|
Het Vlaams Blok 1938-1988
Web-versie:
blz,
doorlopend Omslagontwerp: Liliane Pauwels, Druk: Drukkerij-Zetterij EPO Berchem ©Uitgeverij EPO vzw, 1989, Halt vzw Brussel, v.u. Marijke van Hemeldonck, Brussel,ISBN 90 6445 6550, D 2204 1989 12, SISO 309 NUGI 648-651 IDC 372-4, Verspreiding voor Nederland Uitgeverij De Geus, BredaBlz onderaan, inhoud en voetnoten interactief, index met linken naar blz.
Naar Deel I - Jos
vander Velpen Voorwoord - Rechts is terug van nooit weggeweest, Johan Antierens I De wortels van het Vlaams Blok. Dillen de beheerder van het collaboratie-erfgoed 1.
De revival van extreem-rechts 2.
Een haat-liefde-verhouding met de VU 3.
De slotfase van de strijd: het Vlaams
Blok II Doorbraak van een racistische partij 1.
Het reservoir van extreem-rechts
2.
Het racisme verdringt de 'Vlaamse
Zaak 3.
De grondbeginselen van het Vlaams Blok 4.
De Europese rechtse fractie: bij Le Pen op
schoot Noten Deel II Rechts is terug van nooit weggeweest - Inhoud Rechts bestaat, ik ken er de binnenkant van, want in de schoot van rechts opgegroeid. Met réchts weze hier bedoeld de overkookfase van een vasthoudend hartverlammend gedachtengoed. Extreem-rechts als witheet topje van een ijsberg onderkoeld egoïsme, genre Margaret Thatcher, Helmut Kohl en Guy Verhofstadt. Mijn vader voorspelde dagelijks calamiteiten en fleurde op als zo'n prognose uitkwam. Hij hield niet van kinderen en maakte er twaalf (bij één vrouw) omdat een kroostrijk gezin als voorbeeldig werd geprezen en nagewezen. Een bijkomend voordeel was dat hij zich thuis tegen een micro-gemeenschap afzetten kon. Er heerser over spelen, tèmmer van zijn. Leuk was niet aan hem besteed; vrolijk zijn werd verdacht bevonden, camoufleerde iets zondigs; gekscheren was helemaal taboe. Zelf kon hij zijn leedvermaak niet op wanneer het noodlot een tegenstander trof; als misantroop had vader aan tegenstanders geen gebrek. Hij orakelde dat alleen werken zonder opkijken zaligheid brengt. Bijgevolg doorkruiste hij onze vrije uren met korveeën en legde ravotrijpe kinderen in de vakantietijd schooltaken op. Zijn wraak op zon en tuin, kinderlokkers. Zelf liep hij als ministerie-ambtenaar er schaamteloos de kanten af; hij baalde van zijn werk, kotste thuis zijn chef uit en leefde op voet van onmin met huisbazen, wat meebracht dat wij permanent met een verhuiswagen voor de deur woonden. Mijn moeder droomde van twéé kinderen, haar man 'schonk' er haar twaalf, en zag niet hoe het 'voorwerp' van zijn liefde achter stapels huiswerk verdween. Zonder assistentie, zonder brede middelen, zonder handige huishoudtoestellen, moest moeder elke ochtend vóór het hanegekraai het bed uit om voor een man, zeven dochters en vijf zonen te wassen, te plassen, te strijken, te verstellen, te koken en tussen die bedrijven door zijn klaagmuur en toeverlaat te zijn. Als een man van damals stak vader in huis geen vinger uit, deelde wel klappen uit en raakte overstuur als het kroost 's avonds niet vroeg genoeg onder de veren stak. In onze huizen woonde het gezin in het sousterrain en betrok vader de bel étage, waar hij zich verschanste met trossen bananen en ander lekkers, 'omdat zijn gezondheid dat verElste'. Een fragiele gezondheid, kloeg hij, (te wijten aan de slechte kwaliteit aardappelen die hij in het Belgisch leger voorgeschoteld kreeg) een wankele constitutie die medische en culinaire verwenning behoefde. Inmiddels takelde eega Jeanne onder zijn ogen af, zonder dat hij daar een cent om (uit)gaf. Vader stierf hoogbejaard, sputterend tegen dochters die zijn ultieme momenten toegewijd begeleidden; hij stierf in een smetteloze pyjama en met een onverslijtbaar slecht humeur. Mijn vader vereerde Adolf Hitler, de Duitse hystericus. Zo mogen brullen en dreigen en je woord breken en wie je niet bevalt in kampen opbergen en laten ombrengen! Wat goed tegen een maagzweer! Na de oorlog deelde ik als jongetje van acht in een spiegelbeeld-voorstelling van de geschiedenis: wij, voorbeeldige burgers, 'goede' Vlamingen en christenen, leverde men uit aan gespuug van de straat. Wij Werden tot de bedelstaf gebracht omdat wij 'idealisten' waren, die 'het beste' voor hadden met Vlaanderen en Europa en ons leven veil voor de verdediging van het Avondland tegen de Mongools ogende bolsjewiek. Ik heb na de bevrijding thuis vele ogenblikken van spijt en verbittering meegemaakt, ik kan mij geen wóórd oprechte zelfkritiek herinneren. Laat staan dat ik ooit, één keer, één syllabe medeleven opving om wat het bevriende nazi-regime de joodse medemens had aangedaan. Dit oprakelen van een persoonlijk verleden omdat mijn vader geen uitzondering was, wel het prototype van een soort mentaliteit die in Vlaanderen niet geheel verdwenen is en zich vandaag 'herpakt'. In het Vlaams-nationale corpus ettert die mentaliteit door, omdat prominente Vlamingen nooit de moed opbrachten mea culpa te slaan voor dat 'officieel' sympathiseren met die Germaanse Khomeiny en zijn Gideonsbende. In een rechts-Vlaams milieu blijft de bevrijding als 'repressie' gehoond; dat je van een foute familie stamt wordt doorgaans als een adelbrief geapprecieerd. Waren wij niet de stiefkinderen van een libertijns en fransdol land, met zijn agressieve allergie voor het deugdzaam landsgedeelte in lange geruite schort? Vandaag liggen de Vlaamse kaarten geheel anders. Het vijandige vaderland wordt al decennia lang door katholieke Vlamingen (Martens/ Tindemans) bestuurd, en heeft zich als een geografische Pelikaanmoeder open gesneden om de gewesten aan hun eigen gevoeligheid over te leveren. Anno 1989 is Vlaanderen een quasi-onafhankelijke staat, met eigen regenten die zich bekwamen in onbesproken gedrag, en over de grenzen heen bekend staan als milieuverdedigers, wars van volksverlakkerij en altijd klappertandend omdat zij tot hun laatste hemd aan Vlaanderen weggeven. Vreemd genoeg is er van hoera-stemming weinig merkbaar. Wij moeten blijkbaar wennen aan een eigen luilekkerland, los van de anderstalige boeman en Brusselse bevoogding. Misschien mist moeder Vlaanderen in deze overgansfase de kaakslag, die haar óók rode oortjes bezorgde. Droomt zij daar soms van weg, nu zij -omringd door grote zonen die haar van alle kanten beschermen - haar eigen potje kookt, krabbend aan een wettelijke bijsluiter die haar onschendbaarheid garandeert?... Uit dat paisibele landschap zou extreem-rechts voorgoed verdwenen moeten zijn, maar ultra-rechts woont in een draaideur, elk onverwacht moment weer te voorschijn komend. Maar omdat vandaag verongelijkt doen binnen het Belgische bestel aan geloofwaardigheid heeft ingeboet, legitimeert réchts zijn bestaan met de joker van de xenofobie. Omdat het 'fatsoenlijke' beleid het door elkaar wonen maar nergens integreren van voor elkaar onbegrijpelijke kulturen in de hand werkte en zodoende uit die hand liet lopen -het 'Klein Kasteeltje' in Brussel, opvangcentrum voor vreemde asielzoekers, is een kweekvijver van racisme- kunnen Vlaams Blok en consorten hier hun hart ophalen. Weinig landgenoten sympathiseren met de Turks/ Marokkaanse hond die het Vlaams Blok slaat om andere objectieven te bereiken. Rechts is onuitroeibaar. Rechts is onkruid dat zich voedt met pesticide. Halverwege 1988 dacht ik dat wij op een happy end voor deze turbulente twintigste eeuw afstevenden: de Russische glasnost, de hoopgevende ontwapeningsbesprekingen, het einde (?) van de eindeloze slachting tussen Irak en Iran, de Sovjets die hun boeltje pakten in Afghanistan en de Cubanen en Viëtnamezen die willen opkramen uit respectievelijk Angola en Cambodja, en meer onvoorziene gunstige kenteringen die erop wezen dat het met de ontspanning menens was. Prima zo, maar dit voorjaar wordt de Europese voortuin weer verpest door diverse soorten bruine krokus. Het spectaculaire resultaat van 'ons' (zucht) Vlaams Blok dat vorige oktober bij de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen 17,7% van de stemkoek mocht afsnijden, werkte inspirerend op geestesgenoten van over de grenzen. Niettegenstaande leider Jean-Marie Le Pen al zo vaak door de antisemitische mand zakte, handhaaft zijn Front National zich bij de Franse gemeenteraadsverkiezingen van maart 1989 als meer dan een marginale partij. Germania kon moeilijk achterblijven; in diezelfde maart scoorden Die Republikaner in Berlijn en de Nationaldemokratische Partei Deutschland in Hessen bij regionale stemproeven tussen 5% en 10%, voor dat land verontrustende groeischeuten. In Oostenrijk, die heimat in het kwadraat, sloeg bij verkiezingen in Karinthië de bruine vlam helemaal uit de pan; onder leiding van jonge tribuun Joerg Haider ging zijn ultranationalistische Freiheitliche Partei Österreich (FPO) met een derde van de uitgebrachte stemmen lopen. Een nieuwe lente, een opgepoetste marsrichting. In dit boek is het alsof u een onbepaalde tijd bij Karel Dillen inwoont. Dillen is een doorbijter, een nimmer aflatende figuur, zijn bezeten volharding kan niet anders dan respect afdwingen, alleen is er de kapitale vraag: wat wil die man bereiken? Welke utopie jaagt hij na, ten koste van wie allemaal? Welk Vlaanderen staat Dillen voor de geest? Een prentkaartland van eeuwig wiegende zeeën, waar alle meisjes vlechten dragen, een schapulier en witte sokken? Een welig land waar iedereen ter kerke gaat en waar men aan het angelus nog een meerstemmig 'Liefde gaf u duizend namen' toevoegt? Dillen liegt, en weet dat zo goed als u en ik. Als het Vlaams Blok het menens is met een schoner Vlaanderen, dienen onverwijld de BASF, Phillips Tessenderlo en andere gigantische vervuilers aangepakt. Moet het Blok onverwijld communistisch en groen worden; maar het ideaal ligt elders. Het Vlaams Blok wil de Vlaming bekrompen, bijziend en bang houden. Het Vlaams Blok houdt van vertoon, van blaffen en van verdachtmakingen; het houdt niet van een zon die in eenieders water schijnt. Ultranationalisme is een vorm van bestialiteit. Zie Vlaanderen waar extreem-rechts zich in een dier, in casu een leeuw, drapeert, waarna men dat beest letterlijk uithangt. Het Vlaams Blok krijgt het nog eens aan de stok met ons, de dierenbescherming. Johan Anthierens 21 maart 1989 I De wortels van het Vlaams Blok. Dillen, de behoeder van het collaboratie-erfgoed - InhoudJos Vander Velpen 1. De revival van extreem-rechts - Inhoud De 'vakantie' en 'catacombentijd' - Inhoud Karel Dillen werd geboren op 16 oktober 1925 in Antwerpen. Vanaf 1938 studeert hij aan het Antwerpse atheneum. 1938 is het jaar van 'Munchen', Oostenrijks 'Anschluss' en de inlijving van Sudetenland bij het Groot-Germaanse Rijk. De nazi's hebben al eerder de linkse arbeidersbeweging uitgeschakeld. Nu willen ze het 'vreemdelingenprobleem oplossen'. In de nacht van 9 op 10 november, de zogenaamde 'Reichskristallnacht', worden naar schatting honderd joden vermoord. De SA plundert en vernielt ruim zevenduizend winkels en woonhuizen van joodse burgers. Van de synagogen in Duitsland worden er 280 in brand gestoken en 76 op een andere manier verwoest. Dertigduizend joden worden gearresteerd. Opgejaagde joden en politieke opposanten stromen België binnen. Na de Anschluss stijgt in de rechtse pers de toon tegen de vreemdelingen. Onder de veelzeggende titel 'Zeventienduizend verblijfsvergunningen aangevraagd', schrijft de Gazet van Antwerpen in mei 1938: 'Vergeten we niet, dat in België al negentigduizend joden wonen, waarvan meer dan tachtigduizend te Brussel en te Antwerpen. Is men in Brussel ook niet de mening toegedaan dat dit meer dan genoeg is? De Antwerpse bevolking - en niet alleen de uiterst rechtse elementen zoals men verkeerdelijk wil laten uitschijnen - heeft er de buik van vol. Indien er aan de opendeur-politiek geen einde komt zullen de uitspattingen niet uitblijven'. Onze regering aarzelt niet om ingrijpende maatregelen tegen de toevloed van 'illegale' immigranten te treffen. In juni 1938 wordt de grenscontrole versterkt met rijkswachteenheden en vanaf 2 augustus worden vluchtelingen die niet over de nodige documenten beschikken zelfs 'teruggedreven' naar nazi-Duitsland. In de voorbije jaren hadden vooral fanatieke nationaal-socialisten als Ward Hermans het racisme verkondigd. Hermans staat op goede voet met nazi-vooraanstaanden, de SS en het Vlaams Bureau in Berlijn, dat samenwerkt met de Abwehr, de diensten voor spionage en contra-spionage van de Duitse Wehrmacht. Zijn 'Boek der stoute waarheden' uit 1935 en 'Jodendom en communisme zonder masker', van een jaar later, behoren tot de frappantste uitingen van racistische vuilspuiterij en nazi-verafgoding, welke voor 1940 in Vlaanderen te bespeuren vallen. Dat zijn lezers de Endlösung niet hebben kunnen zien aankomen, valt te betwijfelen, gezien Hermans korte metten wil maken met de joden. 'Eruit, of de karwats. Het is jammer dat grote volkeren, als de Duitsers en de Fransen, de handen niet ineenslaan voor het grote saneringswerk, dat meteen een groot vredeswerk zou zijn', schrijft hij.(1) Zijn racisme neemt extreme vormen aan. Hij wijst erop 'dat Duitsland sedert jaren langzamerhand wegrotte, zedelijk ondermijnd en financieel uitgezogen en overwoekerd werd door het schuim van het Galicische, Poolse en Oekraïense ghetto...'. Hij presteert het zelfs om de nazi's te berispen omdat zij te 'lankmoedig en zachtzinnig' opereren! Hermans is niet een nationaal-socialistisch auteur die alleen schrijft om anderen en zichzelf te vermaken. Hij toont zich een rasecht opruier. In 'Jodendom en communisme zonder masker' gaat hij hevig tekeer tegen de zogenaamde 'joodse decadentie': 'Dr. Magnus Hirschfield verdedigde het geslachtsverkeer van de leerlingen al op de schoolbanken. Tegen zo'n tuig had Hitler zeker met zachtheid moeten optreden!' En verder: 'Het gaat hier om een breed opgezette, stelselmatige verontreiniging van de ziel van een volk door Semitische smeerpijpen'. En Hermans besluit: 'Het echte symbool van de jood is de lelijke vogel die het zich onbeschaamd gemakkelijk maakt in het nest dat anderen hebben gebouwd'. Tijdens de Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1938 begint het VNV (Vlaams Nationaal Verbond) in Antwerpen een campagne met de leuze: 'Weg met de joden'. Burgemeester C. Huysmans staat niet toe dat de stadsborden beplakt worden met aanstootgevend verkiezingsmateriaal waarin de draak gestoken wordt met de 'profiteurs, cumulards en vreemde parasieten'. Spottend publiceert het VNV-blad Volk en Staat een foto van een groep joden en tekent hierbij aan: 'De beschermelingen van Huysmans. Jammer voor hen dat ze niet mogen meestemmen'.(2) En ook nog: 'Wij Vlamingen willen baas zijn en blijven in eigen land'. (3)Het VNV versiert haar partijlokaal Malpertuus met een spandoek waarop staat 'Antwerpen aan de Sinjoren! Weg met de Joden. Stem Vlaams Volksblok nr. 5'. Het Vlaams Volksblok is een gemeenschappelijke lijst van het VNV, de middenstandsorganisatie Eenheidsfront en enkele katholieke Vlamingen. Op bevel van burgemeester Huysmans verwijdert de brandweer het spandoek. Niet alleen in het VNV, waarvan Hermans sinds 1935 lid is, viert het racisme hoogtij. In de zomer van 1938 heeft het virus al een deel van 'beschaafd rechts' aangetast. Zo misbruikt ook de Katholieke Vlaamse Volkspartij van lijstaanvoerder Leo Delwaide het 'jodenvraagstuk' om stemmen te ronselen. In haar verkiezingspropaganda heet het dat de joden Antwerpen 'overspoelen', zich 'heer en meester' maken van het stadspark, 'samenspannen' met de communisten en 'ons werk afpikken'.(4) Op een katholiek verkiezingspamflet met spotprent worden Huysmans en zijn 'joodse vrienden' de vijver van het stadspark ingetrapt. Het is de Katholieke Vlaamse Volkspartij (KW) ernst met haar streven naar toenadering tot het racistische programma van het VNV en REX. Op 22 november 1938 wordt in de Kamer gedebatteerd over de immigranten- en vluchtelingenproblematiek. Ch. du Bus de Warneffe geeft grif toe dat België niet nog meer vluchtelingen kan slikken en dat een racistische reflex onafwendbaar is al de tolerantiedrempel door verdere inwijking overschreden wordt. Deze toegeving betekent een aanmoediging voor het VNV. De zogenaamde 'gematigde' Romsée zet het VNV-standpunt uiteen. Het VNV wordt door links van racisme beschuldigd, maar Romsée ontkent dat. In tegenstelling tot de nazi's, die de joden als minderwaardige ondermensen beschouwen, tracht het VNV haar racisme met meer 'respectabele' economische en nationalistische argumenten te verdoezelen. Romsée: 'Onze houding berust uitsluitend op de imperatieve noodwendigheden van economische en nationale beveiliging van onze eigen volksgemeenschap tegen de massale inwijking van vreemdelingen. Deze inwijking betekent niet alleen een gevaar op economisch, maar ook en vooral op volksnationaal gebied'. Het VNV speelt in op nationalistische sentimenten als 'raszuiverheid', de 'eigen nationale identiteit en cultuur' en 'het eigen volk eerst'. Het verspreidt de idee dat vreemdelingen en andere culturen het bestaan en de samenleving van de 'echte' Vlamingen zouden bedreigen. Voorts zijn de immigranten volgens Romsée ongewenst omdat ze economisch niet meer bruikbaar zijn en het werk afpakken van de 'eigen volksgenoten'. Na dit kamerdebat worden joden 'officieel' niet meer naar nazi-Duitsland teruggedreven, maar voortaan worden ze ondergebracht in vluchtelingencentra te Merksplas, Wortel, Halle en Eksaarde. Op 10 mei 1940 valt Hitler België binnen. 'Voor ons was het alsof de vakantie vroegtijdig begon', zo verklaart Dillen.(5) Al gauw worden joden, verzetslieden en patriotten opgesloten in 'de hel' van Breendonk, waar ze onder handen genomen worden door Duitse en Vlaamse SS-beulen. Tussen 22 juli 1942 en de bevrijding worden 25.257 joden, onder wie 5.093 kinderen, bij razzia's opgepakt, naar de Mechelse Dossin-kazerne gebracht en vervolgens naar Auschwitz en de vernietigingskampen gedeporteerd.(6) Tijdens de razzia's kamt de Gestapo hele wijken in Antwerpen en Brussel systematisch uit. Er zijn vele vormen om het geweten te laten afleiden, weg te kijken, te zwijgen. Dillen geeft zich over aan de lectuur van 'De leeuw van Vlaanderen' van Hendrik Conscience. In zijn ivoren toren aan de Antwerpse Godefriduskaai, waar zijn ouders wonen, moet de verschrikkelijke werkelijkheid van 1942 plaats ruimen voor de Guldensporenslag van 1302. Het lijkt wel of hij geen voeling heeft met hetgeen zich om hem heen voordoet. Wanneer dan aan het eind de onuitstaanbare waarheid van de holocaust naar buiten komt, beroept hij zich erop niets geweten of ook maar vermoed te hebben. Hij zegt letterlijk: 'Wij merkten wel dat de joden verdwenen, maar in Antwerpen ging dat toch veel onopvallender in zijn werk dan in Nederland. We hadden er helemaal geen benul van wat er met die mensen gebeurde'.(7) Dillen blijft vlijtig studeren aan het atheneum tot in 1943. Zijn 'flamingantische' vorming krijgt hij van leraren als Oswald Everaert, later dienstoverste lichamelijke opvoeding van de NSJV (Nationaal-socialistische Jeugd in Vlaanderen), en de inciviek Oscar van der Hallen. Deze laatste is de broer van de bekende Ernest van der Hallen, die na de dood van Dosfel in 1925 geestelijk leider werd van de Vlaams-nationalistische jeugdbeweging AKVS (Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond). Het AKVS bestrijdt hevig de KSA en leunt nauw aan bij Wies Moens, medestichter in 1931 van de fascistische politieke formatie, het Verdinaso (Verbond van Dietse Nationaal-solidaristen). Het Antwerpse atheneum is in die zwarte jaren een broeinest van extremistische agitatie. Na de oorlog zullen niet minder dan vijfentwintig foute leraars de bons krijgen.(8) Dillen wordt lid van de Vlaams-nationale Jongstudentenbond 'Ontwikkeling' met als embleem een 'goedendag'. Onder invloed van zijn leraars wordt hij in hart en nieren anti-Belgisch.(9) Het anti-communisme wordt hem met de paplepel ingegoten. Alhoewel hij erop rekent dat het nazisme zal leiden tot de ontvoogding van Vlaanderen, stapt hij niet daadwerkelijk in de collaboratie. Maar het is dan al 1943 en wie zijn ogen en oren open doet, kan het niet ontgaan dat Hitler na Stalingrad de oorlog verloren heeft. Inmiddels is ook de clandestiene groepering 'Nederland Eén' ontstaan met onder andere Walter Bouchery, leider van de kaderscholen van het AVNJ (Algemeen Vlaams-nationaal Jeugdverbond), de jeugdorganisatie van het VNV. Nederland Eén is een marginale beweging die zich afzet tegen de verduitsing en het prijsgeven door de VNV-leiding van de Dietse gedachte, de hereniging van de Lage Landen. Tussen 1943 en de bevrijding werkt Dillen in Mechelen op de Administratieve Rechtsmacht, een dienst van het Antwerpse provinciebestuur die overtredingen op de voedselbevoorrading beteugelt. In mei 1945 geven de Duitsers zich definitief over en kan de balans van vijf jaar bezetting en collaboratie worden opgemaakt. 40.998 Belgen werden naar Duitsland gesleept. 13.750 kwamen hierbij om. Van de 25.257 gedeporteerde joden overleefden amper 1.205 de gruwelen. 2.019 verzetslieden werden zonder pardon terechtgesteld. Anderen verlieten als menselijke wrakken de concentratiekampen. Het economische establishment kwam daarentegen vrijwel ongehavend uit de oorlog. Het Belgische grootkapitaal, varend op het kompas van de Galopin-doctrine, zo genoemd naar de gouverneur van de Société Générale, verreweg de grootste holding, deed tijdens de oorlog wat het altijd al had gedaan: produceren en winst maken. Dat op die manier de nazi-oorlogsmachine werd gesteund, wordt in de betere kringen nauwelijks bekritiseerd. De heersende klasse heeft maar één betrachting: de economische en politieke continuïteit verzekeren. Ze is erop uit het sterke linkse verzet uit te schakelen. Na de bevrijding is dit de grote uitdaging waarvoor de regering komt te staan. Op 13 november 1944 geeft de regering-Pierlot bevel aan het verzet de wapens in te leveren, hetgeen vier dagen later ook gebeurt. Kort daarop, op 26 november, betoogt het door de communistische partij gesteunde Onafhankelijkheidsfront in Brussel tegen de ontmanteling van het verzet. De inmiddels door de Engelsen herbewapende rijkswacht opent het vuur op de demonstranten. Balans: vijfenveertig gewonden.(10) Een ander netelig probleem voor de autoriteiten, de berechting van collaborateurs, zal nagenoeg drie jaar in beslag nemen. Het gerecht legt 346.283 dossiers aan en uiteindelijk worden 53.052 personen veroordeeld. 