Overname uit het boek: Een kwarteeuw mei '68, "We drukken onze Leidraad af in de oorspronkelijke versie van ‘69. De bijbehorende literatuur-lijsten hebben we met een paar werken aangevuld" zo wordt Dokument 69 ingeleid in het boek ingeleid.

DOKUMENT 1969

EEN LEIDRAAD DOORHEEN DE MARXISTISCHE THEORIE 
HET BELANG VAN DE REVOLUTIONAIRE THEORIE  

1. Zonder revolutionaire theorie, geen revolutionaire beweging; en met Marcuse, géén revolutionaire theorie  

Sinds een paar jaar voelt men aan de Vlaamse universiteiten een groeiend ongenoegen. Door talrijke konflikten worden tientallen en honderden studenten er toe gebracht de eis tot grondige veranderingen te formule­ren. We hebben te doen met een spontane, revolutionaire drang. Wan­neer we dit revolutionaire verlangen niet leiden naar een koherente revolutionaire theorie, zullen veel mensen ontgoocheld worden of vlug in verwarring zijn gebracht. 

De revolutionaire theorie is van fundamenteel belang voor de studenten: voor wie moeten ze gaan werken? Voor welke klasse? Welke zijn de per­spektieven? Welke ervaring bestaat er? 

Het fundamenteel belang van de juiste theorie is goed begrepen door de reaktionairen. Dit komt het duidelijkst tot uiting in het werk van de ClA-agent Herbert Marcuse. (De Rode Tribune uit Amsterdam heeft do­kumenten gepubliceerd waarin Marcuse in 1946 als diensthoofd voor de sektie Centraal-Europa van de Amerikaanse inlichtingendienst staat vermeld.) Hij heeft in opdracht van de CIA zijn revolutionaire theorieën verspreid die volstrekt het omgekeerde bevatten van de proletarische re­volutionaire theorie. De studenten, de marginale groepen en de ‘out­laws’ zouden de dragers van de revolutie zijn geworden; we zouden niets meer hoeven te verwachten van de arbeiders. 

Zo roept Marcuse het lumpenproletariaat, de marginalen uit tot dragers van de revolutie. In het boek Z van Vassilicos ziet men een beschrijving van de rol die het Griekse lumpenproletariaat heeft gespeeld in de voor­bereiding van de fascistische staatsgreep. Het lumpenproletariaat was in Griekenland één van de peilers waarop het fascisme werd gebouwd. De theorie van Marcuse richt ons op het lumpenproletariaat dat objektief een basis van het fascisme uitmaakt. Deze theorie heeft tot doel het re­volutionaire ‘verlangen’ van de studenten te doen omslaan in ontgooche­ling en verwarring. De theorie van Marcuse leidt ons af van de betekenis van het produktieproces (de arbeid in de fabriek) en brengt ons bij bespie­gelingen over de konsumptie. Ze leidt ons af van de konkrete sociale werkelijkheid en brengt ons bij intellektuele fantasieën over de toe­komst. Ze leidt ons af van de arbeidersklasse en brengt ons bij allerlei voorbijgaande of marginale groepen. 

Wanneer de CIA zo goed het belang van een kontra-revolutionaire theo­rie inziet, dan moeten wij wel een speciale aandacht besteden aan de re­volutionaire theorie. Lijnrecht tegenover Marcuse zegt Mao Tsetoeng: ‘Er is maar één beslissend kriterium om uit te maken of een intellektu­eel revolutionair is, niet revolutionair is of kontra-revolutionair: wil hij zich integreren onder de arbeiders en de boeren en slaagt hij er ook effektief in dit te doen?’  

Leuven, 26 november ‘70. Studenten zullen vertellen over hun reis naar China. 
Affiche van de Derde Wereld Beweging.
 

2. De revolutionaire theorie in Vlaanderen... een wit blad  

Twee delen vormen tesamen de revolutionaire, socialistische bewe­ging. Het eerste deel is de massale strijd van de arbeidersklasse tegen de patroons en het kapitalistische systeem. Het tweede deel is de weten­schappelijke theorie van het socialisme, door revolutionaire intellek­tuelen uitgewerkt. Het is pas wanneer de revolutionaire theorie (en de revolutionaire intellektueel) versmelt met de massale strijd van de ar­beidersklasse dat we over socialistische beweging spreken. 

Vlaanderen was 50 jaar geleden een boerenland, waar de meest reaktio­naire klerus de wet dikteerde. De massale industrialisering van Vlaan­deren is een zeer recent fenomeen. Honderdduizenden Vlaamse arbei­ders zijn sinds tien jaar in reusachtige fabrieken bijeengebracht, en staan er tegenover zéér goed ‘getrainde’ patroons – veelal Amerikaanse en Duitse. De Vlaamse arbeiders hebben de kapitalistische uitbuiting nog maar onlangs leren kennen onder haar moderne vorm. Men kan er zich aan verwachten dat de Vlaamse arbeidersklasse zich de volgende jaren massaal zal verzetten tegen de uitbuiting. 

Vlaanderen heeft nooit een revolutionaire stroming onder zijn intellek­tuelen gekend. In de jaren dertig gingen de studenten massaal en zon­der veel problemen de fascistische kant uit. Er is thans voor het eerst een generatie studenten opgestaan die revolutionair wil zijn. De uit­zonderlijke historische situatie van de Vlaamse progressieve studen­ten, vraagt dat wij de revolutionaire theorie, die de ervaring samenvat die sinds honderd jaar werd betaald met het bloed van miljoenen en miljoenen arbeiders, zéér nauwgezet en zonder oppervlakkigheid zou­den bestuderen.  

3. De bizarre objektiviteit van de intellektueel  

De belangrijkste basis van de ‘theoretische opvattingen’ van onze intel­lektuelen, wordt uitgemaakt door het eklektisme.  

Eklektisme bestaat erin links, rechts en zowat overal een paar brok­stukken van verschillende theorieën samen te brengen en dat geheel voor te stellen als de hoogste trap van de huidige kennis. 

Het eklektisme is de typische vorm geworden waaronder de bourgeoisie haar maatschappijopvattingen presenteert. Honderd jaar geleden had de bourgeoisie nog in zekere mate een ‘eigen’ wereldvisie. Nu verdedigt de bourgeoisie haar eigen macht door middel van het eklektisme. Aan de universiteiten houdt het eklektisme stand onder de vlag van de ‘objekti­viteit’. Bij Marx waren ‘sommige dingen’ of zelfs ‘vele dingen’ juist, maar men moet objektief zijn en ook de andere kant laten horen; en bij die an­dere kant zijn dan ook weer ‘sommige dingen’ erg raak geformuleerd. 

Onder de revolutionaire studenten houdt het eklektisme stand met de opvatting dat men progressief, progressiever en uiterst progressief kan zijn; dat het allemaal maar een kwestie is van schakering. Men leest het ene boekje en men vindt het ‘revolutionair,’ men leest in het andere boekje precies het tegenovergestelde en vindt dat even revolutionair. 

Al deze vormen van eklektisme berusten op eenzelfde grond. De maat­schappelijke theorie van de intellektueel staat volstrekt los van een revo­lutionaire praktijk die deze maatschappij kan veranderen. 

Wij verzetten ons tegen het eklektisme en bestuderen de wetenschappe­lijke socialistische theorie. De reden is dat het ons niet interesseert gra­tis de ene ‘theorie’ naast de andere te zetten. De revolutionaire theorie heeft enkel en alleen als doel onze praktijk beter te maken. Wat is onze praktijk? Onze praktijk is de manier waarop wij ons door de konkrete Vlaamse werkelijkheid een weg banen naar de revolutie van de arbei­dersklasse. 

De ‘revolutionaire theorie’ is juist, wanneer ze de juiste richting en de juiste methoden aangeeft die de massa van de onderdrukten naar de re­volutie brengen. De theorie van Marx, Lenin en Mao Tsetoeng is juist omdat ze de vuurproef van de revolutionaire praktijk van de massa’s heeft doorstaan. Het verzet van de massa was eerst spontaan. onge­koördineerd en zelfs verborgen. Wanneer de revolutionaire theorie sa­mensmelt met het verzet van de massa, dan krijgt de massa een per­spektief, een klare kijk op haar taken en strijdmethoden. Daarom zegt men dat de socialistische theorie, éénmaal opgenomen door de massa, een materiële kracht en een geestelijke atoombom wordt.  


