van haar mannetjes te droppen.

René Brück: beheerder van de elektriciteitsmaatschappij Unerg en van de Kredietbank, voorzitter van Sidmar, dat via Arbed gecontroleerd wordt door de Generale Maatschappij.
Edgard Debeys: beheerder van de elektriciteitsmaatschappij Ebes en van Tractionel. Ebes en Tractionel worden gecontroleerd door de Generale en de Groep Brussel Lambert. 
Jozef Dillewijns: beheerder van Sidmar.
Pierre Urbain: ondervoorzitter van Belref en beheerder van Laura & Vereeniging, twee dochtermaatschappijen van dezelfde Generale.(18)

Een voorbeeld van ergerlijke tafelschuimerij? In maart 1986 raakte bekend dat KS in 1985 1,4 miljard frank te weinig ontving voor de kolen die ze leverde aan de elektriciens en aan de staalfabrieken.(19) André Daemen: 'De belangenvermenging binnen het directiecomité legt een zware hypotheek op het dynamisme van het bedrijf. Men kan toch niet tegelijk verkoper en verbruiker zijn. Men weet toch dat het probleem zich in grote mate toespitst op de prijs die wordt betaald voor KS-kolen door de staalindustrie en de elektriciteitsbedrijven'.(20)

Jan Olyslaegers, de voorzitter van de ABVV-mijnwerkerscentrale zat op dezelfde golflengte: 'Dan komen we tot de aanwezigheid van bepaalde figuren in het directiecomité van KS. Er is de man van Tractionel, een man van de elektriciteit. Hij is daar de grote manitoe en zou met zichzelf moeten onderhandelen over de afname en de prijs van de Kempense steenkolen! De voorzitter van het directiecomité is een van de dikste bazen van het staal. Die moet dus ook al met zichzelf gaan negociëren over de cokeskolen. Heel de wereld lacht met dat soort toestanden, maar bij ons is dat mogelijk'. (21)

Maar de Generale was erger dan een klaploopster. Uit de cocon van de klaploopster had zich al snel een doodskopvlinder ontpopt, zo zou blijken.

Er bestaat in het KS-complex een vrij nutteloze, bijna doodlopende steengang die door de ingenieurs 'de steengang Brück' wordt genoemd, een logische associatie.

Ook het plan van Brück liep vast in een doodlopend straatje. Arthur Scargill had de logica van 'alles wat niet rendabel is moet dicht' van de hand gewezen als 'kapitalistische logica'. Ook in Limburg siond dit vraagstuk ter discussie. Veel mijnwerkers raakten begeesterd door het voorbeeld van Scargill. De bourgeoisie constateerde ontsteld hoe de mijnwerkersbeweging bloosde naar de kant van de strijd. Zij wilde daarom iets doen aan de autoriteit van de PVDA. Want was deze partij niet zowat de drukpers van deze ideeënstroom, de inspira­tiebron?

Het Belang van Limburg schreef dat de PVDA moest weggebrand worden van de mijnen; "Dat soort volk moet rond de mijnen wegblijven'.(22) Maar ook Hugo Camps kon geen wig drijven tussen deze partij en de vakbondsstructuren. Het strijdsyndicalisme had de wind in de zeilen.

Jan Grauwels: 'Weet je, die twaalfde september 1984 waren we al aanwezig in Houthalen, met 500 man. Maar de heren van de directie waren naar Brussel gevlucht. De deuren bleven potdicht. Niemand mocht erin. Voor onze mijnwerkers was de maat vol. Er vloog een steen door de ruit. Een paar delegees en secretarissen probeerden de zaak kalm te houden. Baeyens en een aantal delegees zetten zich voor de deur. Gabriëls en Desaeyere van de Volksunie waren er ook. Zij stookten tegen de vakbonden, geholpen door hun senator Lowis, die verpleger was in Eisden. Er was ontreddering: de Volksunie wilde de vakbonden weg, maar de mijnwerkers niet. Zij wilden wél andere vakbonden. En toen klonk het uit alle kelen: "Scargill! Scargill! Scargill!" De Volksunie werd brutaal weggejaagd en Desaeyere verloor een paar tanden. Enkele Engelse miners waren die week voor inzamelingen in Limburg. Ze hadden alles razendsnel zien gebeuren, ze waren ontroerd. Zij konden niet geloven dat hier zo naar hun Scargill geroepen werd'.

Op 30 oktober 1984 ging er een pamflet rond van het gemeenschappelijk vakbondsfront. De geschiedenis zal het waarschijnlijk bewaren. Het was getiteld: "De mijnen afbouwen, noodlottig voor Limburg". De mijnwerkers hebben het aandachtig gelezen en zorgvuldig bewaard.

Dit pamflet eindigde met de eisen: 'Weg met de alternatieve plannen. Wij eisen de schacht van Waterschei. Behoud van 20.000 arbeidsplaatsen in de mijnen. Werk voor de 75.000 werkzoekenden in Limburg'. Vier regels waarin alles gezegd was.

Het pamflet stelde tegelijk een ultimatum: 'De vakbonden dulden geen verder uitstel. Indien de Beheerraad op 31 oktober geen positieve beslissingen neemt, volgt de actie "VANDAAG IK. MORGEN JIJ", dat wil zeggen beurtstaking gedurende vijf weken waarbij de zetels elkaar onderling helpen'.

Iedereen die vertrouwd is met het leven in de mijnen, begreep dat zo'n escalatie regelrecht naar de algemene staking zou leiden. En Brück werd teruggefloten.

In het Protocol van 31 oktober liet de Raad van Beheer weten: 'De alternatieve planning wordt niet in uitvoering gebracht. Het voorstel van de nieuwe schacht wordt voorgelegd aan de EG-instanties' Sommige vakbondsverantwoordelijken spraken triomfantelijk van een volledige overwinning. Ten onrechte. Brück voerde wel een terugtrekkende beweging uit, maar hield toch nog troeven achter de hand.

Drie weken later werd de discussie rond Winterslag alweer gelanceerd. Guy Moens, lid van de Raad van Beheer van KS en later SP-senator. klom in z'n pen. Verwijzend naar Winterslag schreef hij: 'Bij uitputting zou gelijk welke mijn veeleer een blok aan het been dan een winstpunt zijn'. (23) Intussen was eerste minister Martens naarstig op zoek naar een 'kolen-Gandois,die van de sanering op het terrein werk maakt. Dat is bevrijdend'.(24)

Maar de mijnwerkers voelden zich sterk. Zij begrepen dat dit niet meer de vakbonden van Zwartberg-1966 waren.

De nieuwe generatie delegees slaagde erin de aansluiting te leggen tussen de mijnwerkers en hun vakbonden. De wrange anti-syndicale nasmaak van Zwartberg en van de grote staking van 1970 was weggespoeld.

In 1966 hadden de vakbondsleiders tegenover de dreigende sluiting een héél beperkt programma van sociale en 'menselijke' begeleiding. Zij wilden de sluiting een jaar uitstellen en hoopten op reconversie. Maar nu, nu was er een principieel eisenprogramma.

Toch was er aarzeling in de vakbondsgelederen. In een voorgaand pamflet was men stilletjes aan de eis 'geen afvloeiingen' voorbijgegaan. En men liet verstaan dat de politici de kastanjes wel uit het vuur zouden halen.

Het grote Limburgse Front bood weer z'n diensten aan. "Steenkool, groot gelijk", riepen de Limburgse politici toen nog. Er was sprake van kolencentrales, van de nieuwe schacht, van werkzekerheid in KS... en dat allemaal uit vrees voor een mijnwerkersopstand zoals in Zwartberg.

Bibliografie

(1) De Standaard. 19 november 1983.
(2) De Financieel-Ekonomische Tijd, 3 november 1983.
(3) Het Belang van Limburg, 31 mei 1983.
(4) Solidair, 1 februari 1984.
(5) Het Belang van Limburg, 26 december 1983.
(6) Het Belang van Limburg, 17 januari 1984.
(7) Het Belang van Limburg, 24 januari 1984.
(8) Het Volk, 21 januari 1984.
(9) De Volksmacht, 13 januari 1984.
(10) De Volksmacht, 3 februari 1984.
(11) Het Volk. 6 februari 1984.
(12) BBC-magazine Panorama, 4 februari 1985.
(13) Cijfers uit Solidair, 8 mei 1985.
(14) Het Volk, 4 maart 1985.
(15) Het Belang van Limburg, 10 september 1984.
(16) De Morgen, 12 september 1984.
(17) Beknopt Verslag Kamer van Volksvertegenwoordigers, 2 juni 1970, blz. 708.
(18) De gegevens gelden voor de datum van oktober 1984.
(19) De Gazet van Antwerpen, 25 maart 1986. De Morgen, 26 maart 1986.
(20) Zeg, ledenblad van de CVP, 2 mei 1986.
(21) De Rode Vaan, 28 mei 1986.
(22) Het Belang van Limburg, 10 oktober 1984.
(23) De Volkswil, blad van de Socialistische Gemeenschappelijke Actie, editie Limburg, 11 december 1984.
(24) Het Belang van Limburg, 11 december 1984.

 

foto solidair

foto solidair

Maart 1984 - Begrafenis van de slachtoffers van de mijnramp in Eisden

 

II  De lange weg naar een nieuw syndicalisme

1. Wij moeten onze mijnwerkersgeschiedenis kennen 
       1922: 32 stakende mijnwerkers doorgestuurd

2. Een syndicale 'entree'   
       Zwartberg 1966: een flash-back  
       Sukun ölmedi, öldürüldü  

3. 'Bij ons in Beringen verongelukten drie mijnwerkers per jaar 
4. Ons syndicaal werk heeft een ruggegraat 
Bibliografie 

1 Wij moeten onze mijnwerkersgeschiedenis kennen

Luc Cieters: 'Je kunt het jonge mensen die nu in de mijn werken, niet verwijten dat ze in de oorlog niet meegevochten hebben tegen de nazi's. Om de eenvoudige reden dat ze nog niet geboren waren. Maar je kunt het wél iemand kwalijk nemen dat hij met de ervaring van wat er in de oorlog gebeurd is, nu niets zou aanvangen. Daar ben je wel vrij in, er iets of niets mee doen. Dat is ook zo met de mijnwerkersgeschiedenis.

In 1900 was de mijnstreek nog een maagdelijk heideland, met dun gezaaide keuterboerderijtjes. De mijnindustrie kwam er maar vanaf 1910 ongeveer. In Wallonië en in Engeland was in de vorige eeuw al een industriële revolutie gepasseerd. En deze revolutie was gebaseerd op kolen. De technologische vernieuwingen die het kapitalisme in die tijd zijn dynamisme gaven, waren mogelijk omdat er steenkool beschikbaar was in overvloed. Steenkool was als goedkope grondstof van vitaal belang. Daar hebben de vakbonden een oude traditie.

Als linkse syndicalisten hebben we de plicht het geheugen van de jonge militanten op te frissen. In de vakbondsstructuur gebeurt dat te weinig. Wij zijn verplicht verbanden te leren leggen. De feiten tonen aan dat er weinig veranderd is. Er zijn nog altijd klassen, zeker in de crisis wordt dat duidelijk.

Ik geef daar een voorbeeld van. Gheyselinck beweert dat zijn plan vertrekt van een programma: de individuele belangen van de mijnwerker. "De mijnwerker heeft niet het verlangen in de mijn te werken. Nee, de mijnwerker heeft het verlangen zijn individuele arbeidsovereenkomst te beëindigen. Wij moeten de eigen verlangens van de mijnwerker zo goed mogelijk beantwoorden, dan is ons probleem opgelost." Dat is ongeveer de redenering. Dat krijgt dan een heel sociaal tintje mee: Gheyselinck wil toch met alle mijnwerkers praten.

De beweegreden is duidelijk, zich afzetten tegen 'Zij'. 'Zij' dat zijn de syndicalisten die het collectieve belang voorop stellen.

'Werk voor de 75.000 werkzoekenden in Limburg, behoud van jobs niet alleen voor ons. maar ook voor onze kinderen'. Dat is ons eisenprogramma. Een klassebelang wordt hier vooropgesteld tegenover een individueel belang. Dat zulke uitspraken van Gheysclinck aanslaan is geen toeval. Kijk maar naar de beginjaren van de christelijke arbeidersbeweging. 1886: een grote, gewelddadige opstand in de mijnen en fabrieken van Henegouwen. Dat bracht een enorme schok teweeg, ook onder de katholieken. Dat er een arbeidersprobleem was moest iedereen nu wel inzien. 'De armoede moet verholpen worden. Ieder heeft recht op een menswaardig bestaan'.

Maar het ging er helemaal niet om de arbeiders als klasse te helpen! Het was een beetje zoals de verlichte patroons in die tijd: 'We moeten iets gaan doen... gaan helpen'. Die ideeën werden door christenen in de arbeidersbeweging binnengebracht. Het is geen toeval dat mensen in het ACV Gheyselinck met zoveel goodwill ontvingen. Hij gebruikte een voor hen zeer herkenbaar en geprezen jargon... de individuele benadering van de mens.

In het prilste begin werd de christelijke arbeidersbeweging al gebruikt om de mijnwerkers te omkaderen en in een vastgelegde richting te doen marcheren. In 1912 schrijft het blad 'De Voorhoede' van de christelijke vakbond: 'Een oppervlakkig onderzoek zegt ons dat er in de nieuwe mijnstreek ondanks alles vakbonden zullen tot stand komen. Als we daar geen christelijke weten te stichten, zullen er onzijdige komen, waaruit de socialistische zullen geboren worden. Dit ware een ramp voor de heren mijnbezitters. Zij zullen gemakkelijk leren inzien dat zij er groot belang bij hebben ons te helpen de christenen te verenigen, voor het behoud van rust en orde'. (1)

Een zekere Poel, de leider van de christelijke mijnwerkersgilde dreef het nog verder : 'Nee, de heren nijveraars hebben niets te vrezen van onze christelijke mijnwerkersbonden. Integendeel, zij zijn de laatste vestingen waarachter hun fabrieksschouwcn ongestoord zullen kunnen roken. De verstandige werkgevers zullen weldra moeten inzien dat zij er alle belang bij hebben onze door de Kerk gezegende gilden met alle middelen te ondersteunen.' '

En dat gebeurde dan ook. De zetel van Eisden bijvoorbeeld schreef alle mijnwerkers in bij de St.-Barbara-ziekenkas. De bijdrage werd direct van het loon afgehouden. De verplichte aansluiting stond ingeschreven in het werkhuisreglement. Er was niet veel keuze, er werd rechtstreeks ingeschreven via het patronaat. Die klassensamenwerking was zeer groot.

De kolenbaronnen zijn ervan uitgegaan dat alles wat ruikt naar syndicale inmenging, zorgvuldig uit de mijn moest worden gehouden. Niet alleen binnen de onderneming, maar ook binnen de aanhorigheden zoals de woonwijken enz. Dit beginsel werd streng toegepast.

De socialisten hebben het daarom moeilijk gehad om van de grond te komen. De cités waren afgezet met barelen. De huizen, de winkels, de scholen, de kerk, alles was van de mijn. De propagandisten van het socialisme mochten er niet in. Er stond een wacht aan de barelen. Dat was vanzelfsprekend.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, het mijnwerkersverzet kwam er toch. In 1919 is er in Eisden een eerste staking. Ook in 1920, 1921 enz. zijn er stakingen in de mijnen. In die tijd werden de mannen die de staking leidden, zonder pardon afgedankt. Ze stonden meteen op de 'zwarte lijst' die in al de mijnzetels circuleerde. Zij konden nergens nog aan de slag.

Jan Grauwels, Pipo Saeys en Herman Vermeulen beleven vandaag niks nieuws. In 1922 staakten de mijnwerkers van Beringen van 24 juli tot 15 september tegen een loonsvermindering van 5 %. De directie ontsloeg daarop 32 stakers. 'Onze werklieden hadden een les nodig. Zij zullen ze krijgen en voortaan zullen we voor lange tijd gerust zijn.' Dat schrijft directeur Lecomte aan de voorzitter van de beheerraad. (2)

  

Op 12 september 1922 werden op de mijn van Beringen 32 stakende mijnwerkers doorgestuurd. Hieronder volgen de namen

Ondergrond  Geboren

Joseph Schaeken
Félix Lespoix        
Edouard Lespoix 
Henri Wellens      
Gustave Jans        
Jean Vancraybex  
Alphonse Claes   
Joseph Claes        
Henri Cruysbreghs             
Leonard Berrevoets            
Maurice Dewachter            
P. Jean Hermans  
Louis Smolders    
Alphonse Vandervoort      
Auguste Boven   

Beverlo 19.10.1874
Koersel 27.05.1891
Beverlo 04.07.1898
Beverlo 01.10.1892
Beverlo 14.03.1889
Zolder 27.05.1873
Beringen 12.12.1883
Beringen 06.09.1876
Beringen 11.04.1893
Beringen 26.07.1889
Beringen 12.03.1898
Beringen 20.06.1890
Koersel (Stal) 10.12.1890
Heppen 16.02.1884
Koersel 21.05.1892
Studies en werken bovengrond  

Benoit Vanderbiesen          
Benoit Collignon  
Alphonse Ceunen               
Casimir Viekevorst              
FelixAerts             
RemyLeten           
FrancoisPut          
Joseph Vanheuckelom       
Michel Hermans  

Beverlo-Korspel 21.11.1889
Beverlo-Korspel 01.02.1888
Beverlo-Korspel 08.07.1898
Beverlo-Korspel 12.04.1893
Koersel 05.04.1883
Koersel 25.01.1902
Koersel 18.05.1882
Beringen 23.01.1884
Beringen 25.10.1905
Elektro-mechanische dienst  

Guillaume Hombroeckx      
Casimir Hombroeckx           Joseph Camps
Henri Vints     
RenéPoels            
Henri Claessens  
Lambert Luyts     
Alphonse Stockmans        

Koersel (Cité) 11.08.1875
Koersel (Cité) 22.11.1904
Koersel (Cité) 21.10.1889
Koersel (Stal) 29.03.1903
Beringen 03.02.1879
Beringen 04.05.1889
Beverlo 01.10.1879
Beverlo 06.10.1902 (3)
   

Er waren zeer weinig mensen bij de vakbond aangesloten in die jaren omdat het zo gevaarlijk was. In 1926 had de socialistische bond 610 leden en de christelijke 1.028. Dat was zeer weinig, want er waren toen al 15.000 mijnwerkers. Men moest moed hebben om zich te organiseren.

Er is altijd misprijzend over het syndicalisme in Limburg gesproken. Dat er geen echte vakbondsmentaliteit was, dat de Waalse arbeiders hier niet lang genoeg bleven, dat de Limburgers boeren waren, katholiek, achterlijk, enzovoort.

In die gemakzucht wentelden sommigen zich 30, 40 jaar om te besluiten... dat er geen progressiviteit mogelijk was in Limburg.

Gelukkig waren er ook nog andere mensen. In de geschiedenis van de mijnwerkersccntrale van het ABVV wordt gesproken over wat wij nu strijdsyndicalisme noemen. Men heeft het over een zekere Peeters uit Diest, een harde werker die er wél in slaagde de mijnwerkers te organiseren. Dat was omstreeks 1927.

Er was naar aanleiding van de stakingen van 1920-1922 een akkoord afgesloten in de Nationale Gemengde Mijncommissie om leden te laten verkiezen voor wat men toen 'verzoeningscomités' noemde. Een dergelijk comité hield het midden tussen een ondernemingsraad en een syndicale delegatie. Maar niet alle mijnen waren aangesloten bij de Nationale Gemengde Mijncommissie, zodat sommige mijnen zich niet aan die overeenkomst moesten houden. In die mijnen was er veel aarzeling bij de socialistische en christelijke militanten om zich kandidaat te stellen voor zo'n verzoeningscomité. Maar niet zo kameraad Peeters. Hij negeerde de bestendige bedreiging. De patroon durfde hem niet afdanken. Hij was te geliefd bij de mijnwerkers. Hij was één van de figuren die bekwaam waren mensen rondom zich te organiseren, die principes hadden, die bereid waren daarvoor te vechten, tegen de boetes, voor opslag, voor meer veiligheid. Dat is toch onmiskenbaar strijdsyndicalisme! In 1928 is dan in Limburg de gewestelijke mijncentrale van de socialistische vakbond opgericht. Het syndicalisme breidt zich uit.

Maar kijk eens hoe de leiders van toen op die ontwikkeling reageerden. In 1939 worden voor het eerst 35 socialistische syndicalisten ontvangen door directeur Seutin. Hun commentaar: 'Wij vragen ons af of het patronaat nu eindelijk gaat inzien dat het syndicalisme niet het verstorend element is, maar eerder een factor die de sociale vrede bevordert. De inschikkelijkheid waarmee de militanten ontvangen worden, en de vriendelijkheid van de leiding laten ons verhopen dat het syndicalisme eindelijk vaste voet heeft gekregen en dat het patronaat begint in te zien dat de groei van het syndicalisme niet meer te vermijden is".(4)

Dat verschilt niet veel van de oproep van de christelijke vakbond in de beginjaren: 'Er zullen verstorende elementen komen. Maar wij zijn niet zo".

Wat er ook van zij, een echte strijdtraditie hebben de vakbonden niet opgebouwd. Ik wil niet zeggen dat er nooit wat ondernomen is. In '32, in '51 en '55 is er even gestaakt. Maar strijdpunten als de veiligheid en de lonen hebben de vakbonden niet echt tot de hunne gemaakt. Ze zijn er nooit in geslaagd zich écht te verbinden met de basis. Telkens als het om fundamentele problemen ging, misten zij de trein. Dat is het grote geheim van 'Limburg is rechts': de vakbonden hebben nagelaten om écht steunend op wat er allemaal onder de werkende mensen leeft, een macht op te bouwen'.

2 Een syndicale 'entree'

Luc Cieters: 'Voor we in de vakbond enige discussie van principieel niveau konden voeren, moesten we eerst een ander varkentje wassen, namelijk in die vakbond KUNNEN gaan werken. Dat was niet vanzelfsprekend. De rechtervleugel van het vakbondsapparaat was gewoon alles wat links en progressief was als anti-syndicaal af te schilderen, 't Zijn wolven in schapevacht', zeiden ze. Zo konden ze gewoon op hun oude manier voortdoen. Ze verhinderden dat er onder de mensen discussies over de vakbond ontstonden.

De mensen waren tegen de vakbond. Dat was een ernstig negatief aspect. Niet zomaar eens tegen een delegee of tegen een secretaris, maar werkelijk een grondig anti-syndicalisme. Tegen de vakbond en zonder de vakbond. Dat zat diep. Voor mij, die van het Waasland kwam met een syndicale burcht als de Boelscheepswerf, was dat een schok. Het was een pest zoals het racisme in sommige steden nu een pest is. We hebben daar veel uit geleerd.

Toen ik aankondigde me op de lijst te zetten voor de sociale verkiezingen zeiden de mijnwerkers: "Dat begrijpen wij niet van u, zo'n serieuze vent, dat die met zulke schoften gaat meedoen." Dat moet je niet onderschatten.

Maar ik had ongeveer twee jaar met mijnwerkers gediscussieerd. Ik had gepraat over en geluisterd naar dat 'anti-syndicalisme'. Mijn conclusie was dat de mijnwerkers niet tégen de vakbonden waren. Ze waren er eigenlijk voor. Maar ze hadden er zulke progressieve ideeën over, zo'n revolutionair gedacht hoe een vakbond wél moest werken. En ze hadden al zoveel meegemaakt met die vakbonden. Ze geloofden niet hun ideeën te kunnen verwezenlijken. Er waren redenen genoeg om ontevreden te zijn. In '66, in '70, '74, '76 en '79... telkens opnieuw waren de mijnwerkers verplicht wild in staking te gaan, zonder vakbondssteun. Er moest dus méér schelen dan alléén maar een misverstand. Wat dan wel? Een oud verhaal.

Het probleem dat de eerste naoorlogse jaren overheerste was dat van het economische herstel. De socialistische premier Achilles Van Acker was de stuwende figuur van de heropbouw, maar dan wel van een heropbouw binnen de vooroorlogse kapitalistische verhoudingen. Omdat de kolennijverheid de ruggegraat van de industrie was, werd de 'kolenslag' een sluitstuk van deze heropbouw. Van Acker kreeg de bijnaam 'Achiel Charbon' voor de manier waarop hij die kolenslag aanpakte. Hij legde een loonstop op, stelde duizenden Duitse krijgsgevangenen in de mijnen tewerk, kondigde een feitelijk stakingsverbod af en liet Italiaanse gastarbeiders overkomen.

Met het kluitje van een eigen sociale zekerheid werden de mijnwerkers in het riet gezonden. En het patronaat vaarde er wel bij. Van Acker en Louis Major waren architecten van het kapitalistische herstel na de oorlog.

De basis van de 'overlegeconomie' was daarmee gelegd. Achter die 'overlegeconomie' schuilt een grote illusie: de politieke democratie is verworven. We moeten nu nog geleidelijk de economische democratie afdwingen. Vandaag, nu wij in een crisis zoals die van de jaren 30 verzeild geraken, zien linkse syndicalisten het failliet van deze strategie in.

De mijnwerkers waren er de dupe van. In '66, toen de vakbondsverantwoordelijken zich neerlegden bij de 'noodzaak' van de sluiting, in '70 toen men de 'concurrentiepositie' inriep tegen de staking voor 15% loonsverhoging.

 

Zwartberg 1966: een flash-back

Hier zat de fundamentele fout in 1966. Men ging het 'kolenprobleem' als de vijand van de mijnwerkers zien. en niet de holdings die een verschrikkelijke verschuiving in de economie doorvoerden, en daarvoor zelfs de complete ondergang van een provincie voor lief wilden nemen. Husson, verantwoordelijke van de Mijnwerkerscentrale van het ABVV verklaarde toen: 'De Belgische steenkolencrisis in het algemeen aanzie ik als onoplosbaar'. Zijn ACV-collega uit de Borinage, Baudour, voegde er aan toe: "Er is geen oplossing meer. Als syndicalist van de Borinage wens ik dat de mijnen zo spoedig mogelijk worden gesloten, aangezien zij toch dicht moeten. En daarom beklaag ik de Limburgers die nog hun zwart brood moeten eten'. (5)

Limburgs ACV-voorzitter Cox was de enige die het woordje 'kapitalist' in de mond nam: 'De financiële groepen mogen de mens-arbeider, na hem jaren te hebben uitgezogen, niet laten vallen als een uitgeperste citroen. Doen de kapitalisten dan niks om deze mensen te helpen?' (6)

Een stap in de goede richting? Ook Cox bleef ver van een echt alternatief. Hij was het eigenlijk eens... 'maar op een menselijke manier alstublieft'. Loerde moeder Theresa van Leysen toen al om de hoek?

Als ze niet tevreden zijn, dat ze dan stikken, liet ACV-vrijgestelde Ooms zich ontvallen, een paar uur voor de doden van Zwartberg vielen! (7) Die dag kwam ook een mijnwerker aan bod in het BRT-nieuws: 
Vraag: Hoe ziet u de toestand hier in de mijn in Zwartberg?
Antwoord: Wij voelen ons, hoe moet ik het zeggen, in de rug geschoten, verlaten, effenaf verlaten.

De breuk tussen de vakbondsleiding en de mijnwerkersbasis was volledig.

Van die periode 1966-1970 naar 1984 was een lange weg afgelegd.

 

Zeker, de mijnwerkers hadden syndicale ideeën. Maar ze botsten op een muur van onbegrip, op een apparaat dat niet bewoog. De meesten gaven het op. Veel verstandige mensen werden gerecupereerd door de patroon. De patroon had nood aan een nieuw kader namelijk cheffen op lager niveau... Zeer velen werden gerecupereerd om 'chef te spelen'.

De sociale verkiezingen van '71 brachten de stakingsleiders van '70 niet aan de macht. De mijnwerkers hadden uit de staking niet de les getrokken - de vakbond is van ons, we gaan hem in handen pakken. Er was dat negatieve idee om de vakbondsboekjes weg te gooien. De mijnwerkers geloofden er niet meer in.

Hoe moet het syndicalisme er uitzien om met telkens in de problemen te geraken zoals in 1966 en 1970? Die vraag hebben we maar kunnen beantwoorden vanaf het midden van de jaren zeventig. In heel de beweging is ons standpunt altijd geweest dat de mijnnijverheid een toekomst heeft in het kader van een andere energiepolitiek. In 1973 organiseerden de OPEC-landen zich. Zij dwongen belangrijke toegevingen af. Ruilwaarden voor olie verhoogden met 59,9% tussen 1973 en 1976, en met 31% tussen 1979 en 1981. Velen zagen daar een nieuwe kans voor de steenkool. In 1974 begon men druk met nieuwe aanwervingen. Wij behoren bijna allemaal tot die nieuwe generatie mijnwerkers die ten gevolge van de oliecrisis in de mijnen zijn begonnen.

Wij zijn de kinderen van de mijnwerkers van Zwartberg. De ervaring van Zwartberg, daar vallen we dikwijls op terug. Sommige stakingsleiders van 1986 en 1987 hebben een vader die als mijnwerker nog Zwartberg hielp bezetten.

Onze generatie weet iets van energie af. Veel meer dan in 1966. Er leefden in de jaren na 1973 veel illusies over onze steenkool als andere energiebron. André Daemen van het ACV was daar één van de belangrijkste aanhangers van. Hij was nieuw, progressief, en hij geloofde er echt in. Al zijn tussenkomsten in het energiedebat waren doordacht en gemeend. Het is een ramp voor de christelijke arbeidersbeweging dat hij die standpunten heeft laten vallen en zich tegen de stakende arbeiders heeft opgesteld.

Daemen heeft het kapitalistische systeem niet tenvolle verantwoordelijk durven stellen voor de aftakeling van de mijnnijverheid en van de mijnstreek. Dat is zeker essentieel om te begrijpen waarom hij snel capituleerde. Maar er is toch ook een tweede aspect. Heel wat ACV-ers waren vanuit een christelijke bewogenheid getroffen door die werkloosheid in Limburg. Zij waren daar echt om begaan.

De vakbeweging heeft mensen gekend die de strijd niet écht plaatsten in functie van een andere maatschappij, maar die toch een aantal principes hadden waarop zij bleven staan. Debunne is daar een voorbeeld van. Ik bedoel, mensen die een standpunt innamen en daar niet vanaf gingen, ook al stond dat haaks op de 'economische logica' van dat ogenblik. Daemen behoorde niet tot dat soort syndicalisten. Hij liet veel ACV-ers in de kou staan met hun bezorgdheid over de werkloosheid in Limburg.

In de socialistische vakbond had je zo geen 'doordenkers'. Er was wèl Willy Claes met zijn witboek en het veelbelovende energiedebat in het parlement. Aan de ene kant had je het witboek en aan de andere kant tekende Claes als minister van economische zaken de elektnciteitsconventie waarmij hij carte blanche gaf aan de kernenergie voor de volgende 30 jaar.

Aan de ene kant had je de beweging tegen de kernenergie en aan de andere kant zag je hoe de milieubeweging gekanaliseerd is naar het parlement en haar strijdkarakter verloor. In Duitsland is de anti-kernenergiebeweging veel strijdbaarder, veel dieper ingeplant in het volk. Gheyselinck schrijft in zijn rapport over dat verschil tussen België en Duitsland. Dat extra-parlementaire, dat strijdlustige, dat is hier kapot gemaakt. Claes heeft daar verantwoordelijkheid in. De Groenen hebben hier een bravere en een meer parlementaire strategie dan de Grüne in Duitsland.

Kissinger was de woordvoerder van het Internationaal Energie-agentschap dat in 1977 is opgericht. Hij ontwikkelde een tegen-strategie om de OPEC klein te krijgen. Ten eerste: het petroleumverbruik beperken. Ten tweede: kernenergie ontwikkelen als overgangsenergie. Ten derde: invoer van kolen uit Zuid-Afrika. Ten vierde: petroleumontginning in niet-OPEC-landen zoals Engeland.

Kissinger won. De olieprijs daalde spektakulair. Petroleumholdings als Shell en Petrofina wierpen zich nu op de steenkool. Zij zagen profijt in de goedkope Amerikaanse steenkool.

Niet petroleum, maar steenkool is vandaag voor alle energie-experts de energie van de toekomst.

We ontdekten dat mensen zoals Brück en Debeys in de beheerraad van KS zetelen, én in de beheerraad van de elektriciteitsmaatschappijen die onze kolen afnemen. Allemaal verbindingen en samenhang. Wij hebben de verbanden gelegd. Dat is niet zoals bij een koekjesfabriek. Een koekje wordt niet meer gegeten, dus bak je een ander koekje, of je sluit de fabriek. Nee, wij hebben de steenkoolproblematiek leren zien in het gehele energiekader, niet nationaal, maar internationaal.

In die geest hebben wij onze steenkoolproblemen ook niet los willen zien van de algemene problemen rond de tewerkstelling. Dat was één van de moeilijkste eisen in het begin, werk voor de 75.000 werkzoekenden in Limburg.

In die richting ging de inhoud van ons syndicaal werk. De discussie in de vakbond was gelanceerd. We hebben een hoogstaand eisenprogramma kunnen doen aanvaarden door het ACV en het ABVV. André Daemen heeft zich eens laten ontvallen dat dat één van zijn grootste flaters was van zich te laten vastpinnen op dat fameuze eisenprogramma van 1984. De mijnwerkers begrepen dat het geen slogans maar concrete eisen waren. Het is daaruit dat een beweging ontstaan is met een omvang en een diepgang... ongekend in Limburg.

Tegelijk zijn we beginnen werken aan onze massabasis. De mijnwerkers zijn vóór of tegen u, dat is onverbiddelijk. Veel delegees hadden schrik van de mijnwerkers. Na de stakingen van '66, '70 en '74 hielden zij zich ver van het volk. Maar wij hadden van de Boel geleerd dat je naar de mensen moet gaan. Jan Grauwels zegt tegen mij: "Jij kent heel Beringen met naam en werknummer". Dat is ongeveer zo. Maar ik probeer méér te kennen, ook de familiale toestand bijvoorbeeld. Ik onthoud dat ook en de mannen respecteren dat. Dat respect is stilaan gegroeid, dat krijg je niet zomaar. Mijn verkiezingsuitslagen illustreren dat. Van 98 stemmen de eerste keer naar 260 stemmen, en naar 805 stemmen nu. Je bouwt dat op door consequent te blijven, met altijd dezelfde principes'.

Sukun ölmedi, öldürüldü
('Sukun is niet gestorven maar vermoord')

In 1975 sluiten de leiders van de mijnwerkersvakbonden een vreselijke CAO af met de mijndirectie. De CAO beoogt een rendementsverhoging. 3.000 kilo per man en per dag is het streefcijfer. Het absenteïsme en het ziekteverzuim moeten dus aangepakt worden. Er worden 15 maal meer straffen genoteerd dan normaal. De 'putdokters' sturen zieke mijnwerkers weer aan het werk. Sukun, een Turkse mijnwerker met een hartziekte, wordt terug onder in het stof en de hitte gestuurd. Hij moet na korte tijd in het ziekenhuis opgenomen worden, waar hij sterft.

Dinsdag 11 mei 1976. Als het nieuws van zijn dood bekend geraakt, weigert tweederde van de ondergrondse mijnwerkers af te dalen. De waszaal wordt bezet. De Turken spelen daarbij een doorslaggevende rol. Directeur Goddeeris probeert met een racistische reflex de solidariteit tussen de Belgen en de Turken te breken. De Belgen zouden uitbetaald worden omdat 'zij belet worden te werken'. Goddeeris mislukt. Woensdag is de staking algemeen. Er wordt een stakerskomitee opgericht. De voorzitter is ... jawel, Luc Cieters!

In dat comité zijn zowel Turken als Belgen, zowel Italianen als Polen actief. Na drie dagen moet de directie de duimen leggen:

- de dokterscontrole zal fatsoenlijk gebeuren. De brutaalste verpleger wordt overgeplaatst;
- de directie zal straffen voorstellen in plaats van op te leggen;
- gelijk loon voor gelijk werk. Alle looncategorieën zullen aangepakt worden;
- de gebrekkige woonsituatie in de logementshuizen voor gastarbeiders wordt regelmatig gecontroleerd.

 
Luc Cieters: 'De vroegste herinnering uit mijn mijnwerkersleven is dat tafereeltje bij mijn aanwerving op de put. De aanwervingen in die tijd, dat ging in groep. Er waren nogal wat Turken in mijn groep. We moesten allemaal in de gang op een rij gaan staan. Directeur Goddeeris kwam ons inspecteren. Hij stelde een paar vragen. Hij vroeg naar onze naam, ons vorig beroep... Achter hem liep 'bultje', een bediende die zo genoemd werd omwille van zijn kromme rug. 'Bultje' had een notitieboek in de hand. Goddeeris vroeg ook aan mij: "Waar kom je vandaan?" Ik zei: “ik ben chauffeur geweest aan de dokken".

Naast mij stond een fors gebouwde vent stram in de houding, met de borst vooruit. Goddeeris: "En waar kom jij vandaan?" De man antwoordde: "Ik ben sergeant geweest bij de para's. En Goddeeris tegen 'bultje': "Schrijf dat maar op, zulke mensen heb ik nodig voor mijn bedrijf'. De para werd opzichter. Zulke mannen gebruikten ze om de Turken eronder te houden en hen het vuile werk te laten doen.

Ik heb het werk met de Turken gedeeld en leerde ze zo kennen. Een Turk heeft mij eens onder in de taille gezegd: "Hier niet normaal. Hier slechte werk. Hier alleen Turke werken. Turke, en nu ook linkse". Zij zagen dat. Zij wisten dat Vlamingen normaal dat vuile en gevaarlijke werk niet deden.

In die tijd gebeurden er veel gemene dingen met de Turkse mijnwerkers. Zij waren uit West-Duitsland buitengezet. Ze moesten grote sommen betalen aan tolken en aan mensen uit personeelsdiensten om hun legalisering in orde te krijgen. Ze kenden de taal niet. ze hadden het slechtste werk, het slechtste logement...

De dood van Sukun was de druppel die de emmer deed overlopen. En enkele maanden later, toen Rahmi in Zolder verongelukte, kwamen ook de Turken van Waterschei en Zolder in opstand. Willy Mebis en Jaak Schoolmeesters zijn toen in Waterschei afgedankt omdat zij de Turken wilden helpen. Zij hebben hun nek uitgestoken en echt een daad van anti-racisme gesteld.

Ik ben eens met de Turken mee naar Turkije op reis gegaan. Ik wilde eens gaan zien waar die mensen vandaan komen. Dan versta je waarom ze niet kunnen teruggaan'.

  
3 'Bij ons in Beringen verongelukten drie mijnwerkers per jaar'

Luc Cietcrs: 'Ik kom uit een dorp met veel dokwerkers. Regelmatig verongelukte er één aan de haven. Als ik vroeg waarom, zei mijn moeder: "Manneke, dat is den dok hé". Dan wist ik dat ik niet meer moest vragen.

Toen ik in de mijn begon, vroeg ik waarom er zoveel koolputters verongelukten. De ouderen zeiden dan: "Manneke, dat is de put hé'. Je voelde dat ze daar niet tevreden over waren. Maar aan de andere kant was dat een zó doorleefde ervaring... waar ze machteloos tegenover stonden. Ze aanvaardden dat als iets dat er nu eenmaal bijhoort. Dat nam ik dus niet. We zijn op zoek gegaan om daar iets aan te doen.

We zijn toen begonnen met informatie geven over de veiligheid, hoofdzakelijk van man tot man. Dat hebben we grondig aangepakt. Veiligheid is niet enkel het domein van de delegees, er is ook de veiligheidsdienst die het moet waarmaken. Soms heb je directies die verregaand veiligheid boven onveiligheid verkiezen. Ik heb het dan niet over kapitalisten en patroons, maar over directies: zij die een bedrijf moeten runnen. Maar we hebben al dikwijls ondervonden, als je volledige veiligheid wil. dan kom je ook met die directies in botsing. Want dan gaat het om macht. In het begin deden we 'goede voorstellen' Daar konden ze op ingaan, want die voorstellen leidden tot grotere veiligheid.

Die positieve ingesteldheid ontwikkelde zich. Uiteindelijk stelde zich dat als een zaak van macht. Wij waren van oordeel dat de leden van het veiligheidscomité meer macht moesten krijgen, meer armslag om rechtstreeks te kunnen tussenkomen. Dat wil zeggen; cheffen, ingenieurs en directeurs op hun plaats zetten als er onveilig gewerkt wordt, en afzetten als het moet. Voor mij is dat een aspect van arbeiderscontrole. Dan is men niet meer zo te spreken over uw positieve inzet. Dan struikelt men.

Jarenlang was men nochtans niet gestruikeld over de tientallen doden die onze mijn van Beringen opeiste. Van 1924 tot 1980 vielen er 165 dodelijke slachtoffers. In '73 verongelukten Jozef Lambrechts van Koersel, Fons Vanhamel van Koersel, Fons Alentijns van Kwaadmechelen en Mevlut Cal van Koersel. In '74 stierven Fons Meyen van Zolder, Jean Kennes van Heppen en Sami Gemicioglu van Koersel. In '75 Martin Ceuppens van Beverlo, Petrus Maes van Balen, Elio Rivera van Tessenderlo, Antonio Russo van Beverlo.

Onze opvatting over veiligheidswerk heeft resultaten opgeleverd. Statistisch verbeterde de veiligheid van veelvuldigheidsvoet 600 naar voet 300.

Als je de mijn van Waterschei bekijkt, ik had daar niet durven werken. Daar vielen soms 10 doden per jaar. Er is ooit een mijnwerker begraven op een stakingsdag. De mensen wilden allemaal naar de begrafenis gaan om afscheid te nemen van hun werkmakker.

Zo geraakte men echt gemobiliseerd rond de veiligheid. Het werd een strijdpunt, niet iets waar men een speelbal van is. Het was iets dat de massa beroerde. Wij hebben ons er op vastgebeten en er een juiste richting aan gegeven.

Op 8 maart 1984 doodde een methaangasontploffing in Eisden 7 mijnwerkers. Een zwarte dag. De ramp duwde het veiligheidsvraagstuk opnieuw naar voor. Een aantal delegees van Eisden hebben toen blok gevormd tegen de arbeiders die de directiegebouwen wilden bestormen. Jammer. Ons standpunt was: 'Veiligheid, daar moet je voor vechten'.

In een tijd dat veel mensen milieubewust worden, is het nodig te onderstrepen dat het belangrijkste milieu dat is, waarin de arbeiders leven en werken, het arbeidsmilieu. Ik bedoel hiermee dat een arbeider naar een fabriek of naar de mijn werk gaat vragen. Hij gaat zijn arbeidskracht verkopen. Hier stellen zich twee vragen. Ten eerste: aan welke prijs verkoop ik mij? Dat is het loon. Ten tweede: in welke omstandigheden moet ik dat loon verdienen? Dat is de vraag naar het arbeidsmilieu. Het milieu en de veiligheid benaderen als een persoonlijke keuze voor een gezond en veilig leven, dat is een individualistische betrachting. Voor de arbeidersklasse is dat niets meer dan een idealistische en valse droom.

Hugo Schiltz vertelde in diezelfde week in Humo over zijn 'mijnwerkerstijd'. Het waren volgens Schiltz achterlijke mensen die daar in het stof stonden te werken. Dat was niks voor Schiltz. hij ging opnieuw studeren. Met als herinnering 'achterlijke mensen', en niet 'achterlijke werkomstandigheden'.