241 collaborateurs worden terechtgesteld: 122 Walen, 105 Vlamingen en 14 Brusselaars. Nauwelijks 1.100 economische collaborateurs worden bestraft. Vele landverraders weten te ontkomen. Zo vlucht Degrelle (leider van REX en het Waalse SS-Legioen) naar het Spanje van Franco. De ter dood veroordeelde Robert Verhelen vindt een veilig onderkomen in Oostenrijk, waar hij van 1946 tot 1956 voor rekening van de CIA de Sovjet-Unie bestrijdt. De gewezen SS-er Verhelen was hoofd van het beruchte Veiligheidskorps van de De Vlag. In die functie was hij verantwoordelijk voor bloedige terreur- en moordaanslagen op het verzet. Niet minder dan duizend voortvluchtige Vlaamse incivieken vinden in het Peronistische Argentinië een nieuw vaderland. Onder hen grote tenoren uit de collaboratie als Lagrou (stichter van de Algemene SS-Vlaanderen), Rene van Thillo (leider van de Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen) en Leo Poppe, gewezen hoofdredacteur van de Jonge Nationaal-Socialist, het blad van de Nationaal-socialistische Jeugd in Vlaanderen en spil van het verenigingsleven van geëmigreerde collaborateurs en hun blad Schakel.(11) Collaborateurs die nauw in contact stonden met de economische machthebbers komen er doorgaans genadig van af. De VNV-er Leo Wouters (medestichter van het VNV en het Vlaams Blok) krijgt één jaar cel. Hij werd door de Duitsers aangesteld als generaal-gevolmachtigde voor de Arbeid. Met het oog op de realisatie van een nieuwe arbeidspolitiek voerde hij gesprekken met het VEV (Vlaams Economisch Verbond). Dit telde menig uitgesproken VNV-sympatisant, onder andere afgevaardigd-beheerder E.F. Brieven en algemeen secretaris Piet Bes-sem. Met de bevrijding komt voor Dillen abrupt een einde aan een zorgeloze 'vakantie'.(12) Nu breekt 'de catacombentijd' van de repressie aan. In de ogen van Dillen zijn de werkelijke misdadigers niet de nazi's en hun handlangers, maar de Belgische staat, de patriotten en verzetslieden. Vol wrok schrijft hij: 'In de wervelstorm van een ondergaande wereld, door de inquisitie en de bloedraden, door het losgelaten gepeupel, door de in beulen veranderde farizeeërs, ging de laatste Vlaamse macht verloren.'(13) Na de bevrijding wordt de Administratieve Rechtsmacht ontbonden. Dillen wil andere talen en landen ontdekken. Hij slaagt voor een examen van het Britse leger en na een kortstondige opleiding in Brugge belandt hij in de zomer van 1945 op de Engelse censuurdienst in Bonn. Het verhaal wil dat hij daar kennis maakt met de zus van Toon van Overstraeten. Deze laatste ging op zijn zeventiende in 1943 naar het Oostfront en maakte tot 1945 deel uit van het Vlaams Legioen. Na de oorlog zat hij daarvoor twee jaar vast. Na zijn legerdienst treedt Dillen midden 1947 als bediende in dienst bij de Antwerpse Taxi Maatschappij Renault (ATM). Het uur van de politieke actie is voor hem geslagen. Het Sint-Arnoutsvendel - Inhoud Na de bevrijding lijkt het alsof het fascisme definitief verslagen is. Extreem-rechts in Vlaanderen zit totaal in het slop. Sluipend maar zeker treden er echter spoedig veranderingen op. Vooral jongeren die voorheen in de jeugdbeweging van het VNV actief waren, gaan door met de strijd. De jeugdbeweging is een onverdachte plaats van samenkomst. Wat is er immers onschuldiger dan voettochten en gezellige avonden rond het knetterende kampvuur? Juist daarom is de jeugdbeweging een ideale dekmantel voor hernieuwde rechts-radicale agitatie. Vanaf 1945 worden extremistische jeugdgroepen in het leven geroepen door enkele oud-leden van de door de Duitsers gecontroleerde Dietse Blauwvoetvendels (DBV), die in 1941 opgingen in de Nationaal-socialistische Jeugd in Vlaanderen (NSJV). Zo ontstaan de Brugse Jeugd-geuzenstorm en de Brusselse Zilvermeeuwtjes. Het duurt tot 1946 voor het Sint-Arnoutsvendel in Antwerpen actief wordt. Initiatiefnemer hiervan is de ex-DBV-er Wim de Roy, bijna twintig jaar oud. Hij gedraagt zich als een autoritair 'banleider' en besteedt veel aandacht aan aantreden in het gelid, bevelen en marcheren in kaki-uniform. De andere jeugdgroepen staan vol bewondering voor de 'orde en tucht' die in het Sint-Arnoutsvendel heersen. De muziekkapel stapt regelmatig door de stad. De leden zamelen kleding, voedsel en geld in voor veroordeelde collaborateurs en dit hulpbetoon staat ook centraal bij de jaarlijkse Sinterklaas- en Kerstacties. De jaarlijkse jeugdfeesten in de zaal van de dierentuin, waar na de oorlog incivieken kortstondig in leeuwekooien vastzaten, zijn de eerste uitingen van extreem-rechtse actie in Antwerpen. Hoe komt Dillen in het Sint-Arnoutsvendel terecht? In de zomer van 1947 woont hij in de dierentuin zo'n vendelfeest bij. In de herfst treedt hij dan als tweeëntwintigjarige tot het Sint-Arnoutsvendel toe. 'Een nogal gekke situatie gezien mijn gebrek aan sportieve belangstelling', erkent Dillen en hij besluit: 'In de volgende twee jaar deed ik dus vooral aan vorming'.(14) De naam van het vendel is ontleend aan Sint-Arnout, die in de elfde eeuw door graaf Boudewijn V tot ridder geslagen werd, waarna hij zijn harnas voor een pij inruilde en als monnik in dienst van de 'Hoogste Leenheer' trad. Het Sint-Arnoutsvendel hekelt venijnig de repressie en Elst amnestie, hoewel de houding van de collaborateurs zich bepaald niet door een overmaat aan vroomheid kenmerkte. Het Sint-Arnoutsvendel baadt in de sfeer van Rodenbachs Blauwvoeterie, een mengeling van fundamentalistisch katholicisme en heel-Nederlandse overtuiging. Bij de rechts-radicale jeugdgroepen viert de romantiek hoogtij. Zij bewonderen de strijd van de Geuzen tegen de Spaanse 'onderdrukker', eren Willem van Oranje als de 'vader des vaderlands' en dromen van de zestiende eeuw, toen Noord en Zuid verenigd waren. Het Jeugdverbond der Lage Landen gaat vanaf 1947 de verschillende rechts-radicale jeugdgroepen overkoepelen en verspreidt het tijdschrift Vive le Gueux, waarvan het eerste nummer door Walter Bouchery gedrukt wordt. De Antwerpse advocaat Bouchery, 'Den Boesj' voor vrienden, was voor en tijdens de oorlog een hoog kaderlid in de VNV-jeugdbeweging AVNJ. In oktober '45 werd hij bij verstek ter dood veroordeeld. Deze straf verhinderde hem niet onmiddellijk koortsachtig aan de wederopstanding van extreem-rechts te werken. Hij leefde 'ondergedoken' in zijn eigen woning, ontving er geregeld collaboratiepersoonlijkheden als Victor Leemans en ging zelfs probleemloos veroordeelde vrienden in de gevangenis bezoeken. Wanneer hij zich tenslotte bij de politie aanmeldde, werd hij in voorlopige vrijheid gesteld. Na eindeloze rechtszittingen kreeg hij uiteindelijk een zeer milde straf. Inmiddels had hij een drukkerij en uitgeverij opgericht. Zijn uitgeverij Luctor verspreidde allerlei boeken over de repressieprocessen tegen Borginon, Romsée, Van Dieren, enzovoort. De redactie van Vive Le Gueux bestaat uit Manu Ruys, de huidige Sunair-baas Rudolf van Moerkerke, en de ex-DBV-ers Staf Vermeire en Jan Olsen, die ook met de 'Nederland Eén-beweging' hadden gesympatiseerd. Het eerste nummer wordt door het gerecht in beslag genomen en Manu Ruys vertrekt geruisloos naar De Standaard, dagblad voor maatschappelijke, staatkundige en af en toe ook collaboratiebelangen, dat vanaf 1 mei 1947 opnieuw verschijnt. Werken mee aan De Standaard: de gewezen VNV-senator Bert D'Haese, de Antwerpse oorlogsburgemeester Leo Delwaide en Emiel de Winter, die tijdens de oorlog belast was met de ravitaillering. Merkwaardig genoeg behoort ook de naar Zwitserland gevluchte socialistische voorman Hendrik de Man tot de eerste medewerkers. De BWP-voorzitter verwelkomde in mei 1940 de nazi-inval als een 'verlossing' en ontbond de socialistische partij. Hij publiceert in het eerste half jaar anoniem acht hoofdartikels in De Standaard.(15) Het opnieuw verschijnen van De Standaard is een teken van het zich snel wijzigende politieke klimaat in binnen- en buitenland. Het socialistisch-katholieke kabinet onder leiding van Spaak luidt de Koude Oorlog in België in. Spaak wordt geabsorbeerd door anti-communisme. Getuige zijn redevoering op 28 september 1948 voor de algemene vergadering van de UNO. 'Weet u welke de grondslag is van onze politiek?', roept hij aan het adres van de Sovjet-Unie. 'Het is de angst. De angst voor u. De angst voor uw regering. De angst voor uw politiek.' Extreem-rechts heeft steeds de strijd tegen het 'goddeloze' communisme als rechtvaardigingsgrond voor haar collaboratie aangevoerd. Nu krijgt het plotseling de wind in de zeilen en komt een einde aan haar schemerbestaan. Via verscheidene activiteiten kan extreem-rechts al weer een ruimer publiek bereiken. Kenmerkend voor het herwonnen zelfbewustzijn is, dat uiterst rechts zich opnieuw krachtig genoeg voelt om de strijd aan te binden met klassiek rechts, voornamelijk de CVP. Tot groeiende woede van uiterst rechts tracht de CVP de hand te leggen zowel op de Vlaams-nationalistische jeugdbeweging als op de Ijzerbedevaart en het Vlaams-nationaal Zangfeest. Deze laatste manifestaties waren al voor de oorlog in VNV-vaarwater terecht gekomen. Begin april 1948 vindt het Paascongres der Jongeren plaats in een zaal aan de Lange Gasthuisstraat in Antwerpen. Het initiatief gaat uit van een kleine groep Vlaams-radicale jongeren, onder wie Wim Jorissen, Rudi van der Paal en de gewezen Dinaso Herman Todts. Zij overtuigen de Katholieke Vlaamse Landsbond (koepelorganisatie van katholieke jeugdbewegingen als Chiro, WKS, KAJ) mee te doen. Het is een geruchtmakend congres. Het Sint-Arnoutsvendel en andere extremisten juichen de pas vrijgelaten en met het VNV sympathiserende senator Edmond van Dieren stormachtig toe en klagen luidruchtig het 'zoetwaterflamingantisme' van de Katholieke Vlaamse Landsbond aan.(16) Op het zangfeest in de Antwerpse Beurs, op de vooravond van het congres, honen ze de Braba^onne weg en laten ze de Belgische vlag uit de congreszaal verdwijnen.(17) Enkele maanden later belegt het Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ) het eerste naoorlogse Zangfeest. Initiatiefnemers zijn Herman Wagemans en Willem de Meyer, één van de bezielers van de oorlogs-zangfeesten. Wagemans was in '39-'40 praeses van het Leuvense KVHV (Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond). Zijn toespraak op de begrafenis van Mgr. Ladeuze verwekte in nationalistische kringen grote beroering. Na de bevrijding verdedigde hij als advocaat verscheidene collaborateurs, totdat hij zelf in de gevangenis van de Begijnenstraat belandde. Hij werd volgens het blad De Volksbeweging ervan verdacht tijdens de oorlog te zijn opgetreden als officier van de Zwarte Brigade.(18) Wagemans werd evenwel vrijgesproken door het Antwerpse Krijgshof op 21 juni 1946. De initiatiefnemers zoeken toenadering tot de katholieke jeugdbewegingen en weten WKS-verbondscommissaris, Maurits Vanhaegendoren, te strikken. Het eerste naoorlogse Zangfeest vindt plaats in het katholieke Kortrijk en trekt ongeveer tweeduizend belangstellenden. Voorzitter Wagemans roept op tot verzoening tussen 'witten' en 'zwarten'.(19) Nog in 1948 vindt de eerste naoorlogse Ijzerbedevaart plaats. Tot het IJzerbedevaartcomité behoren de CVP-ers Jef de Schuyffeleer (ACW), Marcel van de Wiele (KAJ) en Karel van Cauwelaert (directeur van Het Volk). Ondanks scherpe protesten van politieke gevangenen, verzetslieden en vaderlandslievende groeperingen, verenigd in het Nationale Comité voor Actie en Waakzaamheid, geeft de toenmalige socialistische minister van Binnenlandse Zaken, Piet Vermeylen, zijn zegen. Tien- tot vijftienduizend mensen zakken naar Diksmuide af om trouw te zweren aan Christus en Vlaanderen.(20) De rechtsextremisten van het Jeugdverbond der Lage Landen zijn duidelijk present. Zowat honderd in getal, houden ze op de vooravond van de bedevaart een groots kampvuur met dans, muziek en voordracht. De volgende dag weten ze een deel van de massa warm te maken voor het zingen van het niet-geprogrammeerde Wilhelmus.(21)Alhoewel demonstraties in uniform verboden zijn, dringt de muziekkapel van het Gentse Arteveldevendel tot op de bedevaartweide door. In maart 1949 ontvangt het Sint-Arnoutsvendel het bezoek van het Arteveldevendel, dat in mei '48 de eerste openlijke herdenking van de gewezen Verdinaso-leider Joris van Severen organiseerde. Ze marcheren geüniformeerd en in het gelid door Antwerpen en Dillen loopt op de eerste rij. De 'zwarte' neigingen van het Sint-Arnoutsvendel zijn frappant. Het weigert bijvoorbeeld in 1949 het juli-nummer van De Blauwvoet te verkopen, omdat hierin gepleit wordt voor een verzoening tussen 'witten' en 'zwarten'. Kort daarop zegt Dillen de jeugdbeweging vaarwel. Hij is nu klaar voor het grote werk. De Vlaamse Concentratie - Inhoud Extreem-rechts wacht een nieuwe kans af, en krijgt die in 1949-1950. Het zijn vooral de Koude Oorlog en de Koningskwestie die extreemrechts nieuw leven inblazen, en zorgen voor een ontspanning tussen uiterst rechts en 'beschaafd' rechts. Volgens de Amerikaanse propaganda staat het Vrije Westen op het punt ten prooi te vallen aan de Sovjet-legers. Daarom wordt in 1949 de NAVO opgericht, waarvan België onmiddellijk lid wordt. Sommige rechtsextremisten achten het ogenblik aangebroken om de krachten te bundelen in een nieuwe partij, terwijl anderen twijfelen als gevolg van de 'verruimingsstrategie' van de CVP. De grote architecten van deze politiek zijn ACW-leider P.W. Segers en Leo Delwaide, respectievelijk oorlogsschepen en oorlogsburgemeester van Groot-Antwerpen. De verruimingsstrategie is erop gericht een heruitgave van het VNV 'overbodig' te maken en het hele rechtse kiezerspotentieel achter zich te krijgen, zelfs als dat betekent dat de CVP 'begrip' moet tonen voor collaboratie, en hevige aanvallen moet lanceren op de communisten en het verzet. Segers hoopt aldus tot één krachtige conservatieve partij te komen die bij de verkiezingen van 26 juni 1949 de volstrekte meerderheid haalt en daarna Leopold III naar België terugbrengt. VNV-kopstukken als Borginon (tijdens de oorlog commissaris voor de Grote Agglomeraties, later voorzitter van het IJzerbedevaartcomité) en Romsée (gewezen secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken) kanten zich tegen de oprichting van een nieuwe rechts-radicale partij en dringen aan op onderhandelingen met de CVP. Beiden zitten op dat ogenblik nog in de gevangenis en rekenen op de CVP om vrij te komen en de repressie op te doeken. Verder verwijzen ze naar de concentratiepolitiek, het samengaan van VNV en KW (Katholieke Vlaamse Volkspartij) voor de oorlog. Borginon was overigens samen met Gaston Eyskens één van de ondertekenaars van het beginsel-akkoord KW-VNV in december 1936. Borginon en Romsée zullen in 1952 voormalige VNV-ers samenbrengen om een pressiegroep op de politieke partijen, namelijk de Vlaamse Volksbeweging (VVB) Dillen is wel voor eenheid met de CVP om algemene amnestie en eerherstel voor de collaborateurs af te dwingen, maar dat mag niet ten koste gaan van de oprichting van een nieuw VNV. Deze weg brengt Dillen onvermijdelijk in aanvaring met de CVP. Hij vergelijkt de CVP zelfs met een 'vampier', die al diegenen die haar kussen, doodt. Hij kan de CVP-houding in de repressie-tijd niet vergeten en vergeven. Hij doopt zijn pen in zwavelzuur om deze periode te omschrijven. 'Toen het erop aankwam de kern van de Vlaamse Beweging, de zuiverste idealisten van ons volk, te liquideren, stonden onze vijanden samen. Toen 4 september 1944 kwam en -om het met de woorden van een Vlaams schrijver te zeggen - de bevrijding boven ons land losbarstte, lieten ze het masker vallen en toonden de vijanden van Vlaanderen hun waar gelaat', aldus Dillen. Zijn instinctieve hekel aan het verzet doet hem zelfs in het onverkwikkelijke 'Untermensch'-jargon van de nazi's vervallen. Dillen: 'Zoals ze tijdens de oorlog samen in Londen de wetten uitgebroed hadden die na de oorlog Vlaanderen moesten wurgen, zoals ze tijdens de oorlog samen tot de sluipmoorden waren overgegaan, zo gingen na de oorlog de brave deftige leiders en de primaire knechten van het politieke clericalisme hand in hand met de marxistische en communistische ondermensen en de franskiljonse loge-broeders'.(22) In de lente van 1949 voeren Victor Leemans en J.Custers onderhandelingen met P.W. Segers en Leo Delwaide van de CVP, alsook met vertegenwoordigers van de Vlaamse Concentratie. Leemans was voor de oorlog nationaal-socialistisch theoreticus van het VNV en leider van de corporatieve 'Arbeidsorde'. Tijdens de bezetting was hij secretarisgeneraal van Economische Zaken. Custers bekleedde de post van commissaris-generaal van Wederopbouw. Beiden onderhielden dus innige contacten met de zakenwereld, zodat het niemand verbaasde dat ze in '47 buiten vervolging werden gesteld. Het einde van het lied is dat beide onderhandelaars een CVP-zetel in de Senaat aangeboden krijgen. Custers en Leemans laten daarop de Vlaamse Concentratie als een baksteen vallen. Deze CVP-keuze legt hen geen windeieren. Na de verkiezingen in juni '49 komen ze in het parlement en later promoveren ze tot CVP-minister. Leemans schopt het zelfs tot voorzitter van het Europees Parlement. Manu Ruys noemt hem eerbiedig een 'dienaar van land en volk'.(23) Dillen kan het overlopen van Custers en Leemans maar matig waarderen. 'Op dat ogenblik hebben renegaten en verraders de moed gevonden Vlaanderen de rug toe te keren omwille van wat klein persoonlijk belang! Wij spuwen op hen', verzekert Dillen misnoegd.(24) Met de weinige tijd die voor de verkiezingen overblijft, wordt nog gedaan wat mogelijk is. Op 14 mei 1949 wordt de Vlaamse Concentratie officieel boven de doopvont gehouden. Ingenieur Donckerwolcke, een man met een onbelast verleden, wordt voorzitter. In het bestuur zetelt menig advocaat, onder anderen Van Dieren (bekende Brusselse verdediger van collaborateurs), Norbert de Witte uit Brugge (ex-hoofdredacteur van Dinaso-student), Frans Matheessens (gewezen VNV-raadslid in Antwerpen).(25) Achter de schermen spelen lieden uit de VNV-kringen een actieve rol. Bijvoorbeeld Hector de Bruyne (redacteur bij het VNV-orgaan Volk en Staat) en Paul-Felix Beeckman (commissaris van Lonen en Prijzen in de oorlogsadministratie). De collaborateurs beschouwen de Vlaamse Concentratie als 'hun partij'. Zo schrijft de gewezen Waffen-SS-er Bert van Boghout vanuit het kamp van Beverlo op 10 september 1949 naar Opstanding: 'Het is een levenslang veroordeelde die u duidelijk zegt: de besten onder ons blijven ongebroken en zijn vastbesloten hoe dan ook de politieke strijd voort te zetten. De Vlaamse Concentratie vormt voor ons de politieke belichaming van deze levenswil'. Het politiek programma van de Vlaamse Concentratie is eenvoudig: algehele amnestie voor de collaborateurs, terugkeer op de troon van Leopold III, rechtspersoonlijkheid voor de vakbonden. In dit verband verspreidt de Vlaamse Concentratie het volgende ordewoord: 'De in Vlaanderen gevestigde fabrieken, werkhuizen en firma's, die naast christelijke arbeiders ook leden tellen van de bolsjewistische vakbonden, krijgen één maand om hun personeel te 'zuiveren' of het aan te zetten ontslag te nemen uit de rode, politieke gevechtsmachines. Stellen deze patroons zich verder aan als verspreiders van het bolsjewisme in Vlaanderen, dan zullen hun produkten in alle Vlaamse winkels en huizen geweerd worden'. Bij de verkiezingen op 26 juni 1949 behaalt de Vlaamse Concentratie 103.000 stemmen. De grote overwinnaar is echter de CVP, die op één zetel van de volstrekte meerderheid in de Kamer strandt. De verruimingspolitiek en de 'opening' naar uiterst rechts hebben vruchten afgeworpen. Zo vergaart de VNV-er Emiel De Winter (tijdens de oorlog secretaris-generaal voor Ravitaillering) 26.831 voorkeurstemmen op de CVP-lijst in Brussel. De verkiezingsuitslag is verre van ontgoochelend voor de Vlaamse Concentratie, gelet op de korte en gebrekkige voorbereiding. Wel kreeg de Vlaamse Concentratie de steun van allerlei extreem-rechtse schimpblaadjes die na de oorlog, zonder noemenswaardige tegenkanting van de overheid, als paddestoelen uit de grond schoten. Allereerst Rommelpot, een satirisch blad dat van Kerstmis '45 tot Kerstmis '49 verschijnt. Onder de oprichters zijn er amper twee die niet uit collaboratiekringen komen. Het blad wordt volgeschreven door Arthur de Bruyne en gevierde Vlaamse auteurs als Valère Depauw, Albe en Ernest Claes. Hoofdredacteur is Daniël Merlevede, die tevens deel uitmaakt van het bestuur van de Vlaamse Concentratie. Ook 't Pallieterke looft de Vlaamse Concentratie. Dit 'weekblad voor mensen met een goed hart en een slecht karakter', zoals de ondertitel luidt, verschijnt vanaf mei '45. Oprichter is Bruno de Winter, een journalist van Het Handelsblad. Tenslotte wordt de Vlaamse Concentratie aangeprezen door Opstanding. Het wordt op 18 juni 1949 op de markt gebracht door Walter Bouchery, (ex-AVNJ-leider, in de jaren '50 grondlegger van het Antwerpse Bouwcentrum). Opstanding wordt de officiële spreekbuis van de partij. Het vierde nummer stelt de verkiezingskandidaten van de Vlaamse Concentratie voor. Het wordt op niet minder dan 300.000 exemplaren verspreid. Dillen werkt intens mee aan Opstanding en de Vlaamse Concentratie. Het blad schrijft uitgebreid en bewonderend over oud-collaborateurs en beschimpt voormalige verzetsstrijders als 'gangsters, schooiers, huichelaars en bedriegers'.(26) Hendrik Tanrez, alias Spartacus, de voornaamste redacteur van Opstanding, schreef tijdens de oorlog in de pro-nazi krant De Dag. Tanrez is ook de auteur van het boekje De hel ontketend, een rauw pamflet tegen de repressie. Andere medewerkers zijn Anton Mermans en de broers Arthur en Hector de Bruyne. Alle drie waren tijdens de bezetting journalist bij de VNV-krant Volk en Staat en zullen later geregeld publiceren in Dillens blad Dietsland-Europa. Arthur de Bruyne zal zich ontwikkelen tot de bekende geschiedschrijver van het zwarte Vlaanderen met o.a. talloze bijdragen in 't Pallieterke onder de schuilnaam E.D.V. Hij zal ook belanden in de European Freedom Council, die nauw verweven is met de Anti-bolshevik Block of Nations. Vanaf 1971 wordt hij ondervoorzitter van de Beweging van de Verenigde Staten van Europa, waarvan Walter Kunnen de bezieler is. In datzelfde jaar wordt zijn broer, Hector de Bruyne, directeur van de Financieel-Economische Tijd. Hector de Bruyne schrijft ook in 't Pallieterke, waar hij verantwoordelijk is voor de rubrieken 'Uit de diplomatieke valies' en 'De man in de kijker', tot hij VU-minister wordt in juni '77. Het jaar 1950 staat volledig in het teken van de 'koningskwestie'. Extreem-rechts in Vlaanderen met zijn 'Belgikske-nikske-Vlaanderen-alles-mentaliteit' zag het koningshuis altijd als het symbool bij uitstek van de zo gehate Belgische staat. In 1950 ontpopt datzelfde extreemrechts zich echter als de vurigste aanhanger van koning Leopold III, op wie zij rekent om een autoritair regime te vestigen. Opstanding omschrijft Leopold III als 'een veldheer die zijn volk van een bloedbad redde'. Zijn capitulatiepolitiek tegenover Hitler heet een 'grootmenselijke daad', omdat de koning in het land bleef tegen de uitdrukkelijke wil in van de 'decadente regering'.