1871
. De Kommune van Parijs 
De eerste proletarische revolutie  

We werpen even een blik op twee historische gebeurtenissen uit de 19de eeuw die van groot belang zijn geweest voor de verdere wereldge­schiedenis. De ene gebeurtenis vond plaats in West-Europa, de andere in het Verre Oosten. Frankrijk was het land waar de klassenstrijd de scherpste vormen aan­nam. De feodale adel was in 1789 verslagen door de burgerij, de boeren en de arbeiders. De burgerij kwam aan de macht. De stand van de mate­riële produktie bracht mee dat alléén de burgerij de macht kon nemen. De moderne industrie was immers nog niet ten volle ontplooid. De ar­beiders hadden zich nog niet losgemaakt uit hun agrarische of artisana­le omgeving. Het proletariaat was nog niet tot een georganiseerde en zelfbewuste klasse geworden. De boeren werkten individueel, versnip­perd op hun grond. Alléén de burgerij was als klasse rijp om de macht in handen te nemen. De burgerij was innerlijk verdeeld tussen grootgrondbezitters en indus­triëlen. Daarbij werd de burgerij al van in het begin bedreigd door het proletariaat dat vooraan had gestreden tegen de adel en nu de strijd op­nam tegen de burgerij. In 1848 zag men een eerste algemene arbeiders­opstand die bloedig werd onderdrukt. Napoleon III werd alleenheerser over Frankrijk en sleepte het land in een avontuurlijke oorlog met Duitsland. De oorlog werd verloren, de Duitsers belegerden Parijs en de ontreddering was totaal. Op 18 maart 1871 breekt een arbeidersopstand uit in Parijs. De burgerij vlucht hals over kop en in totale verwarring. De grootste delen van de Garde Nationale kiezen de kant van de opstand. Men wil dat de politie­ke macht werkelijk aan de volksmassa behoort en men eist sociale ver­anderingen. De Kommune van Parijs wordt opgericht. De verkozenen zijn steeds verantwoording verschuldigd aan de massa en kunnen op elk ogenblik worden afgezet. De achturendag wordt ingesteld. Alle privilegies wor­den afgeschaft. Elke dag zijn er in alle wijken van Parijs massale bijeen­komsten waar het volk over de politiek diskussieert. Het volk is zestig dagen ‘bevrijd’. Er hangt zestig dagen lang een feeststemming over de volksbuurten. In de leiding en de organisatie van de Kommune zitten echter een aan­tal dodelijke zwaktes.  

1.   Wanneer de burgerij op 18 maart naar Versailles vlucht, is ze totaal machteloos en zonder leger. In plaats van direkt met het leger naar Ver­sailles op te rukken, laten de revolutionairen de kans aan de burgerij zich rustig te reorganiseren.

2.   Men richt een Kommune op in Parijs en hoopt dat overal Kommunes zullen ontstaan die dan nationaal zullen federeren. Dit was de visie van de anarchisten die de leiding van de Kommune hadden. Daardoor was Pa­rijs echter afgesneden van het platteland. De burgerij kon haar greep op het platteland hervatten en een leger van jonge boerenrekruten oprichten.

3.   De Kommune heeft de Bank van Parijs niet in beslag genomen maar ze heeft netjes geld gevraagd... en dat na veel gepraat en verloren tijd spaar­zaam gekregen!

4.   De Kommune was voor ‘de vrijheid’ en voor de ‘demokratie van de ba­sis’. Strikte discipline was uit den boze. Men wou geen gedisciplineerd leger. Iedereen zou zijn eigen straat met barrikaden verdedigen... De burgerij kreeg zestig dagen rustig de kans zich in Versailles te reorga­niseren. Het leger van Versailles kon Parijs heroveren. Dertigduizend Kommunards werden afgemaakt in één week tijd...  

Welke lessen kan men trekken uit deze bloedige nederlaag van het prole­tariaat? De arbeidersbeweging werd in Frankrijk geleid door de anarchisten (Proudhon en Bakoenin). Tussen 1850 en 1870 waren de anarchisten de leidende groep van de socialistische arbeidersbeweging. Ze werden hevig bestreden door Marx en zijn wetenschappelijk socialisme. Marx trok de volgende lessen uit de ervaring van de eerste proletarische revolutie.  

1. Er is een ééngemaakte proletarische ideologie nodig die de doelstellin­gen en de middelen van het proletariaat duidelijk formuleert. Zonder ééngemaakte en wetenschappelijke proletarische ideologie is de over­winning onmogelijk.  
2. Er is een ééngemaakte proletarische partij nodig die bestaat uit de meest bewuste arbeiders en die een ijzeren discipline eist van haar leden
3. Tegenover de macht van de bourgeoisie moet men de macht van het proletariaat stellen. De diktatuur van de bourgeoisie kan alléén gebroken worden door de diktatuur van het proletariaat. Het proletariaat moet zijn diktatuur opleggen aan de bourgeoisie. Het is de methode die het minste bloedvergieten kost. Wanneer de bourgeoisie haar diktatuur kan herstel­len worden tienduizenden bewuste arbeiders uitgemoord.  
4. De staat (leger, politie, administratie) is helemaal bepaald door de bourgeoisie. Na de revolutie moet men die staat (en dat leger, die politie, die administratie) totaal kapotbreken en vervangen door een nieuwe staat die door arbeiders wordt geleid, voor de arbeiders werkt en door de arbeiders wordt gekontroleerd.  
5. Het proletariaat moet een verbond aangaan met de arme boeren om de overwinning te bereiken. 

Deze historische lessen uit de Parijse Kommune zullen door Lenin in Rusland verder worden uitgewerkt.

Ongeveer de helft van de mensen woont in het Verre Oosten. Engeland legde de brug tussen het Verre Oosten en het jonge kapitalistische Euro­pa. Engeland was rond 1800 het enige geïndustrialiseerde land ter wereld: zijn machines en zijn grote fabrieken gaven een enorm produktiecijfer. Deze produktie moest verkocht worden en daarom drongen de Engelse handelsbelangen steeds dieper in het Verre Oosten door. In 1840 zien we de eerste Engelse handelsoorlog – de ‘Opiumoorlog’ - in Zuid-China. In 1864 doet zich de historische opstand van Zuid-China voor, de Taiping­opstand. Het was de eerste burgerlijk demokratische revolutie in China. In West-Europa hebben de boeren, de burgerij en de arbeiders gestreden tegen de feodale adel en tegen alle feodale beperkingen. Tegen het feoda­le grondbezit van adel en klerus, voor het privé-bezit van de grond voor de boeren. Tegen de feodale gilden en ambachten met hun beknottende regels en wetten, voor de vrijheid van de kapitalistische ondernemers. Begin 1800 is deze burgerlijke revolutie in grote lijnen voltrokken in West-Europa. 

De Taiping-opstand in China heeft hetzelfde karakter. Hij is gericht te­gen de keizer en tegen de grootgrondbezitters. Hij wordt vooral gevoerd door de boeren die grond eisen, en de handelaars en kleine ondernemers die zich willen bevrijden van de feodale beperkingen.

1970. Voorpagina van een themanummer van het tijdschrift 
Alle Macht aan het Volk van de Derde Wereld Beweging.  
 

Deze opstand wordt neergeslagen door het keizerlijk leger, bijgestaan door Engelse troepen en Engelse huurlingen. 

De burgerlijke revolutie die in Europa ‘spontaan’ kon worden doorge­voerd, zal vanaf 1864 door Engeland en het imperialistische Westen in het Verre Oosten worden onmogelijk gemaakt. Op deze manier bestaat er vanaf 1870 een ‘ijzeren band’ tussen het kapitalistische Westen en de ‘Derde Wereld’, tussen de ‘ontwikkelde’ en de ‘onderontwikkelde’ lan­den. De anti-feodale, demokratische revolutie in het Verre Oosten botst op de gewapende weerstand van het ontwikkelde Westerse kapitalisme.  

1. Marx’ methode: het dialektisch materialisme  

De burgerij heeft samen met de boeren en de arbeiders tegen de feodale adel gevochten. Een eeuwenoude wereld diende afgebroken. De boeren werkten in dienst van de heer: de heer kon steeds een beroep doen op de persoonlijke diensten van zijn ‘horigen’ en de heer palmde het grootste deel van de landbouwprodukten van die horigen in; de grond was eigen­dom van de heer en de boeren waren als het ware gebonden aan die grond. 

De produktie in de steden werd geregeld door gilden en ambachten. Zij remden de ontwikkeling van de produktiekrachten in hoge mate: ver­bod machines in te voeren, verbod méér dan een bepaald aantal arbei­ders te werk te stellen. Zo stonden de boeren en de arbeiders en burgers tegenover de feodaliteit en haar ideologisch wapen: de Kerk. 

Tijdens deze periode van de demokratische revolutie, kon de leiding van de revolutie alléén maar waargenomen worden door de bourgeoisie. De boeren waren versnipperd, de arbeiders nog weinig talrijk en ongeorga­niseerd. 

De intellektuelen van de burgerij treden in die periode op als grote revo­lutionairen. De Franse intellektuelen zijn erg sociaal gericht: Diderot en vooral Rousseau. De Duitse filosoof Hegel bouwt zijn globaal filoso­fisch systeem uit als kroonstuk van de jonge bourgeoisie.  

Vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid zijn de revolutionaire ordewoorden waarmee de burgerij tegen de feodale adel vecht. Ook de arbeiders en boe­ren strijden onder deze vlag. 

Zodra de bourgeoisie echter in het zadel zat, bleek dat ‘vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid’ alléén voor de burgerij, maar niet voor de arbeiders­klasse gold. De ‘vrijheid’ van uitbuiten voor de burgerij, hield de slavernij en de ongelijkheid in voor de arbeiders. 

Deze vaststelling veroorzaakte een schok bij alle jonge intellektuelen. Zij formuleerden kritieken op het idealisme, op de dubbelzinnigheid van de revolutionaire frasen van de bourgeoisie. 

Karl Marx was de briljantste van deze jonge intellektuelen die een grondi­ge kritiek op de burgerlijke revolutionaire denkbeelden uitwerkten. In zijn kritiek heeft hij het historisch materialisme uitgewerkt. Het bevat volgende essentiële stellingen. 

Het ontwikkelingspeil van de produktiekrachten is bepalend voor het soort maatschappij. Als de produktiekrachten nog maar weinig ontwik­keld zijn, is alleen een feodale maatschappij mogelijk. De ontwikkeling van de techniek, de machines, de kommunikatie, maakt de burgerlijke maatschappij mogelijk en die komt na een aantal revoluties tot stand. Er is een nog verdere ontwikkeling van de produktiekrachten nodig opdat een socialistische maatschappij zou mogelijk zijn. 