Weet je, zes dagen na de ramp in Eisden werd in Waterschei produktie gemaakt met 5% mijngas! Een mijnwerker maakte die dag mee dat de vlam van een benzinelamp een paddestoel vormde en doofde. Dat was in pijler 3050. De GTM-toestellen moeten automatisch alle vier minuten het mijngasgehalte in de luchtstroom meten en doorseinen naar de bovengrond. Is dat gehalte hoger dan 1,5%, dan worden de elektrische toestellen automatisch uitgeschakeld, zodat men verplicht is het werk te stoppen. Bij 2% moet het personeel de werkplaats onmiddellijk verlaten. Was er in Waterschei aan de GTM "geknoeid"? Men maakte produktie met 5% mijngas.

Fons Thijs was lid van het veiligheidscomité in Eisden en lid van het hoofdbestuur van het ACV. Hij is bij de ramp in Eisden als een held gestorven. Na de explosie kwam hij een Turkse steengangdelver ter hulp. Hij verstikte in de koolstofmonoxyde. Hij was 37 jaar en liet een vrouw en 2 kinderen achter. Fons Thijs blijft een onvergetelijke man voor ons, militanten, die het vergif van het racisme altijd bekampt hebben. Als we zeggen: "In de mijn ziet iedereen zwart", dan denk ik soms aan hem.

Veiligheid is niet iets dat je in de schoot geworpen krijgt. Laten wij even terugkijken naar vroeger. Naar de tijd van de kolenslag in de jaren na de oorlog bijvoorbeeld. Minister Van Acker ging zelfs over tot stakingsverbod en burgerlijke opeisingen om het kapitalistische vaderland weer op te bouwen. En toen men dan toch nog onvoldoende Belgen kon krijgen omdat die een afschuw hadden voor de werkomstandigheden, voerde men de Italianen in. Het werd een kolenslag in plaats van een veiligheidsslag. De ramp in Marcinelle was daar het treurige gevolg van: 262 doden, waaronder voor de helft Italianen. Na Marcinelle en in het begin van de jaren zestig was er een massale uittocht van Vlaamse arbeiders uit de Kempense mijnen, op de vlucht voor de lage lonen en de werkomstandigheden. De patroons hebben toen weer misbruik gemaakt van gastarbeiders, Turken deze keer, om de werkomstandigheden te laten zoals ze waren.

Ik wil dus zeggen, rentabiliteit boven alles, betekent eigenlijk rentabiliteit ten koste van alles, en zeker ten koste van de veiligheid.

Wij vechten voor het openhouden van de mijnen, maar dan wel voor moderne en veilige mijnen. De veiligheid is een wezenlijk onderdeel van onze syndicale plicht.'

4 Ons syndicaal werk heeft een ruggegraat

Wij hebben al dikwijls moeten uitleggen: "Kijk, die strijd van ons mag niet gezien worden als een strijd van stuntmannen". Sommige mensen in de vakbond, delcgees, zeggen mij: "Jij bent een moedig man. Waar haal je die moed'.'" Ik ben eigenlijk niet zo'n moedig man. Ik probeer te luisteren, te kijken, te leren, en ik probeer toe te passen. Uit mezelf ben ik niet moediger dan anderen. Ik vind dat er in de mijn veel moedige mannen werken. De manier waarop die soms in de produktie moeten gaan! Nee. zo moedig ben ik niet. Eigenlijk neem ik weinig risico's.

Toch wordt het in de vakbond soms zo afgedaan: "Jullie zijn stuntmannen". Voila, daarmee zijn die mijnwerkers netjes geklasseerd, in een interview zei een mijnwerker: "Luc is iemand die het nooit opgeeft. Hij begint altijd opnieuw. Op een andere manier, maar altijd opnieuw". Dat is een kenmerk van ons, we geven het nooit op. Ik vergelijk dat met een fret, als een fret beet heeft, blijft hij bijten. Ik denk dat wij voor patroons een beetje als fretten zijn. Bijten en niet lossen.

Maar dat mag niet alles zijn. Terugblikkend kunnen we zeggen: "We hebben niet meer gedaan dan onze maatschappelijke en syndicale plicht van goed geïnformeerde, gevormde en georganiseerde mensen". Dat is ook een beetje wat sommige linksen en Debunne in de vakbond voor ogen hadden in 1970 met de arbeiderscontrole. Zij verwoordden dat zo: "Arbeiderscontrole is de mogelijkheid om met kennis van zaken verantwoordelijkheden op te nemen die men vrij wil aanvaarden, zonder enige integratie in het systeem". Wij geven daar een andere politieke dimensie aan. Maar 't is inderdaad zo dat wij goed gevormde en georganiseerde mensen zijn. Wij verzetten ons dus tegen dat idee van 'stuntmannen".

De drie facetten van onze strijd zijn de volgende. Een: wij werken op basis van een alternatief. Wij hebben principes en een principieel alternatief dat verregaand antikapitalistisch is. "Verregaand waanzinnig", zeiden sommige mensen in de vakbeweging toen we erover begonnen te praten. Twee: wij werken aan de democratie aan de basis. Drie: wij werken aan de democratie in de structuren. Rond 1979 lag de nadruk op het alternatief en de democratie aan de basis. Nu is de klemtoon vechten voor het alternatief en voor de democratie in de structuur. Als je niet vecht voor democratie aan de basis en in de structuur, is het gedaan met je alternatief. De delegees van '70, dat was een belangrijke generatie goed menende delegees. Hun probleem was het volgende: de strijd die ze voerden om hun bestuur of hun leiders tot andere standpunten te brengen, die strijd beperkten ze tot het bestuur. Ze begrepen niet dat je de massa moet betrekken in dat gevecht voor democratie. De strijd die je voert voor democratie is een strijd die je voert aan de basis.

In '70 reden ze naar Brussel, ze gingen naar Debunne om stakersgeld te vragen. Maar aan de eigen mijnpoorten kwamen ze zelden of nooit. Ze waren op de vlucht voor de kritieken van de mijnwerkers. Nochtans waren een aantal delegees voor de 15%. Maar ze hebben hun wil nooit kunnen doorvoeren. Ze hebben de mensen niet gemobiliseerd. Daar is dan die tendens uit gekomen om u niet te laten zien. Dat is een groot probleem dat wij wél opgelost hebben'. De 3 facetten hebben dus alles met elkaar te maken. Wij hebben ze niet uit de duim gezogen. Wij hebben ze leren kennen in de mijnwerkersgeschiedenis en in de mijnwerkersstrijd, maar ook daarbuiten, bij Boel, bij Scargill, in het Duitsland van de jaren '20 en '30. Een ander aspect speelt hier mee: onze interesse en bewogenheid voor de derde wereld. Als het bij de mijnwerkers over Zuid-Afrika gaat, ohlala! In Het Belang van Limburg verscheen een advertentie van GEMCOR om Limburgse mijnwerkers naar Zuid-Afrika te krijgen. Er was plots een discussie van voor- en tegenstanders. Het werd geen succes voor de ronselaars! We mogen over onszelf zeggen: we zijn links en we hebben een massabasis. Dan pas kan je je goed voelen in het arbeiderscircuit. Als je links bent en je hebt geen massabasis, word je triest en waarschijnlijk gek. Sommigen zoeken dan snel een positie in het apparaat. Maar eigenlijk moet je 'positie zoeken' in de massa. Je goed voelen in de arbeidersbeweging betekent voor mij links zijn en een massabasis hebben.

Bibliografie

(1) Nationale Centrale der Mijnwerkers van België (ABVV). Limburg, een brok geschiedenis... Brussel, september 1984, blz. 7.
(2) Geciteerd in:  G.  Goddeeris: Beringen-Mijn  1907-1982, Rotary Club Beringen, 1983, blz. 63.
(3) Goddeeris, o.c, blz. 64.
(4) Nationale Centrale der Mijnwerkers van België, o.c, blz. 46.
(5) Verklaringen afgelegd in de BRT-reportage 'Het Mijnalarm' van M. De Wilde, 1966.
(6) Het Volk, 14 januari 1966.
(7) T. van Overstraeten, Dossier Limburg, West-pocket 1970. blz. 47.

 

III 'Verover de harten en de geesten' (A. Scargill)

1. De novemberstaking van 1985, een spetterende vakbondsmotor 
2. Een spervuur onder het commando van Lamy 
3. Een ideologische dwangbuis   
4. 50 mijnwerkers van Waterschei gaan 'solo' 
5. De Generale: een doodskopvlinder
       De Generale moet betalen
6. Reconversie? Wat we nodig hebben is een politieke reconversie 
       Fernand Sannen op 1 mei
7. Een petitie 
8. De vakbonden op de vooravond van de staking 
Bibliografie  

1 De novemberstaking van 1985, een sputterende vakbondsmotor

'Waterschei krijgt geen nieuwe schacht', 'De mijnen moeten op termijn dicht' blokletterden de kranten eind oktober 1985. De parlementsverkiezingen waren nog maar één week voorbij en het mijnalarm luidde al opnieuw over Limburg.

De KS maneuvreerde al maanden behoedzaam naar een drastische sanering van verschillende mijnzetels. Dat was ook de clandestiene opdracht die KS-directeur Piet Vandergoten bij zijn aanstelling uitdrukkelijk van de regering had meegekregen. Maar sinds de stakingen van eind '84 bleef alles binnenskamers, achter de gesloten deuren van de cenakels van de Raad van Bestuur.

'Men was er zich op de KS van bewust dat traditionele dwarsliggers daaruit hun demagogische conclusies zouden trekken. Vandaar de beslissing het plan pas bekend te maken na de verkiezingen. (...) Dat was overigens bekend in beperkte kring, ook bij de belangrijkste politici. Maar zij hebben de belangen van KS en van de provincie hoger gesteld dan een eventueel tijdelijk electoraal voordeel', weet Het Belang van Limburg op 28 oktober '85 te melden. 'Nu vallen de lijken uit de kast', zei Van Miert. Maar hij vergat dat ook Willy Claes had gezwegen als een graf.

Op 30 oktober maakte de Raad van Bestuur de beslissing officieel bekend: 3.740 banen worden geschrapt, fusie van Waterschei en Winterslag tot één zetel, geen nieuwe schacht in Waterschei, de produktic wordt teruggeschroefd van 6,3 miljoen ton naar 5,5 miljoen ton. De beslissing was unaniem. Zelfs de afgevaardigden van de SP in de Raad van Bestuur stemden in met het plan. Dat waren senator Guy Moens, Johan Delanghe, gewezen kabinetsmedewerker van Willy Claes en professor Jozef Dillewijns. En twee dagen later schreef het SP-blad de Volkswil: 'Limburgse mijnen moeten open blijven". Volksverlakkerij ?

Het mijnwerkersantwoord bleef niet uit. En dan kwam aan het licht dat de sanering niet alleen omwille van de verkiezingen een jaar was uitgesteld! Op de eerste plaats moesten hindernissen weggewerkt worden. Want ook de vakbondsleiders hadden zich achter de barricades opgesteld die waren opgeworpen rond een onbeweeglijk status-quo meer bepaald behoud van alle mijnen, behoud van alle arbeidsplaatsen. Er was nog wat tijd nodig om hen te bewerken. Men sleutelde noest aan een mentale ouverture bij Daemen en Olyslagcrs. In één woord, zij moesten zó ver gebracht worden dat ze zouden erkennen: 'Natuurlijk moet iets gebeuren met de mijnen, iedereen beseft dat.(1)

Eind '85 oordeelde men dat het terrein voldoende geëffend was, nu kon doorgestoten worden. En waarlijk, de mijnwerkers kregen problemen met een sputterende vakbondsmotor. Er was nochtans een laaiend enthousiasme, die eerste week van november. 'De sfeer van de beste dagen', zeiden de militanten. "Genk staat in vuur en vlam voor zijn mijnen', titelde Le Soir op 7 november. Maar welk verschil met de kille atmosfeer in de syndicale hoofdkwartieren in Hasselt waar alles overheerst werd door schaamte, passiviteit en vlucht voor verantwoordelijkheid.

Maandagmorgen 4 november. Limburg kreunt onder één van die eerste echte winternachten met ijzel op de weg en bijtende vorst. Maar er is toch veel volk aan de 5 mijnpoorten. Overal hangen spandoeken en rode en groene vlaggen. De 24-urenstaking die de vakbondsleiders wilden afwimpelen als 'voorbarig' heeft succes, 's Morgens vroeg laat André Daemen (ACV) aan de BRT weten: 'Nee, nee, in Beringen is er weinig stakingsbereidheid'. Maar al in het nieuws van 8 uur wordt dat tegengesproken, ook in Beringen is de staking algemeen.

In de voormiddag laten André Daemen en Jan Olyslaegers (ABVV) aan minister Eyskens weten dat alles tot een eenmalige 24-urenactie zal beperkt worden. Maar aan de poorten gaan steeds meer stemmen op. Doorstaken, niet opgeven na één dag. 's Namiddags leggen de vakbondsleiders zich neer bij de eis van de basis.

Dinsdag 5 november. De staking is opnieuw algemeen. Heel de mijnstreek raakt in de ban van de staking. In het centrum van Genk worden drukke kruispunten en het station bezet. Autobussen met Ford-arbeiders worden een uur opgehouden. Mijnwerkersleiders verschijnen ook aan de schoolpoorten. 600 laatstejaarsleerlingen trekken onder aanvoering van Gerard Bijnens naar de mijn van Waterschei. In de Herenstraat worden zij door een kordon rijkswachters tegengehouden. Dreigend roffelen de rijkswachters met hun laarzen. Om een kloppartij te vermijden trekken de scholieren zich terug.

's Avonds komt het onthutsende bericht dat de staking wordt opgeschort. Directeur Vandergoten belooft de Raad van Bestuur te adviseren met de uitvoering van het plan te wachten tot na het overleg met de regering en de vakbonden. Dat is voldoende.

Voldoende dan voor André Daemen en Jan Baeyens, de secretaris van de mijncentrale van het ABVV. Want zij kondigen het einde van de staking aan, over de hoofden van iedereen heen. De delegees worden pas later ingelicht.

Op woensdag 6 november gebeurt wat de vakbondsleidingen niet verwacht hadden, maar de mijnwerkers wél. Aan de mijnen van Waterschei en Winterslag vormen de delegees opnieuw piketten. De staking blijft er volledig. En in Beringen staakt nog 75%. Luc Cieters: "Die dag heb ik aan de mensen in Beringen gezegd : "Als je nu binnengaat, zeg je dat het gevecht dat wij voeren voor méér democratie in de vakbond u niet interesseert. Dan geef je gelijk aan degenen die op een ondemocratische manier een staking stopzetten die wij op een democratische manier zijn begonnen. Dat is wat ik vandaag aan u voorleg." En ze beslisten buiten te blijven'.

Aan de piketten van Waterschei en Winterslag bereikt de strijdlust nu zijn hoogtepunt. Na een toespraak van 'Pipo' Saeys heffen 500 mijnwerkers een spreekkoor aan: "Actie! Actie! Actie!'

's Middags komt het tot een hatelijke rijkswachtprovocatie. In Waterschei staat een piket van 300 mijnwerkers, er is niet één werkwillige. Toch geeft burgemeester Gaethofs (CVP) het bevel het piket weg te slaan. Om 13u.l0 rukken 25 rijkswachters op. Zonder één woord uitleg beginnen ze onmiddellijk te kloppen. Zes mijnwerkers onder wie ABVV-afgevaardigde Franco Mirisola worden aan het hoofd verwond. Een zevende, de 27-jarige Turkse ACV-militant Ali Gezeci blijft roerloos liggen. Hij wordt met een ziekenwagen weggevoerd. In het André Dumontziekenhuis bevestigt men dat hij een zware hersenschudding heeft. Hij blijft in coma tot 's avonds.

De woede onder de mijnwerkers is groot. 'Ze mikten allemaal naar het hoofd. Ze wilden iedereen bewusteloos kloppen'.

Op 5 november werd de geboorte gemeld van een Genks kolenfront. Woordvoerder van dat politiek front is Louis Gaethofs. In een memorandum aan formateur Martens schrijft Gaethofs 'alle acties te ondersteunen die gericht zijn op het behoud van de tewerkstelling in de mijnnijverheid'. Fraaie woorden! Minder fraai waren de daden van de rijkswacht die handelde op bevel van diezelfde Gaethofs. nauwelijks één dag later.

's Avonds staat een massa mijnwerkers aan de poort in Waterschei. Er heerst een bedrukte stemming. Iets voor negen uur arriveert delegee Jan Grauwels. Hij komt uit een ABVV-vergadering. Hij heeft er vernomen dat formateur Martens het saneringsplan opschort. Het is muisstil als hij het woord neemt.

'Beste kameraden. Ik heb het moeilijk om nu tot u te spreken. Wij hebben drie dagen lang in gemeenschappelijk vakbondsfront, een prachtige staking gevoerd. Als wij deze strijd niet begonnen waren zou het saneringsplan nu in uitvoering zijn, dan zou Winterslag dicht gaan en dan zouden 3.740 mensen de straat opvliegen. Wij hebben dat voorlopig kunnen verhinderen. Ik zeg wel: voorlopig. Wij eisen dat formateur Marlens in zijn regeringsverklaring een tekst opneemt waarin staat dat de 5 mijnen open blijven en dat 20.000 mijnwerkers aan de slag kunnen blijven. Wij hebben op deze twee punten geen overwinning behaald.

Het valt mij daarom moeilijk u te vragen toch weer aan het werk te gaan. Maar ik denk dat we vandaag geen andere keuze hebben. Op onze vergadering vond een meerderheid dat we de staking moesten opschorten. We moeten daarom vandaag een tactische stap terugzetten. Het is zoals in de guerrilla, soms moet men één stap achteruit doen om daarna in gesloten formatie het hele land te veroveren. Dat is waarop wij ons moeten voorbereiden.

De mijnensluiters zullen met een nieuw plan komen. De wapenstilstand die wij vandaag aanvaarden zal dan ook maar tijdelijk zijn. We moeten de komende weken gebruiken om onze wapens aan te scherpen, om een grotere eenheid te bereiken tussen de vijf mijnzetels en, in sommige mijnen, een grotere eenheid tussen de mijnwerkers en de delegees.

Ik vraag u daarom met opgeheven hoofd binnen te gaan. Heel snel zal het ogenblik komen dat wij massaal in de aanval zullen gaan. En niet voor drie dagen, maar voor verschillende weken'.

Het blijft stil na deze toespraak. De mijnwerkers verspreiden zich in kleine groepjes. Slechts één iemand roept naar de delegee: 'Je hebt je jas gedraaid'. Omstaanders leggen de man het zwijgen op.

Na drie dagen staking aanvaarden de mijnwerkers, tegen hun zin, een tijdelijke wapenstilstand. Toch hebben zij in zekere zin ook déze slag gewonnen. De bourgeoisie dacht ver genoeg te staan om de vakbondsbesturen sluitingsplannen te laten slikken. De test mislukt. In de daaropvolgende wapenstilstand wordt de slag om de mijnen even hevig en even onverbiddelijk voortgezet, zij het met andere middelen. Het wordt de slag om de harten en de geesten van de mijnwerkers.

2 Een spervuur onder het commando van Lamy
De novemberstaking had laten zien dat de vakbondsvesting door de voortdurende aanvallen op de mijnnijverheid barsten en scheuren begon te vertonen. Vanden Avenne, de voorzitter van het Vlaams Economisch Verbond, Manu Ruys van De Standaard en Piet van Brabant van Het Laatste Nieuws, allemaal hadden ze eind oktober geschreven dat de mijnen op termijn dicht moeten. Martens had de novemberstaking kunnen stopzetten door de 'sluitingsplannen op te schorten'. Hij beloofde een 'adempauze', een wapenstilstand. En jawel, na de staking bulkte de hele geschreven pers van de argumenten. Allemaal koren op de molen van de mijnensluiters: 'Sluiting is financieel onafwendbaar', 'Sluiting is geologisch onafwendbaar', 'We zorgen voor reconversie', 'We zorgen voor een sociaal luik'. Met deze argumenten werden de mijnwerkers en hunvakbonden dagelijks bestookt. Het was een waar spervuur waarvoor professoren en editorialistcn, mijningenieurs en ministers, journalisten en allerlei 'mensen die de mijnen hartstochtelijk liefhebben' werden ingeschakeld: Mare Eyskens, Philippe Maystadt, Manu Ruys, Hugo Camps, Vic Van Rompuy, Patrick Dewael, Roger Renodyn, Piet van Brabant, Leo Verbiest, Eric donckier, André Lammens, Jan Veestraeten, Lou De Clerck...

Ook de grootste 'kanonnen' uit de politieke en economische wereld werden in stelling gebracht: Leysen van het VBO, Lamy van de Generale Maatschappij en Wilfried Martens. Zij haalden verschrikkelijk uit en Daemen en Olyslaegers plooiden, verslagen.

René Lamy, gouverneur van de Generale Maatschappij en bestuurder van Petrofina, toonde zich een prominent mijnensluiter, hard als diamant.

'Vlaanderen staat nu voor het probleem van de Kempense Steenkolenmijnen. Ook daar heeft men volgens mij ten onrechte gedacht dat wij in België toch enkele mijnen moesten openhouden. Ik denk dat men met mate dezelfde politiek had moeten doorvoeren die stapsgewijze al tot de sluiting van de Waalse mijnen heeft geleid. Die lijn werd daarentegen om louter politieke redenen onderbroken. Daarbij werd de onafhankelijkheid van onze energiepolitiek ingeroepen. Alsof je met een land zoals België een onafhankelijke energiepolitiek kunt voeren als er nog geen Europese is. Onze Kempische vrienden hadden dit moeten weten'. (2)

Wilfried Martens haastte zich zijn viool daarop af te stemmen: 'Hoe een redelijke toekomst voor KS uitstippelen? Mits de nodige reorganisatie heeft Cockerill Sambre een toekomst. Het kan rendabel worden. Voor Limburg is dat niet mogelijk, er bestaat op dat vlak geen perspectief...' (3)

André Leysen van het VBO plaatste een gevleugeld orgelpunt: 'Ik hoor dikwijls zeggen dat er een Gandois nodig is voor de mijnen. Ik geloof dat daar eerder nood is aan een moeder Theresa. Het beste wat men voor de Limburgse mijnen kan wensen, is dat de produktie stapsgewijze wordt stopgezet, dat een sociaal aanvaardbare dood volgt. Een waardige dood om het zo te zeggen'. (4)

André Daemen en Jan Olyslaegers raakten zwaar onder de indruk. En zo trokken ze naar de Ronde Tafel over KS van 13 december '85 en 30 januari '86. 'Volledige tewerkstelling' hadden ze vervangen door 'maximale tewerkstelling'. (Maar wat is 'maximaal'?). De 'nieuwe schacht' voor Waterschei werd de 'fusie van Winterslag en Waterschei'. 'Geen afbouw' werd 'afbouw, mits vervangende tewerkstelling'. En de 'kolenccntralc' werd een wervelbedje. Dit hellend vlak bracht hen uiteindelijk op een platform dat alléén tot resultaat kon hebben de fundamentele sanering te aanvaarden... mits een sociaal doekje voor het bloeden. Wilfried Martens was in zijn nopjes. Het is een bijzonder delicate concertatie (...) Ik breng hulde aan de vakbonden die woord hebben gehouden. Het vertrouwen dat het begin van deze onderhandeling kenmerkte, is niet geschonden'. (5)

De Ronde Tafel eindigde op 30 januari '86 zoals ze noodzakelijk moest eindigen, in de capitulatie van Daemen en Olyslaegers. Eén: de fusie werd bezegeld. Twee: de verliezen moesten teruggebracht tot een niveau 'waarvan de permanente financiering verzekerd is' Het was een publiek geheim dat hiermee de 6 miljard van de Vlaamse successierechten bedoeld waren. Daarmee was het lot van Waterschei, Winterslag en Eisden bezegeld, al hoedde men zich ervoor dat met zoveel woorden toe te geven.

Na afloop van de Ronde Tafel liet Martens zich ontvallen: 'Het probleem van KS is in een versnelling terechtgekomen'. (6)

En de weinig vakbondsvriendelijke Hugo Camps voegde er droogjes aan toe: Er is sprake van een doorbraak. De vakbonden hebben zich bij het onomkeerbare neergelegd. (...) Nu moeten op heel korte termijn ingrijpende saneringsmaatregelen genomen worden'.(7)

3 Een ideologische dwangbuis

Wat was er gebeurd met Olyslaegers? En wat met Daemen. die nauwelijks enkele weken eerder in de pers met de bijnaam 'Vlaamse Scargill' pronkte? (8) Men had de opstandige vakbondsleiders in een ideologische dwangbuis gewrikt om te verhinderen dat ze nog zouden stampen en slaan. Dat was de oorzaak van het vakbondsdebacle van de Ronde Tafel. Het keurslijf was hen mee aangepast door hun 'politieke vrienden', respectievelijk Luc Dhoore en Firmin Aerts (CVP) voor Daemen en Willy Claes (SP) voor Olyslaegers.

Willy Claes was van oordeel dat men niet tot in het oneindige deficieten kan blijven dekken'. (9) En Luc Dhoore oogstte in de Kamer CVP-applaus met de bewering: 'Wat nodig is, is een verantwoorde kosten-batenanalyse. De fusie tussen Winterslag en Waterschei juich ik toe'. (10)

De Volksmacht en Daemen echoden: 'Niet één Kempische mijnwerker ontkent dat saneringen onvermijdelijk zijn. (11) 'Maar we willen een eerlijke oplossing'. (12)

Eens zo ver waagden de 'vrienden' zich nog een stap verder: 'We moeten aan de mijnwerkers klaar de objectieven aangeven, ook al is dat pijnlijk. Het Limburgse Front was tot nu toe te zeer gericht op het behoud van wat er is'. (13) Claes riskeerde zich zelfs aan een liefdesverklaring aan het adres van ... René Brück, de man van de Generale Maatschappij én voorzitter van het KS-Directiecomité: 'René Brück is een industrieel die in heel Europa goed gekend is en waarvoor ik veel bewondering heb'.(13) En SP-senator Guy Moens, die al de hele tijd ongemakkelijk op zijn stoel in de Raad van Bestuur van KS zat te schuiven, wist er aan toe te voegen: 'De top van KS is bepaald niet verkocht aan de regering, noch aan de belangengroepen Hier en daar wordt wel een kruimeltje meegepikt. Dat is waar. Maar niemand mag vertellen dat de top van KS de mijnen wil liquideren'. (14)

Claes en Moens in bewondering voor de pionnen van de Generale ! Welke onverlaat zou het nu nog wagen te eisen dat diezelfde Generale voor de KS-kosten moest opdraaien?

Zo konden Lamy, Leysen en Martens hun slag thuis halen. Daemen en Olyslaegers hebben niet meer met de vuist op de Ronde Tafel geslagen. Ze hebben de regering en de KS-directie niet vlakaf gezegd: 'De verliezen van KS -8 à 10 miljard per jaar- wegen niet op tegen de 16,4 miljard netto-winst in '85 van de 'elektriciens' EBES, Unerg en Intercom'. Ze hebben de regering en KS-directie evenmin gezegd: 'De verliezen van KS wegen niet op tegen de 15,5 miljard netto-winst in '84 van Petrofina'. Zij hebben niet duidelijk gemaakt dat een ander energiebeleid, waarbij de energie-monopolies in gemeenschapsbezit gebracht zijn, het noodzakelijke en enige alternatief was.

4 Vijfhonderdvijftig mijnwerkers van Waterschei gaan 'solo'

Anno 1986 kon men het meemaken dat een delegee die zijn werkmakkers een brief van zijn vakbondscentrale voorleest, verheven wordt tot onruststoker, oproerkraaier en, ei zo na, terrorist. Jan Grauwels viel die eer te beurt op 4 februari. Hij had van zijn centrale een brief ontvangen waarin stond hoeveel arbeidsplaatsen in de mijnen van Waterschei en Winterslag zouden verloren gaan als het aantal pijlers in die mijnen zou teruggebracht worden tot zes of zeven.

Grauwels deed die dinsdagmorgen niet meer dan wat van een delegee verwacht mag worden; zijn mensen inlichten. Daarop weigerden 550 van de 880 mannen van de morgenploeg aan het werk te gaan.

Maar zo had niet iedereen het begrepen. Het BRT-journaal schilderde Grauwels af als iemand die een onverantwoorde 'solo-actie' ondernam. En, wat erger was, ook de leiding van de ABVV-centrale en de ACW-krant Het Volk (15) spraken in die zin. Het leek er sterk op dat men een delegee voor de wolven wilde gooien.

Achter de schermen had zich een belangrijke gebeurtenis voorgedaan. Op 28 januari stemde het hoofdbestuur van de ABVV-mijncentrale met 21 tegen 6 stemmen en 1 onthouding in met de fusie van Winterslag en Waterschei. Voor de linkse delegees was de fusie de vervloekte dijkbreuk waarna de sluitingsgolf alle mijnen zou overspoelen. Maar zij verloren het pleit. In het ACV kreeg Daemen ook al het bestuur op zijn hand, het principiële akkoord over de fusie en over de permanente financiering van KS door de Vlaamse successierechten werd goedgekeurd.

Daarmee werden de krachtsverhoudingen binnen de vakbeweging op de vooravond van de grote stakingen van '86 en '87 duidelijk. De linkse delegees hadden rechtstreeks aan de basis hun sterkste posities opgebouwd. Zij waren op hun mijn de 'woordvoerders', de belangrijkste delegees geworden. Zij hadden grote invloed in de militantenkernen van de vijf zetels. In het verleden hadden zij ook in de besturen van de centrales regelmatig meerderheden kunnen verwerven. Maar nu legde een grote meerderheid van de delegees zich neer bij de capitulatie van Daemen en Olyslaegers. Nu het er echt op aankwam, kon de leiding haar standpunten op de bestuursvergaderingen doorduwen. De linkse delegees konden binnen de besturen geen meerderheid meer winnen voor een principiële afwijzing van mijnsluitingen. Toch waren zij in staat, dankzij hun invloed aan de basis, de leiding van de mijnwerkersbeweging op zich te nemen.

Op enkele weken van het beslissende gevecht stonden de linkse delegees in dezelfde weinig comfortabele positie als Scargill in de Britse mijnwerkersvakbond op het einde van de jaren '60. De latere leider van de NUM moest toen ook vanuit een minderheidspositie stakingen voorbereiden en leiden.

De 'October Revolution' van 1969 is een mijlpaal in de geschiedenis van de NUM. De linkse vleugel van NUM -'Links'- bereidde in Yorkshire een staking voor om de arbeidstijd te verminderen. Toen het Nationaal Uitvoerend Bestuur weigerde in te gaan op een stakingsvoorstel van Yorkshire, besliste de districtsraad van Yorkshire met 85 stemmen tegen 3 toch te staken. Alleen de plaatselijke voorzitter, ondervoorzitter en secretaris waren tegen. De staking was wild. NUM-voorzitter S. Ford en de nationale NUM-secretaris L. Daly legden publieke verklaringen af tegen de staking, die in strijd werd geacht met de vakbondsregels.

Om deze staking te leiden en uit te breiden richtte Yorkshire Links een 'onofficieel' stakerskomitee op. De voorzitter en de secretaris van Yorkshire, die zich tegen de staking opstelden, werden uit de stakingsleiding weggehouden.

In het boek 'Scargill and the Miners' kan men lezen: "Vanuit een kamer boven het White Hart Hotel in Barnsley, een favoriete verzamelplaats van de mijnwerkers, organiseerden de linkse leiders de staking in Yorkshire en daarbuiten. A. Scargill: 'Wij vormden een onofficieel stakerskomitee dat de vier streken van het district Yorkshire vertegenwoordigde: Noord-Yorkshire, Barnsley, Doncastcr en Zuid-Yorkshire. Het eerste wat wij deden was onszelf afvragen of élke put in Yorkshire aan het staken was... De volgende stap was, elke andere put in Groot-Brittannië meekrijgen als we dat konden. Wij beslisten dat de beste manier daarvoor was vliegende piketten te organiseren." (...) Links ontwikkelde de dominostrategie. Op een bepaald ogenblik brachten de mijnwerkers van Nottingham hun vrouwen naar de poort om de vliegende piketten van Yorkshire te counteren. De volgende dag brachten de mannen van Yorkshire eveneens hun vrouwen mee.

Omdat de staking van '69 wild was, moesten de stakers zelf de anderen meekrijgen. De dagelijkse organisatie gebeurde per streek. In Barnsley en Doncaster verliep dat het best. Het overkoepelende Yorkse stakerskomitee, voorgezeten door Jim Oldham, steunde op de bestaande structuren in de streken. Daar mobiliseerden de stakingsleiders duizenden mijnwerkers voor de vliegende piketten. Later waren deze mannen de massabasis van waaruit Links haar aanval lanceerde op de districtsleiding van Yorkshire...(16)

130.000 mijnwerkers in 140 putten hadden het werk neergelegd. Vic Allan schrijft in zijn boek 'The Militancy of British Miners' dat de staking uiteindelijk moest worden stop gezet omdat er niet overal zoals in Yorkshire een stakerskomitee bestond en omdat er onvoldoende coördinatie was tussen de verschillende districten.(17)

Deze ervaring van Scargill leerde verschillende zaken. Ten eerste: Yorkshire Links startte een wilde staking toen, na strijd in de nationale structuren, bleek dat een erkende staking onmogelijk was. Ten tweede: om deze strijd te leiden werd een 'wilde' stakingsleiding opgebouwd rondom de syndicale krachten die de staking steunden. Ten derde: deze stakingsleiding leidde een publiek bestaan, had een gekend adres, legde publieke verklaringen af... Ten vierde: in deze staking verzamelde Links krachten aan de basis die zij achteraf inzette om haar posities in de vakbond te versterken.

5 De Generale: een doodskopvlinder

'Het wordt tijd dat we in het ABVV eens opnieuw aan de mensen gaan uitleggen wat een holding is'. Zo kwam een gepensioneerd mijnwerker tussen op het nationale congres van het ABVV in maart '86. De man had overschot van gelijk.

Dertig jaar geleden hield het ABVV zijn spraakmakend congres over 'Holdings en economische democratie'. André Renard besloot in zijn naschrift op de congresdocumenten dat de holdings in België 'een werkelijke dictatuur uitoefenen'. 'Men moet een einde maken aan deze dictatuur... (en) het domein van de holdings overdragen aan de natie'.

Al is de economische concentratie rond de holdings duizelingwekkend toegenomen, vandaag de dag moet je lang speuren om in de top van het ABVV zelfs nog maar een echo van deze ideeën van 1956 terug te vinden. Het is nochtans rond dat thema dat veel mijnwerkers een antwoord hebben gevonden op het grote ideologische offensief van de mijnensluiters.

Vanaf april "86 vond je op de helmen van de mijnwerkers stickers me! dit ordewoord: "De Generale moet betalen'. Dat was het resultaat van een intense 'tegencampagne'. Alle provocerende uitspraken tegen de mijnwerkers werden aangegrepen en 'van de nodige commentaar voorzien'. Dit intense werk van discussie en overtuiging leidde tot een radicalisering van de basis. De Generale Maatschappij, deze van oudsher geduchte tegenstandster van de opeenvolgende mijnwerkersgeneraties, kwam opnieuw in het vizier van de Limburgse mijnwerkers. Van 30 januari tot 1 mei 1986 verspreidde de PVDA bijvoorbeeld maar liefst 24 pamfletten aan de mijnpoorten. 'Het was muisstil in de waszaal, ieder wilde dadelijk weten wat er in die pamfletten stond'. En zo ging de wens van de oude mijnwerker op het ABVV-congres een beetje in vervulling. De anti-Generale-ideeën die als een verfrissende wind door die pamfletten waaiden, kun je vandaag ongeveer zo samenvatten als de Generale, die stond voor het opgeven in Limburg van 1,5 miljard ton steenkoolreserves. En tegelijk werden via Petrofina reusachtige steenkoolreserves in de Amerikaanse Appallachen opgekocht. Petrofina-voorzitter Adolphe Demeure de Lespaul had geen moeite zijn aandeelhouders te overtuigen: 'Steenkool is de brandstof voor het tijdperk na de petroleum. Men kan zeggen dat petroleum op industrieel vlak door steenkool zal worden onttroond. Het is op dat ogenblik dat wij klaar moeten zijn. Dan kunnen wij onze slag slaan'.(18) Petrofina had ook al de maatschappij Eurocoal opgekocht voor de verdeling van de Appallachen-kolen in Europa en met name in België.

De Generale, die stond voor een zware lobby voor een achtste kerncentrale, meteen de doodsteek voor een kolencentrale in Limburg. Terwijl de hete adem van Tsjernobil nog over Europa wolkte met zijn sleep van dood, ziekte en verderf, werd de Generale alleen gefixeerd... door de winstblos op de gezonde wangen van haar elektriciteitsdochters: Ebes, Unerg, Intercom. Een achtste kerncentrale dus. Het nucleaire aandeel van 70% in de energievoorziening -een schitterend wereldrecord voor de Generale- moest nog scherper gesteld. De blos moest nog meer kleuren.

De Generale, die stond voor nog een tweede handelshuis van steenkool namelijk: Transcor. Met Thomas Leysen, jazeker, de zoon van de vader -'een dynastiek trekje' volgens Trends- als directeur.

Zo was er een mijnwerker die op z'n helm iets geknutseld had. Het draaide als een molentje in de wind en droeg de tekst: 'Leysen wil ons nekken, om zijn zoon te spekken'.

Maar er was nog een andere link naar de Generale. De schaalvergroting en internationalisering van het economische leven, de titanenstrijd voor de verovering van de internationale markten midden de apocalyps van de wereldcrisis, de flitsende technologische revolutie, dat alles dwong de Generale Maatschappij -en de andere grote holdings en multinationale bedrijven- naar een nieuwe, aangepaste strategie, die de gedaante zou aannemen van een reusachtig geld- en werkverslindend monster.

Tien jaar lang voerde de Generale Maatschappij een politieke campagne om zich de middelen te kunnen verschaffen voor die nieuwe strategie. Ze ging steeds meer op het gaspedaal duwen. De regering móést het patronaat toelaten om meer en sneller kapitalen te accumuleren. Maar waar moest dat geld vandaan komen? De werklozen, de gepensioneerden, de zieken, de arbeiders... zij betaalden het gelag. 'Inleveren om het bedrijfsleven meer zuurstof te geven', zo vatte Wilfried Martens die kampanje samen. Daar bovenop kwam dan nog het budgettaire tekort van de Staat. De globale economie verstikte onder het verpletterende overheidsdeficit. Ook hier kwam Wilfried Martens de Generale tegemoet: 'We moeten alle taboes in de kleedkamer laten. (...) U kent de oorzaken van de kanker van de schuldenlast. De exploitatieverliezen van de openbare bedrijven is er één van. Men moet dus handelen'.(19)

Het resulteerde in het catastrofale crescendo van dat beroerde Sint-Annajaar 1986. Niemand kon nu nog ontsnappen aan de riot-gun van de volmachten met ondermeer een nieuwe indexsprong, vrije baan voor de flexibiliteit, een kruis over het VSO, verlies van ongeveer 15.000 jobs in het onderwijs (een studie van Mac Kinsey), 10.000 bij de post (een studie van Team Consult), 30.000 bij de NMBS (een studie van SOBEMAP), 5.000 in de scheepsbouw, en dan... de mijnen.

Het geld dat de Staat besteedde aan al die sectoren was voor de haute finance een grote verspilling en moest worden herschikt naar de spitssectoren.

 

De Generale moet betalen. Ook dat eisen de mijnwerkers. Hoeveel honderden mijnwerkers hebben die slogan niet gescandeerd op de betoging in Hasselt, op onze tocht naar de congressen van de openbare diensten in Brussel?

De saneringsplannen voor de mijnen werden uitgewerkt door het directiecomité van KS. Vier van de zes leden van dat comité zijn pionnen van de Generale. Via deze pionnen en via de regering voert de Generale haar offensief tegen de mijnwerkers. De Generale is ook de grootste aandeelhouder van Petrofina. Deze multi-national koopt kolenvelden in Amerika om steenkool in te voeren in België. Dat is eveneens een reden waarom zij de mijnen zo snel mogelijk dicht willen.

De Generale, André Leysen, premier Martens en een aantal vakbondsleiders zeggen ons: '20.000 jobs in KS? Dat is niet realistisch'. Ze willen daarmee zeggen: KS kost 13 miljard per jaar, dat is ondoenbaar. De miljoenenfraude van Vanden Boeynants, is dat wél doenbaar? De 300 miljard fraude jaarlijks, de 460 miljard intresten die de Staat jaarlijks aan de bankiers en de rijken uitbetaalt... is dat allemaal wél realistisch?

Ik zeg u, 20.000 mijnwerkers, tienduizenden staalarbeiders, de scheepsbouwers, 6.500 leraars, 10.000 postmannen, 30.000 spoorwegarbeiders... de straat opsmijten, dat is ondoenbaar, dat is niet realistisch! Wij moeten een einde maken aan deze politiek. De enige oplossing is een andere, een socialistische maatschappij. Daarom zeg ik: 'Haal het geld waar het zit, bij de banken, bij de holdings! Doe de Generale betalen!'

(toespraak op het 1 mei-feest van de PVDA in Brussel in 1986) 

Jan Grauwels

6 Reconversie? Wat we nodig hebben is een politieke reconversie!

Een vakbondsleiding die op een dwaalspoor zit en een basis die zich radicaliseerde. Veel invloedrijke mensen in de mijnwerkerswereld werden in die periode heen en weer geslingerd tussen beide, tussen moed en wanhoop, tussen strijdlust en berusting. Zoals de sirenen in het oude Griekenland de voorbijvarende schippers door hun betoverend gezang zochten te lokken en te doden, zo ook klonken nu verleidelijke stemmen die de mijnwerkersbeweging met 'reconversie' en 'vervangende tewerkstelling' in donker water wilden lokken, waar allen jammerlijk zouden verdrinken.

Het SEVI, het studiecentrum van de SP was druk doende met de voorbereiding van een colloquium: "Reconversie, een geldig alternatief voor KS'.

'Reconversie', het was heel bizar dat plots alle politieke mandatarissen in de mijnstreek dat magische woord in de mond namen: Van Velthoven (SP) en Aerts (CVP). Moens (SP) en Didden (CVP), Dewael (PVV). Want, waarom juist nu? Als men het werkelijk meende met die omschakeling, waarom telde Limburg dan 75.000 werkzoekenden en een werkloosheid van 23%?