(27) In Opstanding moeten vooral de communisten het ontgelden. Zij betaalden een zeer zware tol aan mensenlevens in het verzet en zijn nu erg actief in de strijd tegen de terugkeer van Leopold III. Cynisch genoeg keert Opstanding de rollen om. 'Er lopen in dit land nog vele duizenden andere incivieken rond die heel wat gevaarlijker zijn dan diegenen die door de krijgsraden voor een hele tijd onschadelijk werden gemaakt. Wij doelen in de allereerste plaats op de handlangers van Moskou. Zij zijn de incivieken van vandaag en morgen', schrijft Opstanding op 18 februari 1950. Op 12 maart 1950 grijpt een volksraadpleging plaats om uit te maken of de 'banneling' Leopold III al dan niet opnieuw op de troon plaats kan nemen. Een duidelijk Vlaamse meerderheid is voor terugkeer, maar voor de meeste Walen uit de industriële centra Luik en Henegouwen is Leopold III niet meer welkom. De drie traditionele partijen vinden geen oplossing voor de 'koningskwestie', zodat verkiezingen onvermijdelijk zijn. Extreem-rechts realiseert zich dat het met één Leopoldistische partij ten strijde moet trekken om te kunnen winnen. Na onderhandelingen met P.W. Segers beslist de Vlaamse Concentratie haar leden te adviseren een 'nuttige' stem op de CVP uit te brengen. Bij de verkiezingen van 4 juni behaalt de CVP de volstrekte meerderheid mede dank zij de Vlaamse Concentratie. In het kielzog van deze stembusuitslag probeert de Vlaamse Concentratie de CVP op sleeptouw te nemen en de weg te bereiden voor de vestiging van een katholiek autoritair regime. Op 24 juni 1950 schrijft Opstanding: 'Morgen zal de CVP voor de keus staan: ofwel ons aanvaarden als georganiseerde bondgenoten, die loyaal en oprecht haar programma integraal helpen uitvoeren -en het onze ook- om een Vlaamse, sociale en christelijke landsleiding tot stand te brengen en te handhaven tot in de verte der tijden; ofwel opnieuw een monsterverbond aangaan met de blauwe vrijmetselarij en de rode internationales om het land weer in de ellende te dompelen'. Op 21 juli 1950 keert Leopold III naar België terug. Onmiddellijk breekt een enorme staking uit, waaraan in het hele land naar schatting 700.000 werknemers deelnemen. Een week nadien kogelt de rijkswacht in de Luikse voorstad Grace-Berleur drie betogende arbeiders neer. Om de monarchie en het politieke systeem te redden, aanvaardt Leopold III twee dagen later het politieke compromis van de drie traditionele partijen. Hij doet troonsafstand ten voordele van zijn oudste zoon Boudewijn. De Vlaamse Concentratie schreeuwt moord en brand over dit CVP- verraad en richt nog een Centraal Comité van het Nationaal Verzet op om de zogeheten 'Bolsjewistische straatdictatuur' te breken.(28) De Vlaamse Concentratie besluit voortaan als zelfstandige partij aan de verkiezingen deel te nemen en de CVP overal actief te bekampen. De Vlaamse Concentratie doet niet de minste moeite om haar ideologische verwantschap met de collaboratie te verhullen. Zo organiseert de partij op 24 januari 1951 een geruchtmakende plechtigheid ter nagedachtenis van Reimond Tollenaere, commandant van de Dietse Militie - Zwarte Brigade, die in Rusland sneuvelde. Daarbij komt het tot incidenten met protesterende verzetsstrijders, politieke gevangenen en oorlogsslachtoffers . Vandaar dat de Vlaamse Concentratie besluit tot de uitbouw van de Vlaamse Militantenorde (VMO). De VMO wordt gesticht door Bob Maes, tijdens de bezetting lid van de Nationaal-socialistische Jeugd Vlaanderen, maar de feitelijke leider is de Antwerpenaar Wim Maes, die zijn sporen verdiende in de Dietse Militie - Zwarte Brigade. Naar buiten wordt de VMO gepresenteerd als de plak- en propagandaploeg van de Vlaamse Concentratie. Alhoewel de VMO zich inderdaad bezighoudt met het huis aan huis verspreiden van folders en ander propagandawerk, toch wordt de VMO vanaf 1951 vooral beroemd en berucht als knokploeg en ordedienst van de Vlaamse Concentratie. Op 23 april 1951 organiseert de Vlaamse Concentratie een meeting in het 'Hof van Engeland' te Brussel. Veertig VMO-leden bewaken de ingang. De meeting opent met een hulde aan 'al diegenen die tijdens en na de jongste oorlog voor Vlaanderen vielen'. In zijn korte toespraak wijst VMO-leider Bob Maes erop dat 'indien de machtige CVP in verhouding over evenveel strijdvaardige elementen beschikte als de kleine Vlaamse Concentratie, er in dit land nog steeds een koning zou zijn ...'. Daarna richt feestredenaar Dillen het woord tot de driehonderd toehoorders. In zijn toespraak valt hij scherp uit tegen de CVP. 'Sedert zes jaar, leven wij in dit land niet alleen in een atmosfeer van vervolgingen, maar tevens in een klimaat van leugen en bedrog. Er wordt druk geschermd met allerhande bedrieglijke leuzen, zoals 'christelijke Vlaamse eenheid'. In werkelijkheid schuilt achter al deze mooie frazen de wil van een kliek politieke parasieten van rechts om Vlaanderens lijden -waarvoor deze kliek mede verantwoordelijk is- voor eigen politieke doeleinden te misbruiken. Van de oude rechtse partij hebben wij niets te verwachten. Daar zitten de farizeeërs, de mannen van het zo verderfelijk politiek clericalisme dat in de grond allesbehalve echt christelijk is. De houding van de CVP inzake repressie is daar het bewijs van. Het waren toch politici van rechts -CVP-bonzen- die in '45-'46 samen met de vrijmetselaars en de marxisten aan de mensonterende bacchanalen van de zuivering geestdriftig meededen. Wat tegenwoordig gebeurt is echter nog weerzinwekkender: dezelfde CVP-leiders werpen zich als hyena's op wat van onze beweging nog overblijft om het voor hun politieke winkel uit te buiten: de Ijzerbedevaarten, de Vlaams-nationale zangfeesten en de jeugdbeweging.', aldus een luid toegejuichte Dillen. (29)En hij besluit: 'Wij hebben te kiezen tussen dood en leven, tussen schande en eer. Bij het maken van die keus zal de weerbare nationalistische jeugd niet aarzelen, omdat zij de ogen op het verleden gericht houdt, op het zware maar schone offer van een Reimond Tollenaere, een Karel de Feyter en een August Borms'. Dillen heeft de toon aangegeven. Hij verklaart de oorlog aan de CVP en is bereid er alles aan te doen om amnestie voor de collaborateurs af te dwingen en de nationalistische jeugdbeweging, de Ijzerbedevaart en het Zangfeest opnieuw onder extreem-rechtse controle te brengen. Op 7 april 1951 wordt te Antwerpen het tweede 'Paascongres der Vlaamse jongeren' gehouden. Het wordt op touw gezet door een Nationaal Actiecomité (NAC), waarin 'alle Vlaamse jongeren zitting kunnen nemen die een uitstraling in Vlaanderen bezitten'. Voorzitter van het NAC is Wim Jorissen, die sterk beïnvloed wordt door ex-Dinaso Herman Todts, promotor van het eerste Paascongres. In het Actiecomité zetelen zowel radicalen als meer gematigden. Tot het NAC behoren onder anderen Karel Dillen, Herman Todts, Rudi van der Paal, Staf Verrept (ex-lid van de Vlaamse Wacht) en Staf Vermeire. In het comité ontspinnen zich felle discussies over federalisme en 'rechtse eenheid met de katholieke jeugdbewegingen'. Karel Dillen en Toon van Overstraeten zijn fervente tegenstanders van een dergelijke principeloze eenheid. Verwijzend naar Reimond Tollenaere, omschrijft Dillen in Opstanding de taak van het congres als volgt: 'Een nationalistisch congres moet het mes in de wonden steken en luid verkondigen, niet alleen aan de jeugd, doch aan heel Vlaanderen: gij, heren penneknechten, gij heren van de CVP, pseudo-chistenen, pseudo-mannen van rechts, van U heeft Vlaanderen niets, maar dan ook niets te verwachten, op geen enkel gebied. Gij marcheert enkel door de zweep. ! Gij zijt de schaduw, die toch moet volgen waar wij gaan'.(30) Niet iedereen deelt zijn denkbeelden. Daarom treden Dillen en Van Overstraeten nog vóór het congres uit het NAC. Op het congres is de centrale figuur Frans van der Elst, die zich een reputatie opbouwde als advocaat van Elias, Romsée en andere tenoren uit de collaboratie. Hij houdt een opmerkelijk pleidooi voor amnestie. 'Wij willen niets weten van individuele genademaatregelen of verbeteringen. Alleen algemene en onvoorwaardelijke amnestie kan een oplossing bieden', aldus M. van der Elst. Hij zegt duidelijk waar het op staat: 'Amnestie is het schrappen van de veroordeling en dus van al ; haar gevolgen . Dat alleen is amnestie en wij aanvaarden niets minder'. Amnestie kan dan ook moeilijk anders opgevat worden dan als een postume rehabilitatie van de collaboratie. Opstanding van 14 april 1951 publiceert integraal dit amnestie-pleidooi. In hetzelfde nummer schrijft Dillen: 'M. van der Elst was de spreekbuis van het zuivere nationalistische Vlaanderen. Wat althans het gezonde deel van het Paascongres betreft, werd het om zo te zeggen bijna uitsluitend het congres van Van der Elst. Hij liet zich niet ringeloren door enkele bleekneuzige heren die zich in het actiecomité bevonden en alles in de richting van het conformisme en de braafheid wilden kanaliseren'. Opnieuw verwerpt hij zelfs de geringste toenadering tot de CVP en de katholieke jeugdbewegingen. Dillen: 'Er werd weer veel gesproken over de rechtse eenheid. Gaan we ons zelf nu nog bedriegen. Onderschrijft het Jeugdverbond voor Katholieke Actie de eis voor algemene amnestie voor de Vlaamse idealisten? Onderschrijft zij de Dietse inhoud van de Vlaamse Beweging? Komt er een ja op die twee vragen, dan kunnen we verder praten, maar eerder niet!'. De Jong Nederlandse Gemeenschap - Inhoud Om de jongeren een uiterst rechts onderdak te geven, stichten Dillen, Toon van Overstraeten en Herman Senaeve de 'Jong Nederlandse Gemeenschap' (JNG). Zes jaar na de bevrijding is een groot deel van de jeugd nog gedesoriënteerd. Van een werkelijk begrip van het fascisme is bij vele jongeren geen sprake. Deze onwetendheid speelt anti-democraten in de kaart. De JNG gaat ervan uit dat een deel van de jeugd nog 'gered' en tot een 'elite' opgevoed kan worden en heeft er veel voor over zich van deze opdracht te kwijten vermits de jeugd een wissel op de toekomst is. De opkomst van het fascisme heeft overigens getoond dat jongeren een niet te onderschatten factor zijn. De keuze van de naam van de organisatie is ongetwijfeld geen toeval. De JNG was in de jaren '30 een autoritaire en anti-Belgische groepering met als geestelijke leider de priester Robrecht De Smet. Deze laatste werkte innig samen met de ex-seminarist en Gentse student in de rechten Reimond Tollenaere, die intense contacten onderhield met Leo Wouters van de Jong Dietsland-groep. Zij beschouwden de JNG als een middel om de politieke en militaire 'elite' van het in 1933 gestichte VNV te vormen. De propaganda en de actie van de vooroorlogse JNG heeft er mede voor gezorgd dat het Vlaams-nationalisme de fascistische en pro-Duitse weg opging en zodoende later in de collaboratie verzeilde. De JNG is vooral actief in Antwerpen maar heeft ook kernen in Brussel en Gent. De JNG werpt zich op als de jongerenafdeling van de Vlaamse Concentratie. Het is geen strakke organisatie, maar er is de alles overheersende invloed van Dillen. Hij is de redenaar en de leider, en zo wordt hij ook beschouwd. Als een museumbeheerder waakt Dillen angstvallig over het collaboratie-erfgoed, dat hij zuiver en ongeschonden aan de jeugd door wil geven. Het lukt de JNG om herhaaldelijk in de actualiteit te komen met dodenherdenkingen ter nagedachtenis van vooraanstaande collaborateurs. De JNG is allesbehalve kieskeurig en lijkt zelfs een voorliefde te hebben voor de meest fascistische vleugel van de collaboratie. Getuige hiervan de herdenkingen ter ere van Cyriel Verschaeve en Reimond Tollenaere. Deze laatste was de drammerige propagandaleider van het VNV. In 1941 werd hij de eerste commandant-generaal van de Dietse Militie - Zwarte Brigade. In de strijd tussen het VNV en de Algemene SS-Vlaanderen riep hij op tot dienstneming in de Waffen-SS. Op 6 augustus 1941 trok hij naar het Oostfront, waar hij op 22 januari 1942 sneuvelde als Untersturmführer. Op 6 oktober 1951 organiseert de JNG een herdenkingsplechtigheid ter ere van Cyriel Verschaeve. Verschaeve stierf in 1949 in Oostenrijk. Voor deze priester sloeg in 1940 'het uur van Vlaanderen'. Eigenaardig genoeg steunde hij niet het VNV, maar wel de De Vlag en de Algemene SS-Vlaanderen, die beiden on voorwaardelijk achter het nationaal-socialisme en het Duizendjarige Rijk stonden. Op de herdenkingsplechtigheid in Antwerpen voeren Toon van Overstraeten en Karel Dillen het woord. Het gaat bij Dillen niet om onschuldig eerbetoon aan overledenen. De dodenherdenkingen zijn bedoeld om de jonge generatie op te wekken in het spoor van de overleden collaborateurs te treden. 'Wij zijn hier heden niet in een academische zitting bijeen. Slechts als wij ons vast voornemen te stappen in zijn spoor en te strijden naar zijn voorbeeld, slechts als wij ons vormen tot zijn testamentuitvoerders, slechts dan en dan alleen heeft deze herdenking, heeft elke herdenking van de nagedachtenis van Verschaeve of van één van de groten uit de Vlaamse Beweging enige betekenis', aldus Dillen. (31)De dodenherdenkingen volgen elkaar in snel tempo op. Op 3 november 1951 herdenken Toon van Overstraeten en Dillen namens de JNG de gevallen Oostfronters in Gent. Dillen Elst in zijn toespraak ook deze keer algemene amnestie, maar de geringste veroordeling van de nazi-terreur krijgt hij niet over de lippen. Hij eindigt zijn lange rede, die zoals vele andere integraal in Opstanding verschijnt, met de woorden: 'Kameraden de keuze kan niet twijfelachtig zijn tussen CVP-senator Victor Leemans en de voor Vlaanderen gecrepeerde Jeroom Leuridan (ex-VNV-volksvertegenwoordiger) nvdr). Tussen CVP-partijvoorzitter Theo Lefèvre en De Leider, die zijn heel leven slechts liefde kende voor Vlaanderen, Staf de Clercq. Tussen een Marcel van de Wiele in het IJzerbedevaartcomité en de terechtgestelde Karel De Feyter (spilfiguur van de Vlaamse Wacht nvdr.). De keuze kan uiteindelijk niet twijfelachtig zijn tussen de Van Cauwelaerts, staatsminister en kamervoorzitter, en de Vlaamse Christus, Dr August Borms. Kameraden op! Vecht verbeten en fanatiek voor Dietsland en Europa, voor de Vlaams-nationale Beweging en een nieuwe geest inhet Avondland. Vecht in de geest van de oude leiders, in het spoor van de idealisten die alles offerden. Kameraden, voert het testament uit van onze doden en van Dr. Borms. Vecht in de geest van zijn laatste woorden. In houwe trouwe voor Vlaanderen tot de dood! Dietsland, hou zee! Kameraden, hou zee'.(32) Een normaal mens zou denken dat zo'n neo-fascistische heldenvereringen toch verboden zouden worden. Maar nee, de overheid sluit liever de ogen en verkijkt op die manier de kans om het prille neo-fascisme in de kiem te smoren. Wat een neo-fascistisch clubje het JNG wel is, kan men ook afleiden uit de felicitatietelegram die Dillen op 27 september 1951 aan de Franco-getrouwen stuurt naar aanleiding van de vijftiende verjaardag van de bevrijding van het Alcazar in Toledo. Het Alcazar is niet alleen het heiligdom van de Franquisten, maar van de bruin- en zwarthemden aller landen. Hier begon de overwinning van Franco en de opstandige generaals. Zeventig dagen lang hielden de Franquisten stand tegen de Republikeinse belegeraars, totdat op 27 september 1936 Franco's generaal Varela de burcht ontzette. Dillen is gul met zijn gelukwensen. 'Van de Thermopylen tot het Alcazar, Europa heeft doorheen zijn geschiedenis steeds helden en martelaars gevonden die met hun bloed en hun leven voor het Avondland getuigden. Hun strijd is een voorbeeld voor de tegenwoordige jeugd', aldus Dillen namens de JNG.(33) In januari '71 dankt Dillen Generalisimo Franco nog eens aandoénlijk in een open brief, gepubliceerd in Dietsland-Europa, voor het asiel dat hij na '44 verleende aan menig Vlaams collaborateur. Eén van hen is zijn vriend Jan Brans, de ter dood veroordeelde hoofdredacteur van Volk en Staat, die later ook hoofdredacteur zal worden van het partijorgaan van het Vlaams Blok. Amnestie is het ideale programmapunt om extreem-rechts te mobiliseren, en de zweep op de CVP te leggen. De CVP heeft inmiddels al heel wat gedaan om veroordeelde collaborateurs vrij te laten en individuele gevallen van repressie en epuratie 'op te lossen'. De JNG voert onafgebroken campagne voor amnestie en houdt een eerste grote amnestiemeeting op 1 maart 1952 in Gent. Dillen legt er de nadruk op dat het amnestievraagstuk niet herleid mag worden tot juridische of individuele oplossingen, geïnspireerd door humanistische beginselen of christelijke naastenliefde, omdat men dan ver van de kern van de zaak blijft. Dillen: 'Die kern is de kristalheldere en onomstootbare waarheid dat de collaboratie en de daarmee gepaardgaande repressie niet mag, niet kan worden losgemaakt van de Vlaamse Beweging, en er een beslissend onderdeel van uitmaakt'. In die tijd, maart 1952, is Dillen ook de drijvende kracht achter een 'heldenhuldecomité', dat geld inzamelt om op 28 maart 1952 een grafsteen te onthullen voor Theo Brouns, naar aanleiding van de zesde verjaardag van diens terechtstelling. Theo Brouns is de belangrijkste VNV-leider die na de oorlog de doodstraf kreeg. Als VNV-gouwleider van Limburg was hij mede verantwoordelijk voor bloedige 'represailles' tegen het verzet. Hij spoorde herhaaldelijk de katholieke Limburgse jeugd aan om naar het Oostfront te trekken en het 'goddeloze' communisme te verslaan. In zijn politiek testament blijft Brouns zijn collaboratie hartstochtelijk verdedigen als een 'schoon ideaal'. Het verdrijven van de nazi's uit Oost-Europa door het Rode Leger bestempelt hij daarentegen als de 'bitterste tragiek van deze tijd'. De JNG publiceert dit politiek testament integraal in Opstanding. In een In Memoriam stelt de JNG: 'In Brouns eren wij de consequente leider. Hij blijft voor de Dietse jeugd een symbool van strijdvaardigheid en offerbereidheid'. Dezelfde bewondering voor Brouns weerklinkt in Dillens brochure getiteld Theo Brouns en de terreur in Limburg. Dillen wordt niet moe om oorlogsdelinquenten vrij te pleiten. Tijdens een drukbij gewoonde amnestiemeeting van de JNG op 7 juni 1952 in zaal Gruter te Antwerpen verklaart Dillen: 'De man die onder de oorlog de wet deed eerbiedigen, de man die misdadigers in handen van het gerecht speelde, de man die met het wapen in de vuist zijn familie en kameraden verdedigde, is geen 'verklikker' en geen 'tueur', maar een man van de orde'.(34) Hij oogst een daverend applaus van de zeshonderd aanwezigen, onder wie de weduwe van Brouns, de Antwerpse notaris en oud-Dinaso Belmans, Walter Bouchery, Staf Vermeire, advocaat Wilmots en de voorzitter van de Vlaamse Concentratie ingenieur Donckerwolcke. In koeien van letters bloklettert Opstanding op 14 juni '52 op de voorpagina: 'Onder daverende toejuichingen, voor een bomvolle zaal, Elst Karel Dillen volledige amnestie voor alle Vlaamse idealisten'. De VMO is massaal aanwezig om de protesterende anti-fascisten op afstand te houden. Haar leider, Bob Maes, roept het publiek op om 'door een klein financieel offer de zo verdienstelijke amnestie-actie van zijn militie te steunen'. Tot slot komt Toon van Overstraeten aan het woord. 'Het is onze plicht', aldus spreker, 'plechtigheden als het Zangfeest en de IJzebedevaart door een spontane actie in het teken van amnestie te plaatsen. Indien wij het in dit herdenkingsjaar van de Guldensporenslag niet doen, zullen de honderden herdenkingen evenveel leugens zijn'. In die zin richt de JNG een open brief aan Herman Wagemans, ere-voorzitter van het ANZ, naar aanleiding van het nakende Zangfeest in het Brusselse Sportpaleis. Op 25 mei 1952 schrijft Dillen in Opstanding dat het Zangfeest een 'krachtproef' moet worden tussen de nationalisten en de 'clericale politieke knechtjes'. Op 22 juni '52, vlak voor het Zangfeest, belegt de JNG een 'strijdvergadering' in het 'Hof van Engeland'. Niet minder dan vijfhonderd activisten dagen op. Ook ANZ-voorzitter Valeer Portier (gewezen oorlogsschepen van Oostende, bezitter van het Gouden Trouwkenteken van het VNV, na de oorlog een topfiguur van de Vlaamse werkgeversorganisatie VEV) is van de partij. Om de zaal in de gepaste stemming te brengen, wordt eerst het gedicht 'De Dietse Boog' van Wies Moens voorgedragen. Daarna betreedt Dillen het spreekgestoelte. 'Wij zijn hier niet bijeengekomen om diepzinnige filosofische beschouwingen te formuleren', legt hij uit. Om kort te gaan, afgesproken wordt dat de activisten zich in kleine groepjes onder het publiek zullen verspreiden om er een daverend 'amnestiezangfeest' van te maken. Het Zangfeest trekt om en nabij tienduizend Flaminganten. Op de eerste rij zitten ere-voorzitter Herman Wagemans, algemeen voorzitter Valeer Portier, CVP-senator en gewezen VNV-er Victor Leemans en VEV-topman Zegers. Tijdens het Zangfeest zorgen de activisten en sympathisanten van het JNG onophoudelijk voor incidenten.Steeds opnieuw roepen ze 'Amnestie', 'Elias vrij' en 'Weg met de CVP'. Het wordt maar stil als het innige Lieve Vrouw der Lage Landen van Emiel Hullebroeck gezongen wordt en als Herman Wagemans in zijn redevoering ondubbelzinnig voor algemene amnestie opkomt. 'Waarom beseft men, acht jaar na de oorlog, nog steeds niet dat voor een Vlaming alleen telt hoe en niet wat iemand tijdens de bezetting geweest is', zegt Wagemans. (35)In de stad houden verzetslieden en oorlogsslachtoffers een protestdemonstratie. Ze raken slaags met leden van de VMO die na het Zangfeest nog in de stad betogen. Hierbij vallen rake klappen. De anti-fascistische actie wordt streng veroordeeld door De Standaard. 