De ontwikkeling van de produktiekrachten brengt mee dat bepaalde ideeën op een bepaald ogenblik in de massa doorbreken. Wanneer deze ideeën veld winnen, leiden zij naar de revolutie. De revolutie heeft als doel een nieuwe sociale ordening te vinden die overeenkomt met de ont­wikkeling van de produktiekrachten. 

Het sociale zijn van de mens bepaalt zijn bewustzijn. Het is niet het be­wustzijn van de mens dat eerst komt en dat bepaalt welke sociale rol ie­mand speelt. De sociale rol die iemand vervult als bankier, fabrikant, in­genieur, arbeider, bepaalt in het algemeen gesproken, het bewustzijn van die man. De geschiedenis van de mensheid is de geschiedenis van de klassenstrijd. De klassen zijn gebaseerd op de positie die de mensen inne­men in de sociale produktie. Wanneer de produktiekrachten zich ontwik­kelen komt er een ogenblik waarop de verdrukte klassen de bestaande so­ciale ordening willen doorbreken. Daarom is de klassenstrijd de motor die de mensheid vooruit drijft.  

Het historisch materialisme is een essentieel instrument om de klassebe­tekenis van allerlei progressieve en allernieuwste theorieën van de socio­logie, de psychologie en de ekonomie te begrijpen. Het is essentieel voor elk inzicht in de geschiedenis. De methode die Marx heeft gebruikt voor zijn wetenschappelijk en kritisch werk, noemen wij de materialistische dialektiek. 

Hiermee hebben we het eerste element van de revolutionaire theorie zo­als die in de vorige eeuw is ontstaan, beschreven. Een globale kritiek wordt geleverd op het hele filosofisch systeem en op de hele denkme­thode van de bourgeoisie. Dit filosofisch systeem van de bourgeoisie is het best uitgewerkt in Duitsland, vooral dan door Hegel. Marx en En­gels hebben dan ook een grondige kritiek gemaakt op Hegels systeem. Deze kritiek is voor ons nog altijd een eerste opgave omdat de filosofie en de denkmethodes van de bourgeoisie fundamenteel dezelfde zijn ge­bleven.  

2. Marx’ politieke opvattingen  

In de vorige eeuw was Frankrijk het land van de hevigste klassen­botsingen. Daarom kwamen in Frankrijk de burgerlijke politiek en de proletarische politiek het scherpst tot uiting. De proletarische politiek is gegroeid uit scherpe botsingen met allerlei niet-proletarische stro­mingen van de arbeidersbeweging. Deze stromingen waren de arbei­ders toegewijd, maar verloren een aantal fundamentele doelstellingen en methodes van de arbeidersstrijd uit het oog, waardoor ze in de greep van de bourgeoisie terecht kwamen. 

Tussen 1840 en 1870 werd de belangrijkste politieke strijd in de arbei­dersklasse geleverd tussen de anarchisten en de voorstanders van het wetenschappelijke socialisme. De anarchisten wilden niet dat de arbei­ders zich met politiek bezighielden ‘omdat alle politiek burgerlijk was’. De anarchisten wilden de onmiddellijke ‘afschaffing’ van de staat en een federatie van vrije Kommunes. De anarchisten hielden het bij een idealistische opvatting van de ‘basis’ die zichzelf moest bevrijden. 

Marx beweerde dat deze stellingen utopisch en kleinburgerlijk waren en dat zij de arbeiders zeker naar de nederlaag brachten. De Kommune van Parijs bewees het failliet van het anarchisme en de opvattingen van Marx haalden in heel Europa de bovenhand. Het marxisme werd de lij­dende gedachtenstroming in de arbeidersbeweging. 

Na 1870 duiken allerlei ‘opportunistische’ stromingen op die zich ‘marxistisch’ noemen, maar die totaal capituleren voor de ‘progressieve vleugel’ van de bourgeoisie. Ze zoeken samenwerking met de progressie­ve bourgeoisie en slijpen daarom de scherpste kanten af van het marxis­me. Men doet toegevingen op het eigen revolutionaire programma en op de eigen revolutionaire partij. 

Een tweede bron waaruit de opvattingen van de proletarische politiek zijn geput, is de konkrete analyse van de klassenstrijd. De periode tussen 1840 en 1871, een periode van heftige strijd, is uiterst nauwgezet door Karl Marx geanalyseerd. Deze konkrete analyses zijn een meesterwerk van ge­schiedkundig onderzoek gebaseerd op het historisch materialisme. 

3. Marx’ ekonomische analyse  

Engeland was in 1850 het enige volwassen kapitalistisch land. Zijn in­dustrie was superieur aan heel Europa, zijn produktie veroverde de hele wereld. 

Friedrich Engels en Karl Marx hebben de wetten die de ontwikkeling van dit volwassen kapitalisme bepalen, geanalyseerd. Ze hebben geen ‘histo­riek’ gemaakt. Hun analyse kan daarom ook niet ‘historisch’ voorbijge­streefd zijn. Ze hebben de methodes blootgelegd die de grondslag vormen van het funktioneren van een kapitalistische industrie. Ze hebben de ba­sis gelegd voor iedere revolutionaire analyse van het kapitalisme, dat wil zeggen: een analyse die de verandering van de wereld als praktisch doel heeft. Daarom ook is hun analyse ‘voorbijgestreefd’ voor iedereen die het kapitalisme wil in stand houden... 

De produktiekrachten en de ontwikkeling van de produktiekrachten vormen de grondslag van iedere maatschappij. De manier waarop de pro­duktiekrachten zich ontwikkelen in een kapitalistische land, is door tal­rijke onoplosbare tegenstellingen bepaald. 

De politiek en de politieke strijd is steeds het kernprobleem voor een re­volutionair. Een juiste politieke lijn eist echter een juiste ekonomische analyse. Daarvoor is een grondige studie van ‘Het Kapitaal’ absoluut on­ontbeerlijk.  

4. Het koloniale systeem

Vanaf zijn ontstaan op het einde van de jaren 1600 heeft het kapitalisme te maken gehad met een ‘koloniaal probleem’. Gedurende honderden ja­ren is de ekonomische band tussen het kapitalisme en de ‘rest van de we­reld’ strakker en strakker geworden. Het is één van de historische taken van het kapitalisme geweest, de hele wereld werkelijk in één ijzeren greep bijeen te brengen. 

Vanaf de 16de eeuw is Zuid-Amerika onderworpen aan Spanje en Portu­gal. De moordpartijen tegen de Inca’s en de Azteken, de uitroeiing van de gehele oorspronkelijke kultuur en maatschappij, zijn door allen gekend. Zuid-Amerika werd door de Spanjaarden gebruikt in het kader van zijn handelsbelangen: Zuid-Amerika leverde goud en zilver. Later werd Zuid-Amerika vooral als plantagegebied gebruikt. Alle grond werd gekoncen­treerd in handen van de Spanjaarden en Portugezen en slaven bewerkten de plantages. 

Vanaf de 19de eeuw deden zich revoluties voor die heel Zuid-Amerika beroerden. Men wilde de Spanjaarden verjagen en de nationale onafhan­kelijkheid bereiken. Simon Bolivar streed in Bolivië, José Marti in Cuba. De Verenigde Staten hebben zich ondertussen echter al ontwikkeld tot een machtig kapitalistisch land. Ze profiteren van de strijd tegen de Spanjaarden om hun ekonomische en politieke heerschappij in Zuid-Amerika te vestigen. Vanaf 1900 zal het Amerikaanse kapitalisme zich met de wapens verzetten tegen elke nationale, burgerlijk demokratische revolutie in Zuid-Amerika. 

Vanaf de 16de eeuw wordt Afrika door het Westen geplunderd. Voor zijn ‘ontwikkeling’ had het kapitalisme in Indië en vooral in Zuid- en Noord-Amerika goedkope arbeidskrachten nodig. Honderdvijftien miljoen ne­gers werden uit Afrika gevoerd als slaven. Pas op het einde van de 19de eeuw heeft het kapitalisme behoefte aan de ontginning van de mijnen in Afrika. Van dan af aan is het ‘voordeliger’ om de slavenhandel als on­menselijk uit te roepen en de negers in Afrika zélf aan het werk te zetten. Zo produceert Afrika niet langer ‘negers’ maar wel steenkool, diamant en goud. 

Afrika is pas zeer recent ingeschakeld in het kapitalistische wereldmecha­nisme. De industriële ontwikkeling is gering, de afhankelijkheid totaal.

1970. Tekening uit tijdschrift Alle Macht aan het Volk

Azië, en dan vooral Indië en China, vormt vanaf 1850 het gloeipunt waarin zich alle koloniale problemen koncentreren. Zijn immense rijk­dom en zijn enorme bevolking zijn hier de oorzaak van. In 1854 kent In­dië een grote opstand; in 1864 maakt China de grote Taiping-opstand mee. Het gaat hier om de eerste burgerlijk-demokratische revoluties. Ze keerden zich tegen de feodaliteit maar... ze werden bloedig onderdrukt door het Engelse imperialisme. Hierdoor krijgt de revolutie ook een na­tionaal karakter: het gaat om de nationale bevrijding van de imperialisti­sche onderdrukking. De burgerlijk demokratische revolutie heeft als doel een kapitalistische organisatie van de maatschappij tot stand te brengen. Dit komt echter in botsing met de belangen van de kapitalisti­sche landen die al helemaal ‘rijp’ zijn geworden en een imperialistisch karakter hebben aangenomen.