Toch was het aanlokkelijk af te stappen van de eis om behoud van alle arbeidsplaatsen in KS, en 'wat goede wil en soepelheid' te tonen. Reconversie werd een sleutelwoord bij het debacle van de vakbondsleiders aan de Ronde Tafel. Daar had je Jan Baeyens bijvoorbeeld, de secretaris van de ABVV-mijncentrale. Op 29 oktober 1985 stemde het Statutair Congres van de ABVV-mijncentrale de volgende resolutie: 'Rekening houdend met ondermeerde bevolkingsaangroei in Limburg en de hoge werkloosheidsgraad, kan er niet gedacht worden aan een vermindering van de tewerkstelling in de mijnen'.(20) Maar aan De Morgen van diezelfde 29ste oktober ging Baeyens verklaren: 'Sanering in Limburg moet gekoppeld aan vervangende tewerkstelling'.(21) 

Maar ook anderen begonnen, nog schuchter," de bocht in die richting te nemen". Gerard Bijnens, ACV-dclegee van Waterschei, was één van hen. Hij zag de zaken zo: 'In onze provincie is er een enorm werkloosheidsprobleem. Na Reggio di Calabria is Limburg de tweede ergst getroffen streek van heel Europa. Als ze de mijnen sluiten wordt Genk een onleefbare stad, net als Liverpool. Genk zal letterlijk ten onder gaan aan zijn sociale problemen. De criminaliteit zal stijgen, en ook het drugprobleem zal groter worden. Veel mensen zullen het psychisch niet meer kunnen volhouden. Afvloeiing kunnen we desnoods nog aanvaarden, maar van afdanking mag in geen geval sprake zijn. Er moet dringend nieuwe werkgelegenheid komen'.(22)

En dan had je nog priester Jef Ulburghs. Nu het beslissende uur naderde, stond hij voor een beslissende keuze. De SP-top volgen in de goedkeuring van de sluitingsplannen of... de mijnwerkers steunen, tegen de SP-top in. Ulburghs aarzelde: 'In Limburg mag niet geraakt worden aan de tewerkstelling in de mijnen voor er resultaten zichtbaar zijn van reconversie of alternatieve tewerkstelling'. (23)

Maar de radicale ideeën van de meest linkse delegees en de kampanje van de PVDA begonnen meer en meer wortel te schieten bij de gewone mijnwerker. Zo werden veel twijfels en aarzelingen opgevangen en rechtgezet. Jan Grauwels (ABVV) was altijd beginselvast gebleven in zijn standpunt: 'Het is onduldbaar dat er één enkele werkloze bijkomt in een provincie waar 75.000 mensen op zoek zijn naar werk. Ik verzet mij niet alleen tegen afdankingen, maar ook tegen afvloeiingen'. (24)

En als kersvers verkozen SP-provincieraadslid vertolkte Lucien Maes van Doorbraak, ABVV-delegee in Waterschei, voor de provincieraad de mening van de mijnwerkers waarmee hij alle dagen leefde, werkte en discussieerde. Een emotionele tussenkomst, recht uit het hart: 'Ik heb al jaren geluisterd naar wat geleerde professoren en politici over mijn werk, mijn toekomst wisten te vertellen. Ik ben één van hen die dagelijks 1.040 meter afdalen om de enige rijkdom van onze provincie boven te halen. Als wij het woord reconversie horen dan zien wij maar één concreet ding voor ogen, we gaan onze job verliezen. Reconversie is een zoethoudertje. Waar staat die kolencentrale van 600 Mega Watt waarmee men ons de oren van de kop heeft gezaagd? Een achtste kerncentrale ja, die zal men bouwen. En waar zullen we in 1995 staan, als onze mijnen zouden worden gesloten? De gemeenschap zal dan nog altijd betalen voor dure steenkool. Maar het geld zou niet meer voor Limburg zijn, maar voor de energiemu­tinationals en voor het Apartheidsregime in Zuid-Afrika'. (25)

Het zag er stilaan naar uit dat ook deze aanval rond 'afvloeiingen' en 'reconversie' werd gecounterd. De mijnwerkers wilden niet toestaan dat er onherstelbare bressen werden geslagen in hun oorspronkelijk eisenprogramma van geen sluitingen, geen afdankingen, geen afvloeiingen. En de reporter van Knack kreeg enkele weken later van een mijnwerker ongezouten zijn mening: 'Wij lachen met het toverwoord reconversie. Eerst werk voor de 75.000. Wat we nodig hebben, is een politieke reconversie'. (26)

En dan verscheen 'Pipo' Saeys opnieuw op het toneel. Hij wilde de eenheid rond de aloude eisen nóg een keer bekrachtigd en betekend zien en lanceerde daarvoor zijn petitie.

 

Fernand Sannen. ABVV-afgevaardigde en voorzitter van het stakerskomilee in Beringen.

'Als we ons beperken tot de eis 'geen afdankingen', dan zullen onze mijnen binnen tien jaar niet meer bestaan. Martens zelf stelde voor tot de sanering van de mijnen te komen door 1.500 afvloeiingen per jaar. Om de mijnen te redden moeten we vasthouden aan onze eis: 'geen afvloeiingen". De vakbondsverantwoordelijen zijn afgestapt van die eis. Nu vragen zij 'een plaats voor KS in Vlaanderen'. Dat zal dan alleen nog een klein plaatsje zijn in het grote safaripark dat men van onze provincie wil maken. Men zegt: "Je moet realist zijn." Zoals bij Cockerill-Sambre? Daar waren in 74 nog 43.000 mensen aan de slag. Dank zij het 'realisme' zijn er nu dertigduizend staalarbeiders minder!

"Ik heb in het woordenboek opgezocht wat het woord 'afvloeiing' wil zeggen. Er zijn twee betekenissen: wegstromen, ontslagen worden wegens beperking van het personeel, dat is de eerste betekenis. De tweede is: met vloeipapier droogmaken. Welnu, het vloeipapier is meer dan verzadigd. In Limburg zijn er 75.000 werkzoekenden. Die zitten allemaal in het vloeipapier van Martens. Nu wil hij er de mijnwerkers nog bijsteken. Dat men het maar vergeet! Wij willen geen safaripark, en wij willen zeker niet de Indianen zijn in dat park".'

(toespraak op het 1 mei-feest van de PVDA in 1986 in Brussel).

7 Een petitie

In de stille sociale wijk tussen Hengelhoef en Kelchterhoef vind ik de 'thuis' van Roger Saeys. Iedereen kent hem als Pipo'. Hij spreekt met een hoge en hese stem. Af en toe streelt hij z'n snor, hij heeft de snor van Walesa.

De draad van 1984 moest weer opgepakt worden. Toen was er nog dat schoon vakbondsprogramma: geen werkplaatsverlies, en zelfs een nieuwe schacht in Waterschei. Bij ons in het ACV zagen sommigen op de hei in As de bulldozers al aan het werk voor die schacht. En verdorie, ze verschenen er nog ook! Maar 't was maar voor de show! Dan ging alles verwateren. Einde januari 1986 tekende de leiding het principe-akkoord met de regering. We wisten dat er iets niet pluis was. Wat was juist? Het standpunt van 1984: 'geen afbouw', of de ideeën van 1986: 'We moeten rendabel zijn; misschien moeten we toch...?' Wij wilden teruggrijpen naar de ordewoorden van 1984. We stelden een petitie op met de vraag: 'Staat gij nog achter die eisen?'

In onze mijn (Winterslag, n.v.d.r.) aarzelden de delegees om ermee te werken. De mensen van de vriendenkring van de PVDA zijn ermee rondgegaan: onder in de put en in de badzaal. Ze hebben een geweldig pak discussies gevoerd. Iedereen, man na man, werd voor de keuze gesteld: 'Wil je de mijn openhouden of geloof je in het fabeltje van de reconversie?' Het was een werk van weken.

In de andere mijnen hebben de delegees en militanten een echte petitieslag gehouden. In Waterschei stonden tien, vijftien man de mensen op te wachten. De petitielijsten lagen al klaar op een rijtje. Gerard Bijnens en Jefke Leurs van het ACV bijvoorbeeld en Janneke Grauwels, Lucien Maes. Tonio Ventura, Cieters en nog anderen van het ABVV: ze hebben allemaal samen de petitie tot een succes gemaakt: meer dan 6.000 handtekeningen! De mensen die later de staking in handen zouden nemen hebben elkaar gevonden in het werk met de petitie. Zo heeft de petitie het eisenprogramma van de staking én de leiding ervan helpen voorbereiden'.

Pipo Saeys, André Cant, en nog anderen: speciale figuren in de mijnwerkerswereld, mensen die van de studentenbeweging uit de woelige jaren '60 naar de arbeidersklasse zijn overgestapt.

'De contestatie is vlees geworden', zo noemden wij in die tijd de groeiende toenadering tussen studenten en arbeiders. "Waar is uw alternatief?' had men met overslaande stem naar de 'contesterende' studenten geroepen, in de hoop dat die sprakeloos in een hoekje zouden kruipen. Maar discussiërend over de sociale revolutie, begonnen de studenten meer en meer te spreken, te lezen en te schrijven over 'de arbeiders'. Dagen en nachten werden gevuld met urenlange gesprekken, koortsachtig op zoek naar de betekenis van het marxisme in de verschillende maatschappelijke domeinen. De universiteit bleek te klein en te beperkt voor zo'n elan, het was een ivoren toren. Plotseling was er een perspectief: de sociale explosie in Limburg.

Sinds de zomer van '69 waren enkele studenten onder in de mijnen gaan werken. Ze hadden gezien hoe de vakbonden de eis van 15% lieten vallen. Ze hadden ook goed het algemene ongenoegen opgevangen toen de CAO werd opgelegd waardoor de mijnwerkers in eerste instantie maar 4% kregen. Er groeide een arbeiders-studentenkern en op 11 december 1969 werd het eerste pamflet -in zes talen- aan alle mijnpoorten uitgedeeld. De pamfletten werden als warme broodjes 'verslonden' en overal in de mijnen opgehangen. Zij gaven richting aan de stakingsbereidheid die almaar groeide... Op 5 januari '70 brak de staking spontaan uit.

Honderden studenten uit Leuven en Gent spoedden zich naar Limburg. Daaruit groeide in de eerste stakingsweek 'Mijnwerkersmacht'.

De studenten werden met open armen ontvangen. Altijd stond er voor hen bij mijnwerkers thuis een maaltijd en een bed klaar. Op het einde van de staking was er zelfs een wijdvertakt net uitgegroeid waarin de studenten clandestien logeerden om aanhoudingen te vermijden,

Jef Houthuys (ACV) wist helemaal geen blijf met de populariteit van de studenten. 'En laten we in verband met dit conflict nu ook maar eens zeggen dat de studenten ons nu niet moeten komen vertellen wat een vakbond is. We hebben de strijd altijd alléén aangekund en zullen dit nu ook wel weer voor mekaar krijgen. We zijn ervan overtuigd dat onder de studenten, die zich nu solidair verklaren met de mijnwerkers, wel enkele idealisten zitten. Maar dan rijst bij ons arbeiders de vraag wat er van al dat idealisme en al die solidariteit straks nog zal overblijven wanneer deze heren dokter, advocaat, professor, rechter of notaris zullen zijn. Het is maar al te duidelijk gebleken in het verleden dat deze studenten van weleer zich nog bitter weinig om de arbeiders bekommeren'. (27)

Houthuys had veel studenten verkeerd ingeschat: Roger Saeys, 'Pipo', was één van hen. In 1986 werd hij, na 16 jaar mijnarbeid, voorzitter van het Centraal Stakerskomitee.

Andere studenten wilden niet in de arbeiderswereld blijven hangen. Zij waren eens 'uit de auto gestapt' om het landschap te bewonderen, maar ze wilden er 'niet blijven wonen'.

Hun bilan: 'De mijnstaking van '70 was niet de voorbode van het grote oproer. Veeleer ging het om een wat late erfenis uit de jaren '60. De climax, maar tevens de zwanezang van de contestatiebeweging' (28) Woorden van Paul Goossens. Goossens gaat dan wél voorbij aan de heropbloei van de revolutionaire stroming in de arbeidersbeweging vanaf 1970. Uit de samenwerking tussen arbeiders en studenten ontstond later in 1970 'Amada', de voorloper van de PVDA. Bovendien werd de mijnstaking de aanzet voor de opvallende heropflakkering van de klassenstrijd in het begin van de jaren zeventig. Er volgde een geweldige golf van spontane stakingen: Ford Genk. Vieille Montagne Balen, GM Antwerpen, Boel Temse en Cockerill Yards Hoboken. Citroen Vorst, Tessenderlo Chemie, Caterpillar Charleroi, Cockerill Luik, de dokstaking, Bell Geel... Het voorbeeld van de mijnen had België wakker geschud.

Pipo Saeys: 'Vanaf 1971 heb ik onder in de mijn van Winterslag gezeten. Ik leerde in die tijd een heel andere wereld kennen. Dat is één punt van wat wij 'de massalijn' noemen: leren begrijpen hoe de mijnwerkers zich voelen, hoe de mijnwerkers werken en leven. Het andere element is: je gaat als iemand die tot z'n twintigste heeft school gelopen, niet werken in een fabriek om op café te gaan met die mensen. Je moet niet achter de massa aanlopen.

We hadden gestudeerd, we waren capabel een economische en brede analyse te maken. We noemen dat 'een sectorlijn'. Shell, Petrofina, toekomst voor de steenkool en toch mijnsluitingen in Europa. We hadden óók het marxisme bestudeerd en eruit geleerd wat het socialisme concreet kan betekenen. We waren capabel dat aan de mijnwerkers uit te leggen. Zo zijn we ertoe gekomen dat de mijnwerkers na 16, 17 jaar intens werk verstaan: '"t Is de Société Générale die de mijnen sluit'.

't Is geen kunst te zien dat er in de massa ook negatieve kanten zitten, 't Is wél een kunst te begrijpen dat die zaken kunnen weggewerkt worden, en hoé dat moet'.

8 De vakbonden op de vooravond van de staking

Binnen de mijncentrales was alles volop in beweging. Na 25 maart, de dag waarop de regering aankondigde 'een begin te maken met de herstructurering van KZ', kwamen de gebeurtenissen in een stroomversnelling terecht. Olyslaegers drukte tegenover de pers zijn ongerustheid uit over de reacties van de achterban.

Op het Nationale Comité van de ABVV-mijncentrale van 27 maart schaarde een grote meerderheid zich achter het voorstel van de linkse delegees: stakingsaanzegging voor 31 maart, gemeenschappelijke militantenvergaderingen van ACV en ABVV op 5 april, betoging op 12 april. Jan Olyslaegers verzette zich niet tegen deze voorstellen, wat de meerderheid verklaart. Het besluit hield voorafgaand overleg met de ACV-leiding in.

Ik weet niet wat André Daemen allemaal aan Jan Olyslaegers heeft gezegd. Men kan alleen maar vermoeden dat hij Olyslaegers eens flink aan z'n oren heeft getrokken om hem duidelijk te maken dat met zo'n actieplan regelrecht naar een algemene mijnstaking werd afgestevend. Bij Daemen speelde overigens de berekening mee dat een mijnstaking op het ogenblik van het regeringsconclaaf het voortbestaan van de regering zou bedreigen.

Daemen en Olyslaegers hebben samen de volgende besluiten genomen. Eén: afzwakking van het actieplan. De stakingsaanzegging werd vervangen door prikacties; alleen de betoging bleef behouden. Twee: de betoging zou het einde worden van de eerste actiefase. De tweede fase zou pas starten indien de regering tijdens het conclaaf negatieve beslissingen zou nemen.

Olyslaegers verdedigde dit nieuwe plan met veel energie op het Uitvoerend Bestuur van 28 maart. Hij kreeg de steun van de meeste delegees. Alleen de linkse delegees stemden voor het oorspronkelijke plan.

Jan Grauwels: 'De prikacties en de betoging, dat waren twee toegevingen van Daemen en Olyslaegers. Zij wilden er gebruik van maken om stoom te laten afblazen, om een algemene mijnstaking te voorkomen. Maar wij hebben van die toegevingen gebruik gemaaktom het klimaat voor staking onder de mijnwerkers nog meer aan te wakkeren. Van de prikacties maakten we erkende 24-urenstakingen. De betoging van 12 april zagen we niet als een eindpunt, maar als een springplank naar de staking. Dat was ook de enige garantie om er echt een succes van te maken. Aan de ene kant hebben wij ons niet gehouden aan het kader dat Daemen en Olyslaegers ons wilden opleggen. Dat zou neergekomen zijn op eenheid met de leiding ten koste van de eenheid en de strijdwil aan de basis. Aan de andere kant is ons werk in de vakbondsstructuren essentieel geweest in de voorbereiding van de staking. De toegevingen die de leiding moest doen, de prikacties en de betoging, dat werden beslissende stappen naar de staking toe'.

 

Bibliografie

(1) Knack, 6 november 1985 (citaat van A. Daemen)
(2) Knack, 11 december 1985.
(3) Knack, 22 januari 1986.
(4) La Libre Belgique , 8 februari 1986.
(5) La Libre Belgique , 14 februari 1986.
(6) Het Volk, 31 januari 1986.
(7) Het Belang van Limburg, 1 februari 1986.
(8) Le Soir, 5 november 1985.
(9) De Morgen, 29 oktober 1985.
(10) Beknopt   Verslag,   Kamer   van   Volksvertegenwoordigers, 22 januari 1986, blz. 175.
(11) De Volksmacht, 8 november 1985.
(12) De Morgen, 6 december 1985.
(13) Toespraak voor de Limburgse Volkshogeschool, 6 maart 1986, geciteerd in Solidair, 3 april 1986.
(14) Het Belang van Limburg, 26 maart 1986.
(15) Het Volk, 5 februari 1986.
(16) M. Crick, Scargill and the miners, Penguin Books, Harmondsworth, Middlesex, 1985, blz. 44-46.
(17) V.L. Allan, The Militancy of British Miners, The Moor Press, Baildon Green, Yorkshire, 1981, blz. 155-159.
(18) L'Echo de la Bourse , 10 mei 1985.
(19) La Libre Belgique , 14 februari 1986.
(20) Congresbesluiten van de Centrale der Mijnwerkers van België (ABVV), 28, 29 en 30 oktober 1985, blz. 7.
(21) De Morgen, 29 oktober 1985.
(22) Solidair, 19 maart 1986.
(23) De Morgen, 6 december 1985.
(24) Solidair, 19 maart 1986.
(25) De Morgen, 14 december 1985.
(26) Knack, 30 april 1986.
(27) Het Volk, 16 februari 1970.
(28) P. Goossens en F. Vanhinsberg, De Vrijdagmorgen, bijlage bij De Morgen, 11 januari 1980.

 

Op "de trap" in de mijn van Waterschei. Jan Gauwels spreekt de arbeiders toe.
Gerard Bijnens (de man met bril) staat ernaast.

foto Solidair

IV Adieu au proletariat?
De start van de staking van '86

1. Een vulkaanuitbarsting: 12 april '86 
2. Een locomotief komt op gang  
3. Jan Grauwels en Gerard Bijnens moeten even zwijgen  
4. Een leiding, gegroeid uit de mijnwerkersrangen    
       Open brief Luc Cieters
5. De slag om Zolder  
6. Roodgroen  
Bibliografie   

Mensen die twijfelen aan de enorme energie die vervat ligt in een volk, mensen die het voortdurend hebben over 'de arbeiders willen en durven niet meer strijden' hadden daar moeten zijn, aan de mijnen, in de dagen dat de staking van 1986 losbarstte.

Enkele weken eerder, op 22 maart, hield het ABVV haar congres. Voorzitter Vanden Broucke had daar eigenlijk maar één grote boodschap, 'geen avonturen'. Hij werd op het congres prompt van antwoord gediend door een Luikse BBTK-afgevaardigde: 'Als het een avontuur was om in '83 de staking van de openbare diensten te veralgemenen, wel dan ben ik voor het avontuur. Men kan geen vakbond besturen zoals een verzekeringsmaatschappij. Men moet durven risico's nemen'. (1) Jazeker, er was wat irritatie. Waarom kregen de KS-delegees geen toelating zich tot het congres te richten met een oproep? Waarom had Vanden Broucke in zijn openingstoespraak de situatie in de mijnen van de dagorde afgevoerd als zou het geen onmiddellijk probleem zijn ? Nu was de ABVV-strategie afgestemd op de interprofessionele onderhandelingen. En dat betekende afwachten. Afwachten tot de regering haar dictaten in volmachtsbesluiten gegoten had.

Waren de arbeiders niet 'rijp' voor een algemene staking? De komende weken zouden het tegendeel bewijzen. Zoals zij ook het tegendeel bewijzen van wat de Franse filosoof André Gorz beweert in zijn boek 'Adieu au prolétariat'. Gorz ziet maar weinig revolutionaire krachten werkzaam in de arbeidersklasse. Blindheid?

1 Een vulkaanuitbarsting: 12 april '86

Op geen duizend na met zekerheid ie zeggen, maar alleszins met twintigduizend of meer stonden ze trappelend van ongeduld klaar op en rond het Kolonel Dusartplein. Klaar voor de mars door de Hasseltse binnenstad, de allergrootste betoging die Hasselt ooit zag.

Een kwartier voor het officiële startsein zou worden gegeven, barstte de betoging open. Er was geen houden meer aan. Een duizendkoppig blok, arm in arm en bijna in looppas, trok heel de betoging op sleeptouw. Dit was geen opstappen meer, dit was een reusachtige charge. De ordediensten van de vakbonden probeerden de massa nog even te laten wachten. Tevergeefs. 'Dit is als een vulkaan die uitbarst', zei BRT-journalist Johan Depoortere. Het galmde door de straten, in grote spreekkoren: 'Martens buiten, mars op Brussel", 'de Generale moet betalen', 'behoud van 20.000 jobs', 'algemene staking nu'. Ook de verslaggever van het Belang van Limburg raakte in euforie en schreef over 'een overdosis geestdrift' en over 'oprukkende troepen, aan iedere controle ontsnappend'. (2)

Fel toegejuicht door het gros van de Limburgse deelnemers stapten de delegaties uit de rest van Vlaanderen en uit Wallonië: de scheepsbouwers van Temse, het ABVV van FN-Herstal, de LBC uit Antwerpen...

De mijnwerkers beschouwden zich als de voorhoede van de arbeidersklasse. Ze voelden dat het in hun macht lag de vonk te slaan in een nationale stakingsbeweging tegen de sociale afbraak. Vandaar dat hartelijke welkom.

Op de slotmeeting werden de mijnwerkersdelegees letterlijk het podium opgeschreeuwd. En dan verschenen ze onder roffelend applaus op het verhoog: Luc Gieters, Jan Grauwels, Gerard Bijnens, Jef Ulburghs... Maar de organisatoren schakelden plots de micro's uit. De delegees moesten zich met megafoons behelpen. Twee lijnen in de vakbonden, twee opvattingen hoe het verder moest. Limburgs ACV-voorzitter Rik Nouwen had aangekondigd: 'Voorlopig worden de prikstakingen opgeschort' en Jan Olyslaegers vertelde dat over afvloeiingen in Genk kon gepraat worden. Veel delegees zagen dat anders.

Luc Cieters: 'Daemen en Olyslaegers beweerden dat de staking nog niet hoefde. Een betoging, oké, maar daarna een rustpauze om het Sint-Anna-conclaaf af te wachten. Maar wij wilden overgaan van een defensieve houding naar een offensieve. Er was geld om de mijnen open te houden. Dat wilden wij afdwingen van het SintAnna-conclaaf. Wij wilden geen nieuw sluitingsscenario. Wij wilden een toekomst. Voor wie de betoging heeft meegemaakt is het duidelijk dat dat de laatste repetitie was voor een staking. Zoals de groep mijnwerkers die betoging in handen nam: dat was nog nooit gebeurd. De eis van de vakbondstop 'Werkgevers is gelijk aan werk geven", niemand heeft die eis gehoord. Het was duidelijk wat de eisen waren. Het eisenprogramma was gekend. Iedereen stond daar achter. Twee of drie dagen na de betoging zijn we in staking gegaan.'

 
2 Een locomotief komt op gang

De uitbarsting van 12 april moest een vervolg krijgen, ook al omdat de ministers Maystadt, Gol en Eyskens het niet konden laten de ene vernietigende verklaring na de andere over KS af te leggen.

Jan Grauwels: 'Na de betoging in Hasselt wilde het volk vooruit, maar de vakbonden duwden op het rempedaal. Dat gevecht heeft twee, drie dagen geduurd. Maandagmorgen, 14 april, was Panorama op de put. Ze wilden de start van de staking filmen. De volgende dagen mochten die mensen er niet meer in van de directie. Zo hebben zij de start toch nog gemist.

De badzaal stond op stelten die maandagmorgen. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over. Iedereen sprak over de betoging in Hasselt en over het pamflet van de PVDA met de oproep in staking te gaan vooraleer de regering zou beslissen.

Gerard Bijnens twijfelde nog. André Daemen had hem zondag gezegd af te wachten wat er op Sint-Anna uit de bus zou komen. Maar de mijnwerkers vroegen: "Gaan wij zomaar als makke schapen over onze toekomst laten beslissen?" Sinds '84 hadden wij met Gerard alles samen gedaan. Samen waren we met de petitie rondgegaan, samen stonden we op het podium in Hasselt. Het moest ook nu in eenheid gebeuren. Daarom heb ik niet echt de vlam in de pijp gestuurd. Ik zei: "Jongens, wat zaterdag gebeurd is, die betoging, dat was fantastisch. Eigenlijk zou dat vuur nu moeten blijven branden".

Op de eerste rijen bekeek iedereen elkaar. Het was tien seconden stil. "Wie durft als eerste de trap opgaan?" vroeg iemand. Het was een beetje de vraag: "Wie durft nu eigenlijk de stakingsbreker spelen?" Want op dat moment was 't staking. Iedereen bleef staan, ze keken zo... "Wie durft nu als eerste de trap op?" Na twintig seconden reageerde toch iemand: "Vooruit, we zullen maar gaan werken". En ze gingen naar boven. De journalist Johan Depoortere kwam me in het oor fluisteren: "Hei, Jan, 't was bijna prijs hé. Had je hen aangemoedigd, dan was 't staking geweest".

Dinsdagmorgen was er opnieuw rumoer in de badzaal. Ik ben beginnen speechen: "Kijk jongens, normaal moeten we in staking gaan". Moske Mantels (ABVV-delegee n.v.d.r.) kwam de trap op: "Neenee-nee, we moeten wachten!" "'t Is nu het goeie moment, Martens zit op hete kolen", antwoordde Herman Vermeulen. Bonanno (ACV-militant n.v.d.r.) nam de megafoon over: "Daar moet je niet naar luisteren. Je moet gaan werken". In die wirwar zijn de mensen gaan werken. Omdat er geen eenheid was, omdat er discussie was aan de trap gingen de mannen werken.

Toen de morgenpost die middag bovenkwam, waren de mensen echt woest. Heel de dag waren er onder in de put krakende discussies geweest: "In Brussel valt de beslissing en wij moeten werken alsof er niets aan de hand is!". Het zag zwart van het volk aan de badzaal. Jan Baeyens, Toine Cuyvers en Guido Bergen (vakbondsvrijgestelden n.v.d.r.) waren daar ook. Het contrast was enorm. Aan de ene kant: wij, met een aantal militanten en heel het volk dat bij ons kwam staan... en zij stonden daar aan de andere kant van hun oren te maken en ze hadden niks te zeggen, ze stonden alleen.

Gerard Bijnens was die dag afwezig. Dat was een probleem. Maar langs de andere kant was het geduld van de mijnwerkers niet eindeloos. De staking was volledig gerijpt. We konden niet langer wachten. Woensdagmorgen is het werk opgeknapt door een aantal vakbondsmilitanten en door de vriendenkring van de PVDA. Dat zat echt goed ineen. Iedereen is naar buiten gegaan. Er waren maar zes twijfelaars en ook dié kwamen buiten. Het is kras hoe dat zo gegroeid is.

Eyskens had op het SintAnna-conclaaf laten horen dat drie mijnen zonder pardon dicht moesten. Dat deed voor de laatste twijfelaars de deur dicht. De mensen wilden de kat niet langer uit de boom kijken. Iedereen wist dat de regering haar plannen ging doorvoeren. De mijnwerkers zouden niet zomaar een deksel op hun put laten leggen. Voor hen was de tijd rijp. Veel arbeiders in heel België stonden klaar om tegen het SintAnnaplan in staking te gaan. Het was het geschikte moment voor de tegenaanval.

Een mijnwerker van Waterschei vertelt: 'En zo hebben we woensdag de zaken zelf in handen genomen. De vakbondsinstanties wilden de staking niet beginnen. Dat betekende dat Jan Grauwels en Gerard Bijnens ze moeilijk konden uitroepen. Maar wij wisten ook dat zij ons zouden steunen. Zij hadden ons nog nooit in de steek gelaten. Wij waren zeker van ons stuk. In de mijn van Waterschei was de vriendenkring van de PVDA heel actief. Op de vriendenkringvergadering hadden we afgesproken een massa enquêtes te doen bij de mijnwerkers. Wij wilden weten of zij wel écht bereid waren in staking te gaan. Het was tegelijk ook een sensibilisatie. Wij zijn geschrokken van het resultaat, meer dan 80% van de mijnwerkers wilde in staking gaan en nog wel tot het einde, tot de eis ' 20.000 in KS' ingewilligd zou zijn.

Als gewone mijnwerkers en vakbondsmilitanten spraken we onze werkmakkers aan: "Gerard en Janneke zullen u straks wel toespreken." "Alle argumenten van 'wachten, wachten' zijn fout." Zo hebben we aan de badzaal aan de mensen gevraagd de staking te starten, voorlopig zonder erkenning. En toen we alles voor mekaar hadden, toen niemand ging werken, hebben we onze delegees gevraagd ons te steunen. En dat hebben ze gedaan ook. De mensen begonnen te scanderen: "Actie, actie!" Spontaan trok iedereen terug naar buiten. Diezelfde morgen barstte de bom ook al in Winterslag. Vanaf half  vijf  's morgens vormden zich groepjes aan de mijnpoort. Eerst bleven er twee mijnwerkers staan, dan drie. vijf, dan zeven, dan negen. Een aantal strijdbare mijnwerkers, ondermeer leden van de vriendenkring van de PVDA, nam het initiatief in handen. Roger Saeys kreeg het al dadelijk aan de stok met ACV-delegee Carlucci en met 'Sneeuwwitje', de Marokkaanse ABVV-delegee.

Intussen gingen maar 115 mijnwerkers van de vroege ploeg naar binnen. Dat betekende dat 900 mannen buiten bleven staan. Uiteindelijk kwamen er nog 65 opnieuw naar buiten. Op vijftig arbeiders na was de staking in Winterslag volledig. De sfeer was bijna feestelijk: 'Geen mijnen dicht. Geen afdankingen of afvloeiingen. Wij willen eindelijk een positieve beslissing voor KS'. 's Middags werd ook in Beringen het werk neergelegd.

3 Jan Grauwels en Gerard Bijnens moeten even zwijgen

Woensdagavond, 16 april, roepen Daemen en Olyslaegers in allerijl hun bestuursvergaderingen samen. Het is de bedoeling de staking snel en met harde hand de kop in te drukken. Daemen en Olyslaegers beroepen zich op uitspraken van Martens... om de staking op te schorten, in afwachting van nieuwe gesprekken tussen de sociale gesprekspartners.

In de besturen komt maar weinig reactie los. Hoe reageren de mijnwerkers? Diezelfde avond, al tegen de klok van tienen, komt delegee Carlucci in Winterslag aan. Hij brengt verslag van de bestuursvergadering en wordt op awoert-geroep onthaald. 'Doordoen, doordoen! Staking, staking!' klinkt het. Donderdagmorgen, 17 april, blijft de staking in Winterslag algemeen. Alleen enkele delegees trekken naar binnen.

Na afloop van de bestuursvergaderingen spoeden ook Gerard Bijnens en Jan Grauwels zich naar het piket. 'Wij doen door. Wij stellen onze eisen. De regering moet buigen of barsten' horen zij daar. Die nacht houden zij ruggespraak met de ACV-militanten Harry Posikata en Jefke Leurs. De staking moet doorgaan. Om grote moeilijkheden in de mijncentrales rond Bijnens of Grauwels te vermijden, wordt afgesproken dat Harry Posikata het woord zal voeren aan het piket.

In de kleine uurtjes worden vakbondsmilitanten en hoofdopzichters uit hun bed gebeld: 'Zie dat je straks om half vijf op post bent. Je moet je mensen overtuigen buiten te blijven. Gerard en Jan zullen pas het woord nemen als de staking een feit is'.

Donderdagmorgen, nog voor het krieken van de dag, verschijnen de vakbondsvrijgestelden Toine Cuyvers, Sergio Canini en Guido Bergen aan de poort. Van half vijf tot zes nemen ze de tijd om de mensen ervan te overtuigen de staking stop te zetten. Maar ieder doet zijn werk zoals afgesproken. De vrijgestelden worden overal tegengesproken: 'Als we nu doordoen, durven zij geen mijnen sluiten. Wij willen een positieve beslissing, 20.000 in KS'.

Gerard Bijnens en Jan Grauwels komen in deze discussie niet tussen. Ze zwijgen. Jan Grauwels: 'Echt waar, 't werd me warm aan het hart al die militanten zo bezig te zien. Zij wisten waarom en hoe. Ze bewezen gevormde militanten te zijn en 't was goed voorbereid'. Niemand gaat naar binnen. Om zes uur nemen Grauwels en Bijnens eindelijk het woord: 'Wij moeten constateren dat de mensen niet akkoord gaan met de beslissing van het bestuur. Die beslissing wordt door een overgrote meerderheid verworpen. Kameraden mijnwerkers, wij zijn uw delegees; door u verkozen, wij blijven eeuwig achter u staan'. Op dat ogenblik verdwijnen de vrijgestelden stiekem van het toneel.

Op de bestuursvergadering heeft Jan Grauwels afgesproken: 'Spreken jullie een uur met de mijnwerkers; ik zal het op vijf minuten houden'. Grauwels heeft de toestand juist ingeschat. Daemen en Olyslaegers verliezen.

De mijnwerkers gaan voort op hun elan. Diezelfde dag schrijven zij één van de mooiste bladzijden uit het mijnwerkersverhaal, namelijk de slag om Zolder. Maar eerst zorgen zij ervoor niet met lege handen ten strijde te trekken, de stakerskomitees worden opgericht.

4 Een leiding, gegroeid uit de mijnwerkersrangen

Met de megafoon riep Harry Posikata de vakbondsmilitanten en de mijnwerkers op om 8 uur naar het lokaal van de Turkse Eenheid te komen, in de Herenstraat, in de schaduw van de mijntorens. Daar werd het stakerskomitee van Waterschei opgericht.

Harry Posikata: 'Zonder de stakerskomitees stond de staking nergens. Ze werkten zoals de vakbonden eigenlijk zouden moeten werken, ze namen de eisen van de mijnwerkers over. In open en democratische vergaderingen werd de toestand iedere dag besproken en werden de acties gepland, ledereen kon het woord nemen en z'n ideeën verdedigen. Vanaf de eerste dag moesten we het probleem oplossen hoe de staking goed en stevig te organiseren. We waren geconfronteerd met het feit dat de vakbondstop de staking niet steunde. Een aantal mijnwerkers en vakbondsmilitanten deden daarom aan het piket de oproep een comité te vormen. Op de eerste bijeenkomst waren dertig mensen uit onze put aanwezig: vakbondsmilitanten en gewone mijnwerkers, uit het ACV en uit het ABVV, Belgen en gastarbeiders. Ik werd tot voorzitter verkozen. We konden van start gaan.

Het hele patronaat eiste al jarenlang dat de mijnen gesloten werden. De regering wilde hun eisen nu inwilligen. Wij zeiden : "Nooit!" Wij wilden geen jobs opofferen voor de geldzucht van de patroons. Wij waren aan iets groots begonnen en wilden doordoen tot we voldoening kregen.'

Jan Grauwels en Gerard Bijnens hebben die donderdagmorgen mee het stakerskomitee van Waterschei opgericht.

Jan Grauwels: 'Op die eerste vergadering zijn een paar fundamentele zaken besproken. In het begin van de vergadering werden alle eisen van de petitie één voor één op een groot bord geschreven. Toen de zin 'Behoud van 20.000 werkplaatsen op KS' op het bord verscheen, strubbelden Gerard Bijnens en Jef Leurs tegen: "Dat is toch niet realistisch. Er zijn nog maar 18.500 mijnwerkers." Maar '20.000'. dat was de eis van de betoging. Dat was de eis van de vakbond in '84. Wij wilden dat trouw blijven. De 1.500 afvloeiingen sinds '84 konden we niet goedkeuren. In onze ogen waren zij een stap naar de sluiting. Iedereen ging tenslotte akkoord. Het bleef ' 20.000 in KS'.

Wat is de rol van het stakerskomitee? Dat was de tweede discussie. Volgens Gerard en Jefke was het de bedoeling de staking te doen erkennen. Daarna moest de vakbond de zaak in handen nemen. Maar wij wilden een staking rond ónze eisen. Wij wilden een actieve staking. Daarom moest het stakerskomitee na een eventuele erkenning blijven voortbestaan.

Tenslotte spraken we af om die middag een vliegend piket uit te sturen naar Zolder. Dat was op z'n Engels, de tactiek van Scargill en zijn kameraden, vanuit de sterke putten naar de andere gaan om één algemene beweging vanuit de basis op te bouwen. Op hetzelfde ogenblik werd ook het stakerskomitee van Winterslag opgericht. Daar werd Richard Deschutter, een ABVV-militant, door de vijftig aanwezigen, tot voorzitter verkozen.

Roger Saeys had die voormiddag een persconferentie belegd om de resultaten van de petitie aan de pers mee te delen. Wij zijn er met de twee stakerskomitees naartoe getrokken. Er heerste een groot enthousiasme. Niet alleen Saeys, maar ook Posikata en Deschutter, de twee voorzitters, hebben er gesproken.

Tegenstanders van de staking hebben rond deze persconferentie stemming gemaakt: "'t Is allemaal Saeys, 't is een PVDA-comité, ami-syndicaal..." Maar je kunt er niet omheen, de stakerskomitees werden vooral gedragen door vakbondsmilitanten en delegees. Er waren mensen bij van verschillende politieke stromingen en partijen, naast politiek niet-georganiseerden.

Wij hebben rond deze persconferentie twee fouten gemaakt. Ten eerste was het fout de persconferentie over de petitie om te vormen tot een persconferentie over de stakerskomitees. Het ging om twee verschillende zaken. Wie achter de petitie stond, was het daarom nog niet noodzakelijk eens over de vorm van de stakingsleiding. Een persconferentie over de petitie alléén -waar wél eensgezindheid over was- zou al mooi geweest zijn om de eisen bekend te maken. Ten tweede was het fout het initiatief voor een centrale stakingsleiding maar van twee mijnen te laten uitgaan. In Beringen bijvoorbeeld werd de staking geleid door zes van de acht syndicale delegees. Zij hadden nog geen stakerskomitee gevormd en werden niet uitgenodigd. Wii lieten hen links liggen.

Deze fouten maakten het voor de leiding van de mijncentrales gemakkelijker twijfelende delegees tegen de stakingsleiding op te zetten en de linkse delegees kregen het moeilijker om toe te treden.

Oké, de stakerskomitees waren er. De staking kreeg een gezicht. Men kon zien dat er een leiding was. Dat waren allemaal belangrijke winstpunten op ons palmares. Daemen en Olyslaegers voelden alles uit hun handen glippen. Daarom besloten zij een paar dagen later de staking toch maar te erkennen.

 

Ook in de andere mijnen hebben delegees en militanten van het ACV en het ABVV hun verantwoordelijkheid opgenomen. Zij volgden het voorbeeld van Jan Grauwels, de enen aarzelend, de anderen vastbesloten.

Luc Cieters schreef zijn Open Brief:

18 april 1986.

Een delegee en de mijnstaking

Twee dagen geleden hebben de besturen van beide vakbonden opgeroepen het werk te hervatten. Wij, als syndicale afgevaardigden van de mijn van Beringen, hebben de resolutie van de besturen voorgelegd aan de mijnwerkers. Wij hebben ons onthouden van commentaar. We keken naar de reacties van de mijnwerkers. De meerderheid is in staking.

Tegen mijn gewoonte in heb ik een dag gekeken naar een staking. Geen oproepen, geen richting gegeven, maar de tijd gehad om te praten met en te luisteren naar de mijnwerkers. Maar zo'n houding kun je je als afgevaardigde van de vakbond niet lang permitteren. Een staking zonder leiding, zonder duidelijke eisen, brokkelt immers af. Mijn houding was ook ingegeven door het feit dat een meerderheid in het bestuur beslist had. Maar als de arbeiders die beslissing verwerpen, moet er een nieuw bestuur komen waar men normaal gezien z'n mening herziet. Dit leek mij de kortste weg naar de erkenning van het feit dat de mijnwerkers staken.

Nu, vandaag, is het duidelijk. De mijnwerkers staken, er zijn juiste eisen en er zijn leidingen gegroeid uit de basis.

Ik doe een oproep aan alle delegees van beide vakbonden. Wij kunnen niet langer aan de kant blijven staan. Wij moeten de eisen steunen. Wij moeten de stakingsleidingen met onze ervaring helpen en onze leidingen vragen aan te sluiten bij deze eisen en stakingsleidingen.

De staking is kordaat. Het is onze verantwoordelijkheid geen breuk te laten ontstaan tussen de vakbondstop en de mijnwerkers. De mijnwerkers hebben hun vakhond nodig. De vakbonden hebben de mijnwerkers nodig.

Luc Cieters ABVV-afgevaardigde Beringen

5 De slag om Zolder

De proloog , 16 april 's avonds. De propagandaploeg van de PVDA, Etienne De Bruyne en Gilbert Schrijvers, verschijnt op het binnenplein van de mijn van Zolder, binnen de poorten.

Etienne De Bruyne: 'Wij wilden de mensen van de nachtpost vertellen dat Genk al plat lag. Er leefde grote solidariteit, maar er was geen leiding. De mensen bleven allemaal buiten staan, op het binnenplein. De politie probeerde ons te pakken te krijgen. Maar wij liepen tussen het volk. Het was een heen-en-weer-geloop op dat plein, en voortdurend sprongen mijnwerkers voor de voeten van de politieagenten. Toch kregen ze Gilbert vast. Ze sleurden hem in het portierskot. Hij lag dadelijk op de grond, de politie er bovenop. Zij wilden z'n megafoon afpakken. Maar Gilbert wilde die niet loslaten, hij was splinternieuw en had 10.000 frank gekost. Dan, plots, ging zeker 300 man rond het portierskot staan. Ze begonnen allemaal met de vuist op de ruiten te slaan van die 'visbak'. Iemand begon te roepen, en onmiddellijk vielen ze in: "De Generale moet betalen", "De Generale moet betalen". Niet tien of twintig man, allemaal!

De politie heeft Gilbert moeten laten gaan. Zeker 300 mijnwerkers gingen naar huis. Een groot deel van de nachtpost staakte'.

Donderdagmiddag,17 april, verscheen een 'vliegend piket' van 80 mijnwerkers uit Waterschei aan de poorten van Zolder.

De journalist Peter Franssen was erbij: 'Dit piket had zichzelf opgelegd tegen niet één mijnwerker geweld te gebruiken. Het doel was door informatie en overtuiging de mijnwerkers te winnen. Vanaf kwart over twaalf begonnen de eerste mijnwerkers van Zolder aan te komen. Iedereen werd individueel aangesproken: "Doe mee,... samen staan we sterk,... Als we nu niet staken maakt Martens korte metten met ons,... Moedig uw delegees aan onze en uw strijd te steunen,..." De stakingswil was groot, maar 't is moeilijk een staking te beginnen als de vakbondsbesturen dwars liggen. Het piket moest ook nog afrekenen met een groep politieagenten en met ingenieurs die de mensen binnen riepen. Vooral ingenieur Jans -'Janske"-maakte zich onverdienstelijk. Iemand riep: "Je kent toch de rattenvanger van Hamelen? Daar staat die van Zolder".

Aan het piket kan men Turkse, Nederlandse en Italiaanse toespraken beluisteren. Ventura leidt ook het stakerskomitee van Zolder waar vijftig mensen aanwezig zijn. Het eisenprogramma van Waterschei en Winterslag wordt er goedgekeurd.

Tegen 1 uur kreeg de politie versterking van 25 rijkswachters in gevechtskledij. De aankomende bussen werden naar binnen geëscorteerd. Op het binnenplein van de mijn stonden nu zo'n duizend arbeiders. Aan de andere kant van het muurtje en het dranghekken waarmee het plein afgezet is, de 80 van Waterschei en 20 mijnwerkers van Zolder die beslist hadden mee te doen. Het overtuigingswerk ging nu naar een hoogtepunt. Een vol uur hielden de speechen aan. "Nog nooit is een mijnwerker gaan werken met de knuppels van de flikken achter zijn rug", speechte Kris Hertogen.