'Het ULB-zootje en het communistische schorremorrie profiteerden van de gelegenheid om herrie te schoppen. Traditiegetrouw heeft de politie de straat aan het rode gepeupel overgelaten', aldus deze 'kwaliteitskrant'. Van zijn kant kan Dillen zijn haat en afkeer niet verbergen. In Opstanding maakt hij de anti-fascisten uit voor van alles en nog wat. Hij schrijft: 'Het janhagel en naamloos ongedierte ging nog verder en ging meisjes en jongens te lijf, die leeuwevlagjes op hun fiets hadden! Een kudde verzamelde lafaarden wordt beesten. Dat is algemeen geweten. Op een gegeven ogenblik wilden dan de rioolratten drie personen, een jongen en twee meisjes, te lijf gaan en schreeuwden hysterische hoeren (die tijdens de oorlog wel wat anders gedaan hebben) 'Coupez les tresses!' Bah! Dubbel bah! voor die Marseillaisezangers!'(36) De amnestie-actie van Dillen en de JNG lokt scherpe commentaren uit in de CVP-pers. Bert D'Haese, zelf een voormalig VNV-er, reageert afkeurend in De Standaard. 'Buitengewoon onverdedigbaar en treurig is het misbruik van vertrouwen dat gepleegd werd door een bende onverantwoordelijken. Het was een goed voorbereide poging om het Zangfeest te misbruiken voor hun pietluttige politieke winkel. Zij hebben op een onduldbare wijze misbruik gemaakt van de goede trouw van het comité om met hun indianenkreten het feest te doen ontaarden in een extremistisch brulkoor'. Deze uitval maakt weinig indruk op Dillen. In Opstanding schrijft hij triomfantelijke artikels onder de veelzeggende koppen: 'Nationalisten drukken hun stempel op het Zangfeest!' en 'De stamp in het clericale wespennest'. Dillen verwelkomt het voorbije feest als het 'eerste echt nationalistische Zangfeest sinds de oorlog'. En hij besluit: 'Goed zo,nationalisten!!! Goed zo! Rendez-vous te Diksmuide op de Ijzerbedevaart! Hou zee!' Dillen en de JNG hebben alvast hun doel bereikt, want begin juli 1952 maken het ACW en de katholieke Vlaamse jeugdorganisaties bekend dat ze het ANZ verlaten. Op 11 juni 1952, naar aanleiding van de 650-ste verjaardag van de Guldensporenslag, publiceert Dillen in Opstanding een open brief aan professor Franssen, de voorzitter van het IJzerbevaartcomité. Dillen laat Franssen kurkdroog weten dat hij hem niet erkent als voorzitter, 'omdat het strijdende en radicale Vlaanderen maar één voorzitter van het IJzerbedevaartcomité aanvaardt: professor Frans Daels'. 'Geen doodvonnis kan daaraan iets wijzigen', aldus Dillen. Op 22 oktobler 1942 stierf VNV-leider Staf de Clercq in het ziekenhuis van Frans Daels in Gent. Naar aanleiding van de tiende verjaardag van dit overlijden belegt de JNG op 25 oktober 1952 een dodenherdenking in Antwerpen. Op de meeting wordt het verhaal van Frans Daels over het overlijden van Staf de Clercq voorgelezen. Eerst had Toon van Overstraeten de betekenis van de bijeenkomst toegelicht. 'Wanneer wij van de Jong Nederlandse Gemeenschap U vandaag hier bijeen roepen, dan is dat niet zozeer om, in het licht van deze verjaardag, een daad van loutere piëteit en trouw tegenover Staf de Clercq te stellen, maar vooral omdat wij het noodzakelijk, nuttig en dringend geboden achten aan het nationalistische Vlaanderen van vandaag de figuur van de Leider als voorbeeld te stellen.'. In zijn rede behandelt Dillen de 'decadentie' van de jeugd, een thema dat hem na aan het hart ligt. Dillen vindt het rampzalig dat de meeste jongeren zich niets van de nationalistische denkbeelden en de traditionele waarden wensen aan te trekken. 'De overgrote meerderheid van de Vlaamse jeugd is vervallen in een ellendig egoïsme, een ellendig individualisme. De Vlaamse jeugd van 1952 heeft niet alleen het voorbeeld van haar grote doden verloochend, zij kent het verleden niet meer. Ja, zij drijft er zelfs de spot mee. Waar van haar tenminste een idealistische reactie verwacht mocht worden, is zij integendeel geblaseerd en cynisch en heeft zij de swing- en jazzmassa niets te verwijten, want voor die sukkelaars geldt dat zij niet beter weten, een verontschuldiging van nul en gener waarde voor de Vlaams-bewuste jeugd', verzucht Dillen op de toon van een verbolgen zedenprediker. Dillen heeft ook een recept: 'Laten we opnieuw, verbeten en standvastig, kracht puttend uit het heilige voorbeeld van onze doden de harde weg van het radicalisme en van de nationalistische strijd opgaan.' Het heilige voorbeeld bij uitstek voor de JNG is Reimond Tollenaere. Op 18 januari 1953 houdt de JNG te Gent de jaarlijkse herdenkingsplechtigheid ter nagedachtenis van de aan het Oostfront gesneuvelde Untersturmführer. 'Wij eren in Tollenaere de strijder voor een Germaanse en Europese verbondenheid', zegt Dillen in zijn speech. Dillen hoopt op de vestiging van een 'Nieuwe Orde' in Europa, dat zich op moet werpen als een bastion tegen het communisme. Tn tienduizenden heeft de hoop op een sterk Europa van de vrije volkeren geleefd. In Tollenaere gedenken wij alle Vlaamse, Dietse en Europese vrijwilligers, die hun leven geofferd hebben voor een gezonde nieuwe ordening, zowel nationaal als Europees', aldus Dillen. Inmiddels gaat de strijd voor de herovering van het Zangfeest en de Ijzerbedevaart onverminderd verder. Op 14 juni 1953 plannen de katholieke jeugdgroeperingen een eigen zangfeest op de Grote Markt in Brussel onder de naam van 'Dag van het Vlaamse Lied'. Dillen en zijn medestanders zijn niet verlegen om wrede grappen en provocaties om dit katholieke initiatief te kelderen. Zij zaaien stelselmatig verwarring tussen de twee zangfeesten, zodat het verzet in de waan is dat de 'Dag' het extreem-flamigantische feest is. De strategie van Dillen is erop gericht de anti-fascisten tegen de 'Dag' op te zetten om het ANZ-zangfeest in de kaart te spelen. De club radicalen rond Dillen verspreidt daarom in Brussel namens de organisatoren van de 'Dag' een vervalst pamflet waarop de 'zwarte' dirigent Jef van Hoof afgebeeld staat als een soort Neptunus, die met een hamer als dirigeerstok de Brusselse burgemeester Van de Meulebroeck het hoofd inslaat. Voorts staat in het pamflet: 'Alle Vlamingen naar het weerwraakzangfeest... waar wij onder leiding van Jef van Hoof onze eisen 'amnestie' en 'Brussel Vlaams' zullen stellen'. Tevens wordt aan de pers informatie over het oorlogsverleden van Weyler, een medewerker van de 'Dag', doorgespeeld. Deze informatie en het vervalste pamflet verwekken vanzelfsprekend grote deining bij de Franstaligen en het verzet. Daarop verschijnt in de Volksgazet een vlijmscherp artikel getiteld: 'De monseigneur en de SS-man', waarin Weyler en monseigneur Van Wayenbergh stevig aangevallen worden. Le Peuple meldt dat het inrichtende comité twee notoire collaborateurs bevat: Van Hoof en Weyler. 'Onze vaderlandslievende verenigingen hebben ons erop gewezen dat zij het Zangfeest van 14 juni als een regelrechte provocatie beschouwen', voegt Le Peuple eraan toe. De actiegroep rond Dillen is dus volkomen geslaagd in haar opzet om verwarring te stichten. En klap op de vuurpijl: uit angst voor rellen verbiedt de Brusselse burgemeester de 'Dag'(37) De spectaculaire propaganda van de katholieke Vlaamse kranten en jeugdgroeperingen voor de 'Dag' is een maat voor niets geweest. Kort daarna, begin juli 1953, vindt dan het traditionele Zangfeest van het ANZ plaats in het Antwerpse Sportpaleis. Tienduizend aanwezigen horen voorzitter Valeer Portier gloedvol amnestie en Vlaams zelfbestuur bepleiten. In het blad van de Vlaamse Concentratie Vlaanderen zet Rudi van der Paal Karel Dillen extra in de bloemen voor zijn aandeel in de 'gewonnen slag der zangfeesten'. (38)Dillen laat er geen gras over groeien. Na het Zangfeest wil hij ook de Ijzerbedevaart opnieuw in uiterst rechtse handen brengen. Op een meeting van de Jong Nederlandse Gemeenschap, die plaats vindt op 14 maart 1953 in het Antwerpse 'Rubenshof', houdt Dillen een rede waarin hij een offensief aankondigt om het Ijzerbedevaartcomié te 'zuiveren' van alle 'CVP-politikasters'. 'Diksmuide is in feite een circustent geworden waar elk jaar een komedie opgevoerd wordt, die voor Vlaanderen een tragedie is', aldus Dillen met de hem welbekende retoriek. Vervolgens komt hij tot de kern van de zaak: 'Wij moeten terug naar de geest van de vooroorlogse Ijzerbedevaarten. Wij hebben een ereplicht tegenover de generatie van de Ijzer. In zijn oproep voor de Ijzerbedevaart van 1939 schreef Tollenaere: Wees paraat te Diksmuide'. Dillens redevoering met een voorwoord van Rudi van der Paal verschijnt in een speciale editie van het Aalsterse blad De Schans, dat voor de gelegenheid op duizenden exemplaren verspreid wordt. Dillen en zijn entourage zijn inderdaad in Diksmuide paraat en ze zorgen ervoor dat de Ijzerbedevaart uitgroeit tot een luidruchtige amnestie-manifestatie. Op de bedevaartweide worden portretten gedragen van Frans Daels. Daels werd in september '40 lid van de Raad van Leiding van het VNV. Als voorzitter van het IJzerbedevaartcomité stond hij erop dat de Ijzerbedevaarten tijdens de oorlog doorgingen. Bij de bevrijding dook hij onder en week uit naar Zwitserland. De krijgsraad veroordeelde hem bij verstek tot de doodstraf. Pamfletten worden uitgedeeld aan de bedevaarders. Hierin worden de aanwezige CVP-prominenten scherp gehekeld: 'Ze komen hier onbeschaamd paraderen terwijl in de Kamer hun woordvoerder, August de Schrijver, hooghartig amnestie afwijst'. En verder: 'Van geen enkele traditionele kleurpartij heeft Vlaanderen iets te verwachten. Jonge mensen, sluit daarom nu aan bij de VMO, die al over bijna heel Vlaanderen afdelingen telt'. Als protest tegen deze 'onwaardige' Ijzerbedevaart en de herleving van het neo-fascisme, belegt een Comité voor Beroep op het Land en het Volk, onder leiding van de gewezen verzetsman Demany en de journalist Fosty een 'herstelbetoging', te Diksmuide op 25 oktober 1953. De initiatiefnemers willen in de nabijheid van de IJzertoren hun anti-fascistisch protest laten weerklinken en daarna naar Breendonk rijden om er de slachtoffers van de nazi-terreur te herdenken. Extreem-rechts wil koste wat het kost deze actie verijdelen. Op 25 oktober, de dag van de 'herstelbetoging', trachten vele Vlaamse extremisten, alleen of in groep, de rijkswachtcontrole te verschalken en Diksmuide te bereiken. Verscheidene VMO-ers, onder wie Wim Maes, worden aangetroffen in het bezit van allerlei gevaarlijke en 'verboden voorwerpen'. In Diksmuide demonstreren 4300 anti-fascisten uit het hele land. Er zijn bijna net zoveel rijkswachters en politieagenten op de been om de Vlaamse radicalen in toom te houden. Eén zaak is zeker: extreem-rechts maakt weer deel uit van het straatbeeld. De autoriteiten laten betijen alsof één fascistisch experiment nog niet voldoende is. Hebben ze dan niets van de geschiedenis geleerd? De passiviteit van de overheid dwingt de anti-fascistische beweging om te reageren en de publieke opinie tijdig te alarmeren. De actie op 20 september 1953 bewijst dat ze daarin af en toe slaagt. Op die dag beleggen enkele jongeren een 'Vlaams-nationale Landdag'in de Billiard Palace. Voorzitter van het inrichtende comité is Rudi van der Paal. Andere initiatiefnemers zijn Toon van Overstraeten, Karel Dillen en oud-Dinaso Dries Bombeke. Op het programma staan toespraken van Wagemans ('Amnestie'), Dillen ('Richtlijnen voor heden en toekomst') en Van der Elst ('federalisme'). Onder anti-fascistische druk sluit de de uitbater van de Billiard Palace de deuren, zodat de organisatoren van de Landdag op de valreep naar het Sportpaleis moeten uitwijken. Daar krijgen ze een warm onthaal van de aanwezige anti-fascisten. Deze laatsten uiten massaal hun onvrede over de manifestatie, die onherroepelijk herinneringen oproept aan de beruchte vooroorlogse landdagen waarop de VNV-leiders hun programma- en actiepunten uiteenzetten. Amper enkele honderden slagen erin de meeting in het Sportpaleis bij te wonen. De sprekers moeten in een spookachtig lege zaal optreden. Door de anti-fascistische actie is het kwik in de zaal gevoelig gedaald. Organisator Rudi Van der Paal tracht zich kloek te houden. 'Wij willen aantonen dat de bewuste Vlamingen niet langer buigen voor de dictatuur van de straat', begint hij. Dan pakt hij de anti-fascisten aan: 'Het komt erop aan de strijd voor amnestie en volksontvoogding hardnekkiger dan ooit voort te zetten, zonder ons te storen aan de afpersingspraktijken van terroristen die in vreemde dienst staan of van volksvreemde patriotten. Deze laatsten zijn, naar het woord van Dosfel, farizeeërs van de vaderlandsliefde. Zij zijn de profiteurs van de staat die hun aanzien en voordeel verschaft'. In aanwezigheid van de voorzitter van de Vlaamse Concentratie, Donckerwolcke, wordt 'Het lied der Vlamingen' hartstochtelijk meegezongen. Herman Wagemans, lid van de Vlaamse Concentratie, zegt in zijn speech dat niet alle vormen van collaboratie verwerpelijk zijn en hij geeft de gangmakers van de repressie de raad voor hun eigen deur te vegen. Wie nog denkt dat extreem-rechts alleen anti-communistisch is, krijgt van Toon van Overstraeten het bewijs geleverd dat het ook anti-socialistisch, anti-christelijk en anti-liberaal is. 'We moeten onverpoosd aanklagen: de materialistische leuzen van het marxisme, het verpolitiekt en onmannelijk klerikalisme en het bekrompen, egoïstisch liberalisme', aldus Van Overstraeten. Van der Elst prijst het federalisme aan als een wondermiddel voor alle economische, sociale en politieke problemen. Ook acht hij de kans groot dat federalisme amnestie en mildheid voor de collaborateurs brengt. Tot slot verleent de 'voorzegger', Bert Wagemans, het woord aan 'de woordvoerder van onze kampvaardige jeugd, de man die voor velen een nachtmerrie is, de eerlijke, onkreukbare, onverbiddelijke Karel Dillen'. De woorden galmen door het sportpaleis alsof het er bij de achterban diep ingewreven moet worden. In zijn vertrouwde nationalistische campagnetaal gaat Dillen in op het thema: 'het eigen volk en de eigen bodem eerst'. Dillen: 'Wij zijn geen democraten. Wij zijn geen fascisten. Wij zijn Vlamingen zonder meer en wij bouwen een Vlaams-nationaal front op, waarin plaats is voor iedere volksgenoot die de leuze 'Vlaanderen eerst' tot de zijne maakt. Deze eerste landdag is een uitgestoken hand naar Vlamingen van goede wil, maar een uitgestoken vuist naar Vlaanderens vijanden. Wij blijven de vroegere leiders van de Vlaamse Beweging trouw, voor zover ze zelf ons ideaal trouw blijven'. Na afloop gaan Van der Elst, Dillen, van Overstraeten en Van der Paal in het Rubenshof hun verslagenheid wegspoelen. Van der Elst beschrijft in zijn memoires zijn gevoelens als volgt: 'Ik had hen willen troosten, moed en vertrouwen inspreken. Maar de toekomst zag er nog steeds somber uit. En toch hebben zij toen beseft dat hun geloof in het Vlaams-nationalisme voor mij bemoedigend was'. Hier ontluikt een wederzijdse sympathie, die later zal uitmonden in een langdurige en vruchtbare samenwerking. Ondanks alle toegevingen die de CVP na de Koningskwestie doet voor het behoud van 'de christelijke Vlaamse eenheid', blijven Dillen en de leiding van de Vlaamse Concentratie de CVP ongemeen hard aanpakken. Bovendien kondigt de Vlaamse Concentratie aan eigen lijsten in te dienen bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1952. Ze houdt haar eerste verkiezingsmeeting op 6 april '52 in het Antwerpse Billiard Palace. Bob Maes, lid van het Centraal Comité, roept de aanwezigen op zich te spiegelen aan de VMO en de JNG, die 'zij aan zij metterdaad bewijzen dat volksverbondenheid en kampvaardigheid geen ijdele woorden zijn'. De verkiezingen leveren de Vlaamse Concentratie in Antwerpen één gemeenteraadslid op: Herman Wagemans. Toch is nu wel het bewijs geleverd dat de Vlaamse Concentratie als pure anti-repressiepartij niet bij machte is electoraal door te breken. Vooral Frans van der Elst ziet in dat het uit een tactisch oogpunt noodzakelijk is zich 'democratischer' en gematigder te presenteren om electoraal aanvaardbaar te zijn voor de Vlaamse middenklasse. Op 2 maart 1954, nauwelijks één maand voor de parlementsverkiezingen, slaagt hij erin een principieel akkoord tot stand te brengen tussen de Vlaamse Concentratie, het Boerenfront en het Algemeen Christelijk Middenstandsverbond, de concurrent van het CVP-getrouwe NCMV. Zo ontstaat de Christelijke Vlaamse Volksunie. Bij de verkiezingen op 11 april '54 komt ze uit op 113.785 stemmen en één gekozene in Antwerpen: alweer Herman Wagemans. Nieuwe besprekingen tussen aanhangers van de Vlaamse Concentratie en de groep rond Van der Elst leiden op 21 november 1954 tot de stichting van de Volksunie. Voorzitter wordt Walter Couvreur, een professor met een onbesproken verleden. Frans van der Elst en Herman Wagemans worden ondervoorzitter. Secretaris wordt Rudi van der Paal, die uit de Vlaamse Concentratie afkomstig is. Wim Jorissen, tevoren actief in de Vlaamse Volksbeweging, zetelt in de beheerraad. Van der Elst mikt niet alleen op de incivieken. Hij is erop uit de electorale basis van de VU te verbreden. Dit verElst dat de partij niet louter en alleen amnestie in het vaandel voert maar ook dat ze het Diets-separatistische streven om Vlaanderen staatkundig te verenigen met Nederland laat varen. Dillen ziet met spijt in zijn hart de Vlaamse Concentratie opdoeken en hij staat huiverig tegenover de politieke accentverschuiving. Deze ideologische argwaan maakt dat Dillen niet onmiddellijk tot de VU toetreedt, al woont hij op 21 april 1955 het eerste VU-congres in Gent bij. Hij stort zich nu op andere initiatieven. Met sommige redacteurs van Opstanding, zoals Karel Senaeve en de broers De Bruyne, sticht hij de Antwerpse afdeling van het Erasmusgenootschap, waarvan hij als ondervoorzitter fungeert. Het Antwerpse Erasmusgenootschap vergadert graag in een aangepast decor, bijvoorbeeld in de prestigieuze Jesperszaal van de Kredietbank. Deze zogenaamde 'culturele' groot-Nederlandse organisatie, in '47 opgericht door onder meer oud-Dinaso Dries Bombeke, richt zich vooral op de behoudende Vlaamse intelligentia. Nochtans geeft Dillen doorgaans niet hoog op van intellectuelen, die volgens hem niet verder komen dan het 'fezelen en femelen van mooi ingeklede verhalen'. Dillen identificeert zich liever met militanten van het slag van de VMO. Zij worden tenminste 'bewogen door grote gevoelens'. Om deze rechts-extremistische militanten te verenigen, verspreiden Dillen en Toon van Overstraeten begin 1955 een manifest onder de titel 'Waarheen?'. Uit het manifest blijkt dat de VU niet hun grote liefde is. 'Wij staan thans in 1955 niet eens zover als tien jaar geleden', zo analyseert Dillen somber. Hij verwijt de VU dat ze 'uit begeerte naar snel verkiezingssucces, de gaafheid en het radicalisme van het programma opoffert'.(39) In het manifest benadrukt Dillen dat de uitbouw van een 'echte kern in dienst van Dietsland en Europa' en 'vorming' van de leden prioriteit hebben. Kortom, Dillen en de Jong Nederlandse Gemeenschap (JNG) plaatsen zich voorlopig buiten de Volksunie en zoeken hun heil in een zuiver extreem-rechtse beweging. Dillen en de JNG spelen met de idee in de nabije toekomst een eigen blad uit te geven om doeltreffender hun ideeën uit te kunnen dragen. Ze spiegelen zich daarbij aan het in 1951 door de Duitse ex-nazi Arthur Ehrhardt gestichte Nation Europa en aan het Franse blad Défense de l'Occident van de Franse fascist Maurice Bardèche. Dillen heeft ook dringend een nieuw politiek podium nodig omdat medio 1955 Opstanding een marginaal bestaan leidt en verschrompeld is tot de spreekbuis van het Vlaams Blok. Dit onooglijk kleine extreem-rechtse partijtje werd vlak voor de verkiezingen van '54 opgericht door Piet Van Rossem, een gewezen aanhanger van de Nederlandse fascistische partij NSB (Nationaal Socialistische Beweging). Het Vlaams Blok heeft zowat hetzelfde programma en dezelfde activiteiten (o.a. Borms-herdenkingen) als de JNG. Het is echter niet meer dan een vriendenclub van Van Rossem en diens zoon en zal dan ook begin 1947 roemloos ter ziele gaan. Nu, begin 1956, gaat het Dillen en zijn JNG niet voor de wind. Hun herdenkingen, zoals die op 22 februari 1956 ter ere van Hitlers plaatsvervanger Rudolf Hess, lokken steeds minder publiek.(40) Dillen en Toon van Overstraeten bezingen tijdens de herdenking de 'grootsheid' van de 'held' Hess, die 'een groot offer' voor Duitsland bracht. Later zal Dillen nog verscheidene malen de 'grootmenselijkheid' van Hess roemen en zijn vrijlating eisen. Geen wonder dat een bijdrage van Hess' zoon prijkt in het huldealbum dat Dillen in 1987 ontvangt tijdens de viering van het tienjarig bestaan van het Vlaams Blok. In mei 1956 is het eindelijk zo ver. Dillen en de JNG beschikken over de nodige fondsen om hun nieuw maandblad Dietsland-Europa op de markt te brengen. In het begin wordt het blad volgeschreven door een beperkte redactie, bestaande uit Dillen, Senaeve en de broers de Bruyne. Tot september 1975 zal Dillen hoofdredacteur van Dietsland-Europa zijn. In het blad verschijnt in het begin ook van tijd tot tijd een stuk van Albert van Boghout, die onder het pseudoniem 'Boudewijn' regelmatig brieven naar Opstanding en Dietsland-Europa schrijft. Later wordt Van Boghout de drijvende kracht achter Dietsland-Europa, wat tot heden het geval is. Albert van Boghout was in 1937 grondlegger van de Dietse Opvoedkundige Beweging (DOB), die als motto had België 'zo consequent mogelijk te verraden'.(41) Volgens Van Boghout behoorde ook John van den Eynde, die later vakbondssecretaris van de PMB werd, tot de DOB. Tijdens de oorlog had van Boghout in Antwerpen de leiding over de Vlaamse Scholen, die onder impuls van de De Vlag geopend werden en waarvoor in de SS-man publiciteit gemaakt werd. Na de bezetting kreeg Van Boghout levenslang, maar na ruim vijf jaar kwam hij voortijdig vrij.(42) Na zijn vrijlating begint hij met een boekhandel aan de Jordaenskaai 3 in Antwerpen, waar men steeds terecht kan voor fascistische literatuur. Bert van Boghout is tijdens zijn gevangenschap zijn geloof niet kwijtgeraakt. Nog steeds in de ban van de nazistische rassentheorieën, schrijft hij op 31 maart 1956 in Opstanding-. 