Dit wordt de kruciale vraag voor heel de koloniale en semi-koloniale we­reld: hoe de nationale idealen en de burgerlijk demokratische idealen verwezenlijken in een periode waarin het kapitalisme zijn heerschappij over de wereld uitbreidt? Deze vraag zal steeds scherper worden naarma­te het kapitalisme méér belangen heeft in de kolonies en naarmate de strijd tussen de kapitalistische landen om de kolonies toeneemt.

In 1854-’64 heeft alleen Engeland een volwassen kapitalistisch systeem. Frankrijk onder Napoleon III is nog een boerenland met zeer geringe in­dustrialisatie. Duitsland is versnipperd in kleine rijkjes.

Literatuurlijst

Marx en Engels over de klassen en de klassenstrijd
     Het Kommunistisch Manifest, Marx-Engels, 1848.
     Het socialisme van utopie tot wetenschap, Engels, 1877.

Marx en Lenin over de Parijse Kommune
  
  Staat en revolutie, Lenin, 1917.
     De burgeroorlog in Frankrijk, Marx, 1871.

Dialektisch materialisme
     Over de praktijk
, Mao Tsetoeng, 1937.
     Over de tegenstelling
, Mao Tsetoeng, 1937.
     Sur le matérialisme dialectique
. Studieboek vertaald uit het Chinees, Edition du centenaire, 1976.

Marxistische ekonomie
     Leerboek voor politieke ekonomie
. Systematisch studieboek, opgesteld onder leiding van Stalin.
     Etudions l’économie politique
. Studieboek vertaald uit het Chinees, Edition du centenaire, 1975.

Marx en Engels tegen het anarchisme
    
L’Alliance de la démocratie socialiste. L’Association Internationale des travailleurs, Marx en Engels, 1873.
     Les Bakounistes au travail
, Engels, 1873.

Marx en Engels tegen het reformisme
     Kritiek op het programma van Gotha
, Marx, 1875.
     Marx en Engels aan Bebel, Liebknecht, Bracke e.a.
Brief van 17-18 september 1879.

II
1917.
De Russische revolutie
De vestiging van de diktatuur van het proletariaat

De socialistische beweging die zich op Marx beroept, splitst zich uiteen in twee onverzoenlijk tegengestelde tendenzen. De revolutionaire ten­dens loopt uit op de zege van de Russische revolutie; de opportunistische tendens voert naar de gewapende onderdrukking van de arbeidersop­stand in Duitsland.

In de eerste wereldoorlog strijdt het tsaristische Rusland tegen Duits­land. Rusland is een weinig ontwikkeld land waar de boeren, arbeiders en intellektuelen aan een heftige diktatuur onderworpen zijn. Het Russi­sche leger is in 1916 totaal verslagen. De sociale beroering die sinds tien­tallen jaren in Rusland aanwezig is, wordt nu versterkt door de neder­laag, de hongersnood, de ontreddering.

De februarirevolutie van 1917 maakt een einde aan de tsaristische dikta­tuur. De Russische bourgeoisie neemt het land in handen. De sociale be­roering blijft toenemen. De soldaten, boeren en arbeiders eisen een onmid­dellijke stopzetting van de oorlog en een regering van arbeiders en boeren. De oktoberrevolutie brengt een verbond van arbeiders en boeren aan de macht. De grootgrondbezitters en de bourgeoisie richten legers op met geld uit het buitenland om de arbeiders- en boerenlegers te bevechten. Amerikaanse, Franse, Tsjechische, Engelse troepen trekken Rusland bin­nen. Ze worden echter verslagen door het Rode Leger. Rusland is totaal verwoest. Maar Rusland is het eerste land waar de arbeiders hun macht blijvend hebben gevestigd.

Toen de oorlog uitbrak, zetelden er ‘socialisten’ in de oorlogvoerende re­geringen van België, Duitsland, Frankrijk en Engeland. Al deze ‘socialis­ten’ zaten samen met de Russische Bolsjevieken in de IIde Internationale. Na de oorlog brak in Duitsland een opstand uit van soldaten en arbei­ders. Ze eisten de oprichting van een Sovjet-regering naar Russisch mo­del. De ‘socialisten’ Scheidemann en Noske lieten de opstand neer­slaan. De Kommune van Berlijn werd door ‘socialisten’ uitgemoord. Naast Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht lieten tienduizenden arbei­ders het leven. We kunnen die twee historische feiten nu in hun kontekst plaatsen.

1. De ‘vreedzame’ ontwikkeling van het kapitalisme

Tussen 1871 en 1900 ontwikkelt het Westers kapitalisme zich op een re­latief vreedzame manier, zonder oorlogen of totale krisissen. Frankrijk kent een expansie; Duitsland is thans ééngemaakt en kent een sterke in­dustrialisatie; de Verenigde Staten bouwen hun onafhankelijke kapita­listische ekonomie op; Engeland blijft wereldheerser.

Expansie in het binnenland, maar ook expansie in het buitenland. Het rijke Afrika wordt ‘beschaafd’. De kolonies leveren fabelachtige profijten op. Met een deel van deze superwinst kan men op geregelde tijden tege­moet komen aan een aantal dringende eisen van de arbeiders. Loonsver­hoging, reglementering van de meest brute vormen van uitbuiting. Deze ‘overwinningen’ zetten de leiding van de partijen steeds meer op de weg van de wettelijkheid, een weg die ‘konkrete’ perspektieven opent. Geleidelijk worden de arbeiderspartijen respektabel, gewaardeerd en ingescha­keld in het sociale apparaat van de burgerij.

De theoretische ‘verantwoording’ van dit gebeuren werd aangeboden door de reformistische lijn. Het was de eerste manifestatie op wereld­schaal van het revisionisme. De revisionisten waren de mening toege­daan dat het kapitalisme tussen 1870 en 1900 fundamenteel was veran­derd en dat het marxisme dus ‘kreatief’ moest herzien worden. Hun stellingen waren de volgende.

Het is niet langer noodzakelijk dat het kapitalisme krisissen en oorlogen kent. Het kapitalisme kan door sociale vooruitgang en door afspraak der­gelijke katastrofes vermijden. De positieve hervormingen ten voordele van de arbeiders spreken het proletariaat méér aan dan het verre en vage einddoel van de revolutie. De arbeiders vormen de meerderheid van de bevolking en kunnen langs parlementaire weg hun wil opleggen aan de kapitalisten die maar een kleine minderheid uitmaken. De staat moet niet beschouwd worden als een instrument in handen van de bourgeoisie maar als een neutrale regelaar.

Het gevolg van deze stellingen was dat men brede partijen en brede, on­preciese programma’s wilde. Kadervorming in funktie van revolutionai­re taken werd niet meer doorgevoerd. De massa werd niet langer voorbe­reid op ‘la lutte finale’. De illegale strijdmethodes en de illegale voorbe­reiding werden volledig weggelaten.

2. De wereldoorlog onder de imperialistische rovers

Engeland is niet langer het enige volwassen kapitalistisch land. Frank­rijk en Duitsland zijn serieuze rivalen geworden. Rusland en Japan ken­nen eveneens een kapitalistische ontwikkeling. Een meer ‘billijke’ machtsverdeling zal zich opdringen. Iedereen wil zijn grenzen aanpassen aan zijn ‘mogelijkheden’, iedereen wil zijn deel van de koloniale rijkdom. In 1900 heeft men een gemeenschappelijke veroveringsoorlog gevoerd met acht Westerse landen tegen China. De Chinese kolonie wordt in in­vloedssferen verdeeld. Deze ‘eenheid’ duurt echter niet lang. In 1914 zijn de belangen grondig tegengesteld geworden. De eerste imperialistische wereldoorlog breekt uit, voorbereid en gepland door de Westerse bour­geoisie, met de herverdeling van de wereld als doelstelling.

Tijdens deze wereldkrisis blijkt zonneklaar dat de reformisten inderdaad ‘de pionnen van de bourgeoispolitiek binnen de arbeidersklasse’ zijn, zoals ze door de revolutionairen werden genoemd. Tijdens vreedzame periodes kon hun ‘theorie’ nog een schijn van ernst behouden. Thans blijkt dat hun politiek en hun theorie volslagen burgerlijk zijn. De bour­geoisie kan haar oorlog niet op eigen kracht voeren omdat de onderdruk­te arbeiders en boeren uit de band zouden springen. De sociale revolutie zou het onvermijdelijke resultaat zijn van de oorlog. De burgerij heeft dit begrepen en heeft daarom de steun van de ‘socialisten’ nodig om haar im­perialistische oorlog te kunnen voeren. In Duitsland, Frankrijk, België en Engeland leiden de ‘socialisten’ de oorlog in naam van ‘de verdediging van het vaderland’.

3. De arbeidersrevolutie zegeviert in Rusland

Tijdens de periode 1915-1920 maakt heel West-Europa een revolutionai­re krisis door. Alleen in Rusland wordt die krisis in een overwinning om­gezet. De reden is dat Rusland de zwakste schakel vormde in de rij der kapitalistische landen en dat het Russische proletariaat het best was voorbereid op de revolutie. Rusland was onder het tsarisme nog bijna een feodaal land: de lijfeigendom werd er pas in 1860 afgeschaft. Er was nog maar weinig industrie en die werd dan nog beheerst door buitenlanders, door Duitse, Franse en Engelse banken. Het tsaristische Rusland be­schikte niet over de koloniale ‘superwinsten’ van de andere kapitalisti­sche landen, zodat het ook niet zo ‘mild’ kon zijn voor zijn arbeidersklas­se. Het tsaristische Rusland was zeer diktatoriaal, zodat de illusies van ‘vreedzaam kapitalisme’ niet zo’n sukses hadden als in het Westen.