Hij had nauwelijks tijd om adem te halen of de voorzitter van het stakerskomitee van Waterschei, Harry Posikata, sprong naast hem, nam de megafoon over en schreeuwde: "Laat u niet afschrikken. Kies de zijde van de staking, kom bij ons staan". Waarop het 100-koppige blok begon te scanderen: "Sta-king. Sta-king. Sta-king. So-li-dair". En opnieuw begonnen de speechen. Tot een staker van Waterschei het muurtje op wilde maar daar niet goed in slaagde. Zijn linkerbeen is afgezet tot de heup. Ieder noemt hem 'Pipo'. Het werd stil toen zijn kameraden hem het muurtje ophielpen. De man legde zijn krukken opzij, nam met zijn linkerhand het hekken vast en hief zijn andere hand, gebald in een vuist. '"Kameraden! Ik ben, zoals je allen ziet, invalide. Toch ben ik hier om u op te roepen mee te staken. Weten jullie hoeveel ik per drie maanden trek voor mijn been dat ze mij na een mijnongeval hebben afgezet? 29.000 frank! Geloven jullie me niet? Kijk, ik zal het jullie bewijzen!" Hij tastte in zijn portefeuille naar een officieel briefje waarop dat bedrag genoteerd stond. Hij stak dat hoog boven zijn hoofd. Niemand zei een woord. Toen stapte een mijnwerker van Zolder uit de groep naar voor, nam het papier aan, draaide zich terug om naar z'n werkmakkers en hield met twee handen het papier boven zijn hoofd. Nog altijd bleef het stil. Ik voelde de rillingen over mijn rug lopen. En plots gebeurde het, als op bevel zetten 10 à 15 mijnwerkers één stap vooruit, in de richting van het hekken. Een fractie van een seconde later volgden honderd anderen. Het gejuich, het geschreeuw, het applaus was overweldigend. Ik zag mijnwerkers, jongens zo groot als een kleerkast, met tranen in de ogen. Ze hadden gevochten als leeuwen en ze waren aan het winnen!

Toen ik 's namiddags thuis kwam, trilde ik op mijn benen. Niet alleen van vermoeidheid, vooral van emotie'.

's Avonds, bij de nachtpost, komt Tonio Ventura, het ABVV-boegbeeld in Zolder, uit Straatsburg terug. Hij heeft Jef Ulburghs naar het Europees parlement vergezeld. Meteen wordt het probleem van de leiding in Zolder opgelost. Ventura trekt de parking op en probeert iedereen te overtuigen buiten te blijven. Ook deze delegce kiest op een moeilijk ogenblik openlijk de zijde van de mensen die hem verkozen hebben, 's Vrijdags is de zaak rond. Zolder ligt helemaal plat.

6 Roodgroen

Een van de allereerste dagen van de staking heeft een heel gewone mijnwerker, iemand die nooit was opgevallen, geen militant of zo, twee vlaggen van het piket mee naar huis gepakt: een rode ABVV-vlag en een groene ACV-vlag. Hij zei: 'We moeten verhinderen dat het geruzie onder elkaar nog ooit terugkomt'. Op z'n eentje, zonder dat iemand het wist, heeft hij die twee vlaggen aan elkaar laten naaien. En daar stond hij dan met z'n heel amateuristisch in elkaar gestoken vlag, Carlo Azevedo, de jonge Portugees. Hij was de held van het piket. Dit moest de vlag worden van het strijdsyndicalisme in de twee vakbonden. Azevedo is heel actief geworden in het stakerskomitee en hij werd ABVV-militant.

Roodgroen werd het symbool van de stakerskomitees en van de mijnwerkersstrijd. Louisa, de zus van Carlo Azevedo, heeft daarna heel wat vlaggen diagonaal in tweeën geknipt, in de vorm van twee driehoeken. Daar maakte zij dan telkens één grote roodgroene vlag van. Louisa heeft ook meer dan duizend roodgroene sjaaltjes genaaid. Ze werkte zo ijverig, dat haar naaimachine begon te dampen en verbrandde.

Waar de mijnwerkers zich vertoonden wemelde het van roodgroen: op sjaaltjes en vlagjes, op stickers en badges. Twee vurige kleuren, in plaats van het wrokkige zwart van de vlaggen in Zwartberg '66 en in '70, toen de gerechtvaardigde kritiek op de vakbondsverantwoordelijken omsloeg in anti-syndicalisme. De lange weg naar een nieuw syndicalisme boekte nu resultaat. Mijlpalen op die lange weg waren de interprofessionele stakingsdagen van het ABVV. In Waterschei bijvoorbeeld staakte het ACV altijd mee.

Zelfs 'de trap' in Waterschei van waarop Jan Grauwels, Gerard Bijnens en de andere delegees de mijnwerkers altijd toespraken, moest roodgroen geschilderd worden. Dat betekende zoveel als 'eenheid in de strijd'.

De mijnwerkers hebben het symbool in heel België uitgedragen. De scheepsbouwers van Temse, de metaalarbeiders uit Gent, de spoormannen uit Charleroi... zij begonnen allemaal de roodgroene sjaaltjes te dragen op betogingen.

Ik weet niet of de mijnnijverheid ooit zal sterven in Limburg, maar roodgroen, die vurige vlam van het strijdsyndicalisme, zal blijven leven.

 

Bibliografie

(1) Solidair, 23 april 1986
(2) Het Belang van Limburg, 14 april 1986
 

Hasselt, 12 april 1986, foto solidair

23 april 1986, bezetting van het station van Hasselt. We herkennen o.a. Jefke Leurs
(op de voorgrond), Bonanno (met gerkruiste armen) en Olaerts (uiterst rechts)

 

V Crecendo.
De staking wordt erkend.

1. Als de vos de passie preekt  
       Een door-de-weekse vergadering van het stakerskomitee   
2. Overeen locomotief en ...spoormannen    
3. Over eerlijke en oneerlijke journalisten en over knokploegen    
4. In de glorietijd  
       Een ander crescendo  
Bibliografie 

1 Als de vos de passie preekt

Jef Houthuys, het CVP-orakel binnen het ACV, sprak op het congres van de Centrale der Vrije Mijnwerkers op 19 april zoals het zo'n godsspreker past, raadselachtig en onheilspellend: 'Het syndicalisme is er niet om zoetsappige of prettige dingen op te lossen. Er zijn harde noten te kraken.(...) KS kan niet blindelings voortdoen. De financiële lasten moeten verminderd worden. Er bestaan geen mirakeloplossingen'.(1) En dan, plots, geraakte Houthuys in vervoering, overal langs de Limburgse wegen ontwaarde hij misdadigers en 'uiterst linkse' bokkerijders die 'via de staking de mijnwerkers proberen te manipuleren'.(2)

Nog anderen uit de vakbondstop trokken van leer tegen de 'voorbarige' staking. André Daemen bijvoorbeeld sprak zich in die dagen uit tegen de staking -'een staking is niet het passende antwoord'- en vóór 'individuele oplossingen'.(3) Een eeuwenoud verhaal: Reinaert de vos die er niet in slaagt de dikke pruimen van de boom te plukken omdat hij te klein is. Om z'n gezicht te redden, beweert hij dan maar: 'De pruimen zijn nog te zuur'.

Zo ongeveer erkende de leiding van de mijncentrales op 20 april de staking. 'Uit respect voor de mijnwerkers'. Niet zonder de stakerskomitees nog eens venijnig na te trappen: 'Wij betreuren de twijfel en ongerustheid die onder de mijnwerkers gezaaid wordt door allerhande actiecomités en politieke verklaringen'.(4)

Hoe ging het er op 20 april aan toe op het Uitvoerend Bestuur van de ABVV-mijncentrale?

Jan Grauwels: 'Luc Cieters begon zijn open brief uit te delen. Maar secretaris Jan Baeyens ging als een razende te keer. Hij verscheurde de brief: "Jij hebt ons die staking gelapt. Nu is het genoeg geweest. Je vliegt eruit." Ook delegees die tegen de staking waren, deden een woedende uitval tegen de linkse delegees. Het kon niet anders of deze hysterie was op voorhand ineengestoken. Wij verdedigden ons zo goed en zo kwaad als dat ging. Dan deed Jan Olyslaegers een tussenkomst. We moesten vooruit zien, vond hij. Het ACV had laten weten de staking te erkennen, het ABVV kon volgens hem niet achterblijven. Zo gaf het Uitvoerend Bestuur dan toch het stakingsparool, met weerzin, met een nipte meerderheid en met de bedoeling een referendum te organiseren om de staking snel weer stop te zetten.

God de Vader heeft al bij de schepping van dit aardse tranendal de zalige gewoonte van de zondagsrust ingevoerd. Voor stakerskomitees is deze zegen niet weggelegd. In Limburg bijvoorbeeld is het een nuttige gewoonte gebleken op zondagavond samen te komen om gebeurlijke weekendmaneuvers te riposteren. Zondag 20 april was dat ook zo. Eerst kwamen de lokale stakerskomitees samen: 200 mijnwerkers in Waterschei, 60 in Winterslag, 40 in Beringen en Zolder. 'Wat te denken over de erkenning van de staking?" Zij stuurden elk vijf afgevaardigden naar het centrale stakerskomitee. Het werd snel duidelijk, de stakerskomitees behielden het initiatief. Zij gaven een verklaring uit die 's avonds nog op de radio te horen was en 's maandags in de kranten verscheen: 'De vakbondsinstanties zeggen de staking te erkennen uit respect voor de mijnwerkers. Maar hebben zij ook respect voor de mijnwerkerseisen? Wij vragen dat de vakbonden hun eisen van 1984 opnieuw opnemen, zodat de vakbonden en de stakerskomitees samen de strijd verder kunnen zetten. Wij nodigen alle delegees en vakbondsmilitanten uit toe te treden tot de stakerskomitees om samen de staking te leiden tot de eisen van oktober '84 zijn ingewilligd'.

Jan Grauwels: 'Deze verklaring gaf een goeie oriëntatie aan ons werk in de komende dagen. Wij wilden mordicus vasthouden aan de eisen 20.000 op KS en geen afvloeiingen. Sommige mensen begrepen niet goed waarom wij daar zo aan gehecht waren. "Leg toch de nadruk op wat u verenigt met de vakbondsleiders en niet op wat u verdeelt", zeiden zij. Wij wilden helemaal niet aan opbod doen. Het ging erom principieel en als groep op het standpunt te blijven staan: "Over jobs wordt niet gesjacherd". Wij wilden geen individuele oplossingen. Wij wilden werk voor ons, voor de jeugd, voor de provincie en wij wilden daarvoor ook heel de provincie mobiliseren.

Aan Knack had Martens verklaard dat KS door natuurlijke afvloeiingen met 1.500 arbeidsplaatsen per jaar kon afgeslankt worden. Zo zouden op vier of vijf jaar tijd toch drie mijnen moeten sluiten. Men kon dus niet tegelijk vóór afvloeiingen en tegen mijnsluitingen zijn. Het ene leidde naar het andere.

Wij hadden ook onze bedenkingen over wat er zo natuurlijk is aan afvloeiingen. De jacht op zieke en zwakkere mijnwerkers zou nog meer slachtoffers maken.

Dat was de leidraad van de gesprekken, vergaderingen en toespraken in die dagen. Delegees die zich in de eerste dagen tegen de staking hadden gekeerd, verschenen opnieuw aan de mijnpoorten. Er ontsponnen zich hevige discussies, staken voor welke eisen, een actieve of een passieve staking... In Winterslag plaatste het stakerskomitee een enorm spandoek aan de poort: "Geen sluitingen, geen afdankingen, geen afvloeiingen". Kopies van de verklaring van Martens in Knack gingen van hand tot hand. Zo pakten wij het overtuigingswerk aan.

De SAP heeft ons, wat onze eisen betreft, met een loens oog bekeken. Sleghers (SAP-verantwoordelijke n.v.d.r.) schreef achteraf dat we het werk rond de eisen helemaal verwaarloosden. Merkwaardig. Tijdens de staking nam de SAP in Brussel het initiatief voor een solidariteitscomité. En juist daar wilde men van de eis 'geen afvloeiingen' niet weten. Men wilde de kool en de geit sparen. Afgevaardigden van Gazelco waren werkzaam in dat comité. Ik heb hen gezegd: "Wie de eis 'geen afvloeiingen' niet steunt, die steunt eigenlijk onze staking niet. Jullie kunnen ons heel veel geld geven en we zullen het aannemen, want er is geld nodig. Maar het meeste plezier doen jullie ons door die eis te steunen en bekend te maken". Die mensen zijn naar huis gegaan met de belofte dit punt onmiddellijk ter discussie te stellen. En zij hebben dat gedaan ook'.

Een door-de-weekse vergadering van het stakerskomitee

Herman Vermeulen: 'In Waterschei vergaderden wij elke dag om 9 uur 's morgens in de Turkse Eenheid in de Herenstraat, delegees en syndicale militanten, maar ook gewone mijnwerkers. Dertig, veertig man.

Elke dag om 8 uur kwam mijn vrouw langs het piket gereden. Zij stond speciaal om 6 uur op om alle kranten te kopen. De artikels over de staking en het Sint-Annaplan knipte ze uit. Dat werd gekopieerd. Om 8 uur leverde ze haar werk af aan het piket. Martine, zo heet mijn vrouw, was toen hoogzwanger, in haar laatste maand. Maar zij deed dat werk.

Om halfnegen ging ik naar het stakerslokaal om de belangrijkste zaken te onderstrepen. Jan en Harry Posikata deden dat ook. Om 9 uur begon de vergadering met het persoverzicht: van Manu Ruys tot het Belang van Limburg. Jan trok daar de besluiten uit. Wat waren de problemen? Wat de sterke kanten?

Volgens de leiding van de mijncentrales was de staking te vroeg begonnen. We hadden moeten wachten. Nu konden we nog niets afdwingen, beweerden ze. Maar in De Standaard van 22 april lazen we: 'In regeringskringen zegt men dat de staking op een bijzonder slecht ogenblik komt'. De staking was dus toch op een ideaal moment gestart. Aan ons er profijt uit te trekken.

Daarna kwam gewoonlijk 'Vragen en antwoorden'. De mensen stelden vragen. We zochten naar een gemeenschappelijke houding.

Het derde punt op de agenda: de acties. Daaruit is in de tweede stakingsweek het idee gegroeid dat we een front moesten opbouwen met de openbare diensten en andere bedrijven.'

 
2 Over een locomotief en ... spoormannen

De mijnwerkers noemden zich 'de locomotief tegen het Sint-Anna-plan'. Het stond bijgevolg in de sterren geschreven dat ze spoormannen op hun weg zouden ontmoeten. 'Mei wordt een stakingsmaand' blokletterden de kranten, verwijzend naar stakingsaanzeggingen in het onderwijs, bij de post en bij... de spoormannen. Een stokpaardje van de mijnwerkers steigerde en kwam aandraven: de uitbreiding van de staking.

Jan Grauwels: 'De mijnwerkers hebben altijd gezegd: ''Als wij staken moet heel Limburg plat." Dat hebben ze geleerd in de algemene stakingsdagen van het ABVV in '82 en '84. Die acties hebben de mijnwerkers veel bijgebracht. In Limburg lagen op zulke dagen de mijnen plat en hier en daar nog een klein bedrijfje. Maar voor de rest niks. Ford en Philips waren er niet bij. De vraag kwam: "Waarom altijd de mijnwerkers alleen?" Dat groeide uit de ervaring. In '86 is daar echt naartoe gewerkt: 'Als alles plat ligt winnen we'.

Met het Sint-Annaplan lag dat ook voor de hand. Als iedereen voor zijn eigen poort blijft staan, komt er nooit een algemene staking.

Later heeft de SAP geschreven dat de mijnwerkers alleen hun eigen boontjes wilden doppen, dat ze niet dachten aan een algemene staking. Wie zoiets schrijft heeft nooit in de put gewerkt! Dan mag je met elke gewone mijnwerker spreken. "Alles plat!', dat was wat ze dachten en wilden.

Op woensdag 23 april hadden we een actie gepland in het station van Hasselt. De sporen werden bezet. Er waren honderd stakers uit Waterschei en Ventura had honderd mijnwerkers uit Zolder mee. Gerard Bijnens was ook van de partij. Onder druk van Daemen was hij uit het stakerskomitee gegaan, maar we bleven toch met Gerard samenwerken.

Daar stapten de vrijgestelden van de spoorvakbonden van het ACVen het ABVV op het perron: 'Wij nodigen de mijnwerkers uit op de protestbijeenkomsten van onze centrales, morgen in Brussel". Aan de mijnen was het enthousiasme heel groot: 'Naar Brussel ! Naar Brussel! Dit wordt nog niet de echte mars op Brussel, maar al een verkenning'.

Donderdagvoormiddag om 10 uur liep in het station van Genk de trein naar Brussel eivol. Driehonderd mijnwerkers stapten op. In Hasselt kwamen daar nog eens honderd bij. In Brussel-Centraal ontploften de eerste voetzoekers : 'Actie ! Actie !', 'Algemene staking

Hartje Brussel. Onder het oog van de stadspolitie trok onze groep naar het ACV-gebouw op de hoek van de Pletinckxstraat : 'Martens aan de dop'. 'Doe de Generale betalen !' Rood en groen en vooral roodgroen.

Naast mij liep een oude, gepensioneerde mijnwerker uit Zolder. Hij staat vooraan op alle foto's. Hij had de grote staking van '70 meegemaakt en was al de hele week naar de piketten gekomen. Zo'n man, dat is een levend bewijs, van de weken van strijd blijft veel meer hangen dan van de jaren van uitbuiting.

In de toch al overvolle zaal posteerden wij ons onder de mannen van de transportbond van het ACV. Gerard Bijnens sprak de zaal toe : "Wij moeten de regering stoppen bij haar afbraak van de werkgelegenheid ". Hij kreeg een staande ovatie.

Vandaar ging het naar de Magdalenazaal. Daar hielden de sector spoor van het ACOD haar protestvergadering. Meer dan duizend deelnemers vulden de zaal tot de nok. Achter het podium spoorde een spandoek aan tot Algemene staking. Toen wij met onze vlaggen scanderend de zaal binnenkwamen, ontplofte de vergadering in een groot applaus. In 1983 hadden de spoormannen hun strijd alléén moeten strijden. Nu zagen zij daar een hele sector die met hen mee wilde opstappen. Het werd een echte verbroedering.

Later zijn de spoormannen van Luik en Charleroi ons in moeilijke momenten komen steunen. Een secretaris van de ACOD van Charleroi heeft duizend roodgroene sjaaltjes besteld. De spoormannen hebben die dag beslist op 6 mei een 24-urenstaking te organiseren. Voor ons leek dat nog ver af. Toch denk ik dat onze actie een beetje tot deze stap naar staking heeft bijgedragen'.

3 Over eerlijke en oneerlijke journalisten en over knokploegen

's Avonds genoot iedereen nog na. 'Het was een van die mooie dagen die ik dadelijk zou willen overdoen', zegt Jan Grauwels. Als welkomtoemaatje bracht Panorama die avond een bijdrage van Johan Depoonere over de mijnen. De mijnwerkers voelden zich voor één keer wél gerespecteerd.

Johan Depoortere : 'Mijnwerkers zijn zich terdege bewust van hun situatie en hebben eigen ideeën over oplossingen. Ik heb een sterk gevoel van samenhorigheid en strijdbaarheid ervaren. Je ontkomt niet aan de indruk dat de mijnstreek op een kruitvat leeft (... ) Welke prijs willen wij betalen voor onze energie? De mijnwerkers hebben over deze vraag nagedacht. Dat blijkt uit de reportage' (5)

Hoe anders schreef editorialist André Lammens die dag in het Belang van Limburg ! Hij wilde geen bewuste mijnwerkers gezien hebben. Hij zag enkel het PVDA-spook. 'De grote meerderheid staat niet achter de staking. Het gaat in hoofdzaak om de gekende intimidatie-methodes van enkele tientallen uiterst linkse PVDA-militanten, die inmiddels een duister stakerskomitee tot leven hebben gebracht. (...) Wij kunnen hen in Limburg best missen'. (5)

Jan Grauwels: 'Als de 3.000 mijnwerkers van Waterschei, die het in de moeilijkste omstandigheden zeven weken lang hebben volgehouden, allemaal PVDA-ers waren, dan moet dat wel een erg grote partij zijn. Nee, ik heb altijd geweigerd mee te doen aan die hetze. De waarheid heeft haar rechten. Die partij heeft, net zoals Ulburghs van Doorbraak, veel voor ons gedaan. Als de SP zich even goed had ingezet, dan waren de mijnen nu nog open'.

'Aan de heer adjudant van de rijkswacht.

(...) Ik bleef alleen op de parking staan. Toen verliet het viertal het café. Zij dreigden mij te slaan. Ik maande hen tot kalmte aan, maar zonder resultaat. Bortels was fel opgehitst en sloeg mij met de vuist. Ik kon zijn slagen afweren. Maar de anderen sloegen mij langs achter in de hals en op het achterhoofd. Enkele mensen, waaronder Ricardo Isquerdo, Tony Gielen en een Spanjaard waarvan ik alleen de voornaam ken: Raoul, kwamen aangelopen. Ook deze mensen werden geslagen...'

Dit schrijft Luc Cieters op 26 april '86 vanop z'n ziekbed. Door een hersenschudding verdwijnt hij een week van het toneel.

In de namiddag van 24 april, de dag van de verbroedering met de spoormannen, hadden vier werkwillige opzichters zichzelf bedronken in café Barcelona, aan de mijn van Beringen. Ze begonnen amok te maken. De vrouw van ABVV-delegee Adrien Luyckx werd bedreigd, een stakersvrouw werd bij de keel gegrepen. Eén van hen had een mes getoond waarmee hij dreigde de volgende dag 'stakers uit te benen'.

Het leek er sterk op dat de vier drinkebroers ingingen op de bijna onverholen vingerwijzingen van Lammens: '80% wil werken, maar jij jaagt ze schrik aan. Wij zijn hier om de mensen van hun schrik af te helpen.'

In de stakerskomitees werd de hele zaak besproken. De hetze in de pers kon tot nog meer uitspattingen zoals in Beringen leiden. Er moesten persoonlijke veiligheidsmaatregelen komen voor de stakingsleiders.

 
4 In de glorietijd...

In de glorietijd, toen voetbalclub Waterschei nog het grote 'Thor' was, had de politie op zondagnamiddag aan de Stalenstraat en aan het kruispunt van de André Dumontlaan en de Onderwijslaan de handen vol om duizenden voetbalsupporters keurig naar het stadion te loodsen.

Maar wat was er zondagnamiddag 27 april aan de hand? Was de politie haar routine verleerd? Duizend mijnwerkers van alle zetels waren op weg naar de meeting van het centrale stakerskomitee, maar de politie sloot alle wegen naar de mijn af. De Genkse CVP-burgemeester Gaethofs had gedreigd de politie op de acties van het stakerskomitee af te sturen. Was het nu zo ver?

Er bleef meer en meer volk opdagen. Het verkeer geraakte in de knoop. Het stakerskomitee stuurde delegaties uit naar de politie: 'Als jullie incidenten willen vermijden, dan zullen jullie aan de kant moeten gaan staan'. De politie moest wijken. De meeting kon met vertraging maar in de beste stemming van start gaan. 'Als we deze match willen winnen, dan moet de volgende week een week van actie worden, een week waarin de staking zich moet uitbreiden'.

De stakers voelden dat hier een leiding aan het werk was waarop kon worden gerekend. Daarom waren ze maandagmorgen opnieuw met duizend aan het station van Hasselt. Van 7 tot 12 uur kon niet één bus, niet één trein vertrekken. De mijnwerkers speelden het klaar elk uur twee keer op de radio te komen, één keer in het nieuws en één keer in de verkeersberichten. Lentestemming. Scholieren die niet op school geraakten, kregen van de mijnwerkers een attest mee: 'Afwezig wegens solidariteit met de mijnwerkers'. De spanning steeg. In de straten rond het station kwamen driehonderd rijkswachters rondsluipen. In het station werden de lichten gedoofd. Maar niemand ging weg. 'Laat ze maar komen, die blauwe mannen'. Op de sporen lagen de stenen natuurlijk voor het rapen. De rijkswacht durfde geen veldslag aan.

Om 12 uur ging het in betoging naar het gebouw van de Generale Bank. 'Doe de Generale betalen!' 'Doe de Generale betalen!' De directie kon nog net de deuren sluiten. In de kelders van het gebouw hadden zich tientallen rijkswachters verschanst. Maar de mijnwerkers kregen hen niet te zien.

In de namiddag trokken vijfhonderd stakers van Eisden naar Siemens-Lanklaar, waar de arbeiders het bedrijf verlieten. Aan de nachtpost van Bekaert-Lanklaar gebeurde hetzelfde.

Daemen, Olyslaegers, Cuyvers en Baeyens zochten vertwijfeld hoe de linkse delegees en de stakerskomitees de wind uit de zeilen te nemen. Zij richtten een 'actiecomité' op -ook 'coördinatiecomité' genoemd- waarin twee delegees per mijn mochten zetelen. Die delegees werden zorgvuldig uitgekozen. Voor Waterschei bijvoorbeeld was dat Moske Mantels, die niet eens aan de piketten verscheen. Alle delegees die de staking vanaf de eerste dag steunden, werden geweerd: Cieters, Ventura, Grauwels, Bungeneers, ... Er was maar één uitzondering: Gerard Bijnens.

Het coördinatiecomité lanceerde allerlei acties die het verlangen naar uitbreiding van de staking moesten opvangen. Jan Grauwels had het al snel over 'bezigheidstherapie in plaats van doelgericht werken'. Zo gebeurde het dat Jan Grauwels op dinsdag 29 april opriep naar Philips Hasselt te trekken... maar Gerard Bijnens sprak van een actie aan het klaverblad in Lummen. Er ontstond verwarring. Het stakerskomitee besliste daarom: Eén: wij doen mee met de acties van het actiecomité. Twee: wij gaan door met onze campagne voor het uitbreiden van de staking. Ford Genk mee in de staking betrekken en de staking van de openbare diensten vanaf 6 mei helpen uitbouwen, dat zijn de doelstellingen voor de eerste week van mei. Drie: wij vragen dat alle voorstellen worden voorgelegd aan algemene vergaderingen.

Het 'actiecomité' werd weggezogen in de kolkende maalstroom waarin Limburg op de vooravond van 1 mei terechtkwam. Rijkswachters die tweehonderd mijnwerkers beletten de Philipsfabriek in Hasselt binnen te gaan, het klaverblad in Lummen dat met groot rijkswachtvertoon werd ontruimd, vijfhonderd scholieren die door de straten van Genk betoogden, vijftig arbeiders van Tessenderlo-chemie die naar Beringen trokken, brandende autobanden op de autoweg in Genk en in Maasmechelen, bezoek van CCOD-militanten uit Charleroi, bezetting van de sluis van het Albertkanaal in Godsheide... en dat allemaal op één dag, dinsdag 29 april!

Volgde een even koortsachtige woensdag: acties voor de Veldafabrieken in Opglabbeek, scholierenbetoging in Hasselt, actie voor de Generale Bank in Hasselt, oproep van de vakbonden uit de post aan de mijnwerkers om vrijdag mee de postdiensten van Hasselt en Genk lam te leggen...

Jan Grauwels: 'Hier gaan we de tegenstander niet vinden, hij zit in Brussel, zo praatte ik met de mijnwerkers bij de actie van het coördinatiecomité voor de hoofdzetel van KS in Houthalen. Het was niet moeilijk de mijnwerkers te overtuigen. Zij waren gewonnen voor onze lijn om de staking uit te breiden.

Breughelmans (ACV-delegee uit Zolder n.v.d.r.) had in naam van het coördinatiecomité een bezetting van het station van Diest georganiseerd. Maar er kwamen geen treinen af. De mensen waren kwaad: 'Moeten we daar onze benzine voor verrijden? Volgende week gaan we naar Ford en naar de openbare diensten'.

Het ging crescendo. Het coördinatiecomité, dat de mensen wilde kalmeren, werd door iedereen voorbijgelopen. Er was iets fantastisch aan het groeien in Limburg en in de rest van het land. De openbare diensten stonden klaar voor de staking. De wagons begonnen aan te haken. Woensdagavond was er dan ook een formidabele geestdrift. Aan alle mijnpoorten brandden autobanden, het waren strijdvuren en vreugdevuren. De ontploffing in Tsjernobil joeg de kinderen in die weken uit de zandbakken en vernietigde groenten en melk. 'Nog maar eens een bewijs voor "steenkool: groot gelijk", werd gezegd'. Uit alle hoeken liep goed nieuws binnen: Sabena zou op 6 mei mee in staking gaan. de BRT en RTB ook, het ACV-onderwijs betoogde op 7 mei, de studenten van het LUC gingen in staking... Er tikte een tijdbom onder de regering Marlens.

Een ander crescendo

Een ijverige speurder ontdekt in het reusachtige persdossier over de mijnstaking een paar minuscule zinnetjes over belangrijke geheime vergaderingen, waarover uiteraard niets mag uitlekken.

In Het Volk van 22 april '86 vind ik het volgende: 'Gouverneur Vandermeulen heeft gisteren een onderhoud gehad met rijkswachtofficieren over de ordehandhaving in de mijnstreek. Naar verluidt werden de problemen er kleiner geacht, nu de acties door de bonden gesteund worden'.

Een grove misrekening, want een week later moest de rijkswacht een helikopter inzetten: 'Omdat de stakersploegen hun actieterrein voortdurend en bliksemsnel verleggen, is het voor de ordediensten steeds moeilijker de bewegingen te volgen'.(6)

En in Het Volk van 2 mei '86 vind ik een berichtje waaruit je kunt opmaken dat de ongerustheid groeit naarmate de geestdrift aan de mijnen toeneemt: 'De provinciegouverneur riep de verantwoordelijken van de ordediensten bij zich, hij hoorde de vakbonden en kwam bij de eerste minister tussenbeide om een gesprek tot stand te brengen tussen de eerste minister en de voorzitters van de twee mijnwerkersbonden'.

Dat wijst op het volgende scenario. De politiediensten hebben de stemming aangevoeld. De gouverneur heeft onmiddellijk de regering gewaarschuwd. Dat leidde tot het spoedoverleg en het verraad, waarover meer in het volgende hoofdstuk.

Bibliografie

(1) De Standaard, 21 april 1986.
(2) Het Belang van Limburg, 21 april 1986.
(3) Zeg, weekblad van de CVP, 2 mei 1986.
(4) Gemeenschappelijk communiqué van de besturen van de ACV- en ABVV-mijnwerkerscentrales, 20 april 1986.
(5) Het Belang van Limburg, 24 april 1986.
(6) Het Nieuwsblad, 30 april 1986.

 

VI Harde dagen

1. De lont en het kruitvat  
2. 'Ja, ja, ja"!  
3. Zolder wankelt  
4. Nieuwe troeven  
      De jager, het vel en de beer...   
      Zondag 11 mei  

5. Een ultimatum  
6. Een versterkte burcht'  
       Zolder, dinsdag 13 mei   
       Een ongelukkige algemene vergadering 

7. "De engelbewaarder van moeder Teresa"  
       Het verhaal van de 19 jarige Cioacchino Caltabelotte   
8. De matrak van het racisme  
9. Op een mooie Pinksterdag  
10. 'Victoria' ? De laatste Algemene Vergadering  
Bibliografie   

1 De lont en het kruitvat

Premier Martens had aangekondigd: 'In het Sint-Annaklooster laten wij alle taboes in de kleedkamer achter'. Hij voelde zich beresterk. Maar de mijnwerkers waren opgestaan en dat was stilaan de 'brandhaard' (1) geworden die 'als lont' (2) fungeerde in een kruitvat. De Financieel-Ekonomische Tijd had het erg ongerust over 'aanzwellend protest', 'toenemende onrust', '...de tijd speelt duidelijk in het nadeel van het kabinet'. (3) De openbare diensten hadden in hun agenda op 6 mei in grote letters 'staking' ingeschreven. Het ABVV-weekblad De Werker riep op 'nu te reageren, tegen de volmachtstreinen, nu het nog kan'.(4)

In zeven haasten spendeerde Martens daarom een flink deel van zijn verlengd 1 mei-weekend om samen met Daemen en Olyslaegers een verklaring op te stellen. De belangrijkste hinderpaal voor de Sint-Annatreinen, de mijnstaking, moest opgeruimd worden. Martens was in zijn nopjes over die twee gesprekspartners. De Standaard schreef: 'In regeringskringen spreekt men vol lof over hun verantwoordelijkheidszin'.(5)

'Martens laat een scheet en de vakbondsleiders steken het vingertje op om te zeggen dat nu de staking maar moet stopgezet worden. Er zijn geen woorden voor om te beschrijven hoe lafhartig zo'n houding is. Des te moediger zijn de mijnwerkers'. Een tussenkomst op het stakerskomitee van zondagavond 4 mei. Verontwaardigd, maar nog erg strijdlustig, zo reageerde de overgrote meerderheid van de Limburgse mijnwerkers op die zondagavond.

Wat was er gebeurd? Martens had zijn verklaring, zijn weekend-huiswerk, vrijgegeven en prompt, zonder raadpleging, beslisten de vakbondsbesturen de staking op te schorten.

Had Martens volledig bakzeil gehaald misschien? Volgens de verklaring kwam er een nieuwe bedrijfsleider. José Dedeurwaerder, die de herstructurering moest uitwerken. Hij beschikte over een overgangsperiode waarin geen collectieve afdankingen mochten vallen.

Alles bleef bij het oude. Ten laatste tegen 1991 moest KS toekomen met de 6 miljard frank opbrengst uit de erfenisrechten. Dat betekende onvermijdelijk dat minstens drie mijnen dicht moesten. Voor het Centrale Stakerskomitee was het meteen duidelijk, daarmee deed Martens niet één toegeving.

De pers had dat ook zo begrepen. De Tijd had het over "een omfloerst kleedje, maar de helft moet weg".(6) Le Soir kondigde aan: "drie putten toe'.(7) PVV-voorzitster Annemie Neyts vertelde aan l'Echo de la Bourse dat 'wellicht één tot meerdere putten gesloten moeten worden'.(8) Zelfs voor de meest hardleerse moest het nu toch duidelijk zijn. Maar Daemen en Olyslaegers bleven koppig bij hun besluit om 'de nieuwe bedrijfsleider een kans te geven'.

Heeft men Dedeurwaerder wel écht gevraagd? Feit is dat de man enkele dagen later feestelijk bedankte. 'Hij wil niet meedraaien in een herstructurering waarvan alle krachtlijnen al op voorhand zijn vastgelegd', zei men dan maar. Maanden later liet Dedeurwaerder doorschemeren dat de regering zich van zijn naam bediende om zich te redden uit 'een moeilijke sociale en politieke situatie'.(9)

Bovendien, zelfs voor de overgangsperiode tot '91 kon de regering de financiële garanties niet hard maken. Nee, dit akkoord was in alle haast ineengeklungeld om de lont uit het kruitvat te nemen. Op dit belangrijke moment in de naoorlogse sociale geschiedenis, terwijl de syndicale wereld haar krachten verzamelde om het Sint-Annaplan terug te wijzen, verleenden Daemen en Olyslaegers hun medewerking aan zo'n akkoord. Is 'historisch verraad" hier een te zwaar oordeel?

 
2 'Ja, ja, ja!'

Maandagmorgen 5 mei, 5 uur. Terwijl het eerste licht uit de lucht rolt, staan overal honderden mijnwerkers aan de mijnpoorten. Wat heeft het stakerskomitee beslist?

In Waterschei rijden vijf of zes auto's voorzichtig de parking op. Maar ook de mijnwerkers die uit die auto's stappen, gaan niet aan het werk. En tot Grauwels: 'Wij zijn het volledig met u eens Jan, dat is een verraad'.

Dan neemt Jan Grauweis het woord: 'Kameraden, vrienden! Drie weken geleden is een locomotief vertrokken. Die locomotief zijn wij. Sieeds sneller is de locomotief beginnen rijden. En wat hebben wij gezien? De locomotief is niet meer alleen. Er komen wagons bij. Morgen staken de openbare diensten; overmorgen betogen de onderwijzers en leraars. Martens staat met de rug tegen de muur. Hij wil de locomotief doen stoppen.

Wij hebben drie duidelijke eisen gesteld: geen mijnsluitingen, geen afdankingen, geen afvloeiingen. Heeft Martens één van die eisen ingewilligd? Neen kameraden. Het enige wat hij beloofd heeft, is dat er geen collectieve afdankingen komen. Dat wil zeggen dat wij allemaal één voor één zullen afgedankt worden, te beginnen met de mijnwerkers die ziek vallen of die niet meer zo goed meekunnen.

Martens heeft een nieuwe bedrijfsleider aangeduid. Zijn naam is Dedeurwaerder. Kan het duidelijker? Een deurwaarder dient om de zaak leeg te halen! Ik vraag u: hebben wij daarvoor bijna drie weken gestaakt?'
- Het massapiket antwoordt: "Neen! Neen! Neen!'
- Zetten wij onze staking verder?
- Het piket: 'Ja! Ja! Ja!'

Zoals in Waterschei beslissen de mijnwerkers van Eisden en Winterslag verder te staken. In Beringen blijft ruim tweederde buiten.

In de voormiddag melden Jean Ooms en Mimoun Honna. de twee delegees uit Eisden, zich op het stakerskomitee van Waterschei: "Nu meer dan ooit is goed contact tussen de mijnen nodig'. Het besluit valt 's middags naar Zolder te trekken en daar stakingsposten te vormen.

 
3 Zolder wankelt...

Jan Grauwels zit achter een stapel kranteknipsels. De belangrijkste passages zijn onderstreept en genummerd in orde van belangrijkheid. Dikwijls staat een eigen analyse in de marge. Veel is verkreukeld. 'Papieren die je aan het piket gebruikt verslijten vlug', zegt hij. "Ze zijn altijd de basis geweest voor mijn speechen en discussies. Dat is onze manier van werken om de mensen inzicht bij te brengen'.

Grauwels probeert de situatie op 5 mei '86 uit te leggen. Hij heeft weinig tijd voor het boek. Straks moet hij nog naar het piket in Zolder, want in de staking voor het behoud van de verlofregeling -wij schrijven december '87- is hij niet van de mijnpoorten weg te slaan.

Het ene werpt dikwijls een licht op het andere. De laatste dagen hebben veel mijnwerkers deze opmerking gemaakt: "Toen in mei '86, hadden we moeten voortstaken. Dan was het vandaag niet zo ver gekomen". 't Is waar. We hebben fouten gemaakt. Bij de erkenning van de staking op 20 april, werd in Zolder het stakerskomitee ontbonden. Vanuit Waterschei hadden we versterking moeten sturen naar Zolder, vier of vijf mensen, om het stakerskomitee terug op te starten. We hebben Tony Ventura en de kameraden in Zolder onvoldoende geholpen. Zolder werd een zwakke schakel. Wij hebben dat in het centrale stakerskomitee niet aangepakt. Het was nog dikwijls te veel 'ieder voor zijn eigen put'.

Maandagmiddag 5 mei '86. Zolder wankelt. 40% van de middagploeg komt opdagen. De rijkswacht begeleidt alle bussen tot achteraan op de terreinen van de mijn. De groep twijfelt. Niemand van Zolder heeft een stakingspost georganiseerd en de stakers zijn bijna allemaal thuisgebleven. Iedereen blijft treuzelen op de binnenplaats. Ook Tony Ventura en de andere voortrekkers. Daar, op het muurtje achter het hekken, staat het vliegend piket uit Waterschei en Eisden. Jan Grauwels en de anderen schreeuwen zich schor. Ventura aarzelt. Niemand kan de besluiteloosheid overwinnen.

Simon Ashworth is lid van de ondernemingsraad in Zolder. Hij beoordeelt de zaken als volgt: 'Wij hebben twee grote fouten gemaakt. Ten eerste: toen de staking erkend werd, hebben wij ons stakerskomitee, waar toch vijftig mijnwerkers aan deelnamen, ontbonden. Voor deze beslissing schermden wij met het argument van de eenheid. Maar in naam van die eenheid verdween het eisenprogramma helemaal in de mist. We gaven het initiatief helemaal uit handen. Ten tweede: wij hebben alle energie in het coördinatiecomité gestoken. Wij hebben op het verkeerde paard gewed. Wij kregen wel gedaan dat Ventura uiteindelijk toch naar dat comité mocht. Maar hij had er natuurlijk niets te zeggen. Op 5 mei, maar ook later, betaalden wij de prijs. Veel militanten hebben na de staking het vakbondswerk laten vallen. Ze waren ontgoocheld. Veel mensen begonnen op de vakbonden te spuwen. Met een stevig stakerskomitee hadden wij die zaken kunnen voorkomen'.

4 Nieuwe troeven

De linkse delegees beleefden moeilijke dagen. Op zondag 4 mei werden alle delegees die actief de staking verdedigden, doodgewoon niet meer uitgenodigd voor het Uitvoerend Bestuur van het ABVV. Op het Hoofdbestuur van het ACV werd Bijnens uitgejouwd nog voor hij kon tussenkomen, eenvoudig de mond gesnoerd.

Drie dagen later verschenen driehonderd stakers voor het ACV-gebouw in Hasselt. Zij werden niet binnengelaten. ACV-vrijgestelde Sergio Canini dreigde aan het piket van Winterslag: 'Na de staking zal ik ervoor zorgen dat de directie alle leden van het stakerskomitee ontslaat' (10).

Dan viel een moedige beslissing. Op 6 mei traden een aantal vakbondsmilitanten en delegees toe tot het centrale stakerskomitee. Onder hen Lucien Maes, Adrien Luyckx, Freddy Bungeneers, Luc Cieters... Er waren twee afwezigen. Onder druk van de leiding van de mijnbonden haakten Gerard Bijnens en Tony Ventura af. Was hun vertrouwen in de mijnwerkers aangetast?

Op de persconferentie van het stakerskomitee nam naast Luc Cieters ook Jef Ulburghs het woord: 'Er is een kloof ontstaan tussen de vakbondstop en de vakbondsbasis. De top zoekt mee naar een oplossing voor de problemen die de regering heeft. Dat is niet zijn taak. De stakerskomitees hebben een leemte opgevuld. De vakbondsleidingen moeten de rol erkennen die de stakerskomitees nu spelen. De vakbondsleiding laat zich verleiden tot een voortdurende devaluatie van haar eisen, zodat er op het laatste niets meer overblijft. Het is voor iedereen klaar en duidelijk dat de mijnwerkers willen strijden tegen iedere mijnsluiting, iedere afdanking en iedere afvloeiing. Afvloeiingen zijn niets anders dan een verkapte vorm van sluitingen'.(11)

In de meimaand zwol het protest binnen de vakbonden en vooral binnen het ABVV tegen de houding van de verantwoordelijken van de mijncentrales aan tot een echte storm van verontwaardiging.

Als een kostbaar document heeft Herman Vermeulen een map bijgehouden met daarin meer dan 200 protestmoties uit allerlei syndicale milieus. Opvallend veel Waalse steunbetuigingen: ACOD-onderwijs Luik, Memorex Herstal, CNE van UCL Louvain-La Neuve, de ACOD van Ie Centre... In FN-Herstal haalde Joseph Demoulin met zijn ABVV-delegatie 150.000 frank samen.