'De kern van ons volkse bestaan is het behoud van onze biologische substantie naar kwantiteit en kwaliteit. Europa wordt weliswaar bedreigd van buitenaf (Rusland, Azië, Afrika), maar loopt toch in eerste instantie gevaar door zijn biologische teleurgang, de steeds ruimer om zich heen grijpende bloedvermenging met niet-Europese elementen'.(43) Als het aan van Boghout ligt, zou vandaag nog Hitler mogen terugkeren. 'We moeten weer bloed- en bodemgebonden socialistisch durven denken', oppert hij op 22 september '56 in Opstanding. Zoals de Franse racistische en anti-semitische auteur Rassinier beschouwt Van Boghout de moord op zes miljoen joden als onbewezen fantasie. Met de ex-nazi Arthur Ehrhardt is hij ervan overtuigd dat 'op zijn hoogst slechts 350.000 joden' vermoord zijn door de nazi's.(44) Op de voorpagina van het eerste nummer van Dietsland-Europa prijkt een vers van Wies Moens, de medestichter van het Verdinaso en tijdens de Tweede Wereldoorlog directeur van de Nederlandse uitzendingen van Zender Brussel. Na de oorlog werd Moens ter dood veroordeeld. Bij verstek weliswaar, want hij was gevlucht naar Nederlands Limburg waar hij vele vrienden had en hem een goede baan aan een 'Volksuniversiteit' werd aangeboden. Dillen en Arthur de Bruyne gaan hem daar vrij geregeld bezoeken. Dillen en Angela Dosfel zorgen mee voor het bijeenbrengen van zijn geschriften in een zesdelig verzamelwerk. De verspreiding van Wies Moens' oeuvre en boodschap in Vlaanderen is grotendeels het werk van Dillen en zijn vrouw Madeleine Koninckx. Bij de verkiezingen van 8 november '81 zal Moens oproepen om het Vlaams Blok te steunen. De titel Dietsland-Europa heeft Dillen zelf bedacht en ze dekt vrij nauwkeurig de lading. De redactie wil een sterk en weerbaar 'Europa van de Volkeren' als wal tegen de Sovjet-Unie. In die tijd worden de eerste schuchtere stappen gezet om een neo-fascistische internationale op de been te brengen. Zo ontstaat de Mouvement Social Européen (MSE) waaraan Dietsland-Europa zich verwant voelt. Kopstukken van de MSE zijn de Franse fascist Maurice Bardèche, de Zweedse corporatistische ideoloog Per Engdahl en de Franse racistische theoreticus Rene Binet. In het derde nummer van Dietsland-Europa verschijnt dan ook een belangrijke bijdrage van Engdahl. Daarnaast wil Dietsland-Europa de heel-Nederlandse gedachte propageren. Deze gedachte leefde sterk in het VNV. In het programma staat letterlijk: 'Wij nemen de erfenis van het verleden over. Aan ons te zien wat dood is en wat het herwaarderen waard blijft'. Deze 'herwaardering van het verleden' ontaardt in het eerste nummer al in bijdragen over de 'moord' op de collaborateurs Borms en Theo Brouns, twee figuren die Dillen na aan het hart liggen. Dillen vereert Borms als een martelaar, een 'Vlaamse Christus'. Het aantal Borms-herdenkingen waaraan Dillen deelneemt, is dan ook niet op één hand te tellen. 'Uit eerbied voor zijn vader' zal R. Borms later oproepen om het Vlaams Blok te steunen. In het eerste nummer van Dietsland-Europa drukt Dillen nogmaals zijn geloof uit in 'een kleine kern met ploeggeest'.(45) Geruggesteund door een harde extremistische kern en door een eigen theoretisch maandblad, acht Dillen zich kennelijk voldoende gewapend om aan te kloppen bij de VU. 2. Een haat-liefde-verhouding met de VU - Inhoud - InhoudVan der Elst laveert in die tijd als een dronken schipper tussen de 'gematigden' en 'rechtsextremisten'. Het verbijsterende stembusresultaat van Pierre Poujade in Frankrijk geeft een nieuwe impuls aan uiterst rechts. Bij de verkiezingen van 1956 bekomt Poujade ineens twaalf procent van de stemmen. Samen met eenenvijftig anderen wordt Le Pen op de lijsten van de Union de Défense des Commercants et Artisans van Poujade in de Assemblée Nationale gekozen. De onverwachte verkiezingsoverwinning komt er na een demagogische campagne tegen het 'rotte parlementaire systeem' en de zogenaamde wurgende belastingsdruk. Poujade's ideeën zijn neo-fascistisch gekleurd: sterke afkeer van het parlementaire systeem; vreemdelingenhaat; heimwee naar het corporatieve stelsel dat de arbeidersstrijd en de vakbonden aan banden legt; verheerlijking van de 'sterke man'. De VU wil in de voetsporen van Poujade treden om de middenklasse, die normaliter op de liberale en katholieke partij stemt, aan zich te binden. In de Volksunie van januari 1956 staat de volgende commentaar: 'Ook in ons land tekent zich een Poujade-beweging af. Het is onze plicht deze krachten op te vangen in de VU'. En verder: 'Ons volk moet immers de gelegenheid krijgen om de politieke profiteurs, die het regime ondermijnen, op te ruimen. Wij moeten op onze manier het voorbeeld van Poujade volgen'. Het geeft Dillen hoop dat de VU een meer extreem-rechtse koers gaat varen. Tijdens de herdenking van de Guldensporenslag, die plaatsvindt op 14 juli 1956, verrast Dillen zijn gehoor met de uitspraak dat 'alle Vlaams-nationalisten in één en dezelfde organisatie thuishoren'. Die partij moet dan wel gebouwd zijn op het Godsvrede-beginsel van 'eenheid in verscheidenheid'.(46) Alleen zo behoudt extreem-rechts het recht om zowel binnen de VU als daarbuiten haar denkbeelden volop te verkondigen. Begin 1957 wordt Dillen met open armen ontvangen en meteen aangesteld tot voorzitter van de VU-jongeren van de provincie Antwerpen.(47) Het feit dat Dillen aan de lopende band in Dietsland-Europa collaborateurs als Tollenaere verheerlijkt, vormt niet de minste hinderpaal voor zijn snelle opgang in de VU. Op 14 juli 1957 fungeren Dillen en voorzitter Van der Elst als sprekers tijdens de belangrijke VU-meeting vlak voor het Zangfeest. Met zijn prekerige stijl weet Dillen de zaal op te zwepen en dergelijke kwaliteiten worden in nationalistische kringen hoog gewaardeerd. De commentator van het VU-partijblad schrijft geestdriftig: 'Deze beloftevolle jongere brengt in zijn bekende non-conformistische stijl hulde aan de vooroorlogse en naoorlogse nationalistische voorvechters. Onze jonge spreker, die zich geleidelijk acclimatiseert in de VU, oogst een luidruchtige en welverdiende bijval'.(48) Het klopt dat Dillen zich steeds beter thuisvoelt in de VU. De man die daartoe veel bijdraagt, is VMO-leider Wim Maes. In die tijd staat de VMO in hoog aanzien. Op de kaderdag van 30 maart 1958 onderstreept Van der Paal de zeer goede verstandhouding tussen de VMO en de propaganda-afdelingen van de VU.(49) Op deze VMO-vergadering is de latere spil van de Vriendenkring Zwartberg, Désiré Dylst, aanwezig. De VU heeft op dat ogenblik nog geen omvangrijk netwerk van vrijwilligers en medewerkers, zodat de VMO een cruciale rol speelt in de propaganda-campagne die de VU voert met het oog op de verkiezingen van 1 juni 1958. Bij de samenstelling van de Antwerpse kamerlijst wordt Wagemans als lijsttrekker gewipt ten voordele van voorzitter Van der Elst. Er ging een venijnige hetze tegen Wagemans aan vooraf, waaraan Van der Paal en Dillen zonder scrupules meededen. Wat is het geval? Voor Dillen had Wagemans zich aan een 'burgerlijke' afwijking bezondigd door als lid van de Antwerpse gemeenteraad bloemen neer te leggen aan de stedelijke monumenten ter nagedachtenis van 'alle' gesneuvelden in de twee wereldoorlogen. Zo had hij onrechtstreeks ook de gevallenen van het linkse verzet geëerd. Daar komt bij dat in de rechtse volksnationalistische ideologie veel waarde wordt gehecht aan de aanwezigheid van grote en 'natuurlijke' leiders als de Vlaamse Germaan Tollenaere. Wagemans blonk daarentegen, naar het oordeel van Dillen, enkel uit door passiviteit. Dillen: 'De enige mandataris die zich door zijn dynamisme, zijn verbetenheid, kortom door zijn Tollenaere-eigenschappen had moeten onderscheiden, overtrof in werkelijkheid het ergste type van de kleurparlementair'. Daarmee is voor hem de kous af. 'Hoe vlugger Wagemans een door Vlaanderen vergeten burgermannetje wordt, hoe beter', sneert hij.(50) Diep ontgoocheld bedankt Wagemans voor een kandidatuur en kort daarop verlaat hij zelfs tijdelijk de VU. Dillen van zijn kant bekleedt de vijfde plaats op de kamerlijst. Ondanks het propagandawerk van de VMO is de verkiezingsuitslag onbevredigend. De VU haalt 113.632 stemmen en komt daarmee met één vertegenwoordiger, Frans van der Elst, in de Kamer. Deze laatste tracht al meteen respectabiliteit te verwerven door de regering-Eyskens aan de verElste meerderheid in het parlement te helpen om een homogeen CVP-kabinet op de been te brengen. In ruil hiervoor belooft Eyskens Van der Elsts geestelijke leidsman, VNV-leider Elias, vrij te laten.(51) De mensen die Van der Elst om zich heen verzamelt, vormen een uitgekiende combinatie, die maakt dat hij aan alle kanten, vooral aan de extreem-rechtse, politieke dekking heeft. Zo worden in 1958 twee VNV-topmannen in het VU-hoofdbestuur gedropt. De eerste is VNV-medestichter Leo Wouters, die meteen ondervoorzitter wordt en de plaats inneemt van Wagemans. De tweede, gewezen VNV-volksvertegenwoordiger dokter Ballet, vestigde zich in Antwerpen na zijn veroordeling wegens collaboratie. Tegelijk zorgt Van der Elst ervoor dat de VU zich niet afsluit van de rechtervleugel van de CVP. Zo raadt de VU bij de verkiezingen van oktober 1958, zijn Antwerpse kiezers aan te stemmen voor Hugo I Schiltz, die als 'onafhankelijke' de laatste plaats op de CVP-lijst bekleedt. Schiltz komt met ongeveer 2.500 voorkeurstemmen in de Antwerpse gemeenteraad. De versterking van de extreme rechtervleugel en het feit dat Elias nog steeds vastzit, zetten de VU ertoe aan in 1959 onafgebroken campagne te voeren voor amnestie en de vrijlating van de op dat ogenblik nog honderdachtentwintig gevangen collaborateurs.(52) Op 5 april 1959 wil de VU een amnestie-betoging houden in Antwerpen. Onder druk van het verzet en het ABW verbiedt burgemeester Craeybeckx de demonstratie. De organisatoren, Van der Paal en Wim Maes, willen naar Aartselaar uitwijken, maar de gouverneur verbiedt ook deze demonstratie. Terwijl kleine VMO-groepjes in Aartselaar en Antwerpen 'afleidingsmaneuvers' uitvoeren, houdt de VU dan in Lier een verboden optocht. Van der Elst, Leo Wouters en Karel Dillen spreken er op het Stationsplein de deelnemers toe. Van der Elst kan het bloed van de communisten wel drinken. 'De communisten hebben er alle belang bij dat er geen amnestie komt, om de aandacht af te leiden van het feit dat zij de echte incivieken van gisteren, vandaag en morgen zijn', roept hij uit. Ook Karel Dillen trekt al zijn retorische registers open. De 'benjamin', de ■ 'redenaar met de klassieke bewogenheid' beschuldigt Jos van Eynde H ervan dat hij wou meewerken aan het ene grote blad van de collaboratie, maar nu de grote patriot uithangt en de kleine inciviek in ellende dompelt.(53) De demonstratie in Lier vormt maar de algemene repetitie voor de massale amnestiebetoging van 20 september 1959. Hieraan nemen ook Vlaamse verenigingen als Davidsfonds, IJzerbedevaartcomité en VTB deel. Ongeveer 15.000 betogers stappen door Antwerpen, terwijl de leuzen 'Elias vrij' en 'Eyskens weg' weerklinken. De VMO verjaagt brutaal enkele protesterende verzetslieden. Deze worden door Dolf Cuypers in Dillens lijfblad Dietsland-Europa bestempeld als 'een stelletje luie joden die hier niets te zeggen hebben, doodgewoon omdat ze hier niet thuishoren'.(54) De VU-agitatie laat de homogene CVP-regering niet onberoerd. Ze laat de ter dood veroordeelde voorzitter van het IJzerbedevaartcomité, professor Frans Daels, uit zijn Zwitsers ballingsoord naar België terugkeren. Tot grote woede van Dillen verloopt deze terugkeer in alle stilte. Dillen reageert zijn frustraties af op zoon Paul Daels (tijdens de oorlog één van de leiders van de Nationaal-socialistische Jeugd Vlaanderen): 'Ik vraag mij af of u de geschiedenis niet in zult gaan als de man die verantwoordelijk is voor de teloorgang van uw vader', aldus een gebelgde Dillen.(55) Aan de vooravond van Kerstmis 1959 wordt uiteindelijk ex-VNV-leider Elias in voorlopige vrijheid gesteld. In die tijd spreidt Dillen een opvallende activiteit ten toon. Hij schrijft koortsachtig in Dietsland-Europa. Daarnaast werkt hij mee aan het nieuwe VU-blad Strijd, dat vanaf juni 1959 verschijnt en waarvan Wim Maes redactiesecretaris is. Op 30 juni 1960 wordt het voormalige Belgisch Congo onafhankelijk. Het einde van de koloniale overheersing leidt tot het ontstaan van allerlei Franstalige extreem-rechtse groeperingen als de Parti National Beige (PNB) en de Mouvement d'Action Civique (MAC). In deze organisaties zijn oud-kolonialen actief en viert het racisme hoogtij. Een spilfiguur van de PNB is generaal Janssens, de gewezen commandant van de Force Publique in Congo. Aan de MAC werkt mee J.F. Thiriart, bezieler van Jeune Europe, waarvoor Dietsland-Europa bewondering toont. Uitgaande van de superioriteit van het blanke ras en de 'onloochenbare ongelijkheid tussen mensen en rassen', noemt Dietsland-Europa het einde van het koloniale bewind een 'blanke zelfvernedering en zelfbevlekking'. In maart 1960 tracteert Van Boghout de lezers van Dietsland-Europa op volgende racistische ontboezeming: 'Wij moeten contacten leggen met geestgenoten in het buitenland. Europa is het vaderland van de blanke man. Indien de huidige evolutie zich doorzet, zal Europa weldra het land van koffie en melk zijn'. De Belgische banken en industrie verdienden in Congo dik geld. De regering-Eyskens wil via de eenheidswet de bevolking laten opdraaien voor het verlies van de kolonie. Dit leidt eind '60 tot een stakingsgolf zonder weerga. Tienduizenden arbeiders leggen wekenlang het werk neer. Behalve de rijkswacht wordt ook het leger ingezet om de staking te breken. Drie werknemers worden gedood. De historische staking tegen de eenheidswet wekt de afkeer op van Dillen en Dietsland-Europa. Dietsland-Europa schrijft over de 'degeneratie van het proletariaat als gevolg van een onverteerde materiële vooruitgang'. De arbeidersstrijd vindt nooit genade bij het flamingantische extreem-rechts. Dit windt zich daarentegen liever op over de 'taalstrijd'. En deze laait hevig op in de drie volgende jaren. De VU profiteert hiervan en komt bij de parlementsverkiezingen van 1961 met vijf zetels in de Kamer. De twee senaatszetels van de VU gaan naar figuren uit de collaboratie, dokter Roosens en architect Diependaele. Dillens persoonlijke vriend, ex-VNV-er Leo Wouters, wordt in de Kamer gekozen. 'Met hem doet één van de weinige onkreukbare politici zijn intrede in het parlement. Een zeldzaam verschijnsel in die barak', aldus Dillen. Het kabinet Lefèvre-Spaak dient ontwerpen in op de afbakening van de taalgrens en op het taalgebruik in bestuurszaken en onderwijs. De aangekondigde taalwetten verwekken grote beroering. Het Vlaams Actiecomité organiseert in '61 en '62 massale 'marsen op Brussel'. Tijdens deze marsen scanderen Were Di-leden hun strijdkreten 'Voor 't Belgikske Nikske' en 'Brussel Vlaams'. Were Di roept op tot herovering van 'het verbasterde Brussel', dat ooit een 'trotse Dietse burcht' was. Bij de wet van 8 november 1962 wordt de taal vastgelegd. In een vijfentwintigtal gemeenten zullen 'faciliteiten' gelden voor anderstaligen. De overheveling van de Voerstreek van de provincie Luik naar Limburg wekt in Wallonië grote tegenstand. Na langdurige agitatie en politiek touwtrekken komt tenslotte de nieuwe taalwet van 2 augustus 1963 tot stand. Hierbij wordt het arrondissement Brussel in drieën gesplitst: Brussel hoofdstad, dat beperkt blijft tot negentien gemeenten; het Nederlandstalige Halle-Vilvoorde en een afzonderlijk arrondissement van zes randgemeenten met 'taalfaciliteiten' voor Franstaligen. In het 'bloed-en-bodem-denken' van Dillen betekent dit de 'zoveelste Vlaamse nederlaag', waarvoor hij in eerste instantie de 'laffe CVP' verantwoordelijk stelt. Het dekking-zoeken door extreem-rechts in een officiële partij werkt voor de democratie ontwrichtender dan bijvoorbeeld de gewelddaden van de VMO. In die tijd -wij schrijven 1962- heeft extreem-rechts vaste voet in de VU. In 1961 is Toon van Overstraeten, Dillens medestander van het eerste uur, opgeklommen tot redactiesecretaris van het VU-weekblad, waarin hij onder het pseudoniem 'Diogenes' onder meer de 'open brief'-rubriek verzorgt. Van zijn kant speelt ook de zevenendertigjarige Dillen een betekenisvolle rol. Zo fungeren Dillen, van der Elst en Jorissen als sprekers op 1 juli 1962, tijdens de traditionele VU-volksvergadering vlak voor het Zangfeest.(56) Bij die gelegenheid treedt voor het eerst Dillens vriend Hector Goemans voor de schijnwerpers. Goemans, zoon van een VNV-senator en voor de oorlog Verdinaso-militant, werkt vanaf 1940 als huisarts in Berchem. Een andere relatie van Dillen, de zakenman Van der Paal is één van de geldschieters van het fonkelnieuwe VU-secretariaat in Antwerpen. Van der Paal zal enkele jaren later verstrikt raken in een reusachtig immobiliënschandaal en van het politiek toneel verdwijnen. In een later stadium, na de oprichting van het Vlaams Blok, duikt hij weer op als raadgever-achter-de-schermen van deze partij. Tijdens het weekend van 21 en 22 april 1963 wordt het nieuwe VU-secretariaat feestelijk ingehuldigd. Een beter illustratie voor de mate waarin extreem-rechts de VU-politiek bepaalt, is nauwelijks denkbaar. Zoals het hoort, opent VU-senator Roossens de VMO-tentoonstelling in zaal 'Peter Benoit'.(57) 's Avonds vergast de VU haar publiek op een drukbezocht VMO-bal in Palladium. De VMO krijgt er open doekjes van Toon van Overstraeten. En zo gaat het verder. De volgende dag volgt onder een zonnige hemel een korte betoging, die opgeluisterd wordt door de muziekkapel van de VMO. In de namiddag wordt de verjaardag van de zestigjarige Leo Wouters en de vijfenzestigjarige Ward Hermans met de gebruikelijke kitcherige lofzangen gevierd. Walter Luyten vertelt zoetsappig hoe Leo Wouters de nationalistische banier aan de jonge generatie doorgaf. De toon is gezet. De ware betekenis van het evenement is niet de herdenking van een verjaardag, maar de ophemeling van de collaboratie. 'De Vlaams-nationalisten hebben tijdens de oorlog laten zien dat zij -beter dan wie ook- in staat zijn het land te besturen', roept Wouters uit. En hij vervolgt: Tn Gent zal ik de politiek van mijn voorganger, M. Elias, voortzetten'. De zaal geeft hem een staande ovatie. Het andere feestvarken is Ward Hermans, tijdens de oorlog medestichter van de Algemene SS-Vlaanderen en hoofdredacteur van De SS-Man. Veroordeeld tot levenslange opsluiting, komt hij begin mei 1955 al vrij dankzij de bemiddeling van onder meer de socialistische voorman Camille Huysmans. Ondanks een schrijfverbod begint hij onmiddellijk opnieuw de jeugd te bederven met publikaties als 'Jan van Gent'. Deze 'derderangs dichter, maar eersterangs fascist', zoals Boudewijn Buch hem ooit noemde, heeft zijn nazi-verleden nooit afgezworen.(58) Voor de rechtbank ontkende Hermans in alle toonaarden dat hij zich zou vergist hebben. Hij zei dat hij nergens spijt van had. Niettemin beriep zijn raadsman zich op de parabel van de Verloren Zoon, en smeekte hij om mildheid 'zoals het past voor kinderen van een christelijke beschaving'.(59) Kortom, Hermans is een man die zijn rechterarm met moeite omlaag kan houden. Op 23 april kan de wierook voor hem niet op. 'Hadden we maar wat meer Hermansen', verzucht Arthur de Bruyne. Jef van Dingenen (gewezen banleider en gouwcommandant van de Dietse Militie - Zwarte Brigade; bezieler van Broederband, een vereniging van ex-collaborateurs) spreekt in roerende bewoordingen over de verhouding van Hermans tot Vlaanderen. Lyrisch vergelijkt hij Hermans met 'een jongeling die voor het eerst verliefd wordt en hardnekkig trouw blijft aan zijn eerste, eerlijke en schone liefde'. Dokter Ballet (ex-VNV-volksvertegenwoordiger) plaatst Hermans in de 'galerij van de onvergetelijke Vlaamse voormannen'. Namens de jongeren roemt Karel Dillen Hermans' 'grootmenselijkheid'. 'Tijdens uw proces, bent u uitgegroeid tot het symbool en de vader der verdrukten', aldus Dillen. In al onze kleinmenselijkheid, Ward, zullen we trachten te voldoen aan de maat die gij ons gaf', galmt Van Overstraeten.(60) Dit en ander nostalgisch huldebetoon aan de collaboratie, waaraan de extreme rechtervleugel zich bij wijlen laaft, kan niet voorkomen dat in de VU een verbeten discussie losbrandt over de kwestie van een 'breed Vlaams front'. Voorstanders van zo'n front zijn -merkwaardig genoeg- te vinden zowel bij de rechtervleugel (Wim Jorissen) als vooral bij de meer democratische groep rond de Brusselse VU-volksvertegenwoordiger, Daniël Deconinck. Zij gokken erop dat de massa van de marsen op Brussel voor zo'n Vlaams front gewonnen kan worden. Daarom zijn ze bereid desnoods wat water in hun nationalistische wijn te doen. Verder vinden ze dat het al te opzichtig geflirt met de aan de fascistische milities herinnerende VMO meer kwaad dan goed doet om de stem van de doorsnee-Vlaming te winnen. In die tijd schokken de VMO-stoottroepen herhaaldelijk de publieke opinie. Ze treden niet erg zachtzinnig op tegen franstalige preken en tijdens de VU-betoging van 22 juni 1963 in Wemmel vallen ze woningen van Franstaligen aan, vernietigen tuinhekken en verwonden een aantal rijkswachters. Op 13 september 1963 is het opnieuw prijs. De VMO plant een nachtelijke raid in Oostende kort na de Ijzerbedevaart. Nabij de kust wordt de VMO evenwel door de politie onderschept. In de verwarring weten enkele VMO-ers te ontkomen en Oostende te bereiken. Daar bekladden ze tientallen huizen en uithangborden met teer. Zeventien verdachten worden gearresteerd. VMO-kopstukken als Kamiel van Damme, Wim Verreycken en Wim Maes worden nadien veroordeeld tot het betalen van geldboetes en schadevergoeding. De extreme rechtervleugel binnen de VU komt de VMO onmiddellijk ter hulp. Rudi van der Paal en Rik Ballet richten een steuncomité op en zamelen het nodige geld in om het VMO-leed te lenigen. De VMO-uitspattingen laten ook de voorstanders van een breed front niet onberoerd. Op 5 oktober 1963 spreekt Jorissen ongezouten taal. 'Wij weten wat we aan de VMO gehad hebben en blijven haar daar dankbaar voor', aldus Jorissen. 'Wij willen echter een orde, geen horde. Voor militanten geldt tucht niet alleen tegenover de generaals, maar ook tegenover het politiek gezag. Wie dit niet aanvaardt, is geen militant en mag gaan. Hoe eerder hoe liever'.(61) Dillen is in alle staten. In een 'open brief aan de VMO-leiders' hekelt hij de 'ezelsstamp' en belooft hij de VMO 'door dik en dun' te steunen.