Daarbij was de revolutionaire partij onder leiding van Lenin goed getraind in de legale en in de illegale strijd. Ideologisch was de partij stevig éénge­maakt in de ideologische strijd tegen de mensjevieken (reformisten) Mar­tov, Axelrod en Martynov en tegen de centristen Plekhanov en Trotsky, die een verzoening met de mensjevieken wilden. Lenin was de onbetwiste leider van de revolutionaire lijn in Rusland. Hij gaf de ekonomische analy­ses, die de grondslag van de revolutionaire strategie uitmaakten: Het impe­rialisme, het hoogste stadium van het kapitalisme. Hij formuleerde de juiste manier om een revolutionaire partij op te bouwen in zijn boek Wat te doen? Hij hield steeds vast aan de revolutionaire marxistische lijn en sloeg alle aanvallen van het reformisme af, onder meer in zijn werken Het imperialisme en de scheuring van het socialisme en Het militaire pro­gramma van de proletarische revolutie en in zijn beroemde Staat en Revo­lutie. Hij ontwikkelde de leer van de diktatuur van het proletariaat en gaf de lijn voor de socialistiche opbouw aan: De proletarische revolutie en de renegaat Kautsky en Het grote initiatief.

Deze uitwerking van een revolutionaire lijn door Lenin is opnieuw van uitzonderlijk belang geworden voor West-Europa, nu we een nieuwe op­mars van de arbeidersbeweging kennen, tesamen met een welig tierend re­formisme en revisionisme. De polemische kant van de werken van Lenin, behandelt een hele reeks problemen. Daarom is het noodzakelijk eerst de geschiedenis van de Russische partij en het leven van Lenin ter studie te nemen. We vermelden vooral De geschiedenis van de KPSU (Bolsjevie­ken).

4. De opbouw van het socialisme in Rusland

Toen de bolsjevieken in Rusland hun revolutie maakten, hoopten ze dat de Duitse revolutie in een paar maanden zou volgen. Het geïndustrialiseerde Duitsland en het agrarische Rusland zouden dan tesamen het socialisme kunnen opbouwen. Zoals gezegd werd de Duitse revolutie echter neerge­slagen.

De grote vraag stelde zich: wat moet men nu doen? Het grote debat over de ‘permanente revolutie’ speelde zich af tussen de oude bolsjevieken en Trotsky. Trotsky meende dat het absurd was het socialisme op te willen bouwen in één land en daarom wilde hij ‘de we­reldrevolutie’. Stalin stelde dat hij het wel anders had gewild, maar dat men nu geen keuze had: het Westen was niet gevolgd en daarom moest Rusland alléén proberen het socialisme op te bouwen.

‘Er bestaat echter geen garantie dat we niet terug zullen keren naar het kapitalisme, zolang we alleen staan,’ beweerde Stalin.

De oude bolsjevieken stonden allen achter Stalin tegen Trotsky. Dit was het eerste van een hele rij konflikten tussen deze beiden. Trotsky had van 1904 tot 1917 buiten de partij van Lenin gestaan. In vrijwel alle belangrijke kwesties was hij hevig door Lenin bekampt. In het algemeen kan men hem kenmerken als een kleinburgerlijke revolutionair. Hij hanteerde altijd schitterende theoretische argumenten die vol socialis­tische stellingen zaten. Deze schitterende theorie had echter meestal niets te maken met de konkrete, praktische problemen die moesten op­gelost worden.

Bij de opbouw van het socialisme in Rusland stonden Stalin en de bol­sjevieken voor enorme problemen. Negentig procent van het volk be­stond uit boeren die geen enkel begrip hadden van het socialisme. Er was vrijwel geen industrie in Rusland. De arbeidersklasse was tijdens de oorlog, de burgeroorlog en de oorlog tegen de vreemde interventie gro­tendeels uitgeroeid: iedere arbeider met een proletarisch ideaal nam aan de strijd deel. In de fabrieken werkten veelal boeren zonder ervaring van de arbeidersstrijd en van de socialistische politiek. Er bleef een perma­nente dreiging van agressie door de Westerse landen. Die hadden de in­terventie tegen de Sovjet-Unie vooral moeten staken omwille van bin­nenlandse moeilijkheden. Tenslotte bestond er geen enkele historische ervaring van de opbouw van het socialisme. De problemen op korte ter­mijn waren onbekend, maar men wist ook niet met welke gevaren men op lange termijn moest rekening houden.

Onder Stalin werd voor het eerst in de geschiedenis het gigantische werk van de opbouw van een socialistisch land aangepakt. De industria­lisering van heel het land werd doorgevoerd. De kollektivisering van de landbouw werd doorgevoerd. Men slaagde erin een breuk tussen land­bouw en industrie te vermijden. Dank zij enorme inspanningen werd de fascistische agressor door het Rode Leger verslagen.

Het is nodig de verdiensten van Stalin naar hun juiste waarde te schat­ten. Alleen op die manier kan men ook een juiste analyse maken van de fouten van Stalin. Alleen zo kan men de juiste historische lessen trek­ken wat de revolutionairen helpt om niet dezelfde vergissingen te be­gaan. Het is essentieel uit te maken wat juist was en wat fout was. De bourgeoisie en de trotskisten propageren hun ‘afkeer’ van Stalin. Er is geen onderscheid meer tussen het juiste en het verkeerde. Het belang­rijkste gevolg daarvan is dat men de fouten van Stalin niet juist kan her­kennen en dat men dus helemaal niet in staat is lessen te trekken uit de negatieve ervaring die Stalin heeft meegemaakt.

5.China volgt de weg van de Oktoberrevolutie

Vanaf 1900 is het kapitalisme in zijn imperialistisch stadium getreden. De kapitalisten halen fabelachtige winsten uit de kolonies. We hebben reeds aangestipt dat vanaf 1864 iedere nationale, burgerlijk demokrati­sche revolutie in de kolonies frontaal in botsing komt met de belangen van het imperialisme. Dit is zo in Zuid-Amerika en Afrika en in bijzon­der scherpe vorm in Azië (China, Indië en Indonesië op de eerste plaats). De toestand is het meest dramatisch in het dichtstbevolkte land ter we­reld: China. De repressie neemt er ongeloofwaardige afmetingen

De nationalistische-opstand van 1900 wordt door acht Westerse landen onderdrukt: hele steden worden uitgemoord, men telt meer dan 500.000 doden onder de Chinezen.

De nationale anti-feodale en anti-imperialistische revolutie breekt uit in heel China in 1911. Het keizerrijk valt. Juan Che-Kai wordt president... en staat meteen voor het dilemma: de revolutie doorzetten, de massa verder mobiliseren of de ‘hulp’ van het Westen aanvaarden. Hij verkoopt het land precies zoals zijn voorgangers aan de Westerse kapitalisten, on­derdrukt alle volksopstanden en wil zichzelf tot... keizer kronen. Sun Yat-Sen richt in het Zuiden een revolutionaire republiek op. De strijd te­gen de feodaliteit en het imperialisme blijft met wisselende kansen door­gaan in een versnipperd China dat ten prooi valt aan allerlei oorlogsheren en generaals. Miljoenen Chinese boeren zijn gesneuveld tussen 1864 en 1920 in de nationale, burgerlijk demokratische strijd. Het lijkt een strijd die miljoenen levens kost en die zonder uitzicht is.

De oktoberrevolutie in Rusland begeestert geheel de Chinese intelligen­tia: wat sinds 50 jaar in China mislukte, is in Rusland geslaagd. Alle in­tellektuelen ontdekken het marxisme en het wetenschappelijk socialis­me als sleutel voor de revolutie. Een kommunistische partij wordt in 1921 gesticht. Onder leiding van de kommunisten zullen de revolutio­naire boerenoorlogen elkaar opvolgen van 1924 tot 1935. Dan begint de bevrijdingsoorlog tegen Japan. Als deze strijd is gewonnen, begint in 1945 de oorlog van Tchang Kai-Tchek met zijn Kwomintang en met de steun van het Amerikaanse leger tegen de kommunistische partij. Toen de Chinese revolutionairen in 1924 hun eerste boerenoorlog begon­nen, konden zij steunen op de theoretische en praktische verwezenlijkingen van de Russische revolutie en van haar leider, Lenin.

Toen de Chinese revolutie in 1949 zegevierde, kon ze voor de opbouw van het so­cialisme (het landbouwprobleem, de industrialisering) steunen op de po­sitieve en negatieve ervaring van Rusland onder Stalin. De Chinese revo­lutie had daarbij in haar groei een aantal belangrijke positieve kenmer­ken die voor haar verdere ontwikkeling doorslaggevend zijn.

De Chinese revolutie is ontstaan uit vijfentwintig jaar intense versmel­ting tussen de revolutionairen en de massa van de boeren en de arbeiders. China had een leger en een partij die tot één blok waren versmolten met het volk. Voor het leiden van de revolutie ging men altijd uit van opzoe­kingen en enketes onder de massa: elk besluit steunde op de arme boeren en op het proletariaat. Er werden herhaaldelijk massale kampagnes geor­ganiseerd voor politieke opvoeding en politieke diskussie. Honderden miljoenen boeren waren in de revolutie gemobiliseerd, een massale deel­name van alle onderdrukten was het belangrijkste kenmerk van de Chi­nese revolutie.