Uit South-Wales. uit Nederland, uit Aachen en Münchengladbach. uit Oslo..., van overal kwam er financiële steun en stroomden er moties toe. Uit de Kirkenes-ijzermijn aan de poolcirkel, in de noordelijke uithoek van Noorwegen, kwam er een cheque van 300.000 frank.

Jan Grauwels: 'Delegees en secretarissen van andere sectoren hebben ons gezegd: "Jullie hebben een nieuwe wind doen waaien, jullie hebben een nationale stakingsbeweging mogelijk gemaakt". Ik vind dat een van de mooiste complimenten die men ons, mijnwerkers, kan maken1.

De jager, het vel en de beer...

'Vandaag gaat het gezond verstand van de Limburgers al zorgen voor een quasi totale werkhervatting'. Wishful thinking van het Belang van Limburg op dinsdag 6 mei, na de werkhervatting in Zolder. Op het einde van die week wordt al veel meer in mineur geschreven. De Standaard bijvoorbeeld is ronduit verontrust: 'Het stakerskomitee heeft nog steeds een meerderheid van mijnwerkers achter zich'. Erjger nog, in Zolder 'neemt de aarzeling onder de werkwilligen toe'.(12)

En dan springen ze in de bres: Paula, Bernadette, Louisa, Fatma, Yolande... de mijnwerkersvrouwen. Nu de staking moeilijk wordt, komen ze hun mannen steunen aan het piket. 

- 'Jij hebt hier niks te zoeken', roept Pino Bonanno, de ACV-delegee naar Louisa Azevedo.
- 'Jij wilt alleen maar de vrouw aan de haard'.
- 'Werk jij dan misschien in de mijn?"
- 'Ik niet, maar mijn vader wel en mijn vijf broers, mijn twee zwagers en mijn man. Het gaat om ons brood. Het gaat om de toekomst van onze kinderen'.

Zondag 11 mei.

In Eisden en in de Casa Papa Giovanni in Winterslag roepen Cuyvers en Canini de ACV-militanten in 'hoorzittingen' samen. Het rommelt er zwaar. Veel militanten kiezen partij voor de staking. Het Belang van Limburg: 'Geanimeerde discussies onder militanten', 'er blijven meer vragen dan antwoorden', "Wat gaan we onze mensen morgenvroeg aan de poorten vertellen?' (13)

Enkele uren later vullen duizend mijnwerkers en hun vrouwen zaal Victoria in Winterslag. Bernadette Claessen opent de meeting: 'Wij, vrouwen, zullen een steuncomité oprichten zoals de Britse mijnwerkersvrouwen ons hebben voorgedaan'. Dan nemen Luc Gieters, Jan Grauwels en Roger Saeys het woord. 'Nu doorstaken' is het motto van de dag. De applausmeter laat geen twijfel mogelijk, deze mensen zijn niet verslagen. Zij zullen doorgaan. 'Hete maandag aan mijnpoorten?' bloklettert het Belang van Limburg als commentaar. (14)

5 Een ultimatum

Staking in Winterslag, Waterschei en Beringen, lichte werkhervatting in Eisden, zware incidenten in Zolder, overal groot vertoon van rijkswacht en politie. Zo zag het stakingsfront eruit op maandag 12 mei.

Jan Grauwels: 'Voor het eerst mengden de ingenieurs zich onder het volk om werkwilligen te ronselen. Maar de mensen van het stakerskomitee volgden hen op de voet en dienden hen van antwoord. Gerard Bijnens en Jefke Leurs zijn heel vroeg binnengegaan. Ik was daar om half vijf en ik heb ze niet gezien. Om vijf uur was er een klein groepje binnen. Iets van niks: zo'n dertig of veertig man. Om half zeven is Piet Smeyers (ACV-delegee n.v.d.r.) Gerard er weer gaan uithalen. Pietje hoorde de commentaren van de mijnwerkers en zag dat Bijnens zich helemaal isoleerde. Daarom haalde hij hem terug. Laat in de morgen, de ondergrond was toen al naar huis en er stonden nogal wat aarzelende bovengronders in het uitgedunde piket, kwam Pietje Smeyers opnieuw op de proppen: "We zullen een stemming houden. Wie wil werken gaat aan die kant staan. De anderen aan de andere kant". Pietje meende dat wat nog aan de poort stond, wilde werken. Maar hij verloor het pleit, bijna iedereen wilde buiten blijven'.

Baeyens 'heeft zich verschanst in zijn kantoor in Hasselt en mijdt de putten'.(15) Dat schrijft de Volkskrant. De twijfelachtige faam van deze man is blijkbaar tot in Nederland bekend geraakt. 12 mei wordt niet zijn beste dag. In de voormiddag krijgt hij het onaangename bezoek van driehonderd mijnwerkers die erkenning en stakersgeld eisen. De man wordt pas met rust gelaten als hij belooft het Bestuur van de mijncentrale samen te roepen met inbegrip van de linkse delegees.

Cuyvers en Daemen van de ACV-mijncentrale overkomt hetzelfde. In de late namiddag komen de bestuursvergaderingen samen. Daar, ver weg van de mijnen en van de mijnwerkers, barst de hetze tegen de staking weer met alle geweld los. Onder geen enkel beding wordt de staking erkend. Meer nog, de mijnwerkers wordt een onvervalst ultimatum in de maag gesplitst. Wie nog in aanmerking wil komen om stakingsgeld te ontvangen voor de voorbije dagen, moet binnen de 48 uren opnieuw aan de slag.

De Liga voor Mensenrechten zegt over dit ultimatum: 'Die vakbondsbeslissing en de melding door burgemeesters van mijn-gemeenten dat ze "manschappen tekort hebben voor de ordehandhaving" doen minister Nothomb besluiten tot het massaal inzetten van de mobiele eenheden van de rijkswacht'.(16) Er wacht Limburg een zwarte mei.

Jan Grauwels: 'We hadden die avond met nog meer volk als in de voormiddag moeten teruggaan. We hadden hen het mes op de keel moeten zetten bij wijze van spreken. De mijnwerkers en alle syndicalisten die het Sint-Annaplan weg wilden, stonden achter ons. Er waren kritieken op de leiders van onze centrale tot binnen het nationale ABVV-bureau.

We hadden Daemen en Baeyens met de rug tegen de muur moeten zetten. Niet als een laatste wanhoopsdaad waarvan het lot van de staking afhing, zoals Ooms en Honna het zagen: zij gaven het op toen de leiding bleef weigeren de staking te erkennen. Nee, zo'n actie moest een onderdeel zijn van onze plannen om de staking verder op te bouwen. We hadden plannen om Zolder opnieuw helemaal stil te leggen, we waren met omhalingen begonnen, we wilden de acties naar andere sectoren voortzetten.

Die avond waren we afwezig in Hasselt omdat we alles op Zolder hadden gezet. Die actie was positief, maar we hebben toen vergeten aan welke grote druk binnen de vakbonden Daemen en Baeyens blootstonden. Wij hebben die troef niet genoeg naar waarde geschat'.

 

6 'Een versterkt burcht'

Zolder, dinsdag 13 mei.

In de ochtendschemering fietst een mijnwerker loom naar de mijn. Hij aarzelt en vertraagt. Aan de poort daar verderop staat, nog in het duister gehuld, een dubbele haag rijkswachters met schilden en lange matrakken. Daarachter, onheilspellend zwart, twee waterkanonnen. Er is geen stakerspost. Is hij weggejaagd? Over de straat hangt nog een zweem van wat zich in de nacht heeft afgespeeld, een zweem van de urenlange, bittere gevechten van de mijnwerkers tegen honderden rijkswachters. De weg is nog nat van de waterkanonnen.

Op een respectabele afstand van de mijnpoort stopt de fietser. Hij wacht de zaken af. Er stapt nog iemand af, en nóg iemand. Ook mijnwerkers die te voet uit de cité komen, blijven staan. Niemand zegt een woord. Janske, de 'rattenvanger', probeert mensen te overtuigen, maar hij botst op een grimmige zwijgzaamheid. In de verte rijden bussen de mijnterreinen op. De groep groeit tot tweehonderd man, driehonderd... Dan, in die stilte, neemt de eerste man z'n besluit: hij draait zijn fiets en rijdt naar huis. En de hele groep volgt.

's Middags komt een vliegend piket uit de andere mijnzetels in Zolder aan. De posters worden aan weerszijden van de mijn door groepen rijkswachters op een grote afstand gehouden. Binnenrijdende bussen zetten veel mijnwerkers op de binnenplaats af.

Opeens waait er geroep en gejouw vanaf de binnenplaats naar de posters. 'Wat gebeurt er? Misschien gaan zij toch mee in staking?' Maar er komt geen beweging aan de poort. De hoop vervliegt. Wat is er gebeurd?

Simon Ashworth: 'De groep op de binnenplaats aarzelde. Eén woord van Ventura en het was opnieuw volledige staking geweest. Breughelmans (ACV-delegee n.v.d.r.) heeft de megafoon gepakt: "We gaan werken". Breughelmans was altijd al tegen de staking geweest. De hel is losgebarsten. Ze hebben Breughelmans vastgepakt. BOB-ers moesten hem komen ontzetten. De mensen zijn verbitterd aan het werk gegaan'.

's Avonds werd in Zolder opnieuw zwaar gevochten. Zolder kantelde van staking naar werkhervatting en van werkhervatting naar staking. Op het BRT-journaal werd de mijn 'een versterkte burcht' genoemd. Het was een burcht, verdedigd door rijkswachters die elkaar niet alleen traangasgranaten maar ook de jeneverfles doorgaven, rijkswachters die met de kreet 'Ten aanval!' de mijnwerkers tot in het centrum van de gemeente achtervolgden, rijkswachters die een vrijgeleide hadden alle remmen los te gooien.

Hier moesten regering en bourgeoisie tot elke prijs winnen. Zolder in staking betekende dat de mijnstaking weer algemeen werd. Zolder in staking betekende dat de draad weer werd opgenomen die op 4 mei was doorgeknipt, de draad van de algemene staking tegen het Sint-Annuplan. Dit was de achtergrond van het bittere gevecht dat de mijnwerkers drie, vier dagen lang hebben gevoerd.

In het hart van die versterkte burcht, als een Trojaans paard, werkten militanten plannen uit om op een bepaalde dag de mannen van Waterschei binnen te smokkelen en in de badzaal de staking opnieuw te lanceren. Want iedereen voelde dat ook Zolder wilde staken, maar er ontbrak organisatie.

Ik vraag een stakingsleider uit Eisden (van wie ik om veiligheidsredenen de naam niet kan vermelden): 'Wat zul je onthouden uit de stakingen van '86 en '87?'

Hij antwoordt: " (...) Ik denk aan Zolder. Dat waterkanon! De eerste keer heb ik m'n hart uit m'n lijf gelopen, zo bang was ik voor dat waterkanon. Het was maken dat ik wegkwam. Maar de tweede keer heb ik er met een ijzeren buis op staan timmeren. Hoe relatief dat toch allemaal is! Het waren echt gevechten in regel in Zolder. Daar voelde je: "We kunnen iets veranderen. We kunnen die mannen hier misschien wegjagen. De mijnen zijn van de mijnwerkers". Want daar gaat het later toch ooit eens om draaien: echt dat gevecht. Op de beslissende momenten gaan we die mannen niet uit de weg kunnen gaan. En als dié weg zullen zijn, dan is 't opgelost. Maar eerder niet. Als je dan nu al een kleine overwinning behaalt, al is het maar de overwinning op jouw schrik... dan is dat fantastisch.

Ze hebben op een avond een glascontainer omgedraaid. Ze hebben een bushokje omgedraaid. Waterkanonnen, traangas. Ik liep bij de mensen achterom. Iemand greep mij bij de schouder: "Hela!" Ik dacht: "Oei, die man gaat me hier aanpakken". Maar nee. "Hier, pak vast!" Hij duwde mij een doos met flessen in de hand. "Allez, vooruit, ga gooien!"

Ik had mijn auto op een kilometer van de mijnpoort geparkeerd. Een waterkanon stopte er toch wel vlakbij zeker! Iedereen gooide stenen naar het waterkanon. Ik riep: "Houd op, dat is mijn auto... of toch, 't is niet erg. Probeer te mikken en smijt maar door". Ik denk dat ik heel veel zal onthouden".

Een ongelukkige algemene vergadering

Jan Grauwels: 'Op 14 mei verzamelden 1.500 mijnwerkers voor de mijn van Waterschei. Gerard Bijnens is toen weggejaagd. Hij had veel mijnwerkers tegen zich in het harnas gejaagd. Er zijn een paar stenen naar Gerard gegooid. We hadden dat niet mogen toelaten.

Mijn speech ging over de hoofden van de mensen heen. Ik sprak vooral over de nationale beweging, terwijl Gerard het over de mijnen had. Hij zei: "Ik vecht niet om de regering te doen vallen. Ik vecht om de regering van visie te doen veranderen en dat is nu gebeurd". Daarop had ik moeten antwoorden. Ik had de mensen moeten zeggen: "Voila, dat zijn de twee standpunten. Het standpunt van Gerard dat aan de regering toegeeft en dat van mij dat we nog niets bereikt hebben. Nu is 't aan u om te beslissen".

Er had een stemming moeten volgen. Veel mensen waren daarvoor gekomen. Nu is alles in tumult geëindigd.

Maar wat waren de omstandigheden'? De rijkswacht was massaal aanwezig. Zelfs Het Belang was verwonderd over hun aantal. We mochten niet verzamelen op de parking. Waar moesten al die mensen dan blijven? Iedereen had schrik dat ik zou aangehouden worden. We hebben noodgedwongen geïmproviseerd en de meeting midden op de André Dumontlaan gehouden. Iemand haalde een stoel uit het Turkse café en dat was het spreekgestoelte. Later in de namiddag heeft de rijkswacht de straten opgeruimd... tot voorbij de Bascule. Een bloedige veldslag om welgeteld dertien werkwilligen uit de mijn te loodsen. Er vielen veel gewonden. Van democratie gesproken!

Toch had er een stemming moeten doorgaan. Wij konden daar als stakingsleiding alleen maar bij winnen. Ook als we de stemming verloren, zou ons prestige versterkt zijn omdat wij enkel de beslissing van de meerderheid wilden uitvoeren. Maar eigenlijk staat het vast dat wij die stemming zouden gewonnen hebben. We mochten geen schrik hebben van die stemming. Misschien hadden we Gerard zo opnieuw aan onze kant kunnen krijgen. Hij had zich op de stemming kunnen beroepen om tegen Daemen in te gaan. Nu hebben zij dit incident misbruikt om Gerard tegen ons op te zetten. Zij die ons uithongerden onder bescherming van de rijkswacht'.

   
7 'De engelbewaarders van moeder Theresa'

Met leugens, laster en uithongering wilde men de staking breken. Niets mocht baten. De mijnwerkers hielden stand. En dan, toen alle middelen uitgeprobeerd waren, greep Martens naar zijn laatste wapen, de terreur. 'Jullie zullen wakker worden in een nieuw land', had hij de Belgen voorspeld. Limburg werd wakker in een land waar racisme en fascisme tot wet verheven werden. De glimlach van Martens verstarde tot de grimas van de uitzinnige rijkswachter die met sadistisch genoegen een kind van drie jaar neerslaat.

Woeste kloppartijen, dronken rijkswachters die met zichtbaar plezier 'ten aanval' riepen, mensen die in de rijkswachtkazernes één voor één werden afgetroefd... Dat was de situatie na 12 mei in de mijnstreek. Zwartberg '66 -of was het Chili?- was akelig dichtbij.

Etienne De Bruyne was een van de eerste slachtoffers. Tijdens een verhoor door de politie van Heusden werd hij in het gezicht geslagen. Z'n hoofd werd tegen een muur gebonkt. Terwijl hij op de grond moest liggen werd er op zijn vingers getrapt en gestampt en werd hij in zijn kruis getast. Daarna moest hij op z'n knieën gaan zitten. Opnieuw werd hij herhaaldelijk in het gezicht geslagen. Dokters stelden later vast dat De Bruyne evenwichtsstoornissen had. Hij had een hersenschudding opgelopen en zijn trommelvlies was geperforeerd. In Beringen werd ABVV-delegee Fernand Sannen door rijkswachters afgeklopt. Overal werden de stakersposten zonder aanleiding verdreven Een sfeerbeeld: 'Even na 21 uur komt de rijkswacht aanzetten met zwaar materiaal en vat post over de volle breedte van de weg. Plots, zonder dat van stakerszijde 'initiatieven' zijn ontwikkeld, komt de rijkswacht naar voor, ritmisch met de lange matrakken op haar schilden kloppend. Een sinister beeld. Sommige rijkswachters popelen van ongeduld. "Gaan we d'er ene pakken?" vraagt een jonge rijkswachter met aandrang. En hij bedoelde daar geen pintje mee. "Direct, direct", antwoordt zijn buur.(...) Dan schiet de rijkswacht uit haar krammen. De snelle jongens ontsnappen, maar sommigen worden geklist en belanden, niet steeds ongeschonden, op verhoor. De banden van hun auto's, geparkeerd vlakbij de rijkswacht, blijken stuk voor stuk platgezet. Een koude oorlog?" (17)

De Liga voor Mensenrechten deed een onderzoek ter plaatse. 'Onwettelijk', racistisch', 'met de kenmerken van folterpraktijken', zo beoordeelde zij het rijkswachtoptreden in een rapport. De Liga kwam tot de conclusie dat dit optreden van hogerhand geïnstrueerd werd met de bedoeling de staking te breken. (18)

Het verhaal van de 19-jarige Gioacchino Caltabelotte

Op woensdagavond 14 mei ging ik naar de mijn van Eisden. Op zo'n 800 meter van de mijn heb ik mijn auto aan de kant geparkeerd. Ik ben aan de overkant van de straat blijven staan. Na nauwelijks vijf minuten zag ik het volk weglopen. De rijkswacht chargeerde. Ik liep een tuin in en bonkte op de deur van het huis. Ik schreeuwde heel hard: 'Help mij. Help mij!' Een oudere man kwam naar buiten en wilde mij binnenlaten. Maar de rijkswacht had mij al te pakken. Ik werd op de grond gesleurd en geslagen. De man die mij wou binnenlaten kreeg te horen: 'Als jij ook niet wilt meekomen, doe dan maar vlug je deur dicht'. In de tuin sloegen zij mij met de matrak op mijn schouders, hoofd, voeten en enkels. Ik ben bewusteloos gevallen.

Toen ik weer bijkwam, lag ik aan handen en voeten geboeid op de vloer van de rijkswachtvrachtwagen. Rijkswachters sprongen naar binnen en liepen over mij heen. De vrachtwagen werd gesloten. Langs de zijkant werd een deur geopend. 'Nu ga je ons een verhaaltje vertellen'. Een rijkswachter greep mijn hoofd en trok het naar buiten. Hij timmerde met zijn matrak op mijn oog. Toen hij zag dat ik bloedde en mijn oog open lag, stopte hij. Hij duwde mij terug in de wagen. Mijn schoenen werden uitgetrokken en naar buiten gegooid. Ze begonnen op mijn voeten en enkels te slaan met hun matrak. Wij zijn weggereden terwijl ze mij stampten en schopten. Ze brachten mij naar de achterkant van de mijn. Ik kon niet meer op mijn voeten staan, ik voelde mijn benen niet meer. Ze hebben mij toen tot aan een stalen trap gedragen. Daar waren ook nog een paar andere mensen aan de trap vastgeklonken. Ik werd aan een paal geboeid. Ik vroeg om hulp, ik vroeg om een dokter. Daar werd niet op gereageerd. Met die vier, vijf mensen hebben wij daar meer dan een half uur gestaan en gehangen. Dan werden we naar de rijkswachtkazerne in Maasmechelen gevoerd. Ik was helemaal vuil. Ik zat vol bloed en zand en had geen schoenen meer. Overal voelde ik pijn. Ik kon praktisch niet meer spreken door de klappen op mijn gezicht. Ik vroeg voortdurend om een dokter. Eindelijk mocht ik naar een ziekenhuis. De rijkswachters die me begeleidden, reden heel hard. Ik begon te wenen en vroeg: 'Rijd alstublieft voorzichtig'. De rijkswachter naast de chauffeur haalde een fles vanonder zijn zetel: 'Nu ga ik een lekker pintje drinken'. Ik bleef vragen: 'Breng mij alstublieft veilig naar het ziekenhuis'. De man draaide zich om en half over de stoel geleund zei hij: 'Jij hebt hier niks te zeggen'. Hij gaf mij met zijn matrak een flinke mep op het hoofd. Ik begon te schreeuwen en hij sloeg verder. De andere reed als een gek. Zijn sirene werkte niet. We reden zo maar door de stoplichten. In het ziekenhuis hebben ze mijn boeien afgenomen. Een dokter heeft lang gediscussieerd om mij daar te mogen houden. Eindelijk mocht ik dan toch in het ziekenhuis blijven. Ik ben daar tien dagen geweest.

Ik heb aan mijn moeder gezegd: 'Ga naar een advocaat en dien een aanklacht in'. Maar de advocaat zei: 'Als je een aanklacht tegen de rijkswacht wilt indienen, dan zal je dat veel geld kosten. Je moet dan de minister voor de rechtbank slepen'. Ik weet niet of dat waar is. Die advocaat is ook burgemeester van Maasmechelen (19)

Jan Grauwels bleef in die turbulente dagen veel afwezig aan het piket. 'Anders wordt hij opgepakt. Wij moeten zorg dragen voor ons koninginnestuk', zei men daar. Leden van het stakerskomitee hadden de opdracht langs de rijkswachters te slenteren om te luisteren wat er langs de walkie-talkies werd omgeroepen. Een CB-er luisterde thuis de rijkswachtradio af. En een goede verstaander heeft maar een half woord nodig.

Op 14 mei verscheen Jan Grauwels toch op de algemene vergadering aan de mijn van Waterschei, omringd door leden van het stakerskomitee en lijfwachten. De 1.500 mijnwerkers verwelkomden hem met een ovatie. In de massa werd een smalle gang vrijgehouden, een vluchtroute. Als er iets gebeurde kon Grauwels onmiddellijk weg. Alex, de chef van de 'locozaal' in de mijn, liep op en af. De mijnwerkers begrepen dat die strook moest vrijgehouden worden. Op het einde van de vluchtweg, voorbij een braakliggend terrein stond iemand met een snelle motor klaar, met draaiende motor. De opdracht was Grauwels daarmee naar een auto te voeren die verderop klaar stond om hem helemaal veilig weg te brengen.

Alles was door de mijnwerkers zelf georganiseerd. Het waren geen overbodige maatregelen. De dag erna was het bijna zo ver. Toen Jan Grauwels een Turks café in de Herenstraat verliet, was hij ongerust, zijn vluchtauto was er niet. Plots stopte een rijkswachtcombi met gierende banden. Eén van de rijkswachters trok zijn revolver: 'Halt of ik schiet'. Jan bleef staan. Meteen kwam een groep Turken het café uitgelopen en tegelijk kwam de vluchtauto aangereden. De rijkswachters kregen de schrik te pakken. Van hun verwarring maakte Jan gebruik om zich los te rukken. Hij sprong in de auto die snel wegdraaide... Een paar ogenblikken later stoven twee, drie combi's in volle vaart voorbij. Maar de vogel was gevlogen.

Jan Grauwels: 'Ik heb toen mijn snor afgedaan en mij in andere kleren gestoken. Ik werd een ander mens. Ik dook onder. Het was als een nieuw blad waarop de staking haar opdracht schreef. Overal werd ik opgespoord en achterna gezeten. De onderduikadressen waren soms al na enkele uren omzwermd door BOB-ers.

De volgende dag vertrokken we met twee bussen naar de ACOD-betoging in Antwerpen. In de omgeving van Geel hield de rijkswacht één autobus tegen. Ik zat gelukkig in de andere. Ik ben snel uitgestapt. Iemand, die met zijn autootje achter de bussen aanreed, heeft me opgepikt. Aan de eerste afrit verlieten we de autostrade. Langs een doolhof van veldwegeltjes ging het richting Antwerpen. Ik zat vermomd en weggedoken op de achterbank. De kleinste wegen hebben we gevolgd en toch hebben we vier of vijf keer de rijkswacht gezien. We werden nóg gevolgd! Alsof ik de grootste gangster van België was! En wat was de mijnwerkers allemaal niet aangedaan? Op dat moment heb ik een zware klop van de hamer gehad. Ik geraakte in paniek, draaide door: "Geef me maar aan. 't Is gedaan. Stop maar", 't Is gedaan. Stop maar".

Wij zijn toch in Antwerpen geraakt. Misschien omdat de chauffeur iemand van de pers was? Hij heeft mij uit die inzinking geholpen. En op de betoging in Antwerpen was ik weer paraat. Ik weet nog dat de ACOD-secretaris Charles Van der Vinck de betogers daar toesprak: "Het is ongelooflijk dat de mijnwerkersstaking niet erkend wordt. Wij zullen vragen, neen eisen, dat ze de staking van de koolputters opnieuw erkennen". Dat kwam allemaal mooi op het TV-nieuws.

8 De matrak van het racisme

Hassan Yuregil vertelt over zijn opleiding door de rijkswacht; 'Ik werd door het open raam van de auto naar buiten gesleurd en op de grond gegooid. Ze begonnen te stampen, te schoppen en te kloppen. Ze sloegen waar ze mij raken konden terwijl ze riepen: "Vuile Turk ga terug naar uw land!" Het werd mij zwart voor de ogen...'.(20)

Hassan Yuregil is niet de enige. Tientallen gastarbeiders maakten dit mee in die stakingsweek. Ieder van hen kan verhalen vertellen zoals wij die kennen uit de films en boeken over de pogroms tegen de joden in Nazi-Duitsland. Het racisme met de matrak.

Een Turkse winkelier, met zijn nering tegenover de mijn van Waterschei, vertelt over een rijkswachtcharge tegen de postende stakers. Zij werden tot in de cafés en winkels achtervolgd. Hij stond achter de toonbank en kreeg een racistische scheldpartij te horen, de 'bruinen' hadden hier niets verloren en moesten naar hun eigen land terug. 'Een enkele reis Turkije'. Een rijkswachter spuwde in de uitgestalde groenten. Een ander klopte in het voorbijgaan met z'n matrak een bak tomaten tot moes.(21)

Bahadin Yildiz is de buurman van de Turkse kruidenier. Hij baat een café uit. Hij heeft een vrouw en twee kinderen, dreumesen van 2 en 4. Zij waren allemaal thuis toen de rijkswacht die namiddag het café aanviel. 'Ik wilde het café sluiten, maar kreeg de kans niet. Vier mijnwerkers vluchtten het café in. Zij werden gevolgd door zes of zeven rijkswachters. Het raam van de deur werd stukgeslagen. Binnen maaiden de rijkswachters alles omver, ook de koffiemachine. Mijn vrouw wilde in paniek met de kinderen naar boven vluchten. Maar in de gang viel ze flauw. Ik ben haar nagerend en droeg haar de trap op. Ik duwde de kinderen voor mij uit. Intussen beukten de rijkswachters op mijn rug. Boven in de slaapkamer wierp ik mij op de kinderen om ze te beschermen tegen de matrakslagen. Toen ze weggingen waren het café, de woon- en eetkamer één grote puinhoop. Gordijnen waren afgerukt. Tafels en stoelen waren omver gegooid en kapotgeslagen. Borden en glazen lagen tegen de grond. De kassa was leeggeroofd'.(22)

Over deze furie, deze onverholen woestheid, bleven de penneridders van de bourgeoisie hardnekkig zwijgen. Dat drie collega's-journalisten door de rijkswachters gemolesteerd werden, verdween snel, in bedenkelijk karige bewoordingen, tussen de plooien van het overige nieuws. Maar weerzinwekkend groot verscheen het ophitsend lasterlijk geschreeuw dat in de hele conservatieve pers in een wijde echo werd weerkaatst: 'het geweld van de wanhoop,(23) 'straatgevechten van een opgehitste menigte', (24) 'agitatoren aan de mijnen' (25), 'oproerkraaiers en herrieschoppers bewijzen de mijnwerkers een slechte dienst'.(26) .

Achter dit woedende gehuil verschool zich een grote stilte. De stilte over de onrust en bezorgdheid in de mijnwerkersgezinnen. Paula, een mijnwerkersvrouw: 'Er werden mannen opgepakt, zomaar willekeurig Ook mijn man kon opgepakt worden. Je wist dat nooit. Dat heb ik ook aan de kinderen moeten uitleggen. Eerst lieten wij het een beetje in het ongewisse. De kleinste besefte het allemaal niet zo goed. Maar de oudste stelde vragen. Ik ben dan eens met hem rondgereden. Eerst naar het piket, nadien naar het lokaal van het stakerskomitee, om hem te laten zien wat er aan de hand was. Hij had ook veel vragen over het geweld. Dat beroerde mij trouwens ook enorm. Ik had dikwijls gelezen over brutaal rijkswachtoptreden, maar ik dacht altijd dat het overdreven was. Nu heb ik het met mijn eigen ogen gezien. We leggen nu aan de kinderen uit wie er geweld gebruikt'.

  
9 Op een mooie Pinksterdag

Nu de staking bijna vijf weken oud was, groeiden de financiële problemen met de dag. De bankrekeningen doken in het rood en werden geblokkeerd. De mensen kwamen de problemen discreet voorleggen op de permanentte van het stakerskomitee. Het steuncomité van de mijnwerkersvrouwen probeerde een mouw te passen aan de groeiende nood.

Mijnwerkersvrouw Yolande Thienpont was erbij: 'We kregen een donker klaslokaaltje achter het lokaal van de Turkse Eenheid. We begonnen met een schrijftafel, wat papier en carbon voor een doorslagje. Dat was alles. Het volk begon te komen. We maakten standaardformulieren voor uitstel van afbetaling van water, elektriciteit, huur... Er werd een advocaat ingeschakeld. Die man kon het niet alleen aan. Zo kwamen er maatschappelijke assistenten bij. Het werd stilaan een ploeg van tien, vijftien.

De mensen vroegen de meest primaire dingen: brood, koffie, baby­voeding, waspoeder, beleg... We gingen naar de winkel voor tien kilo van dit en tien kilo van dat. De mensen kregen een plastiekzak mee met een paar dingen erin. Een brood, melk, bloem. Het nieuws van die voedselpakketten ging rond als een strovuurtje. Algauw kregen we een echte toeloop te verwerken.

We hebben veel mensen aangesproken om te komen helpen. Van vrouwen van actieve stakers tot vrienden uit de buurtwerking. We hebben omhalingen georganiseerd op markten en pleinen, op feesten en in wijken. In de pinksterdagen werden ongeveer twee miljoen frank en duizend voedselpakketten binnengebracht. En dat is allemaal dadelijk weer uitgegeven. We deden nu grote bestellingen bij het Limburgs Voedingsbedrij f. De bakkers begonnen brood te leveren. Met Pinksteren brachten ze een massa vlaaien. 'Voor de mijnwerkers moet het ook een feestdag zijn', zeiden ze.

We palmden heel het lokaal van de Turkse Eenheid in. Administratie werd nu echt noodzakelijk. De mijnwerkers moesten hun loon briefje tonen om te bewijzen dat ze staakten, en hun ziekenfondskaart om de grootte van hun gezin aan te geven. Op die basis is alles verdeeld, aan een heel lange tafel.

Harry Posikata heeft er zijn computer geïnstalleerd. Hij werkte een nacht lang om alle gegevens voor registratie in de computer te steken.

De toeloop bleef groeien. De gemeente stelde hekken ter beschikking. Helpende handen, rinkelende telefoons, drukte. De Turkse mannen zetten thee en koffie voor ons, vrouwen. Dat was een belangrijke ervaring, in de Turkse cultuur is dat een echte prestatie.

Op de avond voor pinksteren -het werk was afgelopen en we zaten doodmoe nog wat na te genieten van de voorbije dag- verrasten de mannen van de Turkse vereniging ons met grote schotels boordevol sla, kaas, Turkse pepertjes en brood. Het werd een onvergetelijke verbroedering tussen die vrouwen en mannen van zoveel verschillende nationaliteiten. We graaiden allemaal in dezelfde schotels.

Veel vrouwen zijn in de staking opengebloeid. Een hele wereld ging voor hen open. Zij hebben zich voor een stuk ontvoogd en een stuk zelfstandigheid verworven. En voor sommigen begon het bij die voedselpakketten'.

10 "Victoria'? De laatste Algemene Vergadering

19 mei. Ondanks een stralende zomerzon die beslist uitnodigt tot andere dingen, verdringt zich omstreeks 5 uur 's avonds een grote massa voor de bioscoop Victoria in Winterslag. Mijnwerkers en veel mijnwerkersvrouwen zoeken een plaatsje in de zaal waar de temperatuur -ook letterlijk- al snel stijgt. De zaal blijkt te klein voor de 1.500 aanwezigen. Volk dus ook op de stoep en op de terrasjes van de belendende cafés. Luc Cieters leidt de vergadering. Uit alle hoeken van het land komen solidariteitsgroeten. 'Mijnalarm', zo heet het plaatje dat gerenommeerde popartiesten als Bea Vander Maat, Walter Grootaers (De Kreuners), Jean-Marie Aerts (T.C. Matic) en Guy Swinnen (The Scabs) opnemen om het stakerskomitee te steunen. Delegee Kris Nelis heeft daarvoor gezorgd.

Didier Demanet, een delegee uit Charleroi, doet het verhaal van de delegatie Waalse spoormannen die een jonge mijnwerker een huwelijkscadeau bezorgde. De bruidegom heeft hen aan de mijnpoort verteld: 'Ik heb geen geld voor nieuwe schoenen voor m'n huwelijksfeest van morgen'. En de spoormannen legden prompt 3.000 frank samen.

Ook Stein Larsen, de vakbondssecretaris uit het Noorse Kirkenes, komt zijn steun betuigen. Er is geen tolk nodig. De man krijgt een slaande ovatie: 'Hand in hand kameraden. Geen woorden maar daden'. Als het handgeklap wegebt, zegt Cielers: 'Ik wist niet dat jullie allemaal Noors kenden'.

Dan neemt Jan Grauwels het woord. Hij vertelt daarover: 'In mijn schuilplaats had ik er de hele Pinkstermaandag aan gewerkt. Kajotters, de mensen van de stakerskomitees en van het steuncomité van de vrouwen, de leden van de PVDA en van Doorbraak en andere sympathisanten waren naar de wijken getrokken als steun en om aan de mijnwerkers te zeggen dat er voedselpakkctten ter beschikking waren. Zij hebben allemaal een verslagje gemaakt van hun discussies. Dat werd mij door een geheime koerier bezorgd. Uit deze enquête kon ik afleiden op welke vragen de mijnwerkers een antwoord verwachtten: Kunnen we het halen? Staan we niet alleen? Gaat een nationale staking de mijnen open houden? Gaan we nog maanden moeten staken? Wat kunnen we van de vakbonden verwachten? Wat met de financiële problemen? Rond deze vragen heb ik een lange toespraak opgebouwd'.

Ook nu weer is de speech van Jan Grauwels recht in de roos. Het Belang van Limburg schrijft: 'De stakingsleider is zo stilletjes aan een volksheld aan het worden'.(27)

Na de pauze is het woord aan de zaal. 'Vrije micro'. Een vrouw staat recht: 'Vandaag zeggen mij veel mijnwerkers: "Wij hebben honger". Dat is waar, maar ik antwoord daarop: als we nu gaan werken en morgen moeten stempelen, dan zullen we nog meer honger hebben. Als we dat willen vermijden moeten we nu doorstaken.' Heel de zaal veert recht in een daverend applaus. Vrouwen drukken snel een tip van de zakdoek in de ooghoeken en klappen half lachend en half wenend in de handen. Ook veel mijnwerkers moeten eens slikken.

Dan vraagt ABVV-militant Franco Mirisola het woord: 'Gisteren zijn we met een aantal Italianen samengekomen. We denken oprecht dat we terug moeten gaan werken. Er is te veel verdeeldheid. Er zullen te veel sancties komen in de vakbond'.

Jan Grauwels rondt de discussie al en verdedigt nogmaals het verderzetten van de staking. Dan volgt de stemming. Meer dan 90% van de zaal deponeert z'n stembriefje in het ja-bakje, de staking zal voortgezet worden.

De stakingsbeweging roerde zijn staart in het Genkse bekken. Op 21 mei, na uitgerekend vijf weken staking maar nauwelijks twee dagen na de vergadering in de Victoria, werd de mijnstaking opgeschort. De brede voorhoedegroep die wilde voortdoen, kon de grote middengroep niet meer bereiken en overtuigen. Afgeschrikt door het rijkswachtgeweld was deze middengroep niet meer op de vergaderingen of aan de mijnpoorten komen opdagen. Veel stakers vielen op zichzelf terug. Voor hen ging de verdeeldheid in de vakbonden, de financiële nood en de terreur van de rijkswacht te zwaar wegen. Het stakerskomitee besliste daarom: 'Met het hoofd omhoog gaan we morgen binnen'. 'We zijn naar binnen gegaan als mensen die fier terugblikken op een juiste en principiële strijd en die tegelijk vooruitzien naar een nieuwe veldslag', verklaarde Jan Grauwels (28)

Die nieuwe veldslag kwam er al zeer snel. Nauwelijks tien dagen later. En die leidde tot een schitterende overwinning, de overwinning van 6 juni.

Waterschei, 14 mei 1986 - Foto Solidair.

Bibliografie

(1) Le Soir, 5 mei 1986.
(2) De Morgen, 5 mei 1986.
(3) De Financieel-Ekonomische Tijd. 6 mei 1986.
(4) De Werker, weekblad van het ABVV. 24 april 1986
(5) De Standaard, 6 mei 1986.
(6) De Financiecl-Ekonomisehe Tijd. 6 mei 1986.
(7) L'Echo de la Bourse, 3 mei 1986.
(8) L'Echo de la Bourse,7 mei 1986.
(9) La Cité. 24 september 1986.
(10) Solidair, 14 mei 1986.
(11) Solidair, 14 mei 1986.
(12) De Standaard, 9 mei 1986.
(13) Het Belang van Limburg, 12 mei 1986.
(14) Het Belang van Limburg,12 mei 1986.
(15) De Volkskrant. 13 maart 1987.
(16) Liga voor Mensenrechten, J. CAPELLE, J. LIPPENS: De ordehandhaving tijdens de Limburgse mijnstaking april-mei 1986, blz. 15.
(17) De Morgen. 16 mei 1986
(18) Liga voor Mensenrechten, o.c. blz. 21-22. 31, 37 en 40.
(19) Liga voor Mensenrechten, o.c. blz. 65-68 (samenvatting).
(20) Solidair, 21 mei 1986.
(21) Liga voor Mensenrechten, o.c. blz. 48.
(22) Liga voor Mensenrechten, o.c. blz. 60-61 (samenvatting).
(23) La Libre Belgique,
16 mei 1986.
(24) De Standaard, 15 mei 1985.
(25) Gazet van Antwerpen, 15 mei 1986.
(26) Het Laatste Nieuws, 15 mei 1986.
(27) Het Belang van Limburg, 20 mei 1986.
(28) Solidair, 28 mei 1986.

   

Foto Solidair

6 juni 1986 - Feest in de mijnen. "De stroming voor een 
meer principiële opstelling van de vakbonden wint aan kracht  

  

VII 't Is mijn delegee, blijf eraf

1. 'U maakt het voorwerp uit van een voorstel tot uitsluiting'  
2. Een onvergetelijke dag: 6 juni '86

1 'U maakt het voorwerp uit van een voorstel tot uitsluiting'

Woensdag 4 juni '86 worden vier delegees en acht andere militanten uit de mijnen met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van hun voorgenomen afzetting en uitsluiting uit de vakbond. Het zijn Luc Cieters, Freddy Bungeneers, Adrien Luyckx, Jan Grauwels, Fernand Sannen, Rich De Schutter, Mimoun Honna, Dominique Nouwen, Louis Willems, Ismail Ustmert, Herman Vermeulen en Patrick Luyts.

Jan Baeyens, secretaris van de ABVV-mijncentrale schrijft: 'U maakt het voorwerp uit van een voorstel tot uitsluiting in hoedanigheid van lid van de Nationale Centrale der Mijnwerkers van België. In overeenstemming met de statuten wordt U hierbij aangetekend uitgenodigd om deel te nemen aan de bijeenkomst die geroepen is zich uit te spreken over Uw geval, (artikel 9) Deze vergadering heeft plaats op vrijdag 6 juni om 10 uur in de Germinal. in Hasselt (...)'

Baeyens heeft de beslissingen van de vergadering van 6 juni niet afgewacht. Al op 2 juni schrijft hij een brief naar de directie van KS om mee te delen dat de mandaten van de vier delegees onmiddellijk worden ingetrokken.

Aan de mijnpoorten slaat het nieuws in als een bom. De binnenkomende mijnwerkers blijven staan en steken hun ongenoegen niet onder stoelen of banken: 'Dit is een echt schandaal! Zaterdag liepen wij nog op de kop van de grote ABVV-betoging in Brussel en nu worden onze delegees afgezet. Wil men de mijnen zonder slag of stoot laten sluiten?'

In heel de syndicale wereld wordt heftig gereageerd. Verschillende centrales en afdelingen zeggen het als een eer te zullen beschouwen als de vier afgezette delegees tot hun centrale willen toetreden: het ACOD-onderwijs van Kortrijk, het ABVV-Dendermonde, het CMB-Waasland... Het regent moties uit alle mogelijke hoeken, ACOD-Brussel, CGSP-onderwijs Brussel, ACOD-Limburg, het ABVV van Aalst. De syndicale kernen van de Antwerpse bedrijven SIBP, Solvay, Monsanto, Koewait-Oil, Polysar, BASF, Degussa, Petrochim en Essochem drukken hun 'verontwaardiging uit over de ontslagen' en roepen het ABVV en de Algemene Centrale op hun verantwoordelijkheid te nemen en de bescherming van de syndicale militanten ook binnen de eigen rangen in de praktijk te brengen'.

Het Bestuur van de Algemene Centrale van Gent schrijft een open brief naar de Mijnwerkerscentrale en naar André Vanden Broucke: 'Het is onbegrijpelijk en onaanvaardbaar dat in het kader van de nationale interprofessionele sensibiliserings- en actiecampagne in het ABVV de noodzakelijke strijdbaarheid wordt gesanctioneerd'. In Limburg ontstaat de groep "Het Syndicaal Geweten".

2 Een onvergetelijke dag: 6 juni '86

Hasselt, vrijdag 6 juni. 10 uur.

Vlak voor de Germinal. het ABVV-vakbondsgebouw, loopt het Maastrichterstraatje vol. De mijnwerkers zijn naar Hasselt afgezakt. Vandaag staan hier de koptrekkers van hun staking terecht. De mijnwerkers komen hun delegees verdedigen. De sfeer is vastberaden.

Cois heeft de nachtpost gemaakt. Hij is niet gaan slapen: 'Ik werk zeventien jaar in Beringen. Luc is de meest bekwame delegee die we ooit gehad hebben. Zo iemand afzetten? Dat kan niet. Ik ken Luc, die man geeft het nooit op'.

Sonja, de vrouw van Adrien Luyckx, één van de afgezette delegees: 'Mijn grootvader en mijn vader waren bij het ABVV. En in die tijd wou dat wat zeggen. Ik was fier op onze rode vlag. Nu ben ik beschaamd over de vakbond. Maar ik blijf vechten'.