(62)En zoals God Noë waarschuwde voor de zondvloed, zo wordt in een redactioneel hoofdartikel van Dietsland-Europa de VU gekastijd. 'De extremisten en zij alleen hebben ter wille van de eenheid steeds weer offers gebracht. De liefde kan niet van één kant blijven komen'.(63) De boodschap van Dillen is duidelijk en dringt nog steeds vlot door tot de VU-top. Al op 19 oktober 1963 beslist het hoofdbestuur de VMO-leden onder het gezag van Rudi Van der Paal opnieuw in de propagandaploegen in te lijven. Ze heten voortaan Volksunie Militanten (V.U.M.). In die tijd kan het soms even lijken of extreem-rechts verdwenen is, opgelost in de 'nette' VU, maar niets is minder waar. Het wantrouwen tegen de VU heeft Dillen nooit volledig verlaten. Het verklaart mede waarom hij zich na het verdwijnen van de Jong Nederlandse Gemeenschap fel is blijven inzetten voor de heroprichting van een aan geen partij gebonden, radicale elite-beweging, waarin hij ongebreideld zijn gang kan gaan. Vanaf 1962 is Dillen actief in Were Di. In feite ligt Were Di ideologisch in het verlengde van de Dietse Opvoedkundige Beweging (DOB), die op 24 juli '37 was opgericht door Bert van Boghout en enkele leraars en leerlingen van de Antwerpse Stedelijke Normaalschool. Deze kleine beweging gaf het Diets Opvoedkundig Tijdschrift uit, met de oud-activiste Rosa de Guchtenaere als verantwoordelijke uitgeefster en verspreidde tijdens de mobilisatie pamfletten in het leger met de oproep geen weerstand te bieden tegen de nazi's. De meeste leden van de DOB, onder wie van Boghout, stapten kort na de capitulatie over naar de Nationaal-socialistische Beweging in Vlaanderen (NSBiV) van Piet van Rossem. De NSBiV had nauwe banden met de Nederlandse NSB van Anton Mussert en predikte een onvoorwaardelijke collaboratie met de Duitsers. In september '42 werd van Boghout 'schoolleider' van de Vlaamse School in Antwerpen, waar de leerlingen een degelijke nationaal-socialistische opvoeding kregen. Eind juli '44 belandde van Boghout bij de Waffen-SS en trok hij naar het Oostfront. Van Boghout zat vijf jaar vast na de oorlog en verloor zijn politieke rechten. In 1962 wordt hij secretaris van de Landelijke Vereniging van Vlaams-nationale Ouders en Opvoeders, waarvan de naam weldra verandert in Verbond van Nederlandse Werkgemeenschappen Were Di. Dokter Karel Delahaye (ex-opperschaarleider voor de gouw Groot-Antwerpen van de Dietse Blauwvoetvendels, de jeugdbeweging van het VNV) wordt de eerste voorzitter. Delahaye, een prominent VU-lid, is tevens de grondlegger van het Algemeen Nederlands Suid-Afrikaans Vlaams Verbond (ANSAV). Al gauw wordt hij opgevolgd door Dillen, die tot 1975 onafgebroken aan het hoofd van Were Di staat. Op 10 juli 1964 houdt Were Di voor het eerst een Guldensporenherdenking in Antwerpen. Daar bestijgen Dillen en de uit collaboratiekringen afkomstige VU-volksvertegenwoordiger Van Leemputten het spreekgestoelte. De overheid huldigt een onbegrijpelijke tolerantie ten aanzien van dit soort manifestaties, waarop oud-collaborateurs keer op keer onder onverhulde lofzangen bedolven worden. Slechts één keer, in 1968, wordt de Guldensporenherdenking op aandringen van de KP en het verzet door de Antwerpse burgemeester Craeybeckx verboden.(64) Nu de verkiezingen van 17 april 1965 naderen, laait de strijd tussen de voor- en tegenstanders van een 'breed Vlaams front' hoog op. VU-volksvertegenwoordiger Daniël Deconinck en een groep die zich verenigt onder de noemer Vlaamse Democraten willen meer afstand nemen van opgeklopt nationalisme, taalflamingantisme en de 'hou-zee-mentaliteit'. Zij sturen aan op de vorming van een Vlaams front in Brabant. Onmiddellijk krijgt de VU af te rekenen met een actie van Marcel Brauns. Deze ex-jezuïet is ervan overtuigd dat alleen de Heilige Drievuldigheid de 'Godvergeten wereld' kan redden van de ondergang. Op grond van zijn buitenissige bijbelinterpretatie bestrijdt hij de 'nieuwe afgoden': communisme, democratie en techniek. Sinds het begin van de jaren '60 toert hij in Vlaanderen rond om de gelovigen zijn blijde boodschap te verkondigen en op te roepen om op de VU te stemmen.(65) Op 17 januari 1965 dreigt Brauns ermee in Brussel op te komen met een eigen 'saneringslijst', indien de VU front vormt met de Vlaamse Democraten. Brauns ziet in zo'n front een 'tactiek om een links en marxistisch geïnspireerd flamingantisme in de VU binnen te loodsen'.(66)Hij bespeurt achter elke hoek en kant het Rode Gevaar en de communistische infiltratie. Maar hij is niet de enige. In de VU vindt hij grote bijval van Leo Wouters, Van der Paal en Karel Dillen. Hoe dan ook, op 20 februari '65 schorst het VU-hoofdbestuur onder leiding van Van der Elst Daniël Deconinck en wijst het iedere toenadering tot de Vlaamse Democraten af. Het is niet verwonderlijk dat Dillen op de provinciale kaderdag van 13 maart 1965 hulde brengt aan voorzitter Van der Elst, van oudsher op beslissende momenten steun en toeverlaat van de extreem-rechtse vleugel.(67) De verkiezingen van 23 mei 1965 betekenen voor de VU de grote doorbraak. Zij haalt niet minder dan twaalf kamerzetels en verdubbelt haar stemmenaantal. De Vlaamse Democraten veroveren daarentegen geen enkele zetel. Dillen triomfeert. Overtuigd van zijn gelijk, waarschuwt hij: 'We zullen strakker dan ooit de nationalistische lijn volgen en onverbiddelijker dan ooit zaken, toestanden en personen beoordelen'.(68) Dillen kan zich deze stoute taal veroorloven, want zijn positie in de VU is nog steeds onbedreigd. Het is bijna triest om te zien hoe deze partij, ondanks haar pas verworven massa-aanhang, nauwe banden behoudt met figuren uit de collaboratie. In december 1965 geeft de negentigste verjaardag van Pater Stracke, een na de eerste wereldoorlog veroordeelde activist, aanleiding tot een overrompelend huldebetoon, dat dertienhonderd bezoekers trekt. In het erecomité zetelen niet minder dan zeshonderd 'bekende Vlamingen', onder wie Cappuyns (voorzitter van het VEV), de kunstenaar Albert Servaes en de auteurs Ernest Claes en Stijn Streuvels. Ze vertoeven in het gezelschap van gewezen collaborateurs als Wies Moens, Leo Poppe en Ward Hermans. Karel Dillen houdt de feestrede en huldigt Stracke als een 'vorst'.(69) Hoewel Diestland-Europa en Were Di niet louter christelijk zijn, hebben ze een zwak voor rechts-autoritaire katholieken als Stracke, de priester-collaborateur Cyriel Verschaeve en pater Brauns. Deze laatste komt in die dagen in het nieuws vanwege zijn gloedvolle getuigenis voor de SS-er Verhelen. Mensen als Brauns hebben een rekbaar geweten. Zij kunnen hun gewetensbezwaren met het grootste gemak opgeven zodra het erop aan komt een nationaal-socialist te verdedigen. Verhelen stond aan het hoofd van het beruchte Veiligheidscorps van de De Vlag, dat talrijke moorden op verzetslieden pleegde. Verbelen werd na de oorlog bij verstek ter dood veroordeeld door het Belgische gerecht wegens de moord op 101 Belgen, onder wie A. Galopin, de gouverneur van de Société Générale. Hij vluchtte echter naar Oostenrijk, waar hij zijn kennis en ervaring ging delen met de Oostenrijkse Staatspolitie en de Amerikaanse CIA. Verbelen werd in 1962 aangehouden. Voor het Weense Assisenhof in december 1965 is hij de zoveelste oorlogsmisdadiger die zijn onschuld belijdt met: 'Ein Befehl ist ein Befehl'. In zijn boek 'Mijn waarheid' beschrijft Brauns waarom hij voor de 'idealist' Verbelen in de bres springt: 'Als priester en getuige voor de waarheid trek ik naar Wenen, in de volle overtuiging dat Verbelen onder een berg van laster verpletterd wordt, terwijl hij in feite even onschuldig is als een politiecommissaris die bij een politieactie misdadigers moet neerschieten'. Trots vervolgt hij: 'Nadat ik even de eerste twee regels van de Vlaamse Leeuw neuriede, zag ik hoe bij enkele gezworenen de tranen in de ogen sprongen.' Tot ieders verbijstering spreekt het Assisenhof op 21 december 1965 Verbelen vrij. Waarop de toenmalige minister van Justitie, M. Wigny, verklaart: 'De regering veracht dit individu. Verbelen is door een Belgische rechtbank al definitief veroordeeld'. De hang van Dillen en Were Di naar een autoritair katholicisme doet hen gruwen van progressieve gelovigen, die aan de kant staan van de arbeidersbeweging. Arbeidersstrijd is in Dillens ogen nu eenmaal een linkse ketterij. In navolging van het VNV is hij een vurig pleitbezorger van een corporatistisch systeem, waarin de arbeidsvrede gewaarborgd wordt door de vakbonden te vervangen door corporaties. In feite betekent het niets anders dan een terugkeer naar de middeleeuwse gilden. Dillens afkeer van de arbeidersbeweging komt aan het licht wanneer de mijnwerkers begin 1966 de strijd aanbinden tegen de mijnsluiting van Zwartberg. In zijn blad Dietsland-Europa wijdt hij slechts één schamel artikeltje aan deze strijd. En daarin trekt hij van leer tegen de 'kleurvakbonden'.(70) - InhoudBehalve Zwartberg zijn er nog andere tekens die wijzen op een verheviging van de sociale strijd en een verlinksing van de jeugd. De anti-atoommars kent zo'n bijval dat zelfs het VU-blad Wij, zij het met tegenzin, haar lezers uitnodigt eraan deel te nemen. Roeland Raes (vice-voorzitter van Were Di en later Vlaams Blok) reageert woedend in Dietsland-Europa. 'Men maakt het Westen rijp voor de ondergang, voor de overspoeling door kleurvolkeren en de totale nivellering', aldus Raes.(71) Rond de overheveling van de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit ontwikkelt zich een strijd die al gauw het enge nationalistische kader van 'Walen buiten' overstijgt. Onder impuls van de door Ludo Martens geïnspireerde SVB (Studenten-vakbeweging) radicaliseert de studentenbeweging in snel tempo in de richting van: 'Arbeiders, studenten, één front'. Dillen wordt misselijk van deze 'ontsporing'. Hij raast dat 'die bende geestelijk onvolwassenen' de 'ontwaarding en ontaarding van de Vlaamse strijd' op hun geweten hebben. Volgens hem wordt de jeugd van ons 'edel en gaaf volk' bedreigd door 'het vuile politieke mollenwerk van deze ontwortelden'.(72) 'Waarom zingen de studenten 'We shall overcome' in plaats van het verheven 'Gebed voor het Vaderland' van Feremans?', klaagt hij. Het studentenprotest bereikt een hoogtepunt in de januari-opstand van 1968, die de val van het kabinet-Van den Boeynants veroorzaakt. Vele in de typisch Vlaamse romantiek opgegroeide jongeren realiseren zich met een schok dat ze leven in een kapitalistische maatschappij, waarin uitbuiting en onderdrukking nog steeds aan de orde zijn. Op drukbezochte volksvergaderingen weerklinken leuzen als: 'Wil het volk zich bevrijden, dan moet het de Société Générale bestrijden'. Onder de matrakslagen van de rijkswacht krijgt het begrip 'repressie' ineens een heel andere betekenis dan 'de pogrom tegen de Vlaamse collaborateurs', waarover Dillen en de zijnen onophoudelijk de mond vol hebben. De rechtse nationalisten voelen langzamerhand de bodem onder hun voeten wegzinken. Zij vinden dat links in Vlaanderen niet thuishoort. Toon van Overstraeten, hoofdredacteur van het VU-weekblad Wij, kaffert Ludo Martens uit voor 'revolutionaire betweter' en 'technicus-in-de-obstructie', die steeds weer 'ideologische landmijnen onder de Vlaamse eenheid legt'.(73) Hij tracht wanhopig nog wat goodwill voor de hardoptredende rijkswachters te kweken, want ze zijn toch ook 'kinderen van ons volk'.(74) Dillen en Were Di zien hun aanhang slinken. Zeker, op hun zangstonden staan de galmende Vlaamse deuntjes van Hullebroeck en Armand Preudhomme nog wel op het programma, maar wie heeft daar nog oren voor na de Beatles, de Rolling Stones en Dylan? Ook de Were Di-meetings 'Boedapest '56 - Leuven '66' slaan niet aan, hoe hard Dillen en Arthur De Bruyne ook hun best doen het primaire anti-communisme levendig te houden. Het politieke landschap verandert zienderogen in progressieve en linkse richting en ook de VU blijft daarvoor niet immuun. Tekenend is de aanhef van Schiltz' rede op het elfde partijcongres. 'Nog geen jaar geleden werd de rode vlag gehesen op de universiteit. Het is een signaal dat zich grondige wijzigingen hebben voltrokken in de mentaliteit, de problemen en de noden van de gemeenschap', aldus Schiltz.(75) Als rechtstreeks gevolg van de studentenstrijd wordt op het tiende en het elfde VU-congres veel aandacht besteed aan het levensbeschouwelijke pluralisme en de democratisering van het onderwijs. In de resoluties staat dat het onderwijs mensen dient te vormen voor een pluralistische gemeenschap. Het corporatisme en het separatisme verdwijnen uit het VU-woordgebruik. Onder impuls van Schiltz en Maurits Coppieters evolueert de VU van een radicale 'zweeppartij' naar een 'beleidspartij'. Voorzitter van der Elst en Toon van Overstraeten kunnen die ontwikkeling niet stuiten. Op de kaderdagen van oktober '67 stelt van der Elst: 'Wij mogen er ons niet toe beperken een zweeppartij of een drukkingsgroep te zijn. Onze betrachting moet zijn een leidende rol te spelen bij de verwezenlijking van de federale staat'. Tegelijkertijd veroordeelt hij 'extremistische krachtpatserij'. 'Laat de doden de doden begraven', zegt hij aan het adres van Dillen en diens medestanders. Op de herfskaderdagen van '68 valt van der Elst opnieuw uit tegen de 'schoonmoeders van de VU'. Hij noemt ze 'een gesloten groep van geestgenoten die zich afzondert in de cultus van een idee en angstvallig waakt over de zuiverheid van de leer'. Dillen neemt deze ontwikkeling hoog op. Op een open partijdag in Erwetegem, op 9 juni 1968, neemt hij scherp stelling tegen de 'linkse' koers. Zijn gramschap richt zich nu zelfs op partijvoorzitter van der Elst, die volgens hem veel te laks optreedt tegen de nieuwlichters.(76) Dillens verachting voor al wat progressief is, walmt uit zijn wekelijkse 'Rubriek der dode zielen' in 't Pallieterke. Onder de schuilnaam R. Sch. spuit Dillen van '66 tot '78 zijn gal op 'het decadente parlementaire systeem', de 'kleurpartijen' en 'kleurvakbonden'. Hij krijgt er nooit genoeg van. Het is erger dan een verslaving. Via dit scheld- en schimpblad van de ultra rechterzijde, dat meer dan 30.000 lezers telt, bereikt hij een groot publiek. In 't Pallieterke schrijft Dillen niet zwaarwichtig en belerend. Hij weet zich perfect aan te passen aan de stijl van het blad dat satire verkiest boven serieusheid en objectiviteit, uitgaande van het beginsel dat de kracht van satire veel groter is voor het brede publiek. Deze schampere, luchthartige stijl is zeer geschikt om de extreem-rechtse boodschap uit te dragen. Zo schrijft Dillen in het eerste nummer van 1967 de volgende nieuwjaarsboodschap: 'Wij zouden onrechtvaardig zijn, indien onze wensen niet gaan naar de man, die in '66 onvermoeibaar was in de strijd tegen het fascisme, de edele professor Halin. Wij wensen dat hij dit jaar de uiteindelijke verplettering van alle pre-, post- en neo-nazistische draken met zeven koppen zal mogen beleven. Wij hopen hem geen groter genoegen te kunnen verschaffen dan met de mededeling dat wij rouwmoedig alle fascistische duivels uit onze ziel gebrand hebben. Als daadwerkelijk teken van berouw over ons verleden, hebben we met nieuwjaar Hitler de straat opgejaagd, na hem twintig jaar lang verborgen te hebben in de kelder van ons krantje'. Bij 't Pallieterke is hij omringd door persoonlijkheden als hoofdredacteur Jan Nuyts en Jan Merckx, gewezen directeur-hoofdredacteur van het Handelsblad. Peter Verlinden schrijft in zijn studie 'Morfologie van de Vlaams-nationale, uiterst rechtse groeperingen' dat Jan Merckx jarenlang achter de schermen de politieke lijn van 't Pallieterke bepaalde en zelfs de hoofdartikels schreef. Momenteel is Jan Merckx als voorzitter van de raad van bestuur 'de baas' van de commerciële televisie VTM en gedelegeerd bestuurder van TV-bladen TV Ekspres, Zie Magazine en TeVe Blad. De moeilijke tijden dwingen Were Di en VMO tot nog nauwere samenwerking. Op 26 mei 1968 houdt de VU haar traditionele voormiddagbetoging ter gelegenheid van het Zangfeest. Voor het vertrek van de betoging, viert de VMO haar twintigjarig bestaan. Niemand minder dan VU-volksvertegenwoordiger Goemans overhandigt de standaard. In de betoging is de VMO ook opvallend aanwezig met haar muziekkapel en anti-communistische spandoeken. Een praalwagen beeldt de hoogtepunten uit het 'roemrijk verleden' uit. De VMO-leden stappen geüniformeerd en gelaarsd op.(77) Terzelfdertijd venten leden van Were Di brochures over Wies Moens en 'Belgikske-Nikske'. Tekenend voor de veranderde tijdsgeest is dat dit VMO- en Were Di-optreden een golf van kritiek verwekt. Het VU-orgaan Wij krijgt talrijke boze brieven waarin betreurd wordt dat de partij zich blijft compromitteren met het 'domme militaristische vertoon van de overjarige boy-scouts van de VMO, die het soldaatje-spelen maar niet kunnen laten'.(78) Het kan de VMO echter niet deren. 'Het communisme vormt nog steeds een grote bedreiging voor het Westen. Dat er in de VU enkel progressistjes zitten, die het vooralsnog voor het zeggen hebben, daar vegen wij in de VMO eens ferm onze laarzen aan. Tot spijt van wie 't benijdt', reageert een VMO-er in Wij.n Om het tij te keren, besluiten Were Di en VMO een grootscheepse amnestiecampagne op touw te zetten. Amnestie is nog steeds een belangrijk bindmiddel tussen extreem-rechts en een niet onaanzienlijk deel van 'fatsoenlijk' rechts. Op de Guldensporenherdenking van Were Di, begin juli 1968, roepen Wim Maes en Dillen op deel te nemen aan I de grote amnestiemars van 14 tot 18 augustus. Na deze mars richten ze een amnestiecomité op, waarvan VU-volksvertegenwoordiger Goemans voorzitter en Dillen ondervoorzitter wordt. Het comité slaagt erin vele nationalisten te begeesteren. Prof, van Isacker, Valeer Portier (ANZ), Jozef van Overstraeten (VAB-VTB), Manu Ruys (hoofdredacteur van De Standaard), de schrijvers Johan Daisne en Walschap en vele anderen treden toe. Op 27 oktober 1968 houdt het comité een meeting, waarop Dillen en prof. Derine, CVP-schepen van Antwerpen, eendrachtig amnestie bepleiten.(80) Na de meeting stappen ongeveer achtduizend betogers door Antwerpen, beschermd door een indrukwekkende politiemacht, uit vrees voor de tegenbetogers van het pas opgerichte AFF (Anti-fascistisch Front). Wim Maes mag het niet meer beleven: hij overleed schielijk kort daarvoor, op 2 oktober. Met de dood van haar leider krijgt de VMO de kans van haar leven om zich te koesteren in de lof die over de overledene wordt uitgestort. De Standaard: 'Wim Maes was een gevoelige, minzame, zeer oprechte volksjongen. Hij was een schone mens'. Toon van Overstraeten: 'Zijn hele menselijke persoonlijkheid was met een soms ontzettende hunker gericht op het schone en het idealistische'.(81) Elke nationalist van enige faam is op de begrafenis in Brasschaat present. Onder de meer dan duizend aanwezigen bevinden zich Ward Hermans, pater Brauns en niet minder dan 18 VU-parlementsleden. In zijn rede op de begraafplaats zweert Dillen dat hij het werk van Wim Maes onverdroten voort zal zetten. Hij prijst de overleden VMO-leider de hemel in als 'de meest volksgeliefde man in de Vlaamse Beweging na de Tweede Wereldoorlog'.(82) De andere sprekers,Bob Maes en dokter Goemans, variëren op hetzelfde thema. Na de dood van Wim Maes, neemt Armand Eriksson het VMO-roer over. Eriksson is een gewezen lid van de Hitler-jeugd en een Korea-veteraan. Op 22 oktober 1967 stichtte hij de Vlaams Nationale Sportkring (VNSK), een dekmantel voor paramilitaire training. De resultaten blijven niet lang uit. Op 30 maart 1969 demonstreren verzetsstrijders in Stekene bij het oorlogsmonument tegen het feit dat oud-Oostfronters van het Sint-Maartensfonds een ereveld voor gevallen medestanders willen aanleggen. Ze worden door VMO-ers aangevallen, beschimpt en met karatetrappen het ziekenhuis ingeschopt. Dat geweldadig optreden wekt ook in VU-kringen hoe langer hoe meer ergernis. Toch mag VMO-fan Dillen tijdens de traditionele VU-meeting op 1 juni 1969 in zaal Majestic het woord voeren. Hij brengt een ingetogen eresaluut aan Wim Maes en de pas overleden echtgenote van Wies Moens.(83) Zijn toespraak lijkt wel een kopie van zijn eerste dodenherdenkingsrede. Het bijzondere van Dillen is niet zozeer dat hij twintig jaar lang niet van ophouden weet, maar dat hij al die tijd dezelfde redevoeringen lijkt te houden. Het is Dillens laatste groot optreden op een VU-manifestatie. Hij trekt zich voortaan terug in Were Di en Dietsland-Europa, die vanaf oktober 1968 volkomen versmelten. Deze fusie is een bevestigingvan een al lang gegroeide feitelijke toestand. Were Di probeert het gebrek aan aanhang en sympathie in eigen land te compenseren met toenemende contacten met geestverwanten in Europa. Om sterker te staan is internationale aaneensluiting een noodzaak. Het is op dit punt dat Were Di en Dietsland-Europa een rol van betekenis spelen. In hun bewuste streven naar Europese samenwerking blijven ze trouw aan de grondgedachte die Dillen, in navolging van zijn geliefde Franse fascistische auteur Robert Brasillach, vrij vertaald als volgt formuleert: 'indien fascisme en nationaal-socialisme kunnen worden aangepast aan de naoorlogse democratische omstandigheden, vormen zij de enige krachten die een werkzaam tegenwicht tegen het communisme bieden; alleen zo is er kans op behoud van de cultuur van het 'Avondland'; alleen zo kan tevens een halt worden toegeroepen aan links en de arbeidersbeweging'. Een sleutelfiguur in deze internationale oriëntatie is Roeland Raes, ondervoorzitter van Were Di en tevens voorzitter van de Gentse VU-afdeling. In het dagelijkse leven is hij directeur van de afdeling brandverzekering bij de verzekeringsmaatschapij 'De Noordstar en Boerhaave', die kwistig de Vlaamse agitatoren financiert. Hij zorgt ervoor dat de voorhoede-racist Alain de Benoist, hoofdredacteur van het tijdschrift Nouvelle Ecole, Were Di gaat inspireren.(84) Met zijn theorieën over biologisch realisme, eugenetiek en rassenzuiverheid tracht De Benoist een fa^ade van wetenschappelijkheid overeind te houden om des te beter zijn racistische en anti-christelijke ideeën te kunnen verkondigen. De Nederlandse Volks-Unie (NVU) komt in 1971 tot stand op initiatief van enkele Nederlandse 'volksnationalisten', die vroeger actief waren in de Nederlandse tak van de Dietse Solidaristische Beweging. Voorzitter van de NVU is de beruchte Joop Glimmerveen, die bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1974 verantwoordelijk zal zijn voor de campagne 'Hou Den Haag blank'. De onvermijdelijke Raes wordt NVU-ondervoorzitter.