De Russische revolutie is in geforceerd tempo doorgevoerd. De Chinese re­volutie kon 25 jaar lang rijpen in de schaduw van de Sovjetunie. In die 25 jaar rijping werden onverbrekelijke banden gesmeed tussen de partij en de onderdrukte boeren en arbeiders. Rusland was historisch het éérste land dat de kapitalistische greep doorbrak: de revolutie kreeg niet zolang de tijd om te rijpen en om sterke banden met alle onderdrukten te smeden.

Literatuurlijst

De geschiedenis van de Russische revolutie
    
De geschiedenis van de KPSU (Bolsjevieken), Stalin,1938. Het belangrijkste studieboek voor de theorie en de praktijk van de Russische revolutie.
   
Lenin tegen het reformisme, voor het behoud van het marxisme
    
Het imperialisme en de scheuring van het socialisme, 1916, Keuze II.
    
Het bankroet van de lIde Internationale, 1915, Keuze II.

De Partij
     Wat te doen?
Lenin, 1902.

De ekonomische ontwikkeling van de kapitalistische ekonomie
     Het imperialisme, het hoogste stadium van het kapitalisme
, Lenin, 1916, Keuze II.
     L’imperialisme aujourd’hui
, 1976. Vertaald uit het Chinees, Edition de centenaire.

De socialistische opbouw en de diktatuur van het proletariaat
     De proletarische revolutie en de renegaat Kautsky
, Lenin, 1918.
     Het grote initiatief
, Lenin, 1919, Keuze III.

Stalin, een grote kommunistische leider.v Stalin heeft veel bijgedragen tot de ontwikkeling van de marxistische theorie, vooral inzake de opbouw van de socialistische ekonomie. Al zijn belangrijke werken vindt men in de twee verzamelbundels , uitgegeven door EPO.
    
Keuze uit zijn werken, deel I en II.

Stalin tegen het trotskisme
     De Oktoberrevolutie en de taktiek der Russische kommunisten
.
     Bijdrage tot de vraagstukken van het leninisme
, Keuze deel I.

De fouten van Stalin
     Over de tien grote verhoudingen
, Mao Tsetoeng, 1956.
     Discours du 27 janvier 1957
, Mao Tsetoeng, Tome V.

 

III
1966.
De Kulturele Revolutie in China
De voortzetting van de revolutie onder
de diktatuur van het proletariaat

De Grote Proletarische Kulturele Revolutie zet in 1966 in China miljoe­nen jongeren in beweging. Ze beginnen een regelrechte aanval tegen alle partijleiders die de massa onderdrukken en zich als hoge sinjeuren gedra­gen.

De aanvallen richten zich tegen die verantwoordelijken, die de kapitalisti­sche weg opgaan. Het zijn diegenen die zich afsnijden van de massa, zich steunen op hun administratieve macht, zich privilegies toeëigenen. Als deze verantwoordelijken aan de macht blijven, gaat men onvermijdelijk de weg op die naar het kapitalisme terugleidt, zoals in Rusland is gebleken.

Tijdens de Kulturele Revolutie wordt de nadruk gelegd op de klassen­strijd die blijft voortduren na de machtsovername. De kaders moeten blijvend in kontakt staan met de arbeiders en de arme boeren, hun lei­ding bij het werk aanvaarden en hen helpen de strijd te voeren tegen alles wat hen onderdrukt. De kaders moeten intellektueel werk koppelen aan handenarbeid: iedereen gaat een zekere tijd per jaar in de fabriek of op het land werken. Daarbij is niet alleen het werk van belang: de intellektu­elen moeten zich laten heropvoeden door de arbeiders om hun gezichts­punten in zich op te nemen.

De Kulturele Revolutie brengt een omwenteling mee in het onderwijs dat helemaal ten dienste wordt gezet van arbeiders en boeren, dat gezui­verd wordt van diep ingewortelde burgerlijke tradities. Ze brengt even­eens een omwenteling mee in de administratie. De verantwoordelijken worden tot een minimum beperkt en moeten geregeld werk verrichten als gewone arbeiders en boeren.

De Kulturele Revolutie moet één scherp probleem oplossen: welke op­volgers wil men vormen: mensen die de kapitalistische weg opgaan zoals in Rusland is gebeurd of mensen die verder vooruittrekken op de socia­listische weg? Mensen die het marxisme-leninisme in toepassing bren­gen en de klassenstrijd voortzetten onder de diktatuur van het proletari­aat of mensen die het marxisme als een bedrieglijke vlag gebruiken om de klassenstrijd te onderdrukken en terug te keren naar het kapitalisme? Onder Kroetsjov is in Rusland een nieuwe klasse aan de macht gekomen. Een heersende klasse waarvan de individuen zijn opgeklommen als lei­dend kader in de ekonomie, als intellektueel, als man van het apparaat. Het is een klasse die de Russische ekonomie de facto beheerst en ook het gehele sociale leven in handen heeft. Politieke en ekonomische beslis­singen worden door en voor deze klasse genomen, en ingekleed in een vaag socialistisch jargon.

De ‘socialistische broederlanden’ als Polen, Tsjechoslowakije, Honga­rije enz. worden steeds meer afgestemd op noden van Rusland. Opdat de nieuwe bourgeoisie haar macht zou kunnen bestendigen, is een vol­strekte politieke rust nodig. Zelfs de geringste politieke opvoeding (d.w.z. opvoeding gebaseerd op de klassenstrijd en het principe van de diktatuur van de arbeidersklasse) wordt vermeden. De arbeidersklasse moet volstrekt a-politiek worden gemaakt opdat een nieuwe leidende klasse de diktatuur van de bourgeoisie kan instellen. De terugkeer naar het kapitalisme wordt in 1968 op onrustwekkende manier gedemon­streerd. De belangenkonflikten tussen de Russische en de Tsjechische bourgeoisie zijn sinds lang aan ‘t broeien. Het burgerlijke nationalisme geeft de Tsjechoslowaakse leiders een brede massabasis. De bezetting van Tsjechoslowakije door een half miljoen Russische soldaten, mar­keert de definitieve terugkeer naar het kapitalisme en het imperialisme in Rusland.

1. De fouten van Stalin

We hebben de enorme verwezenlijkingen die onder Stalin in Rusland zijn tot stand gebracht, al onderstreept. In de manier waarop Stalin de lei­ding van de socialistische staat heeft opgevat, staken echter een aantal belangrijke fouten.

Vooreerst heeft Stalin zich, vooral op het einde van zijn leven, schuldig gemaakt aan subjektivisme. Hij nam zware besluiten op een subjektieve manier, zonder eerst een ernstige enkete te maken bij de basis. Het de­mokratisch centralisme, dat erin bestaat te vertrekken van de basis, een wetenschappelijke analyse te maken van de feiten en gebeurtenissen om tenslotte de strategie en taktiek van de partij terug te brengen naar de ba­sis, werd door Stalin verloochend. De gevolgen waren: subjektivisme en dirigisme, gebrek aan vertrouwen in de socialistische kreativiteit van de massa, afsluiten van de massa van deelname aan de uitwerking van het socialisme.

Een tweede ernstige fout die door Stalin werd begaan is zijn ekonomisch determinisme, zijn mechanische interpretatie van het marxisme. Stalin geloofde dat de socialistische ekonomie na een zekere tijd vanzelf een so­cialistische mens zou voortbrengen. Een socialistische levenswijze zou mechanisch worden voortgebracht door een socialistische ekonomie.

Volgens de dialektische zienswijze is de socialistische ekonomie een absolute voorwaarde voor een nieuw menstype; de socialistische mens wordt echter slechts geboren uit de politieke strijd. Dat wil zeggen de strijd van de arbeiders en van de massa voor hun totale ontvoogding.

Men moet de politiek op de kommandopost zetten. Dat wil zeggen dat men elke sociale of ekonomische beslissing als een strijdobjekt moet zien. Er is een strijd tussen twee richtingen: de richting van de deelname van de massa, van de ontvoogding van de massa, van de diktatuur van de arbeidersklasse. En er is ook de richting van de uitsluiting van de massa, van de onderwerping van de massa, van de teruggang naar de diktatuur van de bourgeoisie.

Dit ekonomisch determinisme van Stalin hangt samen met zijn belang­rijkste theoretische fout: hij erkende niet dat de klassen en de klassen­strijd verder gingen na de vestiging van de diktatuur van het proletariaat. Daaruit volgt dat Stalin onmogelijk een juiste methode kon vinden voor de verderzetting van de revolutie onder de diktatuur van het proletariaat. Deze methode bestaat er juist in de arbeidersklasse en de massa te mobi­liseren in de klassenstrijd tegen alle resten van uitbuiting en tegen alle neigingen tot nieuwe onderdrukking.

Deze fouten van Stalin zijn de basis waarop Kroetsjov zijn revisionisme en zijn verraad zal kunnen bouwen. Stalin zelf kan men echter op geen enkele manier als revisionist beschouwen. In het laatste jaar van zijn le­ven schreef hij Over de fouten van kameraad Iarotchenko. Iarotchenko beweert dat de klassen in Rusland niet meer bestaan en dat de kommunistische ekonomie nu een zuivere kwestie van cijfers, van optima en van ‘wetenschap’ is geworden. Stalin valt deze opvatting, die de basis is van het revisionisme, scherp aan en zegt dat men door zo te re­deneren, kan terugvallen in een kapitalistisch stelsel.