Er zijn spoormannen uit Luik, ACOD-ers uit Limburg en Antwerpen, ABVV-ers van Renault en van de werklozenwerking in de Kempen... 'In de strijd maak je toch veel vrienden. Onder de staking gingen wij naar hen, nu komen zij naar ons', zegt een Italiaanse mijnwerker. De CMB-Waasland is ook op post. De Boel-zangers zetten in: 'Geen vagebonden maar echte bonden, onze bonden!' De mijnwerkers begrijpen dat.

Luc Cieters: 'Wij eisen dat de uitsluitingen onmiddellijk teniet worden gedaan en dat iedereen zich bij de komende sociale verkiezingen kandidaat zal mogen stellen'. Jan Grauwels geeft de resultaten van de petitieactie aan de mijnpoorten, op amper 24 uur tijd tekenen 3.000 mijnwerkers. 'We gaan die handtekeningen afgeven'.

Een dubbele rij politieagenten staan voor de ingang. Ze komen in een maalstroom van mijnwerkers terecht. Het Uitvoerend Bestuur is nu voor het publiek toegankelijk. Voor veel mijnwerkers is dat hun eerste Uitvoerend Bestuur. Zij voelen zich beresterk. Zij weten zich gesteund door hun 18.000 werkmakkers en door een meerderheid in het grote ABVV.

De beelden van hun overtuigingswerk, die 's avonds op het BRT-journaal getoond worden, zijn onvergetelijk. Uiteindelijk geeft ook Jan Baeyens toe. De mijnwerkers verlaten daarop de zaal. Alle leden van het Uitvoerend Bestuur zetten dan in alle rust hun handtekening, de procedure voor de uitsluiting wordt ingetrokken.

Adrien Luyckx verlaat als eerste, lachend en met opgestoken brief, de zaal. 'Die moet je inkaderen, dat is je diploma', roepen de metaal­arbeiders uit het Waasland die buiten staan te wachten. De Boelarbeiders zingen alle strijdliedjes die ze kennen. Wanneer dan de drie in eer herstelde leden van het Uitvoerend Bestuur de zaal verlaten met hun 'diploma', ontlaadt de spanning zich in een spetterend enthousiasme. Luc Gieters en Jan Grauwels worden prompt als helden op de schouders van de mijnwerkers getild. Freddy Bungeneers valt buiten de prijzen: zijn 102 kilogram is zelfs voor mijnwerkers iets te veel.

Buiten neemt CMB-secretaris René Stroobant het woord. Hij krijgt applaus. Ook Jan Olyslaegers, de voorzitter, spreekt de mijnwerkers toe. Op zijn jas prijkt de badge: ''t Zijn onze delegees, blijf eraf!' Ook hij krijgt applaus van de mijnwerkers. En dat doet hem goed. Jan Grauwels rondt af: 'De strijd tegen de mijnsluitingen, tegen de afdankingen en afvloeiingen gaat verder'.

Die middag zijn de militanten zingend en klingend de put van Waterschei opgetrokken. Het was feest. Ook in Beringen werden de delegees overstelpt met gelukwensen. 'Er kwamen er mij zelfs bedanken', vertelt Luc Cieters. 'Dat is toch een teken dat ze begrepen hoe belangrijk deze kwestie was voor het verdere verloop van de strijd tegen de mijnsluitingen'.

Op 6 juni won de vakbond. Alleen door vast te houden aan democratie en strijdbaarheid kan de vakbond zich versterken. De strijd tegen de uitsluiting van de ACV-militantenkern op Boel en van de ABVV-kern op Bosal in de Kempen had al een stroming voor meer democratie in de vakbonden op gang gebracht. Nu boekten de mijnwerkers op dat vlak een formidabele overwinning. Zij wezen het syndicalisme af dat plooit voor de logica van de holdings en het patronaat. Zij kozen voor dat andere syndicalisme, het syndicalisme dat weigert te capituleren, het syndicalisme dat zegt: laten wij het volk mobiliseren en laten wij rotsvast op de eisen van het volk blijven staan.

Jan Grauwels: "t Is niet omdat het moeilijk is dat we niet blijven knokken binnen de vakbond. De mijnwerkers hebben hun vakbond nodig. Ze hebben een vakbond nodig die de eisen verdedigt en die hen vooruittrekt. In Engeland heeft het dertig jaar geduurd voor er in de mijnvakbond, de NUM. een andere politiek gevoerd werd. Tussen 1961 en 1971 zijn er 350.000 jobs geliquideerd. Pas in de strijd daartegen is er een gevecht op gang gekomen binnen de mijnvakbond. Hoe moet een vakbond er uitzien, welk programma moet hij hebben en welke leiding heeft hij nodig om dat programma te verwezenlijken? Uit die strijd is Arthur Scargill voortgekomen. Men wilde een einde stellen aan de discussies over de opstelling van de vakbonden tegenover sluitingen. Daarom wilde men ons afzetten'.

Luc Cieters: in heel de vakbeweging was de discussie gelanceerd over de strategie tegenover de crisis. Dat dreigde uit te monden in wat genoemd wordt de realistische weg. Wij hebben die aanpak nooit willen aanvaarden. Wij hebben ons altijd principieel verzet. Door de mijnstaking en door de strijd tegen de sancties heeft de discussie aan kracht gewonnen. De vloed protesten die op zeer korte tijd op gang kwam, bewijst dat de stroming voor een meer strijdbare en principiële opstelling aan kracht wint'.

 

 

Foto Solidair

Harry Posikata (links) en Herman Vermeulen (rechts) krijgen hun ontslagbrief overhandigd.

VIII Thyl Gheyselinck en zijn 'plan'

1. Gheyselinck    
2. Is Gheyselinck door God gezonden?   
      Uit het dagboek van Jan Grauwels   
Bibliografie    

1 Gheyselinck

In september 1986 kreeg KS zijn nieuwe baas: Thyl Gheyselinck. 'Ik start als een onbeschreven blad, als iemand die onbevooroordeeld is'.(1) Het klonk als de tafelhoer die zweert op haar maagdelijkheid. Gheyselinck was natuurlijk géén onbeschreven blad. Negentien jaar lang was hij in dienst bij Shell. En wie Shell zegt, zegt steenkool. 'Bij Shell heb ik wel iets over het importeren van steenkool geleerd en over het verkopen ervan. Het zullen dan ook zeer competitieve mijnen moeten zijn, die open willen blijven. In dat scenario situeer ik KS.(2)

Shell ging als één van de eersten op zoek naar steenkolenvoorraden, ondermeer in Zuid-Afrika. Shell bouwde kolenterminalsvoorde overslag en schafte zich bulkschepen aan voor het transport. Verkoopkantoren voor de kolenafzet werden opgericht. Kortom, een volledige koleninfrastructuur. Shell werd de grootste kolenvervoerder ter wereld. In Rotterdam ligt de grootste Europese overslaghaven voor steenkool, een eigendom van Shell.

De wereldvraag naar steenkool blijft stijgen. In 1973 werd 106 miljoen ton steenkool vervoerd. In 1985 was dat al 260 miljoen ton. Binnen tien jaar zullen naar verwachting 400 à 600 miljoen ton verscheept worden.(3) Men voorziet dat in het jaar 2000 de helft van de wereldhandel in steenkool in handen zal zijn van Shell, BP en Exxon met een ijzersterke monopoliepositie. In deze wereldstrategie van Shell kan de afbouw van de Limburgse mijnindustrie alleen maar grote voordelen opleveren.

De mijnwerkers zouden dit kale 'onbeschreven blad' leren kennen als een meester van de dubbelzinnigheid, een virtuoos in bedrieglijke beloftes, volleerd in alle listen en knepen van wat de bourgeoisie 'crisis-manager' is gaan noemen. Eerder klassevooroordelen dan ideeën, eerder ijdelheid dan een hart.

'Ik voel mij als het jongetje uit het sprookje over de kleren van de Chinese keizer, het jongetje dat eindelijk durft zeggen dat de keizer geen kleren aanhad'. Zo beschreef Gheyselinck zichzelf op de persconferentie waarin hij zijn 'Plan' ontvouwde. Het was 17 december 1986. Met de opgeblazen arrogantie van een Klein Duimpje uit de poesjenellencollectie wie men het toevallig veroorlooft een rol te spelen in het stuk, las hij het doodvonnis over Limburg:

- Sluiting van de sector-Oost (Eisden, Winterslag en Waterschei)
- Schrappen van 8.000 jobs in de mijnen.
- Fusie van de sector-West (Beringen en Zolder) met mogelijke sluiting in 2000.

De ervaring van de Voerperikelen bijvoorbeeld, had België al tegen een en ander gehard. Maar wat Gheyselinck op 17 december ten tonele voerde was dermate grotesk en grillig... Neen, dit was nog nooit vertoond! Gheyselinck sprak plechtig over een 'Plan' -met hoofdletter- over 'een nieuwe toekomst', terwijl het eigenlijk ging over twee (2!) doorslagjes plus een paar bladzijden 'bijlagen'. Voor de verzamelde Belgische pers zwaaide hij als een ervaren schoolmeester met de liniaal om een infantiele grafiek aan te wijzen, terwijl eigenlijk gezwaaid werd met de hakbijl van de Generale, de hakbijl van Leysen, de hakbijl van de nucleaire lobby en van Shell, wier Limburgse schoenpoetser hij geworden was! 'Ik zie weinig soelaas in de huidige toestand. Ergens anders worden kolen beduidend goedkoper gedolven. De strategische waarde van de Limburgse kolen is een fictie'.(4) 'Bovendien zou een strategische optie voor steenkool in tegen­spraak zijn met de optie voor het optimaliseren van de nucleaire energie die in de voorbije jaren duidelijk werd genomen'.(5)

Grotesk... maar meesterlijk in elkaar gestoken, met het schokeffect om de mijnwerkers te demoraliseren -"t Is te Iaat, niets aan te doen'- met de etappenstrategie om het Westen tegen het Oosten uit te spelen. Met een uitnodiging naar de vakbonden om te praten, neen, godbeware, niet over het 'Plan' zelf, maar over de verdeling van het geld tussen reconversie en sociale begeleiding.

2 Is Gheyselinck door god gezonden?

In deze koldervertoning kwamen al snel een massa dweperige figuranten op het podium, toppolitici. In de mei-avonden uit onze kindertijd riep mijnheer pastoor na het rozenhoedje de heilige maagd Maria aan met allerlei titels: 'ivoren toren, gulden huis, ark des verbonds...' Nu was het de beurt aan Gheyselinck om met lauweren omhangen te worden. Minister Dchaene (ACW!) noemde het 'Plan' 'een unieke kans voor Limburg'.(6) En zijn collega Aerts (ook al ACW): 'De heer Gheyselinck zegt dat iedereen uit zijn rollenpatroon moet treden. Hij doet dat zelf ook, want als industrieel wil hij de mensen ontmoeten als mens. Ik vind dat een schitterende benadering'.(7) Aerts ging dan wél voorbij aan het feit dat vooral de mijnwerkers uit hun rol moesten treden, de rol 'mijnwerkers' werd doodgewoon uit het stuk geschrapt.

CVP-senator Didden repte zich er aan toe te voegen: 'Mijnsluitingen zijn eerder een uitdaging dan een kruis'.(8) Voor Didden moest de mijnwerker omschakelen. Bijvoorbeeld in boer of tuinier. 'Laat ons honderd zaadjes planten waaruit misschien vijftig bloemen bloeien'.(9) Didden was nochtans geen afgevaardigde van de Boerenbond binnen de CVP, maar eveneens... van het ACW!

Met dit reconversie-elan was ook Aerts opnieuw gelanceerd: 'Als de geest van samenopbouw en van overleg aanwezig is, dan zijn we onweerstaanbaar'.(10)

Willy Claes was het daar allemaal 'onweerstaanbaar' mee eens: 'Wij maken gigantische verliezen. Ik wik mijn woorden, het is gigantisch. 16 tot 17 miljard per jaar voor een produktie van nauwelijks 6 miljoen ton. Dat betekent wat'.(11) 'Men kan niet eindeloos en straffeloos geld blijven pompen in bodemloze vaten. Een sanering drong zich dan ook op. Maar door de wet van 5 maart 1984 moet dat binnen een onverantwoord eng keurslijf. Ook Gheyselinck is slachtoffer van dat carcan'.(12)

Zo stelde Claes de zaken: Gheyselinck was het slachtoffer, de mijnwerkersstaking was het gevaar. 'Het zou een koud kunstje zijn politiek profijt te trekken uit de miserie van de mijnwerkers. Als verantwoordelijke beweging zien wij echter vóór alles de toekomst van de Limburgse gouw. (...) Wij zullen ook deze keer de mijnwerkers niet in de steek laten. Ik geloof echter dat zelfs een algemene staking Martens niet meer van zijn voornemen zal afbrengen'.(13)

Geen staking dus, maar wél de 'bundeling van alle levende krachten'. Zo hadden Spitaels en zijn vrienden in Wallonië de staalnijverheid ook al helpen begraven! En, wacht even, was Willy Claes daar toen ook al niet bij betrokken? 'Ik heb geen schrik van verantwoordelijkheden. Ik heb in het staal plannen verdedigd die aan duizenden arbeiders hun job hebben gekost'.(14) Claes herhaalde: 'Alle levende krachten moeten het eens worden over de grote krachtlijnen van een globale approach'.(15) 'Er is een Hollands voorbeeld: Zuid-Limburg'.(16) Willy Claes was 'onweerstaanbaar', maar tegelijk ook 'een beetje ontgoocheld'.(17) Hij vond vertroosting aan de overkant van de Maas.

Ook Volksunie-voorzitter Jaak Gabriëls had z'n zorgen in z'n plunjezak gestopt en was fluitend in dat andere, Hollandse, Limburg een kijkje gaan nemen: 'Toen daar de mijnen dichtgingen, werd DSM een wereldbedrijf, Daf kwam naar Born, het Nederlands nationaal instituut voor de statistiek werd naar Heerlen overgeheveld, Maastricht kreeg een volwaardige universiteit. En daar bovenop krijgt Nederlands-Limburg nog elk jaar 2,5 miljard frank voor reconversie. Welnu, dat is reconversie'.(18)

Gabriéls en Claes hadden niet gezien dat tweederde van de Nederlandse mijnwerkerskinderen van toen vandaag zonder werk zit en zijn nutteloosheid verdrinkt in de werklozencafés van Heerlen en Kerkrade.

De PVV maakte er allemaal minder woorden aan vuil. 'Wij hebben het altijd al gezegd' was het lakonieke zegebulletin van het PVV-bureau over het 'Plan' Gheyselinck.(19) Havik Verhofstadt toverde op één dag de 100 gevraagde miljarden voor het 'Plan' op tafel, wat in de beurspers de bedenking opriep: 'Het Plan Gheyselinck is zonder slag of stoot door de regering aanvaard'.(20)

De omhooggevallen Thyl uit het Chinese sprookje kreeg ook nog logistieke steun van een werkelijk ontketende pers. Zelfs in de deftige en bedachtzame 'De Standaard' kon je lyrische ontboezemingen lezen over 'een bevrijdend plan', "een weldaad voor Limburg'.(21)

'Hij heeft zich tot op vandaag handig maar tactvol van zijn taak gekweten. Hij heeft gemoedelijk en tot in de vroege uurtjes gepintelierd met de vakbondsafgevaardigden maar tegelijk de mijnwerkers onomwonden voor hun verantwoordelijkheid geplaatst. Hij laat ruimte voor overleg en gaat brede maatschappelijke discussies aan op uiteenlopende niveaus. Het is overal zowat al Gheyselinck dat de klok slaat. Limburg hangt aan zijn lippen...'(22)

De volgens Manu Ruys "zelfverzekerde en deskundige regeringsadviseur"(23) had "zijn deel van het werk gedaan".(24) 'De bal ligt nu in Limburg. De afspraak moet nu zijn: iedereen aan de slag, geen gezeur', oordeelde Mark Platel in Het Belang van Limburg.(25) Iedereen aan de slag? Welke slag? Een slag van de molen? De 75.000 werkzoekenden in Limburg en de 20.000 mijnwerkers die hun job bedreigd zagen, keken verontrust en verongelijkt om zich heen. Waar konden ze aan het werk? De editorialist geraakte beteuterd: 'Aan de slag. Inderdaad, dat is geen voorbeeld van een originele titel' gaf hij een paar dagen later toe.(26) Maar hij wipte handig over op een ander stokpaardje: 'Er zijn er genoeg die het KS-drama willen uitbuiten voor hun doeleinden, maar die hebben niets met Limburg te maken'.(27)

Al eerder had Platel banbliksems geworpen naar de tegenstanders van Gheyselinck: "Verbaal opbod is verleidelijk. Oproerkraaiers en onruststokers wentelen zich maar al te graag in het menselijk leed rond de mijnen'.(28)

Het thema was voor La Libre Belgique interessant genoeg om een artikel te plegen over de 'staakzieke dogmatici van de PVDA' onder de al evenmin originele titel 'Beroepsagitatoren'.(29)

Zo vonden de mijnwerkers bijna elke dag een boterham in de brievenbus die zwaar op de maag bleef liggen. Durfden zij naar het televisienieuws kijken, dan riskeerden zij tot zeven minuten Gheyselinck-show te moeten incasseren.

De mijnwerkers zaten in zak en as. Op het strijdbal van het mijnwerkersfront van Eisden in november '87 herinnert men zich de moeilijke nieuwjaarsperiode nog levendig. Andre Cant werkte sinds ' 73 in de put van Eisden: 'Gheysclinck kwam met zijn Plan. 't Was Kerstmis, een moeilijke periode. Iedereen zei: "Na Nieuwjaar komt het los". Begin januari probeerde Ooms een bezetting. Maar het grote enthousiasme was er nog niet. In die eerste weken van het jaar heb ik hele dagen in de put doelloos rondgelopen. Op zoek zonder te weten naar wat. Ik had tegen de muren kunnen oplopen. Ik ben drie dagen ziek geweest, het ging echt niet meer. Je vecht voor een rechtvaardige zaak en dan wordt zo'n man tot manager geparachuteerd; en hij haalt zijn slag nog thuis ook'.

Jos Gielen, een LBC-delegee mengt zich in het gesprek: 'Ik had mij dat niet kunnen voorstellen, die verslagenheid. Daar was ik niet goed van, die machteloosheid als syndicalist. De pers heeft ons toen ook echt overdonderd. Nooit liet men iemand aan het woord die de mijnwerkers verdedigde'.

Zo gingen de mijnen het jaar 1987 in . Zouden de mijnwerkers hun tweede adem vinden?

 
Uit het dagboek van Jan Grauwels

30 december 1986, de laatste werkdag van het jaar.Zoals alle dagen heeft Jan Grauwels 's avonds nog de tijd genomen om het werk van die dag te overlopen en te analyseren. Een boeket discussies waarvan je de weerslag in zijn dagboek vindt. Je volgt Jan Grauwels als het ware op de voet: 's morgens in het syndicale lokaal, daarna de gesprekken met de opzichters en tenslotte het overtuigingswerk onder de 'taille'. 'Het komt erop aan', zegt Grauwels, 'goed op de hoogte te zijn, de krantenartikels over de mijnen, over energiepolitiek, over de politieke partijen, over de Generale enzovoort aandachtig te lezen. Dan moet je polsen bij de arbeiders wat zij ervan vinden, welke vragen zij stellen. Ik heb altijd neergeschreven om mijn eigen optreden en de verlangens van de arbeiders te overdenken. Een fragment:

   

Bibliografie

(1) Belang van Limburg, 1 augustus 1986.
(2) Belang van Limburg, idem.
(3) Le Monde, 22 juli 1986.
(4) Gazet van Antwerpen, 18 december 1986.
(5) De Financieel-Ekonomische Tijd, 18 december 1986.
(6) De Financiceel-Ekonomische Tijd, 19 december 1986.
(7) Het Volk, 31 december 1986.
(8) Het Nieuwsblad, 5 januari 1987.
(9) Het Nieuwsblad, idem.
(10) Het Volk, 31 december 1986.
(11) De Volkswil, blad van de Socialistische Gemeenschappelijke Actie, 5 januari 1987.
(12) Het Belang van Limburg, 29 januari 1987.
(13) De Volkswil, 5 januari 1987.
(14) BRT- Confrontatie, 21 december 1986.
(15) Knack, 21 januari 1987.
(16) De Volkswil, 5 januari 1987.
(17) Het Belang van Limburg, 6 januari 1987.
(18) Gazet van Antwerpen, 8 januari 1987.
(19) Het Laatste Nieuws, 23 december 1986.
(20) De Financieel-Ekonomische Tijd, 19 december 1986.
(21) De Standaard, 19 januari 1987.
(22) De Standaard, 19 januari 1987.
(23) Het Belang van Limburg, 22 december 1986.
(24) Het Belang van Limburg, 2 januari 1987.
(25) Het Belang van Limburg, 2 januari 1987.
(26) Het Belang van Limburg, 5 januari 1987.
(27) Het Belang van Limburg, 5 januari 1987.
(28) Het Belang van Limburg, 18 december 1986.
(29) La Libre Belgique ,   29 december 1986.

 

Foto Solidair

IX Knagende vragen en bevrijdende antwoorden: januari en februari 1987

Inleiding  
1. Eerste schermutselingen    
2. Slaapliedjes van Daemen, Baeyens, Olyslaegers...  
       Open Brief Luc Cieters
3. Limburg in nood   
       Uittreksel uit de open brief aan de KS-manager van Harrie Dewitte
4. De Volksunie steekt haar neus aan het venster   
5. Eisden: mijnwerkersfront. Genk: mijnwerkerscomite   
6. Terug van weggeweest  
    
   Uit het pamflet van het Mijnwerkerscomité 
Bibliografie 

Inleiding

Een oud Chinees spreekwoord: 'Bekijk beide zijden en u bent verlicht; bekijk één zijde en u bent verblind'. Aan oppervlakkige eenzijdigheid bezondigden bijna alle persjongens zich in de eerste maanden van '87. 'De staking van '86 heeft zoveel wonden geslagen dat een nieuwe staking niet meer denkbaar is'.(1) 'De mijnwerkers begrijpen dat de mijnen niet meer gezond worden'.(2) Men boog zich al meewarig over het lot van de verliezer: 'Binnenkort opent Gheyselinck zijn snoepwinkel van sociale begeleiding. En als hij ze dan allemaal uit de put heeft gehaald, doet Jan Grauwels als laatste zijn mijnlamp uit'.(3)

Zo werden de mijnwerkers verblind en ontmoedigd. Het kwam erop aan te leren inzien hoe je vanuit een verloren positie toch kunt terugkomen en counteren. De mijnwerkersleiders doorstonden de proef met glans. Op 11 maart '87 moest De Financieel-Ekonomische Tijd onder de titel 'Limburg in het nauw' toegeven: 'Het gebrek aan onmiddellijke reactie op het Plan wees er volgens de enen op dat de kompels al hun kruit vroegtijdig verschoten hadden met de wekenlange staking van 1986 en nu het erop aan kwam, te uitgeput waren om de strijd opnieuw aan te binden. Volgens anderen wees de rust erop dat de KS-werknemers zich bij het onvermijdelijke hadden neergelegd. (...) De huidige sociale onrust in en rond de mijnen geeft beide stellingen ongelijk. De mijnwerkers beschikken over nog heel wat stakingsbereidheid en de sluiting van de drie oostelijke zetels wordt niet (langer) aanvaard, zelfs al gaat zij gepaard met sociale en reconversiemaatregelen'.

1 Eerste schermutselingen

Jan Grauwels: 'Op oudejaarsavond was het familiefeest bij mijn zwager. Hij zei mij: "Als ik de radio hoor en de kranten lees, dan is het allemaal al geklonken. De mijnwerkers zullen niet reageren".
- Ik daarop: "Hola! De zesde zul je wat anders kunnen lezen in de kranten".
- "Hoezo?"
- "Ja, lees de krant maar".
De vijfde 's avonds belde hij mij: "Zie je wel, 't is niks geworden".
- Ik: "Wacht maar tot morgen".

De zesde was het inderdaad staking. We wilden even de puntjes op de i zetten. De mijnwerkers waren natuurlijk '86 niet vergeten. Dat moest allemaal nog verwerkt worden. Maar het was de eerste stap. Er was weer beweging, wat de burgerij ook zei.

Wij hebben toen een echt psychologisch gevecht geleverd om het moreel van het volk hoog te houden. Inhoudelijk draaide dit gevecht rond de vraag: geld aannemen en de mijnen laten sluiten of strijden voor werk. Maandag 5 januari was de eerste werkdag van het jaar. De mijnwerkers kwamen met grote verwachtingen waar de mijn. Vanop de trap heb ik hen gezegd: "Als dit plan doorgaat, wordt Limburg een sociale woestijn. Jullie hebben mij niet verkozen om over jobverlies te onderhandelen. Ik aanvaard niet dat mijnen moeten sluiten omdat enkele groepen nóg rijker willen worden door de bouw van een achtste kerncentrale". Lucien Maes was het daar volledig mee eens. Maar Gerard Bijnens zei: "Wij moeten wachten welke sociale begeleiding er uit de bus komt. Dan pas kunnen wij ons een oordeel vormen over het Plan van Gheyselinck". Het standpunt van Gerard werd afgewezen. De mensen stemden massaal in met de motie waarin sluitingen, afvloeiingen en afdankingen werden verworpen.

De kranten schreven op 7 januari: "De acties werden al stopgezet" in plaats van "Er werd voor het eerst weer actie gevoerd. Er leeft wat". Dat is psychologische oorlogvoering. Om ons de wind uit de zeilen te nemen werd ook snel het overleg over de sociale begeleiding gestart. Geld op tafel leggen om een staking tegen de sluitingen te verhinderen: dat was de tactiek'.

Op 6 januari organiseerde ACLVB-delegee Jean Ooms een korte bezetting van de ondergrond in Eisden. Ook in Eisden wilde men de puntjes op de i zetten. Welke weg zouden de mijnwerkers kiezen? Een groep van ongeveer 20% verwierp het 'Plan' en wilde naar een nieuwe mijnstaking tegen de sluitingen. Een zeer grote middengroep was eveneens tegen sluiting, maar zat nog verstrikt in de ideeën die haar elke dag werden ingelepeld: 'Het is al beslist', 'We staan alleen', 'De grote groepen zijn te sterk', 'De verliezen zijn te groot'. Welke keuze zou deze twijfelende middengroep maken? Zou zij overhellen naar de strijd of zou ze de sociale begeleiding aanvaarden? Het werd opnieuw de strijd om de harten en de geesten van de middengroep.

 
2 Slaapliedjes van Daemen, Baeyens, Olyslaegers...

In januari '87 was de hele syndicale ambitie van Daemen, Olyslaegers en Baeyens verschrompeld tot een beklagenswaardige modus vivendi met Gheyselinck, in de vorm van 'overleg' over de afbouw.

In die dagen schreef André Daemen: 'Men moet toegeven dat aan het Plan een visie aan de grondslag ligt, dat het open en eerlijk is en dat er rekening wordt gehouden met de sociale implicaties voor de mijnwerkers'. (4) En ook: 'Het Plan is een oplossing a la carte voor de individuele behoeften en verlangens van de mijnwerkers'.(5)

In 'zijn' Belang had Gheyselinck geschreven: 'Ik kan alleen maar hopen dat er geen stakingen zullen zijn. En als ze staken moeten de mijnwerkers dat voor zichzelf doen. Ze mogen zich niet voor de kar laten spannen van politieke agitatoren die niet bekommerd zijn om de mijnwerkers maar om hun eigen ideologische fantasieën'.(6) En jawel. Daemen zat op dezelfde golflengte: 'Wie nu stakingen wil uitlokken, doet aan politiek en schaadt de mijnwerkersbelangen'.(7) Of was het toch Jef Houthuys die hem dat in het oor had gefluisterd: 'Niemand moet versteld staan over het Plan. Er is geen andere keuze. Het is te gek daar anders over te denken'.(8)

Voor de ACV-top was het 'al te gek' de 18.000 KS-jobs te verdedigen. Dromen van 40.000 nieuwe banen in Limburg ging blijkbaar wél! ACV-Limburg riep een buitengewoon congres bijeen om hardop te mijmeren over een 'sociaal contract voor 40.000 banen'. Dromen werd een geliefd tijdverdrijf.

De actiedag onder het motto 'Noodklok Limburg' van de Socialistische Gemeenschappelijke Actie op 31 januari werd één grote droompartij over 'alternatieve reconversie'. Jan Olyslaegers liet er weten dat het 'geen nut heeft de plannen van Gheyselinck aan te vechten'.(9) En Karel Van Miert kwam er even later zeggen dat voor Limburg 'straatlawaai zeker niet het beste middel' was.(10)

In deze stijl dommelden Daemen, Baeyens en Olyslaegers almaar dieper weg in hun winterslaap. Op 6 januari probeerden zij ook de mijnwerkers een slaapmuts over de oren te trekken. 'De vakbonden zijn tegen de mijnsluitingen, maar ze zijn onafwendbaar, daar de gemeenschap niet meer bereid is de verliezen te dragen', dat was de aanhef van hun pamflet.

Nauwelijks enkele dagen later vielen de mijnwerkers in een nog grotere verbazing. Gheyselinck stelde voor de sociale verkiezingen uit te stellen om te verhinderen dat 'radicale elementen' hun positie zouden versterken. En ongelooflijk maar waar, Daemen en Baeyens hadden daar oren naar! BBTK-secretaris Carlos Polenus was in alle staten. Maar ook uit andere geledingen van het ABVV kwam protest. Ook Gabriëls van de Volksunie sloot zich daarbij aan. Voor Luc Cieters werd het al te gortig. Hij schreef zijn open brief aan secretaris Jan Baeyens.

Open brief aan secretaris Jan Baeyens. 

Kameraad,

(...) Op het laatste Uitvoerend Bestuur van 1986 hebben we beslist dat het voorstel Gheyselinck niet aanvaardbaar is. We hebben betreurd dat het niet alle elementen weergeeft die een allesomvattende beoordeling toelaten. We waren van mening dat in gezamenlijk overleg gepaste actiemiddelen dienden gepland. Maar van 'niet aanvaardbaar' hebt u 'onafwendbaar' gemaakt. In plaats van de ontbrekende elementen op te zoeken, hebt u al een pamflet uitgedeeld waarin u een aantal zogezegde punten opsomt die zogenaamd al bereikt zijn. In plaats van gepaste actiemiddelen te plannen, stelt u zich op tégen de acties van Eisden en Waterschei. De enige syndicale actie die u in gemeenschappelijk front met Gheyselinck en het ACV hebt gepland, is het afschaffen van de sociale verkiezingen. Dit is geen beschuldiging. U heeft het zelf heel strijdbaar meegedeeld op de Centrale Ondernemingsraad, waar ik Gheyselinck dit initiatief verweet en waar u het verdedigde als een gezamenlijk initiatief.

Tel zelf op hoeveel keer u in overtreding bent met de statuten, genoeg om een Congres bijeen te roepen. (...)

Ik heb op de Centrale Ondernemingsraad tegen Gheyselinck gesteld dat ik één van die radicale elementen ben die tegen mijnsluiting zijn, zowel in het Oosten als in het Westen. En zolang ik op de Ondernemingsraad zit, zal ik mij ertegen blijven verzetten.

Aan de Werkgroepen Sociale Begeleiding doe ik niet mee. Het is een schande als vakbond in een werkgroep te gaan zitten die van mijnwerkers werklozen moet maken. Maar het is nog een grotere schande daar afgevaardigden bij te willen betrekken. Mijnwerkers die andere mijnwerkers moeten helpen opruimen.

Ik ben beschaamd dat het de liberalen en de Volksunie moeten zijn die de juiste principes moeten verdedigen over de sociale verkiezingen. Dat u langs links al eens voorbijgelopen wordt is, gezien uw leeftijd, wel te begrijpen. Maar dat u zich nu langs rechts laat voorbijsteken is onaanvaardbaar voor een verantwoordelijke van het ABVV. Ik aanvaard geen uitstel van verkiezingen. Hoe groter de problemen zijn, hoe groter de democratie die je moet ontwikkelen.

Syndicaal afgevaardigde ABVV-Beringen, Luc Cieters

20 januari '87

In de vakbonden nam de druk op Daemen en Olyslaegers toe. 4.700 mijnwerkers tekenden een protestpetitie waarin onverwijlde verkiezingen geëist werden. Op 11 februari, op de valreep, werden de lijsten dan toch ingediend. Maar veel strijdbare militanten werden geweigerd op de lijsten voor de syndicale delegatie: Herman Vermeulen (ABVV), Tony De Simone (ABVV) en Harry Posikata (ACV) in Waterschei, Rich Deschutter (ABVV) en Pipo Saeys (ACV) in Winterslag, Simon Ashworth (ABVV) in Zolder, André Cant (ABVV) en Paul Jansen (ACV) in Eisden. Ook de Turkse woordvoerder van de stakers in '86 mocht niet op de ACV-lijsten. Uit protest stapten 300 Turkse ACV-leden in blok over naar het ABVV.

Maar het belangrijkste was dat de sociale verkiezingen er kwamen. Op 8 april mochten de mijnwerkers hun delegees verkiezen. Daarmee incasseerde Gheyselinck zijn eerste nederlaag. In de wetenschap dat men zich op 8 april voor de mijnwerkers moest verantwoorden zou geen enkele delegee vrijuit de plannen van Gheyselinck verdedigen.

Daemen, Baeyens en Gheyselinck vreesden een echte aardverschuiving bij de sociale verkiezingen ten voordele van de strijdsyndicalisten. Zij vreesden dat de delegees die zich wilden inpassen in de sluitingsplannen, niet verkozen zouden worden. Het standpunt van de mijnwerkers stond daar lijnrecht tegenover: 'Mijnsluitingen neen, verkiezingen ja".

Op 4 februari strandde de laatste poging van Gheyselinck om de verkiezingen uit te stellen. De bijeenkomst, waarop ook Wilfried Martens en Jef Houthuys aanwezig waren, stuitte op het verzet van Carlos Polenus van BBTK-Limburg. Gheyselinck reageerde bitter: 'Dan stel ik het geheel van mijn Plan met zes maanden uit'. Martens vond dat 'de toestand niet gunstig evolueerde' en had het over 'een politiek signaal'. Houthuys gedroeg zich nog maar eens als de schoonmoeder van de regering en ging als het ware met de deegrol tegen Polenus te keer. Daarmee werd de inzet en de betekenis van 'vrije delegeeverkiezingen' nog maar eens aangetoond.

Jan Grauwels: 'Het was opvallend hoe gevoelig de kwestie van de sociale verkiezingen bij de mijnwerkers lag. Zij zagen het als een unieke kans om de mijnwerkersvakbonden te veranderen. Zo zouden er meer garanties komen dat de vakbonden de strijd ook echt zouden blijven steunen. Het perspectief van de verkiezingen heeft de mijnwerkers gemotiveerd om de koe bij de horens te pakken, ook al zou het deze keer een nog hardere strijd worden. Ze wisten dat de goede delegees binnen enkele weken niet langer in de minderheid zouden staan'.

 
3 Limburg in nood

In De Nieuwe Maand van december '86 verscheen een bevreemdend artikel over de mijnstaking van '86. De schrijver, die zich bediende van een onbekend pseudoniem, trok van leer tegen de stakerskomitees en tegen het voortzetten van de staking na 4 mei, toen Daemen en Olyslaegers het op een akkoordje gooiden met Martens. Wat beoogde de naamloze schrijver? Aan wiens kant stond hij?

In '84 waren de mijnwerkers én vakbondsleiders het nog eens over de eisen. Volgde een grote psychologische campagne, gestimuleerd door de Generale, Petrofina, Shell. Daemen en Olyslaegers capituleerden voor deze druk. Kaderde het artikel van De Nieuwe Maand in de tweede psychologische campagne, ditmaal rond het 'Plan' van Gheyselinck, om bepaalde progressieve Limburgse groeperingen tot capitulatie te brengen? Sommigen fluisterden al dat 'geen enkele mijn dicht' een weinig opportune eis was.

Zondag 18 januari. Het comité 'Limburg in Nood' brengt een vijftigtal mensen samen: Jef Ulburghs en leden van Doorbraak, Tony Ventura, Franco Mirisola en Jongsocialisten, Jan Grauwels, Herman Vermeulen, Freddy Bungeneers, de mensen van de Italiaanse PCI, aanhangers van de PVDA, jongeren...

De vergadering verloopt heel levendig. Jef Ulburghs: 'We hebben een platform nodig dat zo breed mogelijk is, waar zoveel mogelijk groepen bij kunnen aansluiten. Geen verdeeldheid, maar eenheid in verscheidenheid'. Dan gooit Daniëlle, iemand uit een jeugdorganisatie, de vraag op tafel die iedereen bezighoudt: "Wat willen we, eerst ander werk of kost wat kost de putten open houden?'"

Herman Vermeulen vraagt het woord: 'De mijnwerkers zullen uit hun pijp moeten komen. Maar zij hebben bondgenoten, de jongeren en de werklozen. Onze eisen moeten die eenheid mogelijk maken. Daarom: geen enkele mijn dicht. Als we zouden zeggen eerst reconversie, dan vinden de 75.000 werkzoekenden in Limburg nooit werk, dan moeten ze eerst nog 20.000 mijnwerkers de revue zien passeren'.

Jef Van Doorselaer van de groep 'het Syndicaal Geweten' is het daarmee niet eens: 'Met de eis "geen enkele mijn dicht" gaan we de Limburgse bevolking nooit meekrijgen. We moeten ons platform aanpassen'. Ook Jef Ulburghs denkt een beetje in die richting.

Simon Ashworth doet de vergadering kantelen. Hij heeft samen met Jef Ulburghs een eerste pamflet geschreven dat zich niet duidelijk tegen de sluitingen uitspreekt. Nu laat hij een veelzeggend zinnetje vallen: 'Sommigen denken eigenlijk wat Baeyens hardop zegt, namelijk dat er niks meer aan te doen is'. En Jan Grauwels: 'Wij mogen nooit van onze principiële standpunten afgaan, want dan zouden we de steun van de massa verliezen'. "Handen af van de mijnen' wordt de belangrijkste eis van Limburg in Nood. Jan Grauwels: 'We hebben moeten scharrelen en krabbelen, maar uiteindelijk geraakte iedereen verenigd rond het oorspronkelijke eisenprogramma: geen sluitingen, geen afdankingen, geen afvloeiingen'.

Willy Claes reageerde korzelig op het platform van Limburg in Nood: 'Wij willen realist zijn en zeggen dus niet "handen af van de mijnen"".(11)

Op 7 februari bracht Limburg in Nood duizend betogers op de been tegen de mijnsluitingen. Jef Ulburghs: 'De massa was er niet,. maar zij zou nog komen. Om te strijden heb je ook leiders nodig en die waren er allemaal'.

Veel mijnwerkers hebben in die weken een pluim op de hoed van de PVDA gestoken. Rich Deschutter, de voorzitter van het stakerskomitee van Winterslag: 'Toen Gheyselinck zijn Plan bekend maakte, was iedereen aangeslagen. De mijnwerkers zeiden dat er nu niets meer aan te doen was, dat staken niets uithaalde. Iedereen zat in een diepe depressie. Maar nog voor nieuwjaar kwam de PVDA met haar analyse: "Wie is die Gheyselinck? Waarom wil hij de putten sluiten?" Harrie Dewitte schreef zijn Open Brief waarin alle argumenten weer eens op een rij werden gezet. Toen niemand het nog zag zitten, stond de PVDA daar met haar kameraadschap, met haar analyse en haar argumenten. Wij hebben weken aan een stuk met die informatie gewerkt. Uiteindelijk zagen de mijnwerkers het weer zitten. Dat was het begin'.

De Open Brief heeft veel vraagtekens weggewerkt. 'Dat is het beste wat ooit over de mijnen geschreven is', was een veelgehoord commentaar.

Uittreksels uit de open brief aan de KS-manager

Mijnheer Gheyselinck,

Sinds enkele weken houdt U niet op te verklaren dat de verliezen van de KS ondraaglijk hoog zijn geworden voor de gemeenschap, dat elke frank, die onder de grond verdwijnt een verloren frank is, dat de Limburgse kolen geen enkele strategische waarde meer hebben, enz...

Sta ons vooreerst toe U er op te wijzen dat de sluiting van de 5 mijnen de staat netto slechts 6 (en géén 16 miljard) zal opbrengen; mijnsluitingen betekenen immers ook minder belastingsinkomsten en méér werkloosheidsuitgaven voor de staat. Jaarlijks geeft de staat heel wat meer dan 6 miljard uit aan de aankoop van wapens. In één van uw arrogante tussenkomsten hebt U verklaard dat het verder openhouden van de mijnen strategisch alleen te verantwoorden is vanuit de mogelijkheid van een nieuwe wereldoorlog. Het zal U wellicht niet onbekend zijn dat meer nog dan kolen, wapens uitsluitend te verantwoorden zijn vanuit de mogelijkheid van een nieuwe oorlog. Waarom is de burgerlijke pers die zo hevig tegen het openhouden van de mijnen tekeer gaat. zo stilzwijgend wanneer het over wapenaankoop gaat? Waarom geeft de regering miljarden uit aan wapens, terwijl zij mijnen wil sluiten?

Omdat er belangrijke kapitaalgroepen zijn die grote winsten maken aan de wapenaankopen. En omdat er even belangrijke kapitaalgroepen zijn, die een direct belang hebben bij mijnsluitingen. En van deze belangengroepen bent U, mijnheer Gheyselinek, de stroman.

Mijnheer Gheyselinck,

U beweert de mijnnijverheid te willen behouden in een gefusioneerd Beringen-Zolder, U gelooft daar zelf niet in, dit is pure tactische berekening om de mijnwerkers te verdelen. Wanneer U verklaart dat de Limburgse kolen geen enkele strategische waarde meer hebben, begrijpen de mijnwerkers dit terecht als een aanval op het voortbestaan van de 5 mijnen. Wanneer U ironisch verklaart dat U Beringen-Zolder een 'sportieve kans' gunt, dan begrijpen de mijnwerkers dat U in Limburg het staalscenario wilt herhalen. Na het plan Gandois van 1982 (min 8.000 arbeidsplaatsen) kwam daar in 1986 het plan Lévy (min 2.100 arbeidsplaatsen). U wilt binnen de drie jaar drie mijnen sluiten en 8.000 arbeidsplaatsen liquideren. Wanneer die taak volbracht is, zal U of uw opvolger de evaluatie van 1990 aangrijpen om de afbouw van Beringen en Zolder te starten. En onderlussen wilt U wel de uitbuiting verhogen van de 9.000 mijnwerkers, die voorlopig aan de slag kunnen blijven. Interne werkreorganisatie betekent minder verlofdagen, afschaffing van de vrije verlofregeling, strijd tegen het absenteïsme en tegen de zieke mijnwerkers.

U bent nog maar 6 maanden in deze provincie en U kunt dus niet begrijpen hoe bitter het woord reconversie klinkt in de oren van de mijnwerkers en van de Limburgse jeugd. Stond in de Akkoorden van Zwartberg al niet het volgende ingeschreven: De regering hecht eraan opnieuw te verklaren dat zij vastbesloten is in al de gewesten die door mijnsluitingcn getroffen worden, de wedcrtewerkstclling van het personeel en de oprichting van nieuwe bedrijven binnen de kortst mogelijke tijd te verwezenlijken. Op de uitvoering van deze beloften wordt 20 jaar later nog steeds gewacht.

In Charleroi beloofden de holdings in 1978 in ruil voor een saneringsplan 7 miljard in reconversie te investeren. Vandaag wachten de werkers uit Charleroi nog steeds op de eerste frank.

U verklaarde trots 3 miljard risicodragend kapitaal voor reconversie te willen uittrekken. Een studie van de G.O.M. (Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij Limburg) uit het voorjaar stelt dat de investeringskost voor 1 arbeidsplaats 11 miljoen bedraagt. Uw reconversieplan is dus goed voor 273 arbeidsplaatsen.