(85) Verder onderhoudt Were Di goede betrekkingen met buitenlandse neo-fascistische partijen als de Duitse Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD) en de Italiaanse Movimento Sociale Italiano (MSI). Deze vruchtbare buitenlandse contacten kunnen evenwel niet verhelen dat eind van de jaren '60, het maar treurig gesteld is met extreem-rechts in Vlaanderen, i In januari 1970 beginnen de Limburgse mijnwerkers een zes wekenlange staking voor hogere lonen. Voor het eerst wordt het ideaal van de linkse studentenbeweging 'Arbeiders, studenten, één front' gerealiseerd. Aan de universiteiten vinden massale solidariteitsacties voor de stakers plaats. Aan de mijnen zelf hebben revolutionaire studenten en mijnwerkers zich verenigd in Mijnwerkersmacht. Daarnaast bestaat eendoor de VU gesteund Permanent Stakingscomité, waarvan G. Slegers voorzitter is. Het Stakingscomité kan rekenen op de welwillende medewerking van Jef Olaerts (VU-volksvertegenwoordiger en gewezen oorlogsburgemeester van Genk), D. Dylst (voorman van de Vriendenkring-Zwartberg en een bekend figuur in kringen van VMO en Franstalige Nemclubs) en de Were Di-aanhanger Renaat Wenmeekers. Het trio Slegers, Dylst en Wenmeekers belandt later in het Vlaams Blok. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 11 oktober 1970, komt Slegers als VU-gekozene in de Genkse gemeenteraad. En het jaar daarop wordt hij zelfs VU-senator. Na de staking is Slegers een gevierd spreker op meetings van Were Di. Op de lijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1970 prijken echter ook kandidaten als Nelly Maes en André de Beul, die er nogal progressieve ideeën op nahouden. Zij beginnen in de VU een belangrijke rol te spelen. Maes is op dat moment trouwens voorzitster van de VU-jongeren. Ondervoorzitter is Hugo Coveliers. Dillen windt zich op over deze langzame aflossing van de wacht. 'De radicale nationalisten hebben de jongste tien jaar altijd water in hun wijn gedaan. Zij hebben toegegeven uit plichtsbesef, omdat een sterke Vlaams-nationale partij broodnodig is. De liefde kan echter niet van één kant blijven komen', sneert Dillen eind juni '70 op de Guldensporenherdenking van Were Di.(86) Als ultiem argument laat hij het spook van het 'Rode Gevaar' uit de fles ontsnappen. Op bezwerende toon vervolgt hij: 'Daarom klagen wij de agenten van de communistische inlichtingendienst in de VU aan, die ervoor zorgen dat hetgeen in besloten VU-vergaderingen gezegd wordt, de week daarop in de Rode Vaan staat. Wij dulden niet dat aan de nationalisten in de VU het zwijgen opgelegd wordt door mensen die hun opdracht uit Moskou krijgen'. Deze krasse uitspraak laat zien dat voor Dillen de 'Godsvrede', het bestand tussen extreem-rechts en andere nationalisten, ernstig in gevaar is. Hij voelt er niets voor om zich door het naar zijn zeggen toch al grotendeels 'verburgerlijkte' VU-bestuur nog langer de wet te laten voorschrijven. In Dietsland-Europa neemt hij het 'totalitarisme' van de VU-leiding op de korrel. Minachtend noemt hij Schiltz en Coppieters 'Baas Ganzendoncken van de politiek'.(87) Deze onophoudelijke ongezouten kritiek komt Dillen op een vermaning van de partijraad te staan.(88) De verkiezingsstrijd wordt overschaduwd door een brutale VMO-actie. In de nacht van 10 op 11 september 1970 hebben vier plakkers van het FDF het ongeluk tegen een negenkoppige VU-ploeg op te lopen, van wie enkelen tot de VMO behoren. Zij mishandelen de Franstalige Brusselaar Georgin, een leraar, zo zwaar dat deze korte tijd later aan een hartaanval overlijdt. De kranten zijn niet mals voor de VMO en de VU. Zelfs De Standaard windt er geen doekjes om. 'De bewering van de VMO als zou het gaan om een verkiezingsincident waarbij toevallig een ongelukkige slag werd gegeven, houdt geen steek', noteert deze krant.(89) Na het overlijden van Georgin distantieert de VU zich onmiddellijk van het geweld. Verder betreurt ze het 'tragische incident'. Het Volk onderstreept echter dat het niet volstaat dat de VU haar medeleven betuigt.(90) De krant wijst op de grote verantwoordelijkheid van de VU-leiding. Indien deze tijdig haar handen van Maes en Dillen had afgetrokken en hen niet had gesteund, zouden ze vlugger van het politieke toneel zijn verdwenen. In dat verband signaleert Het Volk dat nog geen week eerder het VU-weekblad Wij de loftrompet stak over het pas verschenen gedenkboek 'Wim Maes'.(91)In deze hagiografie bezingt Dillen in een gespierde taal, 190 bladzijden lang, de heldendaden van de overleden VMO-leider en diens 'mannekens'. Goedkeurend schreef Wij over Dillens boek: 'De weg die Wim Maes koos, had onbetwistbare en onvervangbare verdiensten'.(92) Voor Dillen en andere rechtse extremisten, die de VMO steeds ondubbelzinnig steunden, wordt de situatie in de VU langzamerhand kritiek. Op 12 juli, enkele maanden voor de kamerverkiezingen van 7 november 1971, ontbindt Bob Maes de VMO onder druk van de partijtop. Boze tongen beweren dat Bob Maes daaraan een verkiesbare plaats op de senaatslijst in Brussel te danken heeft. Vast staat dat hij na de verkiezingen in de Senaat komt, waar hij het gezelschap krijgt van andere VU-gekozenen als Leo Wouters, Lode Claes, Hector de Bruyne en Gerard Slegers. Alles wijst erop dat de VU-leiding aldus de leden van de extreme rechtervleugel naar de Senaat verbant. De ontbinding van de VMO is voor Dillen iets ongehoords. Hij komt woorden tekort om deze 'nationale nederlaag' te omschrijven en de VU-leiding te laken.(93) Eens te meer identificeert Dillen zich met de zogenaamde kleine, idealistische militanten die door de partijtop als oud vuil behandeld worden. 'Sommige Vlaams-nationale politici hebben te dikwijls en te lang de militanten maar als vuil beschouwd, als een soort lijfeigenen, als de vieze gasten voor het nog viezere werk, die men daarenboven op tijd en stond nog een ezelsstamp naar goeddunken mocht geven', aldus Dillen.(94) Zo werpt hij zich op als de ideale identificatiefiguur die als de rattenvanger van Hameln geroepen is de extreem-rechtse activisten achter zich te verzamelen. Dillen maakt zich op om zijn volgelingen buiten de VU te organiseren. Hij schrijft de VU definitief af. Dillen: 'De top van de VU draagt de grootste schuld. Die top heeft het erop aangelegd -dit proces is al jaren geleden begonnen- een partij als een andere te worden. Vandaag kan ze er prat op gaan daarin volkomen geslaagd te zijn'. Waarop hij vernietigend besluit: 'De VU is een kleurpartij als om 't even welke andere geworden'.(95) 3. De slotfase van de strijd: het Vlaams Blok - Inhoud Het Stracke-noodfonds en Pro Vita - Inhoud Op 2 juli 1971, nog geen maand na de ontbinding, richten Eriksson en oud-Oostfronter Piet Peeters de VMO opnieuw op.(96) Juist nu wordt onder impuls van Were Di-voorzitter Dillen en zijn echtgenote, M. Koninckx, een v.z.w. 'Stracke-noodfonds' opgericht, om 'getroffen Vlamingen zedelijk en materieel bij te staan'. In de oproep van de stichters heet het: 'In het verleden werden wij te vaak verrast door de gebeurtenissen, zodat morele solidariteit en daadwerkelijke hulp niet zelden aarzelend of te laat op gang kwamen'. Dietsland-Europa publiceert in juni 1971 de doelstellingen en de samenstelling van het noodfonds. Als voorzitster fungeert Angela Dosfel, weduwe van Lodewijk Dosfel, die na de Eerste Wereldoorlog wegens activisme veroordeeld werd. Dillen eert Mevr. Dosfel als de 'edelvrouw' en 'la grande dame' van het Dietse nationalisme. Waaraan ze dit verdient? Mevr. Dosfel was van 1926 tot 1944 leidster van de Dietse Bond voor Vrouwen en Meisjes en tot 1942 hoofdredactrice van het tijdschrift Gudrun. In 1944 werd ze korte tijd geïnterneerd in de Wollestraat in Gent en dan zomaar weer vrijgelaten. Tot de stichters behoren ook M. Goossenaerts en VMO-oprichter Bob Maes, die in 1971 ondervoorzitter van Were Di en VU-senator is. Voor het inzamelen van politieke fondsen rekent de v.z.w. echter vooral op twee andere stichtende leden, de succesvolle zakenmensen Leon Rochtus en Robert Oriënt. Beiden gaan behoren tot het exclusieve clubje 1 van invloedrijke bankiers. Rochtus wordt directeur van de Bank vanParijs en de Nederlanden en Robert Oriënt wordt lid van Almanij, het syndicaat dat enkele grote eigenaars van de Kredietbank verenigt.(97)Kortom, het noodfonds graaft een kanaal tussen kapitaal en extreemrechtse politiek. Het noodfonds kan bogen op een comité van aanbeveling, een select gezelschap van 'alte Kameraden' en rechtse persoonlijkheden. Het bevat een aantal collaboratiefiguren: H. Ballet, H. Borginon, Frans Daels, Wies Moens, Ward Hermans, Leo Wouters en Robert Van Roosbroeck (scholingsleider van de Algemene SS-Vlaanderen). Zij worden geflankeerd door een handjevol professoren: K. van Isacker, R. Derine en H. de Vleeschauwer. Volgt een rij 'bekende Vlamingen': Clem de Ridder (Davidsfonds), J. van Overstraeten (VTB-VAB), Ward Hermans, Arthur de Bruyne, Martha Dolfijn (verantwoordelijke uitgeefster van Rommelpot) en Paul Daels (voorzitter Vlaamse Volksbeweging). Tenslotte wordt de rij gesloten door enkele abten en prelaten: J. Goetghebeur, J. Boel en F. de Cloedt. Het Stracke-noodfonds springt in de bres voor de 'Negen van Laken'. Verdedigd door advocaat Herman Wagemans, komen de 'Negen van Laken' na drie maanden voorarrest vrij. In de lente van '73 worden ze door het Brusselse Hof van Beroep voor de dood van FDF-lid Georgin verantwoordelijk gesteld. Ze krijgen een effectieve gevangenisstraf die met het voorarrest overeenstemt. Aan de familie van het slachtoffer wordt een voorschot van één miljoen frank schadevergoeding toegekend. Onder druk van de oproepen van de 'Negen van Laken' en het Stracke-noodfonds, richt het VU-blad Wij op 17 maart 1973 eveneens een steunfonds op. Het heeft op 2 juni 1973 al 1.262.058 Fr. in kassa. Toch zullen tot '79 oproepen tot financiële steun in Wij verschijnen.Zonder de morele en financiële attenties van het Stracke-noodfonds is de heroprichting van de VMO in juli '71 en de uitgave van haar blad 'Alarm' in november '72 moeilijk denkbaar. De 'nieuwe VMO' huldigt openlijk het leidersbeginsel en imiteert zowel in haar ideeën als uiterlijkheden de vooroorlogse fascistische milities. De VMO-ers kleden zich in para-commandovesten, dragen koppelriemen en zwarte laarzen. De VMO-ideologie getuigt van hysterisch anti-communisme. 'Wij, de nieuwe VMO-ers, zien in het communisme een groter gevaar voor ons volk dan in de Franskiljons', erkent Eriksson.(98) Bij VMO en Were Di maakt de 'Vlaamse zaak' hoe langer hoe meer plaats voor anti-communisme. Omdat haar ideeën niet bepaald geweldig aanslaan, schuwt de VMO meer doorslaggevende argumenten niet. Zo tracht de VMO op 6 mei 1972 de Volksunie-leden Nelly Maes en Hugo Coveliers hardhandig te verwijderen uit een 'Vietnam-betoging' van Oxfam tegen de moorddadige Amerikaanse bombardementen op Noord-Vietnam. Al deze brutaliteiten ten spijt blijft Dillen Eriksson een warm hart toedragen. Tk ken Eriksson al twintig jaar en ik heb steeds ondervonden dat hij in zijn optreden gedreven werd door een onbaatzuchtige hartstocht voor zijn volk', schrijft hij." Tot stijgende ergernis van Dillen heeft de VU het niet meer zo begrepen op 'schoonmoeders', zoals de extremistische groepjes als VMO en Were Di schamper genoemd worden. Smachtend naar een revanche, grijpt Dillen begin '73 zijn kans. In januari van dat jaar arresteert het gerecht de gynaecoloog Willy Peers nadat hij abortus uitvoerde op een verkracht gehandicapt meisje. Het regent onmiddellijk moties ten gunste van de aangehouden vrouwenarts. Peers wil dat abortus geen voorrecht is van bemiddelde en geletterde vrouwen, die zich overigens al een betere medische voorlichting en begeleiding kunnen veroorloven. Niets beroert uiterst rechts zozeer als abortus. Pro Vita begint onverwijld een kruistocht tegen de 'moordenaars van ongeboren kinderen'. Pro Vita is in 1973 opgericht. Ultra-conservatieven als Charles Convent (voor de oorlog kamerlid van Rex), G. van Houtte (sympatisant van het Front de la Jeunesse) en Dries Bombeke (ex-Dinaso) trekken aan de touwtjes in de beheerraad van de v.z.w. Daarnaast bestaat een erecomité, waarvan de deelnemerslijst een treffende gelijkenis toont met de lijst van genodigden voor een willekeurige maar toch chique cocktailparty in de behoudende katholieke kringen. Een aantal politieke zwaargewichten zijn in het erecomité vertegenwoordigd : Pierre Harmel (senaatsvoorzitter), André Dequai (kamervoorzitter), Albert Parisis (vice-kamervoorzitter), gouverneur Roppe (Limburg) F. van Mechelen (voorzitter van de Bond van Grote en Jonge Gezinnen) en Boon (voorzitter van de Belgische Boerenbond). Zij verkeren in het gezelschap van prins de Merode Westerloo, gravin Hervé d'Ursel, baron J. Snoy en d'Oppuers, baronnes J. Richard, baron Edouard de Streel en baron De Villefagne de Vogelsanck en nog een stel andere edellieden. De spekpater Werenfried van Straeten en bouwondernemer Walter Kunnen (voorzitter van de Verenigde Staten van Europa (BVSE) ) mogen ook meedoen. Een vreemde eend in de bijt is de Duitse aartshertog Otto van Habsburg. Deze stichtte in '49 de anti-communistische lobbygroep 'Centre Européen de Documentations et d'Information' (CEDI). Sleutelfiguur in de Belgische tak hiervan is ridder Marcel de Roover die als vertrouwensman van baron de Launout beschouwd wordt als één van de voornaamste financiers van extreem-rechts voor, tijdens en na de oorlog. Arthur de Bruyne, ook actief in de BVSE van Walter Kunnen, werkt als historicus voor de elitaire ontmoetingsclub CEDI. De beroering rond de arrestatie van dokter Peers dwingt de politieke partijen een abortusstandpunt te formuleren. Op 10 maart 1973 keurt de VU-partijraad haast eenparig een voorstel van Schiltz goed. Volgens dit standpunt wil de VU abortus alleen toestaan in 'uiterste noodgevallen'. Overeenkomstig haar pluralistische uitgangspunten laat de VU-raad de leden vrij een eigen mening over abortus te hebben.(100) De reactie is voorspelbaar. Op het punt van abortus wenst radicaalrechts geen druppel water in de wijn te doen. Ook niet om de lieve partij vrede te bewaren. 'Wie toegeeft aan modeduivels, cultuurvernietigers en gemeenschapsmoordenaars geeft zijn zending als nationalist op', schrijft Dillen op een toon die geen twijfel laat aan zijn afschuw.(101) In een zeer opmerkelijke open brief, gepubliceerd op 4 mei 1973 in de Gazet van Antwerpen, Elst Dillen dat de VU-raad onverwijld op haar abortusstandpunt terugkomt. Dillen, die volgens pater Brauns de brief opstelde, fulmineert tegen de 'menselijke onwaardigheid' en 'vaandelvlucht voor het nationalisme'. Hij laakt de partijraad die belust zou zijn op de ondergang van de volksgemeenschap. Dreigend besluit hij in schabouwelijk Nederlands: 'Wenst de VU daarentegen geen nationalistische partij meer te zijn, zoals voorlopig wel blijkt uit de beslissing van haar partijraad, het zij zo. Dan zal het echter ook duidelijk blijken dat hieruit de radicale nationalisten de onvermijdelijke gevolgtrekkingen moeten afleiden. Ondergetekenden hopen hiertoe niet gedwongen te worden. Maar inderdaad wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen. Het wezen van het nationalisme, de toekomst van onze volksgemeenschap, wegen zwaarder dan een misdadige beslissing van een partij'.(102) Het schrijven is mede ondertekend door de weduwen van Lodewijk Dosfel en Theo Brouns (VNV-gouwleider van Limburg). Andere ondertekenaars zijn de onvermijdelijke Arthur de Bruyne en pater Brauns. Deze laatste geeft nog een verpletterend argument tegen abortus ten beste. 'Hitler kan men toch geen kindermoord in de moederschoot in de schoenen schuiven', betoogt hij. Helemaal niet in gewetensnood vervolgt hij: 'Het Hitlerregime toont hoe men ongehuwde moeders kan opvangen. Degenen die nu janken om de jodenmoord zijn dezelfden die een volksmoord in de moederschoot op touw zetten'.(103) Voortaan is voor Dillen elke stok goed om de VU te slaan en de 'rechtgeaarde' extremisten tegen de partij op te zetten. De Vlaams Nationale Raad - Inhoud In 1973 draait de 'taalstrijd' vooral om Brussel. De VU en het Vlaams Overlegcentrum, dat de culturele verenigingen en de Vlaamse Volksbeweging overkoepelt, delen het standpunt dat het Brusselse gewest beperkt moet blijven tot de negentien gemeenten en dat het niet dezelfde bevoegdheden mag krijgen als het Vlaamse en het Waalse gewest. Dillen en zijn entourage reageren als door een adder gebeten. Zij spreken van 'gebiedsroof' ten nadele van Vlaanderen. Dillen pleit voor deling van het land op grond van ras. Volgens zijn 'bloed-en-bodem-denken' is Brussel eentalig Vlaams gebied. '80% van de inwoners van Groot-Brussel zijn Vlaams van afstamming. Dat geeft de doorslag. Bij de volgende volkstelling moet aan alle inwoners van België de vraag gesteld worden: waar zagen uw vader en moeder het levenslicht? Vanwaar stammen uw grootouders?', schrijft Dillen.(104) Op 23 november 1973 plant de VU een belangrijk congres in Gent. Het thema is 'een moderne partij in een democratisch Vlaanderen'. Sinds enkele jaren heeft vooral Schiltz onophoudelijk Dillen en de extremistische nationalisten geïrriteerd met zijn kritische opmerkingen over de VMO, over de noodzaak van een democratisering binnen de partij, over de wenselijkheid om de VU klaar te stomen voor regeringsdeelname en over het recht op abortus voor vrouwen in noodtoestand. Het ziet er naar uit dat deze politieke lijn op het aanstaande congres definitief zal zegevieren. Vertwijfeld nemen Were Di en Dillen het initiatief om op 21 oktober 1973, één maand voor het VU-congres, in Schepdaal een Vlaams-nationale Landdag te organiseren. Aan deze troepenschow van extreem-rechts neemt een bont allegaartje van zevenentwintig verenigingen deel, van VNJ (Vlaams-nationaal Jeugdverbond) tot VMO. Naast vele extremistische en neo-fascistische splinters doen ook TAK en het ANZ van VEV-topman Valeer Portier mee. Sommigen trappelen van ongeduld om een nieuwe zweeppartij op te richten, maar Karel Dillen en Roeland Raes achten daarvoor de tijd nog niet rijp en zien voorlopig meer heil in de oprichting van een 'radicaal Vlaams front'. Dit kan de dubbele rol spelen van hefboom voor de toekomstige partij en horzel in de VU-pels.(105) Ongeveer 800 à 1.000 bezoekers dagen in Schepdaal op. De toespraken van TAK-leider Piet de Pauw en Roeland Raes oogsten veel bijval, maar het meeste applaus gaat naar Dillen. Deze benadrukt dat de radicalen in het verleden te vaak zonder veel samenhang optraden en daardoor veel veldslagen verloren. Verder hekelt hij het 'pragmatisme en pluralisme' van de VU en dreigt hij met dissidente partijvorming, indien de VU 'de uitgestoken hand' blijft weigeren.(106) Het programma van de Landdag moet extreem-rechts aan elkaar smeden. Het bevat de orthodoxe leuzen en eisen: hereniging van Vlaanderen en Nederland, Brussel Vlaams, België barst!, onvoorwaardelijke amnestie, solidaristische maatschappijordening, weg met de 'monopolie-vakbonden', een sterk en weerbaar Europa der Volkeren, afwijzing van abortus en last but not least 'terugvloeien van gastarbeiders naar hun thuislanden'. Dit programma lijkt als twee druppels water op 'De grondslagen' van Were Di, waarvan Raes de ideologische vader is. De Landdag leidt tot de installatie van een 'Vlaams Nationale Raad' (VNR), dat de acties van de verschillende organisaties moet coördineren. Er wordt een stuurgroep gevormd onder leiding van voorzitter Herman Wagemans en met vertegenwoordigers van de belangrijkste groeperingen: TAK (Piet de Pauw), VNJ (Ledy Broeckx), het Brauns-fonds (pater Brauns), VMO (Xavier Buisseret) en Were Di (Bert van Boghout). Toch heeft de Landdag weinig effect op de VU-politiek. Vlak voor het congres wordt beslist dat de partijtop (voorzitter Van der Elst en secretaris Wim Jorissen) op 1 januari 1976 voorgoed terugtreedt en ondertussen feitelijk vervangen wordt door Schiltz, die voorzitter van het partijbestuur wordt. Op het congres in Oostende is er niet veel meer te bespeuren van de 'voor-Outer-en Heerd-romantiek', alhoewel Van der Elst er nog in slaagt het abortusstandpunt om te buigen. Deze gang van zaken sterkt Dillen in zijn overtuiging dat er een nieuwe extreem-rechtse partij moet komen. Bij wijze van nieuwjaarsboodschap voor 1974 roept hij de militanten op om de Vlaams Nationale Raad (VNR) onverpoosd uit te bouwen.(107) De andere spil van Were Di, Bert van Boghout, is iets terughoudender. Naar aanleiding van de verkiezingen van 10 maart 1974 raadt hij aan een voorkeurstem uit te brengen op de 'VU-kandidaten die het in grote lijnen eens zijn met onze visie'.(108) Deze verkiezingen betekenen voor de VU de eerste achteruitgang sinds 1958. De partij verliest 50.000 stemmen vergeleken met 1971. Dillen is er niet rouwig om. Integendeel. 'De schoonmoeders hadden en hebben gelijk', schrijft hij chagrijnig.(109) Zijn woorden hebben echter gaandeweg alle betekenis voor Schiltz c.s. verloren, als waardeloos geworden papiergeld. Op 19 april 1974 begint het conclaaf van Steenokkerzeel. Voor het eerst mag de VU aanzitten aan de onderhandelingstafel met het oog op de vorming van een regering. Reden voor Dillen om Schiltz uit te maken voor 'parvenu' en 'regeringswellusteling'.(110) Na de vervlaamsing van Vlaanderen ligt het zwaartepunt van de taalstrijd nu meer dan ooit in Brussel. De tweede Vlaams-nationale Landdag die op 22 september 1974 in zaal Roma in Borgerhout plaatsvindt, staat dan ook in het teken van 'Brussel, onze stad'. 'Voor het hele taalgrensgebied, en vooral voor Brussel, geldt de eis: teruggave van wat België ons in 144 jaar ontstolen heeft. Geen straat, geen huis, geen man wordt nog prijsgegeven', luidt het strijdlustig. Op de tweede Landdag komt ook de 'noodlottige linkse ondermijning' aan de orde. De extremisten van de VNR lijden aan een versmald bewustzijn. Zij beschouwen iedereen die het met hen oneens is als een communist, een crypto-communist of gewoonweg een naïeve zielepoot die zich bij voorkeur door Moskou laat vangen. Volgens 't Pallieterke vertolkt Dillen op de Landdag 'wat omgaat in het hart van duizenden ontmoedigde Vlaams-nationalisten, die zich na Steenokkerzeel afvragen tot wat het allemaal nog dient'.