2. Het verval van de Westerse kommunistische partijen

De Westerse ‘socialistische’ partijen hebben allen de eerste wereldoorlog helpen ‘leiden’ ten voordele van hun eigen bourgeoisie. De kommunisti­sche partijen ontstaan in het Westen tengevolge van afsplitsingen met de sociaal-demokraten. Deze afsplitsingen zijn in de meeste gevallen op een vrij zwakke basis gebeurd; er werd niet op eigen krachten een allesom­vattende en grondige kritiek gemaakt van de politiek van de socialisti­sche partijen. Heel wat opportunistische ideeën slopen zo van bij de aan­vang binnen (ekonomisme en anarcho-syndikalisme, maar ook dogma­tisme en anarchisme). Strategie en taktiek werden onvoldoende gehaald uit de eigen situatie, uit de strijdervaringen van het eigen proletariaat, maar uit de raadgevingen van Moskou. De oorzaak van het failliet kan niet gezocht worden in de raadgevingen van Moskou, maar in de vaak an­ti-marxistische houding van de leiding van de Westerse KP’s.

De vuurproef – en het definitieve failliet – kwam met de Tweede Wereld­oorlog. Alle lessen uit de Eerste Wereldoorlog – lessen met het bloed van miljoenen arbeiders betaald – werden van de tafel geveegd. De kommunis­tische partijen moesten resoluut de leiding nemen in een front dat alle mo­gelijke krachten verenigde voor de gewapende strijd. De partizanenoorlog en de gewapende strijd moesten de basisprincipes uitmaken. Men moest de gewapende strijd gebruiken om onder de massa aan politieke opvoeding te doen. Het klassekarakter van de oorlog moest duidelijk worden aange­toond: de Duitse bourgeoisie streed voor de vernietiging van de Sovjet-Unie en voor de wereldheerschappij over de Franse en Engelse bourgeoisie. Zo was het mogelijk geweest om na de oorlog, dank zij de partizanenlegers en dank zij het politieke werk onder de massa, de eigen bourgeoisie, die he­lemaal verzwakt was, te verslaan. Na de oorlog schaarden de kommunisti­sche partijen zich definitief aan de zijde van de bourgeoisie: zij gingen deel­nemen aan de burgerlijke regeringen ‘voor de heropbouw van het vader­land’. Men leze: voor de heropbouw van het nationaal kapitalisme en de nationale bourgeoisie. De vervallen kommunistische partijen uit het Wes­ten zullen dan ook geen enkele weerstand bieden wanneer de Sovjet-Unie onder Kroetsjov, in de jaren ‘50, definitief de kapitalistische weg opgaat.

3. Het revisionisme van Kroetsjov

Kroetsjov heeft alle revolutionaire principes van Marx en Lenin over­boord gegooid en definitief de weg gekozen naar het herstel van een kapi­talistisch Rusland. Hij heeft dit gedaan onder de demagogische mantel van ‘de strijd tegen de terreur van Stalin’.

Hij heeft echter niet de fouten van Stalin aan een klasseanalyse onder­worpen om, op basis van een mobilisatie en een politieke strijd van de ar­beidersklasse, die fouten te herstellen. Hij heeft Stalin als geheel verwor­pen omdat dit de gemakkelijkste manier was om de revolutionaire prin­cipes die Stalin, ondanks zijn fouten, heeft verdedigd, te verwerpen en te bekladden.

Kroetsjov heeft 75% van alle partijkaders (‘stalinisten’) vervangen door intellektuelen en profiteurs van zijn soort. Om dit herstel van een nieu­we heersende bourgeoisklasse te rechtvaardigen, heeft hij de meest anti­marxistische theorieën moeten prediken.

‘In Rusland zijn er geen klassen en geen tegenstellingen meer!’ ‘Rusland zal in 1980 het stadium van de kommunistische maatschappij, zonder klassentegenstellingen en met volledige overvloed bereiken!’ ‘In Rus­land kent men niet meer de diktatuur van de arbeidersklasse, maar de staat van het hele volk!’

De theorie van ‘de staat van het hele volk’ wordt ook in het Westen ge­bruikt om de diktatuur van de bourgeoisie te kamoefleren.

Op ekonomisch gebied kent men in Rusland een terugkeer naar de win­stekonomie en de marktekonomie. De direkteurs van de fabrieken heb­ben vrijwel onbeperkte macht. Elke politieke opvoeding gebaseerd op de klasseheerschappij van de arbeiders en op de internationale revolutionai­re strijd van alle onderdrukten, wordt volstrekt geweerd. De universitei­ten leveren volstrekt a-politieke vakidioten die alleen nog de hoogste posten najagen.

Op internationaal gebied zoekt Rusland een stabilisatie van zijn macht. Met de theorie ‘vrede te allen prijze’ en ‘de atoomoorlog kan de wereld uitroeien’, verzet Kroetsjov zich tegen elke bevrijdingsstrijd in de Derde Wereld. De internationale klassenstrijd bestaat niet in de ogen van de re­visionisten en de arbeiders moeten via de stembrieven vreedzaam de weg naar het socialisme, model Rusland, bewandelen.

Voor het bestendigen van haar macht heeft de Russische bourgeoisie een bondgenootschap nodig met de Verenigde Staten. Beide ‘wereldmogend­heden’ verdelen de wereld in twee invloedssferen.

De Russen prediken de ‘theorie’ van de ‘internationale socialistische diktatuur’ om hun burgerlijke diktatuur over de andere socialistische landen te rechtvaardigen. De invasie in Tsjechoslowakije is een eerste uiting van deze diktatuur. Naast Tsjechoslowakije willen de Russen ook het socialistische China onder hun heerschappij brengen. Vanaf 1960 hebben zij honderdduizenden soldaten aan de Chinese grens gezet. De stevigheid van het Chinese volksleger weerhoudt er hen voorlopig van om ook een oorlog tegen China te beginnen.

Het Russische regime gaat in het binnenland steeds meer fascistische kenmerken vertonen. De arbeidersklasse wordt volstrekt a-politiek ge­maakt elke massastrijd van de arbeiders wordt systematisch verhinderd. Er is vrijwel geen informatie over de revolutionaire strijd in het buiten­land. Het volk wordt geïndoktrineerd op een nationalistische en burger­lijke manier. Het leger is volstrekt a-politiek en afgesneden van de arbei­dersklasse, de blinde gehoorzaamheid wordt er ingeprent zoals in het Hitler-leger.

Rusland is dus fascistisch in die zin dat het een reaktionaire politiek voert, dat er sterke neigingen tot militarisme zijn, dat het nationalisme elke politieke opvoeding vervangt en dat de massa van de arbeiders aan permanente politiekontrole is onderworpen. Naarmate de nationale en internationale positie van de Russische bourgeoisie zwakker wordt, gaan allerlei wegen openstaan voor de meest vreselijke avonturen.

4. De nieuwe fase in de algemene krisis van het imperialisme

In de ogen van de ‘socialisten’ leerde het kapitalisme tijdens de ‘vreedza­me’ periode van 1870 tot 1900 zijn krisissen beheersen In 1914 brak de eerste imperialistische wereldoorlog uit. Na deze ramp zouden de kapi­talisten wel verstandig genoeg geworden zijn. In 1940 begint de tweede imperialistische oorlog. Sindsdien beheerst het kapitalisme (dank zij Keynes) zijn krisissen.

In 1945 begon het wereldrijk van de Verenigde Staten. Duitsland en Ja­pan waren verslagen. Engeland en Frankrijk hadden enorme schulden bij de Verenigde Staten. De Chinese bevrijding is er gekomen, de oorlog in Korea, de oorlog in Vietnam.

De Verenigde Staten hebben een militair apparaat van 2.800.000 man over de wereld verspreid. Dit doet enorme fondsen uit het land wegvloei­en. Duitsland en Japan zijn na 20 jaar opnieuw ambitieuze imperialisti­sche landen geworden. De monetaire krisis bedreigt de dollar, de sterling en de Franse frank. De sociale problemen en het rassenprobleem spitsen zich toe in de Verenigde Staten. De arbeidersklasse onderneemt massale akties in Italië, Frankrijk en Engeland. De klassenstrijd wordt in alle im­perialistische landen heviger. De internationale strijd om de kolonies en de markten wordt met de dag scherper (Duitsland, Japan, Verenigde Sta­ten, Sovjet-Unie). De revolutionaire strijd in de kolonies tegen het impe­rialisme neemt met de dag uitbreiding (Zuid-Amerika, Afrika, Azië). Een nieuwe wereldkrisis van het imperialisme kondigt zich aan.

Daarom kan de terugkeer van Rusland naar het kapitalisme en het bond­genootschap tussen Rusland en het Westerse kapitalisme helemaal niet gezien worden als een blijk van ‘vitaliteit’ van het kapitalisme. Vanuit strategisch oogpunt is het de koortsige vitaliteit die iemand kan doorma­ken een paar dagen voor zijn dood. Het is dezelfde koortsachtige vitali­teit die het kapitalisme heeft gekend vlak voor 1914 en vlak voor 1940.

5. De voortzetting van de revolutie onder de diktatuur van het prole­tariaat

We hebben reeds opgemerkt dat de Chinese revolutie op een veel stevi­ger basis was opgetrokken dan de Russische. De Chinezen konden ver­trekken van de immense ervaring – theoretische en praktische, positie­ve en negatieve – van de Russische revolutie. De band tussen de revolu­tionaire kaders en de massa van de boeren en arbeiders was in 25 jaar strijd uiterst stevig geworden. Massale rektifikatiekampagnes voor po­litieke en ideologische opvoeding hadden een hoog klassebewustzijn voortgebracht. De deelname van de massa aan de uitwerking van alle aspekten van de revolutie was een zeer specifiek kenmerk van de Chi­nese revolutie.