26 december 1986

voor de PVDA-Limburg
M. Harrie Dewitte

  
4 De volksunie steekt haar neus aan het venster

Donderdag 29 januari werd aan de vijf mijnen een pamflet uitgedeeld met het opschrift: 'Limburg in Nood'. Daarin werd opgeroepen tot deelname aan een autokaravaan op zaterdag 7 februari. Verwarring in de mijnen, werd er voordien geen pamflet uitgedeeld waarin 'Limburg in Nood' opriep diezelfde dag in Hasselt te betogen?

Wat was er aan de hand? Een aantal organisaties van Vlaams-Nationale signatuur, waaronder de Vriendenkring Zwartberg, hadden een nieuw comité opgericht en zonder schroom de naam 'Limburg in Nood' overgenomen. De oprichters van het nieuwe comité wisten nochtans perfect dat er al een comité 'Limburg in Nood' bestond waarbij de stakingsleiders van '86 zich hadden aangesloten.

Alsof er geen vuiltje aan de lucht was, schreef men in het pamflet: 'Zonder onderscheid van politieke kleur of gezindheid wordt er samengewerkt met slechts één doel voor ogen: Neen aan het plan Gheyselinck'. Ondertekend: Rik Vandekerckhove, VU-senator.

Wat bezielde de Volksunie? Men kon er niet naast zien, de Volksunie was actief in Limburg met autokaravanen, pamfletten, verklaringen... Tijdens de staking van '86 was deze partij nochtans opvallend passief gebleven. Niet één woord van solidariteit, niet één frank steun. Ook begin 1987 zag de Volksunie de stakingsleiders niet staan. Daar waren drie redenen voor:

- Eén. 'De grote vraag die mij bezighoudt, is reconversie', zo schreef VU-voorzitter Jaak Gabriëls begin januari in een brief aan premier Martens. De grote vraag die de mijnwerkers bezighield was: geen sluitingen. Maar dat hield Gabriëls dan weer niet voor mogelijk: 'Wij zijn niet blind voor de feiten. (...) een herstructurering van KS is
onvermijdelijk geworden. Maar ik eis wel boter bij de vis. Eerst vervangende werkgelegenheid'.(12)

- Twee. 'Stakingen bieden geen oplossing. Wel zullen wij manifesteren en maximale politieke druk uitoefenen om veel meer dan de schamele 3 miljard voor reconversie uit de brand te slepen'.(13) Gabriëls zag de mijnnijverheid finaal in de vlammen opgaan en wilde gauw nog wat reconversiegeld redden. Maar een staking? Neen toch!

- Drie. 'Eisden moet openblijven. Eisden is duidelijk beter. Wij moeten nagaan hoe Gheyselinck daarop reageert'. Zo sprak Gabriëls op 3 januari in Neeroeteren de mijnwerkers toe. Had hij Het Belang van Limburg van die dag gelezen? Daar schreef Gheyselinck: "Als de mijnwerkers vinden dat Waterschei en Winterslag sneller dicht mogen, dan kan Eisden langer openblijven. Vier tot vijfjaar zelfs'.(14) Sommigen liepen in deze muizeval: 'Waarom Beringen openhouden en Eisden sluiten?'

Jean Ooms, ACLVB-delegee en zowat de woordvoerder van Eisden liet zich verleiden tot volgende uitspraak aan de pers: 'Wij moeten onder om het even welke vlag strijden om het Maasland te redden. Ze spreken maar over het Westen, maar als ze Eisden en Zolder openhouden is de afvloeiing tenminste gespreid over heel Limburg. Met het huidige Plan berooft men het Maasland van 4.000 banen'.(15)

Geen twijfel mogelijk, dergelijke standpunten zouden regelrecht naar de sluiting van alle mijnen leiden. Wie alleen voor zijn eigen mijn vecht, zal uiteindelijk voor de bijl gaan. De eenheid van de mijnwerkers uit de vijf mijnen versterken onder leiding van de strijdsyndicalisten, dat was de enige weg.

5 Eisden: mijnwerkersfront. Genk: mijnwerkerscomité

Het zal je maar overkomen dat je syndicale werking aan scherven ligt. Het zal je maar overkomen dat je bijna dagelijks laaiende ruzies moet beleven tussen de delegees uit de verschillende vakbonden, dat je bovendien moet meemaken dat delegees woedend van de ene naar de andere vakbond overstappen.

Dat bleef Eisden vlak voor de staking van '86 niet bespaard. Gelukkig lieten de mijnwerkers het daar niet bij zitten: 'Wij zijn het beu. Zo kan het niet verder. Samen ben je toch veel sterker'.

Jean Ooms en Mimoun Honna, Kamiel Clerckx van het ACV, Rik Vencken en Jos Gielen van het LBC staken de koppen bijeen. Het kind moest een naam hebben. Het werd 'Mijnwerkersfront'.

Al duwde Ooms na de staking de anderen wat achteruit, toch begreep iedereen dat de eenheid meer dan ooit nodig was. Toine Cuyvers ging geweldig te keer, maar vanaf nieuwjaar '87 bloeide het Mijnwerkersfront helemaal open. Niet alleen syndicalisten, maar ook gewone arbeiders sloten aan.

Zaterdagmorgen 14 februari werd de rustige Eisdense Pauwengraaf opgeschrikt. In hotel Lika had Gheyselinck een afspraak met 85 opzichters van de mijn. Toen hij de parkeerplaats van het hotel opreed, stond hij onverwacht oog in oog met driehonderd betogers. 'Werk, geen geld', 'Wij willen werk'. De zichtbaar ontdane KS-manager maakte meteen rechtsomkeer, maar z'n wagen liep toch een paar blutsen op. Het Mijnwerkersfront had een punt gescoord.

Binnen het Front speelde zich in die dagen een belangrijke discussie af: 'Willen wij alleen Eisden openhouden, of alle mijnen?' André Cant: 'Het eerste pamflet van het Mijnwerkersfront na het Plan van Gheyselinck ging in de verkeerde richting: "Eisden moet openblijven want Eisden is de beste put, heeft de beste reserves en maakt nog winst. Eisden kan de beste cijfers voorleggen". Iedereen was daarmee weg in Eisden. Ooms stond met drie, vier mannen op de trap dat pamflet uit te delen. Ik sprong op de trap: "Zo'n pamflet, dat kon Gheyselinck wel geschreven hebben". Ooms duwde me de deur uit. Maar ik ben het niet afgebold, ik ben dadelijk teruggekomen: "Wat ga jij wel vertellen aan de mensen van Waterschei?"

Ooms: "Die moeten maar hetzelfde doen als wij. Als zij niks meer willen doen voor hun put... Eisden is nog goed, dan gaan we vechten voor Eisden alleen". Dat was de discussie toen: Eisden alleen, ja of neen?'

Langzaam maar zeker zou Eisden front vormen met de andere mijnen. Zowel het werk van de linkse krachten in Eisden als een aantal initiatieven vanuit Waterschei hebben daartoe bijgedragen.

Wat in Eisden kon, moest ook in Genk mogelijk zijn. Daar was er nog altijd géén organisatie die allen groepeerde voor de staking. Half februari kon men er echt niet langer onderuit. Sociale begeleiding of strijd tegen sluiting, dat was het gevecht om de middengroep. De mijnen konden openblijven. Dat was geen kwestie van geld, maar van tewerkstelling tegenover winstbejag. Het kwam erop aan de sociale begeleiding te ontmaskeren en de mensen weer het vertrouwen te geven dat een staking kon lonen. Dat gevecht kreeg met de dag een praktischer karakter. De collectieve weerstand of de individuele versnippering, het was het ene of het andere. Er was geen tussenweg.

Er ontbrak een organisatie om het collectieve vorm te geven. In "Limburg in Nood' bleven tendensen voor een reconversie platform leven. Sommigen wilden een vlucht weg van de mijnen, een vlucht in de warme armen van een 'breed Limburgs front'. De mijncentrales boden nog minder mogelijkheden dan in '86 om de strijd op gang te brengen.

Het uur van de waarheid naderde. Gheyselinck ging z'n cijfers van de sociale begeleiding op tafel gooien. De verlamming moest kost wat kost doorbroken worden. Het was vijf voor twaalf.

Op 22 februari werd in Genk het 'Mijnwerkerscomité' opgericht. Het was de voortzetting van de oude Genkse stakerskomitees. De stakingsleiders behoorden tot de oprichters. Het waren delegees en syndicale militanten die het niet zagen zitten in de rol van maatschappelijk assistent die Daemen en Olyslaegers hen toebedeelden. Zij startten onmiddellijk onderhandelingen met het Eisdense Mijnwerkersfront. De mijnwerkers zagen opnieuw een organisatie aan het werk die hen mobiliseerde. Het pessimisme werd in de hoek geduwd.

 
6 Terug van weggeweest

Zoals de mijnworm, deze knagende veelvraat, de schachten binnensluipt en mijnwerkers zwaar ziek kan maken, zo knaagden allerlei vragen en zorgen in het hoofd van de mijnwerkers: 'Er is niets aan te doen, we hebben alles tegen', 'Loont de strijd wel?', 'We moeten het afleggen tegen de kernenergie'. Twee maanden lang hebben de mijnwerkers dat gevecht met zichzelf gevoerd. De kameraadschap raakte danig verstoord. Sommigen wilden alleen een gouden eersteklasbegrafcnis. Onder invloed van mensen uit de leiding van de ACV-mijncentrale. veegde Gerard Bijnens Jan Grauwels en de PVDA de mantel uit: 'Ze maken misbruik van de onrust', 'hun handelswijze is grof', 'ze doen onhaalbare beloften'.(16) En natuurlijk werd ervoor gezorgd dat zulke uitspraken onder grote opmaak in de kranten verschenen.

Wie zou de psychologische veldslag winnen'? Voor de meeste persjongens stond de uitslag al hij voorbaat vast. Op 23 februari deed De Standaard zijn naam alle eer aan, de standaard van de overwinning, zo meende men. kon geplant worden op het kadaver van de mijnen. Men schreef: 'De Limburgse kompel buigt deemoedig het hoofd'. Luc Cieters heeft daar een woord voor. 'triomfatalisme'.

Uitgerekend op die maandag 23 februari deelde Gheyselinck zijn Mijninfo uit met alle afvloeiingsvoorstellen om het Oosten te sluiten. Het mijnwerkersverweer barstte opnieuw los, even fel en verontwaardigd als in '86: 'Er zou reconversie komen en nu geeft Gheyselinck ons premies om tien jaar te stempelen, ze hebben ons bedrogen'. Zoals de ééndagsacties in '86 de aanloop waren naar de grote staking, zo beleefde de mijnstreek in die bitter koude week als opwarming een spervuur van prikstakingen. Eén vraag was nog niet opgelost. Welk eisenprogramma voor de mijnwerkers?

Jan Grauwels: 'Woensdag 25 februari, dat was een fantastische dag, echt waar. Onze vraag was: "Welke eisen geven wij aan onze staking?" Gerard Bijnens was voor de sociale begeleiding en ik wilde de put openhouden. Wij wilden geen staking beginnen om al na een paar dagen ruzie te maken over de eisen. Daarom wilden we een stemming. Ik sprak de mijnwerkers toe: "Behoud van werk". Bijnens dan: "Betere begeleiding". Wij hebben die dag zo alle posten afgedaan. Zeven maal dezelfde procedure, eerst de toespraken, dan de stemming, 's Morgens was het nog echt knokken: we haalden nipt de 66%. Hoe later het werd, hoe beter het percentage. Ik was bekaf toen de post van middernacht als laatste aan de beurt kwam. Maar het eindresultaat was geweldig. 80% stemde voor het behoud van z'n job!'

 

Uit het pamflet van het Mijnwerkerscomité van 27 februari 1987

(uitslag verkiezing Waterschei per ploeg

 
Verkiezing zetel Waterschei 25/02/87

 

 

 

 

 

 

 

 

Post

sociale begeleiding

behoud werk

ongeldig

Totaal

 

 

 

 

 

 

 

 

06.00

144

23,11%

434

69,66%

45

7,22%

623

BOVG.M

49

26,49%

131

70,81%

5

2,70%

185

BOVG.D

6

17,14%

29

82,86%

0

0

45

12.00

8

5,52%

126

86,80%

11

7,59%

145

14.00

31

10,30%

253

84%

17

5,60%

301

18.00

7

5,20%

125

93,28%

2

1,49%

134

22.00

35

12,37%

246

86,93%

2

0,71%

283

24.00

5

1,50%

108

93,91%

2

1,74%

115

TOTAAL

285

15,65%

1.452

79,74%

84

4,61%

1.821

 

 

 

 

 

 

 

 

80% van de mijnwerkers van Waterschei wil vechten voor het behoud van hun job !!!

 

Een mijnwerker uit Eisden vertelt: 'Gheyselinck beweerde dat maar een kleine minderheid tegen zijn Plan was. En dan hoorden wij van de uitslag van de stemming in Waterschei. Daar hebben wij van staan kijken. Wij besloten dat ook te doen. Delegees en mannen van het Mijnwerkersfront hebben een doos balpennen gehaald op het bureau. De mensen werden bijeengeroepen en het was stemming. En... 94% stemde voor het behoud van z'n job! Dat was zo geweldig veel, daardoor is de sfeer echt omgeslagen. Ik heb die dag een gesprek gehad met iemand die vlak voor z'n pensioen stond. Hij zei: "Ik wil dat geld van Gheyselinck niet hebben".

- "Vooruit jongen, je hebt toch je pensioen, wat is dat voor flauwe!"
- "Neenee, mijn zoon werkt hier ook. Ik wil dat hij nog werk heeft".

Dat waren antwoorden... dat blijft je bij.'

 

Bibliografie

(1) Knack, 31 december 1986.
(2) Het Belang van Limburg, 7 januari 1987.
(3) Knack, 28 januari 1987.
(4) Het Belang van Limburg, 12 januari 1987.
(5) Het Belang van Limburg, 12 januari 1987.
(6) Het Belang van Limburg, 3 januari 1987.
(7) Het Volk, 12 januari 1987.
(8) De Financieel-Ekonomische Tijd, 23 december 1986.
(9) De Morgen, 2 februari 1987.
(10) Het Volk, 2 februari 1987.
(11) Het Volk, 30 januari 1987.
(12) Het Belang van Limburg, 30 januari 1987.
(13) Gazet van Antwerpen, 8 januari 1987.
(14) Het Belang van Limburg, 3 januari 1987.
(15) Het Maasland, weekblad, 18 januari 1987.
(16) De Standaard, 16 januari 1987.

 

   

 

X Opnieuw in staking: maart 1987

1. Wie A zegt, moet ook B zeggen   
2. Paniek in Brussel: 'gaat Limburg plat'?   
3. Jeugd   
4. Voorwaarts, en niet vergeten... de solidariteit  
       Schorseneren voor Winterslag  
5. Gewoel in het ACV-gebouw   
6. Drie plaatsen van koster vacant.Over reconversie- en andere disneyparken   
7. Moeten wij niet twee een schop vasthouden  
      Genk, vrijdagnamiddag 20 maart 
Bibliografie  

1 Wie A zegt, moet ook B zeggen

De mijnen waren weer stakingsrijp, 'al waren Daemen en Olyslaegers nog karnaval aan het vieren', zegt Jan Grauwels. Op dinsdag 3 maart kwam de tweede grote staking uit de startblokken.

Jan Grauwels: ik heb die morgen echt alles gegeven wat in m"n body zat. Dat was geen speechen meer, dat was vechten. Het zweet gutste van mijn gezicht. Ik was drijfnat van het zweet. De mensen zeiden: "Stop nu maar even Janneke". Maar Jan zweeg niet. "Kijk jongens, zo zitten de zaken. 80% wil z'n job behouden. Dat is fantastisch. Maar wie A zegt. moet ook B zeggen. Wij moeten in staking gaan. Nu. We moeten naar Winterslag trekken en naar Eisden. Wij moeten ook Beringen en Zolder in de actie betrekken. Jullie moeten beslissen. Ofwel staken wij nu, ofwel ga je maar werken. Dan ga ik ook weer kool maken. Dan ben ik jullie delegee niet meer. Dan ga ik voor mijn laatste maanden hier nog goed geld verdienen". Ik ben toen echt arrogant geweest tegen de mensen. Het is de enige keer geweest dat ik zoiets gedaan heb, me echt kwaad maken. Niemand kon mij tegenhouden: "Kom bij mij niet meer af dat je je job kwijtgeraakt bent. Je hebt je gezin. Je bent daarvoor verantwoordelijk. Die verantwoordelijkheid moet je opnemen. Je moet beslissen. Als je binnen tien jaar niet rood wilt worden tot achter je oren als je zoon je zal vragen: "Wat heb jij gedaan om je job te behouden?"... Dan kun je tenminste fier zeggen: 'ik heb ervoor gevochten". Dat is al je eerste overwinning in ieder geval". Zo heb ik echt tot de man gesproken. Ik mag zeggen dat ik gevochten heb als een leeuw. Dat je tegenover arbeiders zo van je oren kunt maken. Maar we wisten tot waar we konden gaan, er was een grens Ze kenden ons wel. Ze begrepen dat het een beslissend moment was

Wie dat niet gezien en beleefd heeft... die kan over Waterschei niet oordelen. Een echt gevecht was het, erger dan met een geweer gaan vechten. Een gevecht voor de mijn, voor werk, voor de toekomst. Vechten tegen de verwarring, tegen de radeloosheid. De sfeer van Daemen en Olyslaegers die de boeken al wilden dichtdoen, die het niet meer zagen zitten, dat is toen doorbroken. Het was één van de mooiste momenten uit mijn leven toen ze dan buitengingen. Ongelooflijk'.

's Middags stonden Jan Grauwels en de stakers van Waterschei al in de badzaal van Winterslag. Sergio Canini was ijlings ter hulp geroepen om de staking te verhinderen. 'Het is nog te vroeg", riep hij, maar hij werd uitgefloten. Delegee Jan Jakowski nam het woord: 'We staan ervoor, we moeten erdoor!' Zo startte de staking ook in Winterslag.

's Avonds duwden politieagenten op de mijnterreinen Roger Saeys door een glazen deur. Saeys liep diepe snijwonden op aan de arm. Hij zou heel de staking meemaken met de arm in het gips.

De mijndirectie liet de volgende dag bordjes plaatsen: 'Geen toegang voor mijnwerkers van de andere mijnen'. Maar politie en rijkswacht mochten ongestoord hun gang gaan.

De staking was niet meer te stuiten. Als een pletwals rolde ze door het mijnbekken. Woensdag 4 maart werd ook Beringen platgelegd. Donderdag ging Zolder mee in staking. Vrijdag 6 maart protesteerden zevenhonderd mijnwerkers voor de hoofdzetel in Houthalen. "Wij komen de meubels van Gheyselinck opladen, richting Portugal'. Met een pruillip erkenden Daemen en Olyslaegers de staking.

 
2 Paniek in Brussel: 'gaat Limburg plat?'

In maart '87 keek heel Europa gespannen toe hoe de Herald of Free Enterprise in de golven van de Noordzee verdween. Maar Limburg barstte van de sociale beroering en onrust, even onstuimig als de lente die zich in het land nestelde.

Overdag en 's nachts, elke dag opnieuw, trokken de mijnwerkers erop uit, met honderden en honderden, dikwijls in mijnwerkersplunje. Het Mijnwerkerscomité en het Mijnwerkersfront deden beroep op hun massale achterban. Het treinverkeer werd lamgelegd in Aarschot en Hasselt, in Leuven en Luik. Een 'bezoek' aan Ford-Genk veroorzaakte een volslagen verkeerschaos in de stad. Autosnelwegen werden geblokkeerd, minister Aerts werd voor dag en dauw uit z'n bed gehaald, in Eisden en Houthalen werd betoogd. Velda, Philips en andere bedrijven kregen mijnwerkersbezoek. En dat in eén week.

De mijnwerkers wilden Limburg plat. Met de hele gerevolteerde provincie wilden zij zich in Brussel aanmelden. Alles ging wervelend snel, het leek een nek-aan-nek-race, een race om 'de waarheid'. Want dat 'de waarheid' iets is waarvoor wordt gevochten, dat ondervonden de mijnwerkers in die dagen heel pijnlijk. Wat de kranten schreven was fanatiek vooringenomen en totaal onherkenbaar voor de mensen die het allemaal beleefden: 'de meute".(1) 'negativisme',(2) 'op sleeptouw genomen door marginaal-linkse groepen die het geweld prediken',(3) 'mijnwerkers worden door vreemde actievoerders bedreigd',(4) 'beroepsagitatoren van de PVDA zaaien onrust'.(5)

Het 'triomfatalisme' van de pers was omgeslagen in oprechte paniek. 'Limburg in het nauw',(6) 'Het dreigt verkeerd te lopen. De operatie mijnsluiting zou kunnen ontsporen. Zal Gheyselinck in een unfaire situatie worden gemaneuvreerd? Waar blijven de politieke verantwoordelijken? De beroering neemt nationale afmetingen aan. Laat de regering betijen?"(7)

Voor de mijnwerkers werd het al te bar. Op 11 maart betoogden ze voor de deuren van Het Belang van Limburg, of beter 'Het Belang van Brussel', zoals de krant in spreekkoren schertsend werd genoemd. Op 13 maart werd de BRT met een blitz-bezoekje verrast.

Toch bleef men onbeschaamd doorgaan met feiten te verdraaien en leugens en laster te verspreiden om de publieke opinie toch maar tegen de mijnstaking op te zetten. In grote opmaak blokletterde het Nieuwsblad een uitspraak van Gheyselinck: 'Mijnwerkers zwichten voor terreur'. (8)

3 Jeugd

Een fris en krachtig element in de gistende bedrijvigheid in maart '87 was de jeugd. De oudsten van de middelbare scholen stortten zich hartstochtelijk in de sociale actie.

Op het Mijnwerkersbal in Eisden op 28 november '87 geraakte ik in gesprek met leiders van het Mijnwerkersfront. Ik vroeg hen naar onvergetelijke momenten uit de staking. Ze staken van wal met... de jeugd.

'Het enthousiasme van de jeugd... dat geeft me hoop voor de toekomst. We hadden de scholen laten weten dat we zouden komen en hun solidariteit zouden vragen. In Mechelen aan de Maas stond een leraar al buiten met z'n klas: "Ja, ik ben maar niet naar binnen gegaan, jullie gingen toch komen". Dat was fantastisch van die man. Hij was al aan het staken nog vóór de mijnwerkers er waren. "Ik ben blij dat je komt", zei hij. Ja, anders had hij daar mooi gestaan! Zo ging het naar de tweede school, de T.I.M. in Maasmechelen. De vlag voorop. Wij lieten ons nog maar zien... of heel de school stroomde naar buiten. Die jongens waren zó enthousiast en blij... ze liepen ons bijna omver. Dat heeft ons geweldig goed gedaan. Ze vlogen je tegemoet: "Ja, wij staken". "Actie!". Ik deed een klasdeur open... een leerling moest er net een mondeling examen afleggen. Hij had een wiskundevraag gekregen en wist er geen blijf mee. Hij stond daar te zweten.

- Ik zei:  'Kom joch, naar buiten, 't Is staking".
De jongen keek eens schuin naar de leraar.
- "Ja, vooruit... ga maar", zei die.
De jongen lachte tol achter zijn oren... hij stormde de klas uit.

We hadden al heel wat deuren opengetrokken, we namen heel de school op sleeptouw. We ontmoetten een leraar die nogal korzelig was. Ik vroeg hem: "Hebben we ze nu allemaal, of is er nog ergens een klas?"- "Ja, je hebt ze allemaal'.
Maar een jongen stond achter de leraar en wees stiekem met z"n vinger: "Daar nog!"
En jazeker, langs een smalle gang kwamen we aan nóg een klas. Die hebben wij er óók nog uitgehaald.
"Geen enkele mijn dicht. Geen enkele mijn dicht!" Dat heeft mij echt ontroerd, de jeugd.'

Jan Grauwels: "Op 19 maart '87 zijn we met een afvaardiging naar de scholen getrokken. In het college van Genk werden de oudere leerlingen in de eetzaal geroepen. Het werd een goed debat. De meeste vragen draaiden rond de kernenergie. We waren zo een beetje gastprofessor. Er was een heel positieve sfeer.

In Sint-Lodewijk, de technische school van Genk, zat de grote zaal stampvol voor ons. Daar hebben wij de leerlingen ook mogen toespreken. Hun directeur heeft de bijnaam de catcher. Een leerling sprak hem zó aan in dat publiek, daar werd nogal mee gelachen. Wat mij bij die jongens getroffen heeft, was de eenheid tegen het racisme. Dat was echt heel populair.

De volgende dag liepen de scholen leeg voor de grote betoging in Genk'.

4 'Voorwaarts, en niet vergeten... de solidariteit'

Verzonken in de herinnering van het Maasland is de dag in 1967 toen mijndirecleur Vandeputte en de burgemeesters van de streek arm in arm met de vakbondsverantwoordelijken door de straten van Eisden stapten. 20.000 mensen ageerden tegen de destijds aangekondigde sluiting van Eisden.

'We gaan dat op 14 maart opnieuw doen', besloot het Mijnwerkersfront begin februari '87.

Zaterdagavond 7 maart liep de kantine van Jean Ooms vol, het Mijnwerkerscomitc en het Mijnwerkersfront verbroederden. Luc Oeters en Rich Deschutter stelden voor: "We maken van de betoging een manifestatie van de mijnwerkers uit alle zetels'. Jcan Ooms stribbelde wat tegen, maar het voorstel werd aangenomen. Ook Gerard Bijnens en een groep ACV-militanten vielen binnen. Zij waren trots op hun houding op het ACV-bestuur van 's middags.

Toch was het resultaat nog lang niet wat de stakers verwachtten. Na een lange discussie bereikten het Mijnwerkerscomite en het Mijnwerkersfront een akkoord over de eisen: 'Alle vijf mijnen moeten openblijven, geen sociale begeleiding, geen afbouw'. Daarmee was de eenheid tussen de twee een feit.

De betoging van 14 maart moest het doen zonder de mijndirecteur en zonder de Maaslandse burgemeesters. Ook de vakbondsleiding bleef nog maar eens opvallend afwezig. Maar dat kon de sfeer niet verknoeien.

Jan Grauwels benadrukte: 'Om onze strijd te winnen moet heel Limburg plat'. Jean Ooms kondigde 'in de nabije toekomst' een mars op Brussel aan.

Het NOS-journaal liet 's avonds erg agressieve betogers aan het woord: 'We gaan met de pik naar Brussel. We zullen er tegenaan gaan', Op hetzelfde ogenblik was een bleke Gheyselinck te gast in het BRT-nieuws. Hij had het in een stroperige taal over 'begrip voor de reactie van de mijnwerkers'. De stakers interpreteerden dat zo: 'Die man is niet op z'n gemak. Dat is dezelfde Gheyselinck niet meer'.

Schorseneren voor Winterslag

André Cant: "t Was begin april '87. De staking was al een maand oud. Een boer uit Vlaanderen had bij ons in Eisden een berg schorseneren afgeladen. Echt zó veel, we konden dat nooit verwerken. Op een namiddag begonnen een paar mannen een hele "remork", zoals we zeggen, te vullen voor Waterschei en Winterslag. Dat was een belangrijk symbool. Dat was het einde van Eisden alleen.

Wij hebben dat 's avonds naar Winterslag gebracht. Dat was een feest. hé. Toen we er aankwamen stond de stemming nochtans op een heel laag pitje. Maar iedereen kwam erbij staan. Die stomme schorseneren, daar zat zo'n feestelement in. Dat bracht iets teweeg bij de mensen. Ze lachten er mee. De Belgen namen er dadelijk een pak van mee, een beetje onbeleefd. Zo van snap snap en wegwezen. Maar de Turken kenden geen schorseneren: "Wat is dat? Wortelen?" Zij braken er een paar door en beten er in. Ze trokken natuurlijk een zuur gezicht. De stemming kantelde helemaal. "Je moet dat koken". "Je moet dat zus en zo klaarmaken". Binnen de kortste keren waren ze autobanden aan het stoken en het kruispunt aan het bezetten'.

  

Ford-Genk werd een strategische pion op het schaakbord van de staking. Kwam 'de Ford' in beweging, dan was de belangrijkste stap gezet naar een provinciale staking.

Donderdagmiddag 12 maart trokken honderden mijnwerkers naar de Fordfabrieken. Ze wilden de arbeiders oproepen tot solidariteit. Op ruime afstand van de fabrieksterreinen werden ze door de rijkswacht tot staan gebracht. Aan de beide uiteinden van de Fordlaan geraakten de kruispunten geblokkeerd. Twee vrachtwagens verloren hun kiezellading, een paal ging over de weg, een band van een autobus met Fordarbeiders werd doorstoken. 'Er was enorm veel rijkswacht', schreef Het Belang van Limburg.(9) Ford werd de 'versterkte burcht' zoals Zolder dat in '86 was.

Genk verstikte door de actie in één grote verkeerschaos. De rijkswacht probeerde nog omleidingen te organiseren, bijgesprongen door "kaderleden van Ford die rondtoerden in nieuwe Sierra's, voorzien van radio-apparatuur'.(10) Maar op de Genkse omleidingsringen bleef het verkeer in opstoppingen gekneld.

Jan Grauwels: "De vakbondsmilitanten van Ford lieten ons weten dat onze actie heel positief onthaald is. Pas om tien voor vier draaide de produktie normaal. We hebben de volgende dagen niet echt doorgevochten op Ford omdat de werkwilligen in het Westen ons zoveel zorgen baarden. Nu bleef het bij een stunt. De rijkswacht maakte de weg vrij en zorgde ervoor dat op straat niemand uit de bussen stapte. Daarvoor was Ford bang, dat we in gesprek zouden raken met de Fordarbeiders. We ontvingen een brief: "Waarom komen de mijnwerkers niet terug?" Oké, de staking lag moeilijk, maar toch is die vraag terecht. Alles verliep te veel in verspreide slagorde. We wilden alles te snel en in één keer beslechten met de mars op Brussel in plaats van zelfbewust een langdurige strijd te voeren, stap voor stap, tot Limburg plat lag'.

5 Gewoel in het ACV-gebouw

De impulsen van de beweging die Limburg in rep en roer zette, bereikten de top van de twee mijncentrales nauwelijks. Aan de mijnpoorten en bij alle acties bleven Daemen, Cuyvers, Baeyens en Olyslaegers opvallend afwezig. André Daemen weigerde koppig het plan Gheyselinck ook maar in vraag te stellen. Op het ACV-hoofdbestuur van 7 maart hadden de delegees van Waterschei zich alleen maar de woede van Daemen op de hals gehaald met hun voorstel het plan te verwerpen.

Diezelfde dag noemde het Nationale Comité van de ABVV-mijn-centrale het plan Gheyselinck 'onaanvaardbaar'. Maar achter de ene deur die het Nationale Comité opendeed, deed zij een andere deur weer dicht - was Willy Claes de portier? De eis 'geen mijnsluitingen' werd nergens gesteld, het leek alsof men erop aanstuurde de sluitingen meer te spreiden in de tijd.

Een paar dagen later meldde de pers: 'De twee syndicale organisaties zitten sinds kort op exact dezelfde golflengte'.(11)

Gelijkgestemd togen Daemen en Olyslaegers op weg naar Brussel, ver weg van het gewoel in Limburg, op zoek naar een akkoord met Gheyselinck. Het misnoegen van de mijnwerkers over hun syndicale leiding leidde op 18 maart tot een kortsluiting. Meer dan duizend stakers voerden actie voor en binnen het ACV-gebouw in Hasselt. Er sneuvelden ruiten, meubels en schrijfmachines. 'Miljoenenschade' luidde de opgeklopte versie in de pers. 'Voor een half miljoen vernielingen" schreef de wat nuchterder correspondent van Het Volk. '250.000 frank' vertelde mij later een ingewijde.

De feestzaal op de tweede verdieping zat afgeladen vol. De spreekkoren galmden door het gebouw: 'Geen enkele mijn dicht. Geen enkele mijn dicht!' 'Mars op Brussel!' Er werd ritmisch op de tafels geklopt. Dat was zo een manier om Daemen en Olyslaegers duidelijk te maken: 'Maak van uw hart geen moordkuil. Ga achter de eisen van de staking staan'. Wie niet binnen kon, stond op het Mgr. Broekx-plein vóór het gebouw. Plots, zonder dat iemand dat gevraagd had, stormden twee pelotons rijkswachters langs een zij-ingang het gebouw binnen. Zij wilden de stakers te lijf gaan. Die zochten ijlings hoe zich te verdedigen.

Rik Nouwen, de voorzitter van ACV-Limburg, had de grootste moeite de rijkswacht het gebouw weer uit te werken. 'Het scheelde geen haar of er waren doden gevallen', schreef de pers.(12) Het Mijnwerkerscomité zat lelijk verveeld met de vernielingen in het ACV-gebouw. Men distantieerde zich beslist van wat er in het gewoel verkeerd was gegaan.

6 Drie plaatsen van koster vacant
   Over reconversie- en andere disneyparken

'Een CVP-woordvoerder deelde mee dat er in Limburg drie plaatsen van koster vacant zijn. De voorkeur gaat uit naar de getroffenen van de mijnsluitingen. Ze worden wél onderworpen aan een stemtest. Het is namelijk vereist dat ze een toontje lager zingen.

In het raam van het toerisme kunnen de mijngangen worden omgebouwd tot een getrouwe nabootsing van de catacomben van Rome. 'Wat je aan de minste van de mijnen doet, heb je aan Mij gedaan'.

Het stempelen zal geen bijkomende kosten met zich meebrengen want de stempels hebben ze al. De mijnwerkers brengen ze gewoon mee uit de respectievelijke mijnen. Bovendien moeten er mensen aangeworven worden voor de stempelcontrole. Nieuwe werkgelegenheid dus.'(13)

Met deze en andere voorstellen stak de Genkse schrijver René Swartcnbroeckx de draak met de 'reconversie-koorts' die in die stakingsweken weer de kop opstak.

Jan Cosemans van de dienst Ondernemingen van het ACV-Limburg was al even kritisch: "Wij moeten aandacht hebben voor de huidige plaag van opbodpolitiek. Iedere spreker die wij tegenwoordig horen, heeft een nieuwe fabriek klaar voor Limburg. Hopelijk hebben al die sprekers het niet over dezelfde fabriek'. Opbod? Er was de Interministeriële Werkgroep voor Limburg, het Geïntegreerd Actieprogramma en het Contract. Er was ook de Diversificatiemaatschappij van KS. de reconversie-envelop van Gheyselinck, de Reconversieholding van de Vlaamse regering en het Strategisch Plan Limburg. Words, words, words!

En als dat niet volstond was er nog... minister Patrick Dewael met zijn super-pretpark-op-z'n-Vlaams. Geen Donald Duck of Mickey Mouse, wél Suske en Wiske die samen rondlopen in 'Main Street'! Uit welk album van Suske en Wiske puurde Dewael de inspiratie voor zo'n idee? Uit De gladde glipper'? Uit 'De poenschepper' misschien? Of was het toch uit 'Het laatste dwaallicht'? Het pretpark van Dewael was een 'droomfabriek' in alle betekenissen van het woord.

Het Congres van ACV-Limburg herhaalde op 27 maart nog maar eens haar eis van 'reconversie'. Een dag later reageerde Gaston Geens, eerste minister van de Vlaamse deelregering, geërgerd: 'Ik zou een misverstand uit de weg willen ruimen. (...) Het is niet zo dat de overheid die 30.000 jobs moet creëren, dat is een zaak voor de privé-investeerders'.(15) Maar Dierickx, de baas van Ford Genk. had ook al de verantwoordelijkheid van de industriële wereld voor nieuwe jobs afgewezen. Zo werd het ACV van Pontius naar Pilatus gestuurd.

Reconversie was inderdaad 'het laatste dwaallicht' om mijnwerkers van de staking weg te leiden. Minister Theo Kelchtermans legde het verband en liet meteen z'n ezelsoren zien: 'Wij moeten ons ervoor hoeden Limburg voor te stellen als een regio die besmet is met zware metalen en verzopen van drijfmest. Kijk maar naar Tessenderlo, een gemeente waar zich van de mooiste natuurgebieden van Vlaanderen bevinden. Wie krijg je nog zo ver daar in toerisme te investeren? (...) Men moet de problemen van de streek niet zo etaleren'.(16) Men moet al een excellentie zijn om iets dergelijks in ernst te kunnen beweren!

Toch werden sommigen binnen de mijnwerkersbeweging door de reconversiekoorts aangetast. LBC-delegee Jos Gielen vond het daarom nodig in zijn speech op de betoging van 14 maart te zeggen: 'Wij hebben een groot ongeloof in reconversie. De Generale Maatschappij is verantwoordelijk voor de mijnsluitingen én voor het gebrek aan investeringen in de mijnstreek'.

7 'Moeten wij met twee een schop vasthouden?'

'De syndicale beweging, mijn beste, die is ernstig ziek'.(17) Dat was in die dagen de diagnose van Jacques Yerna, de secretaris van het ABVV-Luik. Het grote gebrek aan democratie was toen de kwaal die op een paar plaatsen bijzonder opviel: bij Sidmar in Gent, bij Volkswagen in Brussel en Bosal in de Kempen.

Het schrijnendste voorbeeld gaf André Daemen. Vrijdagochtend 20 maart kwam die doodgemoedereerd op de radio meedelen dat hij een paar uur eerder een akkoord had gesloten met Gheyselinck. In één adem spoorde hij de mijnwerkers aan het werk te hervatten. Zijn leden-mijnwerkers raadplegen, vond Daemen blijkbaar een overbodige luxe. Ook het Uitvoerend Bestuur van de ABVV-mijncentrale was gewonnen voor het akkoord, maar wilde het tenminste eerst aan z'n leden voorleggen.

Nochtans was het akkoord een maat voor niets. Aan de essentie van het plan Gheyselinck veranderde geen komma. Drie mijnen moesten onmiddellijk dicht. Daemen en Olyslaegers verdedigden zich: "Er komen geen gedwongen afdankingen. Zij die willen blijven, worden overgeplaatst naar het Westen. Zij die opstappen, krijgen bijkomende uitkeringen'.

Gheyselinck, die altijd beweerd had dat zijn voorstellen het onderste uit de kan waren, legde er na drie weken staking 400.000 frank bovenop. Hij beloofde de mijnwerkers 800.000 frank netto, een fenomenale 'gouden handdruk' om het jobverlies af te kopen. De KS-manager stelde een termijn, voor 28 april moest iedere mijnwerker zijn keuze tussen sociale begeleiding of overplaatsing naar het Westen bekendmaken.

De mijnwerkers reageerden bitter. Luc Cieters verklaarde voor de radio: 'Moeten wij dan met twee man één schop vasthouden?' In een Panorama-uitzending vertaalde een Turkse mijnwerker dat als volgt: 'Moeten wij ene schuppe met twee stele vastpakken?'

Robert was mijnwerker in Waterschei met een A2-diploma en een B1-hoger technisch onderwijs avondleergangen op zak. Samen met 3.000 anderen ging hij zich aanbieden bij ALZ in Genk. Er waren 68 plaatsen vacant. Robert werd niet aangeworven. Nochtans had hij een 'politieke kruiwagen'.

In het lokaal van de Turkse Eenheid zat Edip Degurienci achter zijn thee. Negen jaar in België, vader achterna de mijn in. 'Ik wilde leraar worden, heb zes maanden naar werk gezocht, maar ben toen in de mijn afgedaald. Ik pak geen geld. Ik wil werk. Terug naar Turkije? Ook daar is er geen werk. Mijn kinderen zijn hier geboren, gaan hier naar school. Wat moeten die in Turkije?'(18)

Antonio werkte sedert drie jaar in de mijn. De twee fabrieken waar hij voordien werkte, gingen failliet. Hij solliciteerde op maar liefst 270 plaatsen voor hij de mijn inging. En nu?

In Waterschei had een oudere man al een akelig toekomstvisioen. Wijzend naar de KS-gebouwen achter zijn rug zei hij: 'Ze zullen van deze gebouwen een reuzegrote gevangenis moeten maken. Wat denk je dat er zal gebeuren als de mensen hun premies verteerd hebben, en er is geen uitzicht op werk? De criminaliteit zal hier bloeien als nooit tevoren'.(19)

Genk, vrijdagnamiddag 20 maart

4.000 betogers houden een militante optocht in de stad. Alle winkels, alle cafés en de drie shoppingcentra zijn dicht. 'Zo kan men zien wat Genk wordt als de mijnen gesloten zijn'. De solidariteit van de Genkse middenstand met in de uitstalramen eigenhandig geschreven solidariteitsverklaringen. Eén valse noot, één café langs de route van de betoging is open. 'Trefpunt', het café van het ACV.

'Die 800.000 frank in dat akkoord is een oprotpremie. Dat pakken wij niet'. 'Drie mijnen dicht en toch geen afdankingen?' 'Met twee man één schop vasthouden?' Dergelijke opmerkingen waren niet uit de lucht. Gheyselinck moest dringend zijn opvattingen over 'een uiterst kleine minderheid van mijnwerkers' herzien.

Bibliografie

(1)  De Gazet van Antwerpen, 19 maart 1987.
(2) Het Volk, 17 maart 1987.
(3) De Nieuwe Gids, 18 maart 1987.
(4) Het Laatste Nieuws, 11 maart 1987.
(5) Het Volk, 20 maart 1987.
(6) De Financieel-Ekonomische Tijd, 11 maart 1987.
(7) De Standaard, 13 maart 1987.
(8) Het Nieuwsblad, 12 maart 1987.
(9) Het Belang van Limburg, 13 maart 1987.
(10) Het Volk, 13 maart 1987.
(11) Het Belang van Limburg, 11 maart 1987.
(12) Het Laatste Nieuws, 19 maart 1987.
(13) De Koerier, weekblad, 15 maart 1987.
(14) Het Volk, 30 maart 1987.
(15) Het Belang van Limburg, 28 maart 1987.
(16) Het Nieuwsblad, 30 maart 1987.
(17) Solidair, 25 maart 1987.
(18) De Tijd, Nederland, 3 april 1987.
(19) Het Belang van Limburg, 21 maart 1987.

 

 

XI Gheyselinck is nog niet thuis, van 23 maart tot 28 april '87

1. Onder de paraplu van Eisden  
       Een rebelse meid, is een parel in de klassenstrijd  
2. Slagen en ontslagen in Waterschei  
3. 1.270 voorkeurstemmen voor Jan Grauwels    
4. Koran op de molen   
5. 9.796 willen weg... dixit Gheyselinck  
       Gheyselinck praat met zichzelf 
Bibliografie   

1 Onder de paraplu van Eisden

In de week van 23 tot 30 maart beleefde de staking een neergang. 'Maandag (23 maart n.v.d.r.) moeten de stakingen afgelopen zijn', dicteerde Gheyselinck.(1) Een misrekening. In het Oosten ging de staking onverminderd door. In het Westen kwam de helft van de mijnwerkers niet opdagen. De rijkswacht was er wél, en massaal. "Het is alsof de rijkswacht piket staat', schreef Het Volk.(2) In Waterschei werd Nico Hergas door rijkswachters in het ziekenhuis geslagen en ook een persfotograaf werd toegetakeld.

De volgende dagen werd de neiging tot algemene werkhervatting in het Westen almaar duidelijker. Op 25 maart stemde 57% van de ABVV-leden voor het voortzetten van de staking. De ontgoocheling over dit beperkte succes was algemeen. Er sloop twijfel in de gelederen en het ABVV-bestuur besliste de staking niet langer te erkennen. Zelfs de vurige mars op Brussel van 26 maart kon niet alles goedmaken. Met tweeduizend trokken de stakers door de Brusselse binnenstad, 'zeer militant, zeer gedecideerd, maar ook zeer gedisciplineerd',(3) ondersteund door tientallen delegaties uit ACV en ABVV.

Velen zagen het dagje Brussel als een orgelpunt en op vrijdag 27 maart hief het Mijnwerkerscomité de staking op. De Standaard monkelde: 'Grauwels verliest alle gezag. De mijnwerkers hebben hem koudweg laten vallen'.(4)

Een rebelse meid, is een parel in de klassenstrijd

Louisa Azevedo: "'t Was rond 20 maart. In Beringen was een gedeelte van de mijnwerkers weer aan het werk gegaan. We kwamen met ons vliegend piket aan de poort. Daar stonden een paar rijkswachters: "Jullie mogen hier niet binnen". Heel de groep trok toch naar binnen. Ik twijfelde. Zou ik als vrouw mee binnengaan? Er waren nog twee vrouwen die ik nog niet gezien had aan het piket. Zij stapten vastberaden mee. "Wat ben ik toch een bangerik", dacht ik en volgde.

Sommige mannen waren zich net in de badzaal aan het douchen. Ze stonden daar in hun blootje. Toen ze de vrouwen zagen, gingen ze hals over kop op de loop met hun broek in de hand. En wij erachter aan. Ja. waarom niet?" En Louisa lacht schaterend haar tanden bloot.

   

Alleen in Eisden bleven de stakingsvuren branden. Het Mijnwerkersfront wilde niet wijken. Op 30 maart organiseerde het een referendum met twee vragen: "Ten eerste: bent U voor of tegen het Plan Gheyselinck? Ten tweede: Wilt U met de staking doorgaan of stoppen?"

André Cant: 'In '86 zijn de andere mijnen echt tot het uiterste gegaan. Ze zijn toen heel hard aangepakt door de rijkswacht. Eisden had daar niet zoveel van meegemaakt, Eisden was niet uitgeput. Waterschei heeft in '87 moeten trekken en sleuren om ons op gang te krijgen maar wij, wij hadden nog veel energie.

Op 30 maart hebben we een grote paraplu voor de poort gezet. Daaronder stond de doos waarin de mensen hun stembriefje konden deponeren, 's Avonds kwam de rijkswacht last verkopen, de stemming moest stopgezet worden. Wij wilden beslissen over verderstaken ja of nee. De nachtpost was het meest pro-staking en terwijl die mensen stonden aan te schuiven, zei de rijkswacht: "Héla, weg met dat spul!" Dat namen de mensen niet. De rijkswacht wilde ons binnenkloppen en dat had een averechts effect. De verontwaardiging was groot en het ongelooflijke gebeurde: wij trokken naar Waterschei. Wij, de zwakkere mijn, om daar de zaak te redden'.

De vonk van Eisden zette de mijnstreek opnieuw in brand. Dinsdagnamiddag 31 maart verschenen de mannen van Eisden aan de poort in Waterschei. Jean Ooms schreeuwde zich de ziel uit het lijf. In de badzaal stak Jan Grauwels opnieuw z'n nek uit: 'We hebben niets te verliezen. Eisden heeft gelijk'.

Het kostte enorm veel energie, maar weer bloeide de staking open. De volgende dag werden in Winterslag lampenzaal en schacht bezet. Op vrijdag 3 april moest de directie bevestigen dat 95% van de mijnwerkers uit de drie oostelijke zetels staakten.

 
2 Slagen en ontslagen in Waterschei

Maandag 6 april. Voor dag en dauw slaan veel postende mijnwerkers voor de poort van Waterschei. De spanning is te snijden want een eindje verder, aan zaal de Kring, heeft het 'Werkwilligencomité' verzamelen geblazen. Welgeteld 220 man heeft de oproep beantwoord van de ACV-vrijgestelden Sergio Canini en Rik Kerkhofs om aan actieve stakingsbrekerij te doen. Onder hen Gerard Bijnens, Mare Withofs, Pino Bonanno en andere ACV-delegees en militanten. Moske Mantels heeft zich bij hen gevoegd.

De posters sturen een delegatie vrouwen naar de Kring met het voorstel een algemene vergadering te houden waarna kan gestemd worden, maar ze krijgen akelige verwijten naar het hoofd geslingerd.

Even voor half zes komt de groep van de Kring in beweging richting mijnpoort. 'Wij willen werken!"

'Voor hoelang nog?' vraagt een staker.

De stakersposten gaan opzij. Jan Grauwels vraagt iedereen mee naar binnen te gaan en daar een algemene vergadering te organiseren. Aan de ingang van de badzaal, vlakbij de trap, het symbool van de vakbondsrnacht en van de eenheid, komt het tot een vechtpartij. De drie stakingsleiders Jan Grauwels, Harry Posikata en Herman Vermeulen, die zelf oproepen vooral geen geweld te gebruiken, worden het slachtoffer van een onverhoedse uitval. Grauwels krijgt een elleboogstoot in het gelaat. Pino Bonanno geeft hem daarna een harde slag op de lip. Deze man had vooraf al aangekondigd: "Jan mag op de trap niet speechen over staking. Als hij het toch doet, sla ik hem er persoonlijk van af' (5) Grauwels raakt versuft en wankelt. Dan wordt hij opgevangen en omringd door een groep stakers. Rik Kerkhofs roept: 'Pas goed op Grauwels, als jij onder mijn handen komt, zul je er niet goedkoop van afkomen'.(5)

Hele groepen mijnwerkers worden in het kluwen heen en weer geslingerd. Maar, zo blijkt snel, de charge tegen Grauwels werkt als een boomerang. "Erg christelijk is het allemaal niet. Er zijn er die willen werken, maar ook zij staan nog achter Jan Grauwels'. Die neemt toch nog kort het woord: 'We gaan vandaag door met de staking'. Ook mijnwerkers die hun boterhammetjes al mee hebben, trekken met de groep mee naar buiten.

Als de gemoederen wat bedaard zijn. wordt de rekening gemaakt. Alle posten samen zijn er maar een paar honderd werkwilligen. De twijfels, 'en die waren groot vanmorgen', geven de stakers ruiterlijk toe, zijn weer weg.

's Middags duikt gerechtsdeurwaarder Gemis op aan de poort. Er ontstaat beroering: Harry Posikata en Herman Vermeulen krijgen hun ontslagbrief overhandigd. Zij worden ervan beschuldigd documenten te hebben ontvreemd in een informatiebureau van de mijn. Elke professionele samenwerking is onmiddellijk en definitief onmogelijk'.

Op dit beslissende moment knakt er iets af bij Jan Grauwels, de slagen van Bonanno eisen hun tol. De journalist van De Morgen maakte een roerend verslag van dit pijnlijke moment: 'Dan duikt Jan Grauwels weer op. "Eerst een plasje doen en dan gaan we eens goed speechen". Maar erg ver komt de ABVV-delegee niet (...) Hij wordt plots onwel en zwijrnelt weg. Hij valt languit op de grond en lijkt het bewustzijn te verliezen. Hij wordt per ziekenwagen weggebracht. "De afdankingen niet toelaten, de afdankingen van Herman en Harry niet toelaten", klinkt het -nauwelijks verstaanbaar- uit zijn mond. Hij weet van geen ophouden. De stakers zinnen op wraak. Het afvoeren van hun idool is er te veel aan. De naam van Pino Bonanno ligt op ieders lippen. Als deze man nog bij de werkwilligen is in de mijngebouwen, is zijn leven in gevaar. Zonder meer. Niet zonder moeite worden de troepen in bedwang gehouden. De rijkswacht is intussen gesignaleerd, maar dat kan hen niet deren. Een bestorming van het KS-gebouw wordt ernstig overwogen. Alleen is men ervan overtuigd dat dan de sociale verkiezingen worden uitgesteld. En zo'n cadeau wenst men het ACV niet te doen'.(6)

Grauwels moet een week het ziekbed houden, maar het werkwilligencomité incasseert een zware nederlaag.

In de namiddag komt Mimoun Monna aan het hoofd van een honderdkoppige Eisdense delegatie in Waterschei aan. Van overal stroomt het volk naar de André Dumontmijn. 's Avonds trekken honderden stakers ingetogen naar het ziekenhuis in de Stalenstraat. Zij gaan bij Grauwels op ziekenbezoek. Muisstil en met een brandende aansteker of kaars in de hoogte verzamelt de menigte zich voor het ziekenhuis in de hoop dat Grauwels even voor het raam zou komen. Zij krijgt geen glimp van hem te zien, maar Herman Vermeulen brengt z'n boodschap over: 'Vrienden, ik ben verrast en ontroerd door jullie massale groet. Jullie mogen het niet laten gebeuren dat Harry en Herman ontslagen blijven'. Heel wat stoere mijnwerkers kijken maar vochtig. Bij de sociale verkiezingen wordt de rekening aangeboden.

3 Duizendtweehonderdzeventig voorkeurstemmen voor Jan Grauwels

'Grauwels door zijn basis voorbij gelopen', schreef De Standaard op 28 maart. 'Grauwels wankelt', titelde Het Volk op 7 april. 'Grauwels: 1.270 voorkeurstemmen', antwoordden de mijnwerkers op 9 april.

De sociale verkiezingen werden een massale volksuitspraak ten gunste van de delegees die zich hadden ingezet voor de staking. Vooral Jan Grauwels deed het bijzonder goed. In Waterschei behaalde hij 50,8% van de stemmen. Dat kon zelfs Tindemans op het hoogtepunt van zijn 'mister Europe effect' niet. Het ABVV boekte winst, terwijl het ACV rake klappen kreeg. In het ABVV versterkten de linkse delegees hun posities aanzienlijk. In Eisden sleurden Ooms en Honna het ACLVB een stuk vooruit. De syndicale krachtsverhoudingen in KS waren grondig veranderd.

In Beringen behaalde Luc Cieters één stem op drie met 805 voorkeurstemmen. Freddy Bungencers (370 stemmen) en Adrien Luyckx (240 stemmen) werden met klinkende cijfers opnieuw verkozen.

Van de zes ABVV-verkozenen in Waterschei behoorden er vijf tot de kandidaten van het Mijnwerkerscomité. Soylu (440 stemmen). Mirisola (411 stemmen), Lucien Maes (399 stemmen), Ustmert (391 stemmen) en natuurlijk Jan Grauwels. Chris Nelis (317 stemmen) viel slechts nipt uit de boot. Moske Mantels werd niet meer verkozen voor de syndicale delegatie. Het ACV viel terug van vijf naar twee zetels.

Ook in Winterslag haalden de kandidaten van het Mijnwerkerscomité de beste scores. Tony Casto met 320 stemmen en Rich Deschutter met 215 stemmen. In Zolder werd Breughelmans niet meer verkozen als syndicale delegee. Tony Ventura haalde 820 stemmen binnen, één stem op vier. Alle linkse delegees gingen vooruit.

De mijnwerkers waren trots op de uitslag. Het was hun uitslag, 's Avonds leek het erop of de Rode Duivels het wereldkampioenschap gewonnen hadden. Feestelijk toeterend en claxonnerend en met rood-groen gedrapeerd, reed een autokaravaan richting Winterslag. Directeur Foblets werd van voor zijn televisietoestel weggehaald: 'Nu willen wij Harry Posikata en Herman Vermeulen nog terug binnen!"

De uitslag was een opdoffer voor Gheyselinck. Hij reageerde bitter: 'De zege van de stakingsleiders is begrijpelijk omdat de mijnwerkers hierdoor konden zeggen dat ze het niet eens zijn met de herstructurering. Maar (...) de geldverschaffer heeft altijd het laatste woord'.(7)

Luc Cieters: '9 april. Dat is de bevestiging dat de stroming voor strijdsyndicalisme en voor een antikapitalistisch programma in de mijnen een massastroming geworden is. Deze uitslag betekent dat de mijnwerkers onze opvatting over syndicalisme ondersteunen. Wij zijn vastberaden, omdat wij een gevormd inzicht hebben in de ontwikkeling van het kapitalistische systeem. Wij verduidelijken dat aan de mensen. Bijvoorbeeld dat Petrofina kolenvelden in Amerika opkoopt en de mijnen in België wil sluiten om geld te verdienen aan de kolenimport. Wij leggen uit dat Gheyselinck de belangen van Shell verdedigt. Informatie geven is een plicht van een vakbond. Wij doen dat als delegee.

Door onze praktische inzet hebben wij het vertrouwen van de mensen gewonnen zodat we ze ook over moeilijker zaken kunnen aanspreken. Wij hebben veel geleerd uit de individuele goede pogingen van vroegere delegees in de mijnen en uit de ervaringen van het syndicalisme op de Boelwerf. Leren naar de massa gaan, erop vertrouwen en ervoor vechten zodat ze niet verkocht wordt.

Alleen voor dat syndicalisme zijn de arbeiders vandaag nog enthousiast te maken. Op andere plaatsen, waar dat alternatief niet bestaat, is er volgens mij een groeiende onverschilligheid tegenover de vakbond. Dat is een erg gevaarlijke ontwikkeling.

Onze uitslag is een uitnodiging om in heel de vakbeweging een discussie te openen over de vraag: welk soort van syndicalisme kan het vertrouwen van de arbeiders in hun vakbond, dat de laatste jaren geschokt werd, herstellen?

Wij botsen op de kapitalistische wetmatigheden. Wij plaatsen er een antikapitalistisch programma tegenover. Als Gheyselinck vijftien miljoen per jaar krijgt om dit bewustzijn kapot te maken, dan gaan wij niet zwijgen, dan gaan wij verder ons leven richten met als doel een maatschappij zonder Gheyselincks. Dat is de enige garantie voor onze kinderen op een waardig leven'.

4 Koran op de molen

In die aprildagen werd de rijkswacht in de mijnstreek versterkt met 650 manschappen uit Brussel en Wilrijk. 'Nu is het aan ons. Het is tijd om de zaak op te ruimen',(8) zei luitenant Goos.

Zoals in '86 kreunde de mijnstreek onder de rijkswachtfurie. Opnieuw gingen dronken rijkswachters als wildemannen te keer. 'Ze waren ladderzat. Ze stonken naar de alcohol en beledigden de vrouwen met obscene gebaren".(9) Er vielen veel gewonden. Een explosie van geweld om de staking dood te slaan.

Maandagavond 13 april ging men er in Eisden dan ook hard tegenaan met de lange matrak en met het waterkanon. De uitzwermende stakers werden tot in de Paul Lambertlaan achtervolgd. Daar vielen de rijkswachters de moskee binnen, midden een gebedsdienst. Een geknipte scène voor een Eisensteinfilm. 'Vijfhonderd mannen, vrouwen en kinderen zijn op onze heiligendag uit hun godstempel gehaald. Blootsvoets zijn ze op straat gestuurd. Onze predikant kreeg een matrakslag tussen de ogen. Hij werd erg gewond aan het hoofd en kreeg een trap in de onderbuik'.(10) Een gehandicapte Turkse jongen werd in een combi geduwd en kwam met zijn vingers tussen het portier terecht.

De Iman Gaffar Tetic: 'De rijkswacht gritste onze schoenen op die in het voorportaal van de moskee stonden en gooide ze in het rond. Toen ik naar de bevelvoerende rijkswachter stapte en hem mijn bloedend gelaat wees, lachte hij mij uit'.(11) 'Ik heb een van hen horen roepen dat onze godsdienst hetzelfde was als zijn achterwerk'.(12) De koran, het heilige boek, lag verscheurd in een hoek. Schoenen van de moskeebezoekers lagen op het dak.

Er ging een golf van verontwaardiging door Vlaanderen. Toch wilde Het Volk "niet geloven dat het om een bewust gebrek aan zelfbeheersing ging'.(13) Manu Ruys was van mening: "In de rijkswachter moet men de mens kunnen zien. Zeker in deze paasweek'.(14)

In toepassing van artikel 440 van de strafwet riskeerden de rijkswachters die de moskee waren binnengevallen een gevangenisstraf van zes maanden tot vijfjaar. Toch werd niemand van hen vervolgd. Maar drie dagen na de inval veroordeelde de rechter Jan Grauwels tot acht dagen cel en 6.000 fr. boete wegens smaad aan een BOB-er. En negen dagen later werden de vier die in '86 Luc Cieters hadden gemolesteerd, door de rechter vrijgesproken!

5  '9.796 willen weg ... dixit Gheyselinck'

Stilaan maar zeker brokkelde de staking af. Op woensdag 15 april, nadat de directie Harry Posikata en Herman Vermeulen weer in dienst had genomen, was de staking in het Genkse bekken definitief voorbij. Op woensdagochtend 23 april werden ook in Eisden de stakingsvuren gedoofd.

28 april naderde gevaarlijk snel en Gheyselinck was nog niet thuis. Hij deed er alles aan om in de mijnen een klimaat van paniek te creëren waarin de mijnwerkers bereid zouden zijn letterlijk alles te ondertekenen. Als het zwaard van Damocles hing de dreiging van afdankingen boven de mijnzetels.

Op 22 april verscheen Gheyselinck strijdlustig en in hemdsmouwen in Het Belang van Limburg. Ook in het Westen zouden afdankingen kunnen volgen, en nog wel zonder de sociale begeleiding.

'Als er meer dan 9.000 kiezen voor het Westen, betekent dit een grote kans voor een nieuw herstructureringsplan voor het Westen en dat zou afdankingen kunnen inhouden. De kans dat de huidige voorstellen van sociale begeleiding later hernomen worden bij een nieuwe herstructureringsvoorstel voor het Westen, acht ik nihil'. 'De mensen die weigeren te kiezen, worden op een afdankingslijst geplaatst'.(15)

Gheyselinck praat met zichzelf

Eind april 1987 schreven arbeiders van Het Belang van Limburg een Open Brief. Hij werd ondermeer in Solidair (6 mei 1987) gepubliceerd.

Gheyselinck sprak met zichzelf

Op woensdag 22 april verscheen in Het Belang van Limburg het zoveelste interview met KS-manager Thyl Gheyselinck. Daarbij werd een foto afgedrukt waarop Gheyselinck in hemdsmouwen de camera inkijkt. De aandachtige lezer, die ooit de gebouwen van onze krant bezocht, herkent ook de plaats waar de foto genomen werd namelijk bij Het Belang zelf. Waarom draagt deze 'respectabele' heer, op bezoek in een 'respectabel' persbedrijf, geen deftig jasje, zoals het betaamt? Waarom zit Gheyselinck in werktenue in de gebouwen van Het Belang? De reden is heel eenvoudig. Omdat hij er werkt, 't Is namelijk crisis voor iedereen. De KS-manager gaat een frank bijverdienen als correspondent van de Limburgse krant. Hij maakt interviews. Dat is zijn specialiteit. In de krant van 22 april stond er een interview met Gheyselinck, geschreven door... Gheyselinck zelf. Het interview werd ondertekend door Erik Donckier. Zijn volledige naam luidt Eric Donckier de Donceel. Adel verplicht, nietwaar? Hoeveel Gheyselinck ontvangen heeft voor het schrijven van het interview is ons onbekend. Het normale tarief is twee frank per regel plus een vergoeding voor verplaatsingsonkosten. Omdat de KS-manager zoveel waarde hecht aan juiste informatie, menen wij er goed aan te doen juiste informatie te verstrekken over de manier waarop het Limburgse publiek wordt voorgelicht.

  

Het Uitvoerend Bestuur van de ABVV-mijncentrale protesteerde tegen het artikel 'waarbij grote ongerustheid is gewekt en dat een objectieve keuze voor de arbeider bemoeilijkt'.(16) Het baatte niet.

André Cant: 'In Eisden hebben we heel lang geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat we de staking zouden verliezen. Pas op het laatste ogenblik is het duidelijk geworden: "Tiens, we gaan het hier niet redden". Toen zijn de mensen naar binnen beginnen gaan om te tekenen, 't Was een paniekreactie: "We gaan het niet winnen. Ik ga het geld aannemen, dan heb ik toch iets". Het Westen was zo ver en onbekend en Gheyselinck liet horen dat we ook daar zouden buitenvliegen. Alles sprak tegen het Westen'.

Op 29 april meldde Gheyselinck triomfantelijk dat 9.796 mijnwerkers 'vrijwillig' de mijn verlieten.

Jan Grauwels: 'De mijnwerkers mochten niet kiezen voor het behoud van hun job. De enige keuze was: sociale begeleiding, ofwel naar het Westen vertrekken. Waarom koos de grote meerderheid voor sociale begeleiding? Vooreerst zijn er de 4.500 gepensioneerden. Dat is begrijpelijk. Daarnaast hebben de mijnwerkers geredeneerd: beter nu afgedankt worden met 800.000 frank dan binnenkort zonder geld. Ook al omdat de vraag open bleef in welke post zij moesten meedraaien, in welke functie, met welk loon, met welke verlofregeling, met al dan niet weekendwerk... Men moet de cijfers bekijken vanuit de ontmoediging na de staking. De uitslag van de sociale verkiezingen bewijst dat de mijnwerkers begrijpen dat de mijnsluitingen niet onvermijdelijk zijn, dat men weer werk kan bieden. Maar na de staking groeide het ongeloof. De mijnwerkers kozen het zekere voor het onzekere'.

Bibliografie

(1) Het Belang van Limburg, 21 maart 1987.
(2) Het Volk, 24 maart 1987.
(3) De Morgen, 27 maart 1987.
(4) De Standaard, 28 maart 1987.
(5) Solidair, 15 april 1987.
(6) De Morgen, 7 april 1987.
(7) Het Belang van Limburg, 11 april 1987.
(8) De Morgen, 15 april 1987.
(9) De Morgen, 15 april 1987.
(10 Het Laatste Nieuws, 15 april 1987.
(11) Het Belang van Limburg, 15 april 1987.
(12) De Morgen, 15 april 1987.
(13) Het Volk, 15 april 1987.
(14) De Standaard, 15 april 1987.
(15) Het Belang van Limburg, 22 april 1987.
(16) Persmededeling van de ABVV-mijncentrale, 25 april 1987.

   

 

Besluit

Natuurlijk zal de grote burgerij altijd herhalen aan de arbeiders die zich hebben ingezet in de strijd: "Zie je wel, jullie strijd heeft geen nut gehad". Men kan antwoorden: "De strijd heeft op z'n minst het nut gehad u te ontmaskeren".'

En hier komt Willy Claes in volle mijnstaking. Heeft hij de ronde gedaan van de stakingsposten? In geen geval. Hij verklaart: 'Ik heb de ronde gedaan van de nationale holdings: de Generale, de Groep Brussel-Lambert, Petrofina. Men heeft mij gezegd: "Wij hebben het geld, heeft U ideeën?'.(1) Willy Claes weet niet wat antwoorden. Ideeën? Neen, die heeft hij niet. Hij verdedigt zich: "Waartoe dienen dan de studiebureaus van onze holdings? Zijn die er dan niet om projecten uit te werken?"

In hetzelfde interview zegt hij: "Voor de mijnen is er geen enkele hoop meer". "Het klimaat tussen de verschillende politieke strekkingen, de vakbonden en de patroons is gunstig". De holdings hebben geen ideeën, maar wél geld. Willy Claes heeft ook geen ideeën, maar wél een gunstig klimaat. En zulke mensen zullen dan komen vertellen: 'Het was niet nodig te strijden, we hebben het toch gezegd'".(2)

Jan Grauwels: 'Wij, mijnwerkers, hebben alles gedaan wat mogelijk is om de mijnen open te houden. Indien Daemen en Olyslaegers maar één tiende hadden getoond van onze inspanningen en onze vastberadenheid, dan hadden we gewonnen.

Zij hebben een zware verantwoordelijkheid op zich genomen. Ons standpunt 'over jobs wordt niet onderhandeld' is juist. De nabije toekomst zal ons gelijk geven. De zogenaamde realistische weg betekent dat er 10.000 werkplaatsen verloren gaan in een provincie met al 75.000 werkzoekenden.

Is onze strijd dan voor niets geweest, zoals Gheyselinck en veel kranten zeggen? Neen! Vooreerst hebben we door onze jarenlange strijd de mijnen langer kunnen open houden. Ten tweede: alles wat wij uit de brand hebben gesleept, is het resultaat van die strijd. Onder druk van de staking kwam er een betere sociale begeleiding van 800.000 frank netto. Ten derde: we hebben belangrijke syndicale overwinningen geboekt. Wij hebben de sociale verkiezingen afgedwongen. In deze verkiezingen heeft het strijdsyndicalismc gewonnen. Dat is een aanmoediging voor alle syndicalisten in België. Ten vierde: we hebben een voorbeeld gesteld van nationale betekenis. Men zegt: "De arbeiders zijn verburgerlijkt". Wij hebben bewezen dat de arbeiders wel degelijk willen strijden, maar dat veel afhangt van hun leiders.

Wij hebben mijnsluitingen moeten aanvaarden. Maar omdat wij er vijf jaar lang tegen vochten, heeft zich een generatie van duizenden mijnwerkers gevormd die anders denkt en anders handelt dan daarvoor. Deze generatie denkt anders over het kapitalisme, over de staat, over de vakbonden, over de verschillende politieke partijen. Het Oosten wordt gesloten maar deze generatie van mijnwerkers leeft voort, in de mijnen van Zolder en Beringen, aan de stempellokalen en in de andere bedrijven. De kapitalisten zullen drie mijnen kunnen sluiten, maar zij hebben een generatie arbeiders verloren. Met die generatie zullen wij doorwerken om de strijd rond Beringen en Zolder te winnen en om van Limburg de meest antikapitalistische provincie van België te maken!'

  

Bibliografie

(1) Alle citaten uit 'Echo de la Bourse , 9 april 1987
(2) Vrij naar Ludo Martens, 1 mei-toespraak Brussel 1987.

 

Epiloog

Op de eerste vergadering na de sociale verkiezingen heb ik het Uitvoerend Bestuur van onze centrale eens goed bekeken. Daar zat dan de nieuwe generatie militanten, eerlijk, gevormd, ervaren in de strijd.

De vroegere helden hadden tussen 40 en 100 stemmen gehaald. Deze mannen haalden van 250 tot 1.200 stemmen. Voor het eerst waren we erin geslaagd de strijdbaarheid van de mijnwerkers te verankeren in de centrale, al was het nog maar op het niveau van het Uitvoerend Bestuur.

Toch was ik ongerust over hun gebrek aan ervaring in het apparaat en de soms venijnige strijd daarbinnen. Zouden ze wel kunnen opto-nen tegen de manoeuvers van de pers. van de politieke partijen, van Gheyselinck? Zouden té eenvoudige gedachten over eenheid, ontdaan van elke inhoud, deze groep aantasten? Er wordt gezegd dat Jan Olyslaegers op het Nationale ABVV-Bureau verhaaltjes ging vertellen, 'De situatie is zeer moeilijk. De meeste verkozenen zijn lid van de PVDA. Goede, getrouwe delegees zijn uitgeschakeld. De functionering van de centrale wordt op die manier steeds moeilijker'.

Olyslaegers gaf deze 'informatie' toen hij bij het ABVV aanklopte om de staking van '87 te helpen betalen. Dat is natuurlijk de beste manier om géén geld te krijgen. Geld en macht in de centrale: het thema komt later nog terug. Wij lachten er eens mee. Allemaal PVDA-ers? Lucien Maes zat voor de SP in de provincieraad. Mirisola zetelde voor het front van christen-democraten en PCI in het adviescomité voor de Italiaanse regering. De Turkse verkozenen behoorden tot vier politieke strekkingen... Dit was een pluralistisch bestuur, maar verenigd in zijn syndicale doelstellingen. Maar door leugens en het handig hanteren van het 'communistisch spook' werd de argwaan tegenover de mijnwerkerscentrale gewekt. "Een model dat moet verzwegen worden" en "liever geen centrale dan zo een", daar wilde Olyslaegers naartoe. Hij weigerde zelfs honderden overgekomen ACV-ers in te schrijven. Toen fronsten een aantal andere voorzitters toch de wenkbrauwen.

We gingen er met het nieuwe bestuur al dadelijk tegenaan. Maar het apparaat ging er met zijn volle gewicht tegenliggen. Wat zat daarachter? Was er op het hoogste niveau een concensus over de mijnproblematiek? Hoe het precies gegaan is, weten we nog altijd niet, maar overal voelde je nattigheid. André Daemen verklaarde in Het Belang van Limburg van 19 mei 1987: 'Wij hebben als mijnwerkersvakbond moeilijke en pijnlijke beslissingen moeten nemen. Wij mogen daar nu niet blijven bij stilstaan. Wij kunnen onszelf en vooral onze kinderen nu nog maar dienen door te werken aan reconversie en tewerkstelling. (...) In het Westen moet zo vlug mogelijk werk worden gemaakt van de arbeidsorganisatie en de personeelsbezetting om tot een normalisering van de situatie te komen'.

Dit betekende zoveel als: de verlofregeling afschaffen, flexibiliteit en weekendwerk invoeren, inleveren en dan toch sluiten. Wij verwezen naar de tekst van Gheyselinck aan de regering waarin hij stelt dat er vanuit financieel of economisch oogpunt geen enkele justificatie is voor de voortzetting van de huidige bedrijfsactiviteit bij KS. Dat was en blijft fundamentcel. De rest is show. Een concensus dus. Maar er bleef één probleem: dat Uitvoerend Bestuur van het ABVV, die ellendige delegees.

Er werd een lange, smerige oorlog tegen de mijnwerkersvakbonden ontketend. Afschaffen van het overleg, een 'syndicale rangorde' voor de te sluiten mijnen, uitschakeling van delegees en van de mijnwerkerscentrale zelf. Wie heeft dit anti-syndicalc programma uitgewerkt? Ik stel vandaag alleen maar vragen bij sommige feiten. Gheyselinck alleen? Neen, dat geloof ik nooit. 'Als koeien naar de markt', zo werden de arbeiders van het Oosten naar het Westen overgeplaatst. Er was geen vervoer, men kreeg een andere functie, een ander loon, met als klap op de vuurpijl: ieder moest een nieuw arbeidscontract tekenen met daarin clausules over weekendwerk, verlofregeling enzovoort. Onze delegatie gaf deze arbeiders de raad niet te tekenen of erbij te zetten: 'onder druk'. Wij riepen de centrale ondernemingsraad samen om te kunnen reageren. Maar de directie antwoordde dat zij het nut van deze vergadering niet inzag. Erger nog, de centrale ondernemingsraad werd afgeschaft. De sociale inspectie verklaarde zich onbevoegd over de gehele zaak. De centrale ondernemingsraad werd in 1970 opgericht. Voor de patroons was het de bedoeling door betere informatie, nieuwe wilde stakingen te voorkomen. De tijden zijn veranderd. Het 'gevaar' zit er nu niet meer in dat er geen voeling is tussen de mijnwerkers en de vakbonden. Neen, er is nu te veel voeling. Informatie leidt nu tot strijd. Daarom wordt de centrale ondernemingsraad weer afgeschaft. Zo zie je maar, strijdsyndicalisten vechten voor overlegorganen. Wij hebben dat altijd zo gesteld: je moet die organen gebruiken om het maximum aan informatie af te dwingen, niet om aan medebeheer te doen. Wij beseffen dat het de krachtsverhoudingen zijn die de voorwaarden en het kader vastleggen waarin het overleg plaats heeft. Gheyselinck wil op de ondernemingsraad alleen beslissingen meedelen die reeds genomen zijn. Hij beseft dat de ondernemingsraad voor ons een confrontatie is.

Jan Grauwels had zijn overplaatsing naar het Westen aangevraagd met behoud van mandaat en bescherming. KS antwoordde: "Indien U overgeplaatst wordt, zullen wij ons houden aan het wettelijke". Wij begrepen toen al dat Jan niet zou overgeplaatst worden. In Zolder bestaat er een verbroedering van mijnopzichters. Deze groep is onder het voorzitterschap geraakt van ene Michel Dylst, zoon van Désiré Dylst, de extreem-rechtse leider van de Vriendenkring Zwartberg, en broer van Johan Dylst, de leider van het VMO-commando dat indertijd een schietpartij organiseerde 'Chez Liliane' in de Voerstreek.

Deze Michel Dylst is ook gezond rechts. Hij heeft met Gheyselinck een vergadering gepland voor de opzichters van Beringen en Zolder. Dylst leidt de vergadering in met de diepzinnige gedachte dat het toezichthoudend personeel, de directie en de ingenieurs de spil zijn van de onderneming. 'Als de leider lacht, lacht de achterban. Als de leider werkt, werkt de achterban ook. Als de leider gedemotiveerd is en op z'n achterste zit, zit heel de achterban op z'n achterste'.

Na heel wat gratis glazen bier spreekt de leider, Gheyselinck, en die is gemotiveerd: 'De werknemers hebben het recht om de feiten te kennen. Ik ben het beu dat mensen privé beweren akkoord te zijn met mijnsluitingen, maar dit niet openlijk durven zeggen. Op dit ogenblik praat iedereen over reconversie. Ik begin te balen van het magische woord reconversie. Alleen de miss-reconversieverkiezing ontbreekt nog in Limburg. (...) Ik zal niet accepteren dat er iemand van "het Oosten naar het Westen komt wanneer het zeker is dat de inspanningen van 7.000 mensen daardoor teloor kunnen gaan. We zullen ons woord nakomen, maar ik kan nu al openlijk zeggen dat wanneer een werknemer van KS in een krant dreigt een medewerker te vermoorden, ik deze persoon nooit zal accepteren.'

Applaus van de achterban. "Wie heeft er geapplaudiseerd?' Dat is de vraag die de arbeiders aan de cheffen stellen. Vooral de mannen van Waterschei nemen het niet dat men applaudiseert omdat Grauwels niet mag overkomen.

'In Beringen en Zolder krijgen we nog een kans. We moeten bewijzen dat we die kans waard zijn'. Met dit argument had de directie veel mensen beïnvloed in het voorjaar van '87. Ergens had het geloof dat de westelijke mijnen toch nog zeker tien jaar gingen openblijven veel mensen laten kiezen mijnwerker te blijven. Einde '87 zag het er allemaal helemaal anders uit. Wij hadden gekozen voor werk. Maar dan wel voor menswaardig werk. Een mijnwerker leeft en werkt een groot stuk van zijn leven in de ondergrond. Vroeger heeft men blijkbaar aanvaard dat zo'n leven ongezond is. Vandaar dat mijnwerkers meer verlof hebben dan andere arbeiders en een vrije verlofregeling. Wat Gheyselinck nu aankondigde, dat was het einde van de verlofregeling. Gheyselinck gaat ervan uit dat de mijn een fabriek is en dat de arbeiders alle verlangens van de manager moeten inlossen om kosten te besparen, al is dat ten koste van hun gezondheid. En met welk perspectief? Gheyselinck wilde nu ook de laatste mijnen snel afbouwen.

De rendabiliteitstheorie brengt veel ellende teweeg in de arbeidersrangen. In de bedrijven worden de mensen geconfronteerd met de concrete maatregelen, flexibiliteit, tijdelijke contracten... Op nationaal vlak heeft de vakbond geen antwoord op deze fenomenen of erger nog, men capituleert. Als het dan aan de basis, in syndicale burchten als Caterpillar, het spoor, de mijnen toch roert... dan doen sommigen hun best het voor te stellen als plaatselijke conflicten die geen uitstaans hebben met de nationale problemen. Het wordt zo voorgesteld dat 'onredelijke linksen' de oorzaak zijn van deze conflicten.

December '87 en januari '88, deze staking had niemand verwacht. Een heel sterke staking, maar ook een eenzame mijnwerkersstrijd. Wat in '86 net niet lukte, slaagde nu wel: een stevig gemeenschappelijk front met de ACV-delegees in Beringen. De leiding beet er haar tanden op stuk.

Op de vergadering die besliste de ACV-mijnwerkerscentrale te ontbinden, zei André Daemen: 'Je kunt alleen op het ACV rekenen. Het ABVV valt immers uiteen in enerzijds een groep die enkel nog aan haar pensioen denkt en anderzijds een groep die nu de lakens uitdeelt maar die het niet goed voorheeft met de mijnwerkers. De verlofregeling is niet het probleem van het Westen. Onze militanten moeten een eigen lijn volgen en zich niet op sleeptouw laten nemen door die groep die het niet goed meent...' Gheyselinck zei hem dat bijna letterlijk na in Het Volk van 26 januari '88, 'Wij weten allemaal dat de verantwoordelijken van het ABVV overspoeld worden door de meer radicale elementen van de PVDA, waarvan ik nog steeds denk dat ze niet de werkelijke belangen van de mijnwerkers verdedigen'.

Met muurkranten en korte toespraken hebben we voor de staking de mensen geïnformeerd over de problemen rond de verlofregeling. De ACV-delegatie bleef heel afstandelijk. Het Uitvoerend Bestuur van het ABVV besliste een referendum te organiseren. In Beringen stemde 99% tegen het voorstel van de directie, in Zolder 96%. De ACV-delegees van hun kant deden bij veel mijnwerkers een bevraging. Hun conclusie was, '100% is tegen de regeling'. We wilden dit goede nieuws op een algemene vergadering melden, maar de directie verbood dat. Maar geen nood, we organiseerden de vergadering buiten, op de straat. In Zolder kwam zo'n vergadering er niet. Daar hielden de delegees het bij een protestpamflet. De mijnwerkers in Beringen zagen opnieuw de leiding aan het werk die de staking van '86 had voorbereid. Wij wilden dit front en deze eenheid. We wisten dat zonder deze leiding de strijd niet zou lukken.

Bij moeilijkheden ging het er vroeger in Beringen dikwijls zo aan toe: waren er sterke piketten dan ging de staking verder, zwakke piketten betekende werkhervatting. Maar nu hielden we algemene vergaderingen in het deftige Casino om de problemen op te lossen. Daar legde de syndicale delegatie de toestand uit en lanceerde de discussie. Door stemming werden dan de besluiten van de vergadering vastgelegd.

Op 8 januari, na drie weken staking, aanvaardde de ondernemingsraad van Zolder een verlofregeling zonder de mensen te raadplegen. In Beringen werd hetzelfde voorstel door een algemene vergadering weggestemd. De mijnwerkers van Zolder waren woest op hun delegees. Ze kwamen massaal naar de poort. 'Wij zullen in de badzaal ook een stemming houden'. Ook in Zolder stemde iedereen tegen.

Op 23 januari kwam Gheyselinck met een betaalde lock-out uit de hoek. Hij stuurde een brief naar alle mijnwerkers waarmee zij aan KS konden laten weten dat ze terug aan het werk wilden. Gingen ze daar op in, dan kregen ze nog een stakingsweek uitbetaald. In Zolder geloofden de delegees er niet meer in. Ze riepen iedereen op de brief af te geven. Maar het ABVV van Beringen organiseerde een 'schattenjacht', de brieven moesten bij de delegees terecht komen, niet bij KS. De meeste mijnwerkers wachtten op de algemene vergadering alvorens te beslissen.

In Zolder werd de vergadering een wilde bedoening. Iedereen riep door elkaar. Jan Grauwels en ikzelf probeerden wat rust te brengen. Om de staking te redden moesten de delegees terug juiste posities innemen. Dat lukte niet volledig en veel mijnwerkers waren radeloos.

De vergadering in Beringen, een dag later, was van uitzonderlijke kwaliteit. Met 1.200 vergaderden we twee uur lang. Emotioneel, maar toch rustig. Rachidi, de delegee van Houthalen was net afgedankt. De vergadering stemde voor het voortzetten van de acties, maar dan binnen in de mijn. De staking werd stopgezet. Men liet mij de eer op de laatste algemene vergadering mee te delen dat de stakingskas van de mijncentrale leeg was. Aan de ABVV-leden kon geen stakingsgeld worden uitbetaald. We gingen daarna bedelen bij het ABVV. Artikel 49 van de Beginselverklaring van het ABVV bepaalt dat het Nationaal Comité kan tussenkomen in conflicten nopens een vakbondsprincipe of nopens een eis van algemene aard. Verdedigden wij verkeerde vakbondsprincipes?

Hoe moet een vakbond zich opstellen? Hoe moet hij werken? Bij de sociale verkiezingen velden 18.000 mijnwerkers hun vonnis. Verkiezing van de afgevaardigden, ook van de syndicale delegees, dat is een basisvoorwaarde om veranderingen in de vakbond door te voeren. 'Aanduiden is veiliger', hoor ik sommigen fluisteren, 'inteelt' noem ik dat. Zo belandt men in situaties waar stukken van het apparaat vervreemd zijn van wat aan de basis leeft. De strijdbaarheid van een groep arbeiders moet verankerd worden in het apparaat, zoniet zal zij op moeilijke momenten weer worden onthoofd.

Voorzitter Jan Olyslaegers stuurde na de sociale verkiezingen aan op een fusie met de Algemene Centrale. Daar zijn er géén delegee-verkiezingen. We vreesden vlug op een zijspoor te worden gezet. Daarom beslisten we op het Nationale Comité van onze centrale op 9 september '87 autonoom te blijven. Op deze vergadering vielen nog twee besluiten: voorlegging van de boekhouding en verkiezing van de vrijgestelden. Er kwam maandenlang geen vergadering meer.

Plots, na vier maanden, had Olyslaegers een nieuwe structuur klaar. Er is één probleem", zei hij mij, 'je moet tekenen dat je de vrijgestelden niet gaat wegstemmen'. Ik antwoordde hem dat er geen sprake is van "wegstemmen', maar wél van stemmen over wie vrijgestelde moet zijn.

Later hoorden we dat onze voorzitter niet rondloopt om geld in te zamelen, maar enkel allerlei praatjes rondstrooit over het terreurklimaat in de centrale. Nee, niet over de terreur van Gheyselinck, daar zwijgt hij over in alle talen. Hij heeft het over druk op de vrijgestelden, over de dreiging die vrijgestelden buiten te gooien.... Hij maakt de mensen bang: 'Ook jullie, in andere centrales, worden geviseerd. Dat is hun dominostrategie. Heel het ABVV zal meegesleurd worden'. Zo komt het dat de mijnwerkersgezinnen hun stakingsgeld voor de twee laatste stakingsweken nog niet gekregen hebben. Er komt geen geld zonder 'oplossing van het probleem van de centrale'. Ontmoedigende toestanden waardoor veel eerlijke militanten afhaken.

Maar zo mag een epiloog niet eindigen. Het belangrijkste is de nieuwe wind aan de basis, deze golf van strijdsyndicalisme die vanuit Boel over de mijnen in Gent terechtkomt. Rechts wil verhinderen dat deze golf verder groeit en zich in het apparaat nestelt. Maar deze stroming puurt voortdurend nieuwe energie uit het verzet van groepen arbeiders tegen sluitingen, afdankingen en willekeur. Dit verzet wordt maar sterker als tegelijk de democratie in de vakbond groeit. Heb uw zeg. We moeten de democratie in de vakbond vergroten, zo simpel is dat, en dat koppelen aan inzicht in de kapitalistische ontwikkelingen. Dat zijn voorwaarden voor een nieuw syndicaal elan.

Ik schrijf deze regels terwijl sommigen in het ABVV de discussie lanceren over een moderne vakbond. Natuurlijk ben ik het ermee eens dat je in het computertijdperk niet kan blijven ontkennen dat er al schrijfmachines bestaan. Maar is dat het fundamentele? Het patronaat geeft toch voldoende vingerwijzingen! Vandaag heeft Gheyselinck Herman Vermeulen en Harry Posikata afgedankt.

Luc Cieters   8 maart 1988

Jos Burkens