Tegen deze achtergrond moet de verwijdering tussen Rusland en China en tenslotte de breuk tussen beiden worden gezien. In 1956 houdt Kroetsjov een principeloos en demagogisch pleidooi tegen Stalin om in feite de grondslagen van de revolutionaire theorie te verwerpen. De Chi­nezen publiceren Over de historische ervaring van de diktatuur van het proletariaat waarin ze nauwgezet onderscheid maken tussen het juiste en het verkeerde bij Stalin. In 1957 en 1960 worden de twee Verklaringen van Moskou uitgegeven, ondertekend door de Russen en de Chinezen. Het is een kompromis waarin tegengestelde opvattingen zijn opgeno­men. In 1960 trekken de Russen al hun technische hulp uit China terug, wat een ekonomische krisis tot gevolg heeft. Vanaf 1960 ook trekken de Russen hun troepen samen aan de Chinese grens.

In 1963 vindt ‘het grote debat over de algemene lijn van de kommunisti­sche beweging’ plaats. Het is het eerste grote internationale debat dat al­le problemen van de revolutionaire ideologie en theorie aanraakt. Men vindt hier zeer klaar uitgedrukt de revisionistische lijn zoals de Russen die sinds jaren in de praktijk hadden gevolgd en de revolutionaire lijn die door de Chinezen wordt verdedigd en uitgewerkt. In dit debat speelt langs Chinese kant reeds de vraag mee: welke klasseanalyse en welke strijdmethode kan verhinderen dat China dezelfde weg opgaat als Kroetsjov? In een merkwaardig dokument Over het pseudo-kommunis­me van Kroetsjov en de historische lessen die hij aan de wereld geeft, komen reeds alle theoretische stellingen voor die drie jaar later de Kultu­rele Revolutie gaan bezielen.

Het internationale debat tussen revisionisme en revolutionaire theorie krijgt zijn verlengde in China zelf. Een bepaalde strekking in de Chinese partij verdedigt opvattingen en werkmethodes die helemaal de revisio­nistische kant uitgaan.

De Kulturele Revolutie van 1966 is het hoogte­punt van de strijd tussen de revisionistische lijn en de revolutionaire lijn in de Chinese partij. De Kulturele Revolutie verzekert de overwinning van de revolutionaire lijn op de revisionistische lijn. Wat is de internationale draagwijdte van deze overwinning?

A. De Kulturele Revolutie verzekert de verdediging en het behoud van de revolutionaire theorie van Lenin, van de revolutionaire ervaring van de Oktoberrevolutie. Ze betekent de bevestiging van alle basisprincipes die door Lenin zijn uitgewerkt. Tijdens het ‘grote debat’ zijn deze basisprin­cipes één voor één hernomen en getoetst aan de ervaringen van de revo­lutionaire strijd uit de laatste decennia. Negatief betekent zij de strijd tot het uiterste tegen het revisionisme: zij brengt een klasseanalyse van de wortels en van de methodes van het revisionisme.

B. De Kulturele Revolutie betekent de praktische oplossing op massani­veau van het probleem: hoe de revolutie verderzetten onder de diktatuur van het proletariaat? Dit is een historische stap vooruit in de revolutio­naire theorie. De Kulturele Revolutie leert dat het grootste gevaar voor het socialisme komt van de verantwoordelijken en leiders die de kapita­listische weg opgaan. De methode om deze te verwijderen en hun in­vloed uit te schakelen bestaat erin resoluut de massa van de arbeiders en de boeren te mobiliseren tegen alles wat hen onderdrukt. De opgave be­staat erin intellektuelen te vormen die in hun handelen hun voelen en hun denken de zijde kiezen van de arbeiders. Om deze opgave op te los­sen moet men in elk feit en in elk gebeuren de klassenstrijd voor ogen houden en de revolutionaire zienswijze en methode aannemen. Tenslot­te moet men elk intellektueel werk laten gepaard gaan met handenar­beid in de fabriek en op het land en alles in het werk stellen om de kloof tussen geestelijke arbeid en handenarbeid te overbruggen.

C. De Kulturele Revolutie betekent de bevestiging van de revolutionaire theorie in die aspekten die in de huidige wereldsituatie van doorslagge­vend belang zijn.

Voor de Derde Wereld betekent de Kulturele Revolutie de bevestiging dat de weg, gevolgd door miljoenen Chinese revolutionairen, de enige weg is naar de ontwikkeling en naar de bevrijding van de volksmassa’s. Noch onder Lenin, noch onder Stalin, bestond er een revolutionaire theorie voor de Derde Wereld. De theorie van Mao Tsetoeng bevat de kristallisatie van tientallen jaren revolutionaire strijd in het meest ver­drukte deel van de Derde Wereld.

Voor het kapitalistische Westen betekent de Kulturele Revolutie de be­vestiging van een revolutionaire weg voor de opbouw van een revolu­tionaire partij. Welk soort partij heeft men nodig, welke moet de ver­houding zijn van die partij tot de massa van de arbeiders? We hebben reeds vermeld dat bij het ontstaan van de kommunistische partijen in de jaren ‘20 deze vraag niet met de nodige grondigheid werd aangepakt. Het failliet van de Westerse KP’s en de ervaring van de Kulturele Revo­lutie bewijst dat het hier gaat om een fundamenteel probleem voor de revolutie.

6. Politieke samenvatting

[A] Het kapitalisme gaat een nieuwe krisisperiode tegemoet. De Verenig­de Staten, de hoofdpeiler van het wereldkapitalisme, geraken steeds die­per in moeilijkheden. De internationale strijd tussen kapitalistische machten neemt toe (Verenigde Staten, Duitsland, Japan, USSR). De eer­ste tekenen zijn waar te nemen van een nieuw strijdelan van de arbei­dersklasse (Italië, Frankrijk, Engeland). Het probleem van de revolutio­naire opbouw van een proletarische partij wordt het belangrijkste pro­bleem voor de revolutionairen.

[B] De terugkeer naar het kapitalisme maakt Rusland in steeds sterkere mate tot een fascistisch land. De repressie in het binnenland en in de ‘so­cialistische broederlanden’ zal steeds scherpere vormen aannemen naar­mate de ekonomische moeilijkheden groter worden.

De ekonomische problemen zullen er Rusland toe brengen meer ‘voor­deel’ te halen uit de Derde Wereld. Daar op nationaal en internationaal gebied de Russische bourgeoisie het meest bedreigd wordt door de links­en (de gauchisten in het Westen en de maoïsten in het Oosten) kan men een toenemende aktie tegen links verwachten. Het behoud van hun in­ternationale macht kan voor de Russen een oorlog met China noodzake­lijk maken.

[C] De Derde Wereld is het gebied waar zich alle wereldproblemen kon­centreren. Vele landen kennen een feodaal of half-feodaal regime. De grootgrondbezitters onderwerpen de boeren sinds honderden jaren aan de meest brutale uitbuiting (Indonesië, India, Brazilië...). Deze landen vor­men het terrein waar het imperialisme zijn grootste winsten haalt. Goedkope grondstoffen en goedkope arbeidskracht maken de Derde We­reld tot een onvervangbaar wingewest van het kapitalisme.

Deze landen geraken in toenemende mate onder de invloed van de Russi­sche bourgeoisie. De Arabische landen en India zijn de twee gebieden waar de Russische penetratie het hevigst is: petroleumvelden en rijke mijnen staan op het spel. De Derde Wereld gaat gebukt onder het feoda­lisme, het imperialisme en de macht van het revisionistische Rusland. India en de Arabische landen zijn de twee gebieden waar deze onderdruk­king het hevigst is en waar de volksmassa’s de revolutionaire weg kie­zen. Grote gebieden van Zuidoost-Azië zijn deze weg al opgegaan (Viet­nam, Laos, Thailand, Birma, Indonesië). Grote delen van Zuid-Amerika geraken in een identieke situatie (Brazilië).

[D] China is met zijn 750 miljoen mensen de belangrijkste basis van de wereldrevolutie. De ervaring en de theorie van de Chinese revolutionai­ren zijn van onschatbare waarde voor de revolutionaire strijd in het kapi­talistische Westen, in het revisionistische Oosten en in de hele Derde Wereld.

Literatuurlijst

Mao Tsetoeng over de voortzetting van de revolutie onder de diktatuur van het proletariaat
     Over de juiste oplossing van de tegenstellingen onder het volk
, 1957.
    
Tussenkomst op de konferentie over propagandawerk.Over de intellektuelen, 1957.
     Soyons les promoteurs de la révolution
, 1957, Tome V.
     Il faut avoir une confiance inébranlable dans la grande majorité des masses
, 1957, Tome V.

Het bilan van de Grote Proletarische Kulturele Revolutie
    
Beslissing van het Centraal Komitee van de CKP over de Grote Proletarische Kulturele Revolutie, 8 augustus 1966.
    Rapport voor het IXe Kongres
, 1969.
    Rapport voor het Xe Kongres
, Chou En-lai, 1973.
    Rapport voor het Xle Kongres
, Hua Kuo-feng.

Het grote theoretische debat tegen het Russische revisionisme
     Het grote debat
. (Dit boek bevat het Algemeen Programma voor de Internationale Kommunistische Beweging alsook de negen teksten over negen essentiële meningsverschillen tussen de Chinese KP en de KP van de Sovjet-Unie).