(111) De tweede Landdag trekt amper zeshonderd bezoekers. Wat komt er zoal concreet uit de bus? Niet veel, behalve dat de VNR als een soort 'vijfde provincie' zal opstappen in de betoging van het Overlegcentrum op 24 november 1974 in Halle. In het beschermcomité van deze betoging zitten zwaargewichten als VEV-voorzitter Vaast Leysen en Maurits Naessens, bankier en vriend van Hendrik de Man. In weerwil van het uitdrukkelijke verbod van de organisatoren, demonstreren de VNR-troepen als een apart 'Vlaams-nationaal Blok'. Ze verscheuren de Belgische vlag en roepen leuzen als 'België barst' en 'Brussel Vlaams'. De VMO en de Actiegroep van Were Di defileren in para-militaire uitrusting, voorafgegaan door een heuse legerjeep.(112) In plaats van met de Vlaamse Leeuw, zijn velen getooid met de Odal-rune, het VMO-symbool voor 'trouw aan volk en bodem'. In Dietsland-Europa schrijft Roeland Raes dat 'de betogers zich radicaler uitten dan men hen wilde voorkauwen' en dat ze de Were Di-slogans geestdriftig scandeerden. Tevens maakt hij zich vrolijk over organisator Paul Daels die niet erg ingenomen was met het VNR-optreden. 'Die lachwekkende bonestaak van een Paul Daels wilde zijn bescheiden lichaamskrachten meten met een paar vlaggedragers', schampert Raes. A1 bij al, ruikt het VNR-optreden al te zeer naar het 'bruine verleden' en achtereenvolgens zien het ANZ en TAK zich verplicht de VNR de rug toe te keren. Dillen is in zijn wiek geschoten. In een open brief aan ANZ-voorzitter Valeer Portier, gepubliceerd in Dietsland-Europa van januari '75, weet hij plots niets aardigs meer over Portier te zeggen. Dillen nagelt de ANZ-voorzitter als volgt aan de schandpaal: 'Zelf ben ik geen slachtoffer van de repressie. Zelf ben ik nooit lid geweest van het VNV, zelf ben ik dan ook niet, zoals u, drager van het Gouden Trouwkenteken van het VNV. Maar ik denk met te veel eerbied, dankbaarheid en bewondering, als mens en als nationalist, aan de leider van het VNV en zoveel van zijn volgelingen (en volgelingen ook van andere formaties!) dan dat ik vandaag, terugblikkend op Halle, niet voor honderd procent zou staan achter de beslissing van de VNR, vooral gezien de aanwezigheid van Willy Calewaert, één van de meest meedogenlozen van de Vlaamse repressie'. Uit dit bijtende citaat kan eens te meer afgeleid worden dat Dillen de nazi-collaboratie beschouwt als de voortzetting van de Vlaamse beweging. Het is dan ook onlogisch dat hij voor zichzelf en zijn beweging de term 'neo-fascistisch' afwijst. Het racisme steekt de kop op - Inhoud Na Halle valt de VNR langzamerhand weg als bindmiddel van de verschillende extreem-rechtse en neo-fascistische groepjes. De VMO beschouwt zich als een 'elite' en een elite kan niet zonder 'heldendaden'. In april 1974 is Xavier Buisseret Eriksson als VMO-leider opgevolgd. Ruim een half jaar eerder volbracht de VMO een sinistere stunt door het stoffelijke overschot van de Oostfront-ronselaar Cyriel Verschaeve op het kerkhof van het Oostenrijkse Solbad-Hall op te graven en België binnen te smokkelen. Dillen pleit ervoor dat het stoffelijke overschot bijgezet wordt in de IJzercrypte. In dat verband citeert Buisseret trots Verschaeve: 'Verweerkorpsen zijn er nodig, gewapende verweerkorpsen. Al de rest is prul'. En hij voegt eraan toe: 'Dat moet de VMO blijven: een verweerkorps tegen de morele ondermijning van onze toekomstige Vlaamse staat en tegen het gevaar van de linkerzijde'.(113) Buisseret begint maar meteen met de politieke schoonmaakoperatie. Getuige de haatcampagne tegen immigranten die de VMO-leiding lanceert in 1974. De extreme nationalistische rechterzijde is steeds racistisch gekleurd geweest. Zij heeft daar nooit een geheim van gemaakt. Het sprekende bewijs wordt geleverd door twee basisdocumenten,geschreven door Dillen en Roeland Raes, niet toevallig de nummers één en twee van het Vlaams Blok. In 1971 publiceert Dietsland-Europa een dubbelnummer over nationalisme. In zijn bijdrage: 'De aristocratische opdracht van het nationalisme', benadrukt Dillen de ongelijkheid van mensen en rassen. 'Vandaag weigert men in te zien dat de zogenaamde gelijkheidsgedachte voos en vals is. Zij leidt naar neerhalerij, algemene ontluistering, platschaving naar beneden toe, onheil en moderne verslaving', aldus Dillen. En hij vervolgt: 'Wij wensen niet te dulden dat vooral in onze grote steden Noord- en Middenafrikanen en Voor- en Veraziatische onderkolonietjes ontwortelden het eigene dreigen te overwoekeren'. Volgens Dillen moet 'een dienende elite' orde op zaken stellen en er onder meer voor zorgen dat 'orde, tucht en gezag bestanddelen blijven van het maatschappelijke regime'. De door Roeland Raes geschreven brochure 'Were Di-grondslagen' is weinig anders dan een slordig gecamoufleerd racistisch manifest. Hierin wordt gepleit voor 'repatriëring zodra de nood aan buitenlandse hulp zich niet meer laat voelen'. Met andere woorden de verblijfsvoorwaarden voor immigranten stemmen precies overeen met de noodwendigheden van de kapitalistische economie. Als deze economie hen niet meer nodig heeft, moeten de vreemde arbeiders eruit. In 1974 is het zover. De economische crisis breekt uit en extreemrechts is er als de kippen bij om met een oprotcampagne te beginnen. Het VMO-blad Alarm formuleert een anti-immigrantenprogramma van tien punten.(114) Aan de lopende band worden racistische vooroordelen en leugens geventileerd. 'Daarnaast wonen hier praktisch evenveel vreemdelingen, vooral Noordafrikanen, die men niet anders dan als uitschot kan betitelen. In hun eigen land zijn ze te lui om te werken, maar ze hopen hier bij ons gemakkelijk geld te verdienen. Dat doen ze dan ook als pooier, handelaar in verdovende middelen of als gangster... Er bestaat natuurlijk een oplossing hiervoor: de politie hoeft slechts al dat rapalje op te sporen en bijeen te brengen en ze daarna over de grens te zetten. Wij hebben immers al genoeg problemen met gangsters van bij ons, zonder dat wij het gespuis uit de kasbas van Noord-Afrika erbij moeten nemen', aldus Alarm.(5) Deze racistische campagne valt samen met toenemende aanvallen op links, de arbeidersbeweging en de werklozen. In een artikel getiteld: 'Werkloosheid en arbeidsdienst', schrijft Maurits Cailliau in Dietsland-Europa over de werkloze jongeren en vrouwen het volgende: 'Een heir van genieters die het geven, het zich-geven, nooit hebben geleerd. De staatsinstellingen zijn melkkoeien die met virtuositeit gemolken worden'. En verder: 'Met het heir van jonge werklozen staan de zaken evenwel anders. De overgang van de schoolbank naar het stempellokaal betekent niet zoveel anders, dan dat voortaan de staat het zakgeld -zo gezien een vorstelijk zakgeld- betaalt'. Ook de werkloze vrouwen krijgen ervan langs, hoewel extreem-rechts de maatschappelijke rol van de vrouw vooral wil beperken tot 'kinderen, keuken en kerk', zoals men dat zo beeldend formuleert. 'Het andere grote heir van werklozen wordt gevormd door de steungenietende huismoeders, de enigen die er ten koste van hun sexgenoten in geslaagd zijn een royale vorm van sociaal-pedagogische toelage in de wacht te slepen'. Cailliau besluit: 'Van de in het stelsel ingebouwde misbruiken wordt gebruik gemaakt zonder morele overwegingen of eerlijkheidsproblemen, en met steun van de vakbonden die het hebben over afbraak van sociale verworvenheden, wanneer links of rechts een kritische stem opduikt. Of: het recht op parasiteren als jongste sociale verworvenheid! Deze nefaste mentaliteit leidt ertoe dat de steungenieters zich wat fijn voelen in hun toestand en er gaandeweg van overtuigd raken dat het leven met open hand zich ook best leven laat. Arbeid? Wie werkt als een paard is een ezel. De arbeid doen de anderen wel'. De auteur pleit voor een herwaarderen van de 'arbeidsdienstgedachte', waarvoor Dillen ook graag opkomt. Als oplossing voor de massale werkloosheid grijpt Cailliau naar een even primitieve als autoritaire oplossing. De jonge werklozen moeten volgens hem op militaire wijze georganiseerd en verplicht tewerkgesteld worden in een soort 'arbeidsdienst', waarbij de jonge werklozen na hun legerdienst nog een half jaar gratis voor de gemeenschap moeten werken. Als het van de VMO en Buisseret afhangt, maken ze voor eens en altijd schoon schip in Vlaanderen en kan links inpakken. 'De tijd is aangebroken dat wij dat rode klootjesvolk van antwoord dienen... Dan zullen wij de rode kornuiten op de ons beproefde wijze daar zetten waar zij horen, in de riool', zo schrijft Alarm.w De daad bij het woord voegend slaat en schopt de VMO op 8 oktober 1975 in Leuven enkele linkse studenten en aanhangers van AMADA in het ziekenhuis. De VU heeft stilaan de buik vol van deze 'wandluizen van de Vlaamse Beweging'. In een ophefmakend vraaggesprek met het weekblad ZIE-Magazine zegt VU-voorzitter Schiltz over de VMO: 'Een onbelangrijk folkloristisch genootschap ... Maar je kunt nu eenmaal niet beletten dat er wandluizen op de muur kruipen. Overal zijn er immers gekken te vinden die graag soldaatje spelen, een koppelriem omgespen en dan denken dat zij de man zijn'.(117) Die denigrerende uitspraak doet Dillen in toorn ontsteken. Hij laakt de 'laaghartigheid met voorbedachte rade' van Schiltz en schrijft, niet zonder pathos, dat hij zelf voortaan trots de 'eretitel' wandluis zal dragen.(118) Van zijn kant maakt Eriksson op een persconferentie een vertrouwelijke brief van Van der Elst en Wim Jorissen openbaar. In dit schrijven, gedateerd 29 oktober 1975, spreken ze een ellenlang rekwisitoor tegen Schiltz uit. Ze schilderen hem af als een levensgroot 'gevaar' voor de partij. Toch wordt Schiltz op 22 november 1975 tot partijvoorzitter gekozen. Hierdoor wordt een punt gezet achter het zestien jaar lange bewind van Van der Elst en Jorissen. Schiltz heeft wel drie stemronden nodig om gekozen te worden. Uiteindelijk wint hij met 62 stemmen tegen 34 van Hector de Bruyne. De uitgerangeerde Wim Jorissen zal zich voortaan vooral wijden aan het promoten van Zuid-Afrika. Het Zuidafrikaans apartheidssysteem is de meest markante en systematische vorm van hedendaags racisme. Het is een geïnstitutionaliseerd racisme, 'gerechtvaardigd' door een vermeende superioriteit van het Europese ras. Gemengde huwelijken zijn verboden en volgens de 'pasjeswet' moeten de zwarten zich voor elke stap in een 'blank gebied' verantwoorden. Maar de kern van het hele apartheidssysteem is de wet op de groepsgebieden, waarin leden van verschillende rassen wordt voorgeschreven in verschillende gebieden te wonen, alsook de wet op de bevolkingsregistratie, waarin bepaald is dat moet worden vastgelegd tot welk ras iemand behoort. In 1976 en 1977 ligt Jorissen mede aan de grondslag van respectievelijk de inter-parlementaire vereniging 'België-Zuid-Afrika' en Protea. Protea streeft naar een betere verstandhouding tussen België en Zuid-Afrika. Tot de 142 stichtende leden behoren bankiers, industriëlen, jounalisten en maar liefst 46 parlementairen (20 CVP-ers, 18 VU-ers en 8 PVV-ers). Klassiek rechts en uiterst rechts reiken elkaar de hand. Dillen, van Boghout en Brauns zijn uiteraard van de partij. Dillen vertaalde trouwens het boek 'Apartheid, een uitdaging' van J.E. Holloway. Voorzitter van Protea is André Vlerick, tevens voorzitter van de Kredietbank, RUG-professor en gewezen CVP-minister van Financiën. Eind '87 ontvangt hij de Orde van de Goeie Hoop, de hoogste onderscheiding die het apartheidsregime aan haar buitenlandse vrienden toekent. Een andere spilfiguur van Protea is haar schatbewaarder, Leon Rochtus, directeur van de Bank Parisbas en samen met Dillen stichtend lid van het 'Stracke noodfonds', dat extreem-rechts financiert. Met de verkiezing van Schiltz heeft extreem-rechts het pleit verloren in de VU. De guerrilla van de Vlaams Nationale Raad tegen de meer democratische VU-vleugel heeft tot niets geleid en Van Boghout en Brauns kunnen niet voorkomen dat de VNR afbrokkelt en wegdeemstert. 'De nieuwe marsrichting' van de VU veroorzaakt grote spanningen in het uiterst rechtse huishouden en in Were Di. Dillen meent dat er schot moet komen in het oprichten van een nieuwe partij, terwijl Van Boghout nog steeds dagdroomt van een groot 'radicaal Vlaams front'. In september 1975 stapt Dillen op als voorzitter van Were Di en tegelijkertijd trekt hij zich met een deel van de redactie terug uit Dietsland-Europa. Onmiddellijk daarop start hij met een nieuw gelijksoortig blad Ter Waarheid, waarvan hij hoofdredacteur wordt. Het blad wordt uitgegeven door de v.z.w. Vriendenkring-Limburg-Voerstreek-Overmaas (VLVO). Andere redactieleden zijn Ward Hermans, Gerda Vercauteren, Eric Verstraete (redacteur bij de Gazet van Antwerpen), Buisseret, Herman Senaeve (oud-hoofdredacteur van Dietsland-Europa), Frans van Elsacker (oud-Oostfronter), Renaat Wenmeekers (Were Di) en Mia Dujardin (voorzitster van de vrouwenafdeling van Were Di). Ook Luk Vermeulen, chef van de Actiegroep van Were-Di, botst met Van Boghout. Vermeulen vindt dat Were Di te veel met de hersenen en niet genoeg met de vuisten haar doelstellingen probeert te realiseren. Midden maart 1976 richt hij de meer op actie gerichte organisatie 'Voorpost' op.(119) Voorzitter van Voorpost wordt de onvermijdelijke Roeland Raes. Kort daarop scheurt Edwin Truyens zich af van het nochtans ultra-reactionaire KVHV-Antwerpen en sticht NSV (Nationalistische Studentenvereniging). NSV ontpopt zich als een studentenfiliaal van Were Di. Het geeft het blad Signaal uit, met medewerking van het Noordstar-fonds, een stichting van de verzekeringsmaatschappij De Noordstar en Boerhaave, waarvan Raes een kader is.(120) Raes, nota bene nog steeds VU-lid in Gent, zit als een spin in het uiterst rechtse web. Hij is nooit te beroerd om een of ander neo-fascistisch initiatief te ondersteunen. Zo werkt hij mee aan het nieuwe blad Haro, dat Buisseret lanceert nadat hij in oktober 1977 de VMO verlaat en opnieuw wordt opgevolgd door Eriksson. Haro, 'maandblad voor de conservatieve revolutie', inspireert zich onder meer op het racistische tijdschrift Nouvelle Ecole van Alain de Benoist. Haro wil de onbehouwen neo-fascistische straatvechters van wat geestelijke bagage voorzien en verspreidt daarom bandopnames van historische toespraken van Hitler, Goebels en Göring en publicaties als 'Stierven er werkelijk zes miljoen', 'Erfgoed en de Germaanse voorgeschiedenis', 'De Germaanse heldenleer' enzovoorts.(121) Haro is ook verantwoordelijk voor een walgelijk themanummer getiteld 'Holocaust ... Hoelang nog?'(122) Hierin wordt de nazi-moord op zes miljoen joden gebagatelliseerd en ontkend. Aanleiding tot de publikatie is dat Haro 'door de herleefde Holocaustzwendel een indigestie had gekregen'. Volgens Haro wordt deze 'onwelriekende zwendel' in stand gehouden door 'de dictatuur van de opiniemakers, de censuur van de democraten en de lafheid van velen die anders de mond vol hebben over de Waarheid'. Verder heet het dat 'deze zwendel het ontwaken van Duitse en nationale krachten in Europa in de kiem moet smoren'. In juni 1979 verdwijnt Haro van de markt. De meeste leden vinden dank zij Buisseret en Roeland Raes de weg naar het Vlaams Blok. De Vlaams Nationale Partij - Inhoud In 1977 woekert de economische crisis onverminderd verder. Het aantal werklozen nadert snel de 300.000. De regering-Tindemans I tracht met 'bezuinigingsplannen' de crisis af te wentelen op de loontrekkenden en de sociaal verzekerden. Als reactie organiseren de vakbonden tussen 25 februari en 9 maart '77 'vrijdagstakingen', die leiden tot de val van het kabinet. Na de vervroegde verkiezingen van 17 april 1977, beslist het VU-partijbestuur om in het Egmontpaleis te gaan onderhandelen met de christen-democraten, de socialisten en het FDF. Het formatieberaad start op 9 mei en op 25 mei '77 ondertekenen de partijvoorzitters het 'Egmontpact'. De VU-partijraad keurt op 28 mei het Egmontakkoord goed met tweederde van de stemmen. Een week later, op 3 juni, leggen de ministers de eed af. In de regering-Tindemans II zetelen twee VU-ministters: Hector de Bruyne (Buitenlandse Handel) en Hendrik van de Kerckhove (Wetenschapsbeleid). Kopstukken van de Vlaamse 'cultuur- en strijdverenigingen' verguizen het Gemeenschapsakkoord nog voor de inkt ervan droog is. Ze storen zich vooral aan de driedelige gewestvorming en aan het 'inschrijvingsrecht' in de Brusselse randgemeenten. Onmiddellijk vliegt de 'blauwvoet' weer boven Vlaanderen. Twee prominente Protea-leden, Clem de Ridder (voorzitter Davidsfonds) en Paul Daels (voorzitter Vlaamse Volksbeweging) spannen zich voor de anti-Egmontkar.(123) In dit klimaat van agitatie maakt senator Lode Claes op 1 juni 1977 bekend dat hij de VU verlaat.(124) Volgens hem is het Egmontakkoord het resultaat van een diepgaande 'ontsporing' van de VU en leidt het tot de definitieve 'minorisering' van de Vlaamse meerderheid.(125) In één adem kondigt Claes aan dat hij een nieuwe partij wil stichten. Kennelijk speculeert hij erop dat een deel van de rechtse anti-Egmontvleugel onder leiding van Wim Jorissen en Jef Valckeniers hem zal volgen. Zijn initiatief doet veel stof opwaaien, want Claes is een gevestigde waarde in de Vlaamse en financiële kringen. In de jaren '30 was hij een tijdlang lid van het Verdinaso van Van Severen. Onder de bezetting werkte hij kortstondig mee aan het VNV-blad Volk en Staat. Daarna werd hij medewerker van Borginon, commissaris-generaal voor de Grote Agglomeraties, en vervolgens schepen van Brussel. Na de oorlog wordt hij veroordeeld tot vijftien jaar, maar na zevenenvijftig maanden is hij weer vrij. Hij werkt dan drie jaar als journalist bij De Standaard en staat van 1958 tot 1964 aan het hoofd van de Economische Raad voor Vlaanderen. Tenslotte stapt hij over naar een hoge bestuursfunctie in de financiële groep Brussel-Lambert. Extreem-rechts ziet in het Egmontverzet een ideale wipplank om uit het isolement te raken en de onderlinge verdeeldheid te overwinnen. De voorbije jaren waren Were-Di en VMO meer begaan met neo-fascisme dan met de 'Vlaamse zaak'. Zo publiceert Dietsland-Europa lovende artikelen over neo-fascistische organisaties (bijvoorbeeld Ordine Nuovo) en auteurs (o.a. Evola, grijze eminentie van Mussolini en auteur van het fascistische basiswerk 'Revolte tegen een moderne wereld').(126) Het ongenoegen dat het Egmontpact wekt, is een ideale voedingsbodem voor extreem-rechtse activisten, die zich nu kunnen opwerpen als 'speerpunt' van de Vlaamse strijd. Dillen komt superlatieven tekort om het 'misdadige monsterakkoord' te beschrijven. Hij herinnert eraan dat de VU groot werd dankzij de inzet van de 'zwarten en incivieken' en nu aansprakelijk is voor 'de goorste morele schurftigheid' door toe te treden tot een regering, die het Egmontpact aanvaardt en amnestie verwerpt.(127) Dillen wijt dat aan een langdurige 'hersenverzwakkende, wilsondermijnende en karaktervernietigende besmetting'.(128) Ward Hermans, mederedacteur van Dillens blad Ter Waarheid, uit zijn kritiek aan het adres van Schiltz en de Egmontondertekenaars op een even fijnzinnige wijze: 'Dertig jaar geleden werden er tientallen Vlaams-nationalisten voor minder gefusilleerd', aldus de ex-SS-er.(129) De kwijnende Vlaams Nationale Raad, dat extreem-rechts tracht te overkoepelen, beraadt zich over actie tegen het Egmontpact tijdens een spoedvergadering op 5 juni 1977 in Antwerpen.(130) Inmiddels is bekend geraakt dat zowel Lode Claes als Dillen plannen smeden om een nieuwe partij op te richten. De VNR reageert verdeeld over de te volgen tactiek. Sommigen zoals pater Brauns (voorzitter VNR), Van Boghout (secretaris VNR) en Truyens (voorzitter NSV) kanten zich aanvankelijk tegen een nieuwe partij en willen de oppositie tegen het Egmontpact binnen de VU organiseren.(131) Met het oog daarop stichten zij op 19 juni 1977 een 'Vlaams Nationaal Directorium' (VND).(132) Claes en Dillen willen echter niet in de pas lopen. Beiden zetten vaart achter een nieuwe partij, want het verzet tegen het Egmontpact groeit als een kool. Op 14 september 1977 wordt het Egmontcomité officieel gesticht. Het verenigt drieëndertig organisaties o.a. Davidsfonds, Willemsfonds, ANZ, Vlaamse Volksbeweging, VTB-VAB en IJzerbedevaartcomité. Clem de Ridder wordt algemeen voorzitter en Paul Daels krijgt de leiding van het uitvoerend bestuur. Met Voorpost en NSV staat extreem-rechts met meer dan één been in het Egmontcomité.(133) Intussen doen Were Di en 't Pallieterke geforceerde pogingen om Claes en Dillen nader tot elkaar te brengen. Samen zijn ze natuurlijk sterker, maar de rivaliteit tussen beiden is vrij groot. De bankier Claes en de 'militant' Dillen zien zich beiden als leider van de nieuwe extreemrechtse formatie. Geen van beiden is er makkelijk toe te overhalen te wijken voor de ander. In de loop van september 1977 is er een grote wirwar van onderhandelingen en besprekingen.(134) Na een ingewikkeld overleg bereiken Claes en Dillen uiteindelijk in Oostende een gezamenlijk programma.(134) De besprekingen lopen echter stuk op een verschillende partijopvatting. Dillen wil een 'harde, radicale, nationalistische partij', een verbeterde uitgave van de Vlaamse Concentratie.(135) Getekend door zijn ervaring met de VU, waar 'niet-nationalisten de progressistische en gauchistische idiotenweg opgingen', wil hij de partij beperken tot de 'elite' van radicale militanten. Kortom, hij ziet de partij als de politieke rommelbak voor organisaties als Were Di, Voorpost, VMO en NSV. Zijn latente afkeer van intellectuelen kan hij moeilijk verbergen. In een toespraak voor de VMO benadrukt Dillen dat hij erop zal toezien dat er geen academische rommel aan boord van het nieuwe partijschip komt.(136) De bankier Claes streeft daarentegen naar een 'volkspartij', die een breed conservatief electoraat kan bekoren. Ondanks externe druk van vooral Were Di en 't Pallieterke weigert Dillen concessies te doen. Op 1 oktober 1977 kondigt hij op een persconferentie in het Brusselse flamingantencafé 'Graaf van Egmont' de oprichting van de Vlaams Nationale Partij (VNP) aan.(137)'De VNP wil een harde partij zijn en verkiest de lange eenzame weg, terwijl Lode Claes op onmiddellijk succes mikt', aldus Dillen.(138)Als kaderleden voor de VNP kan hij bogen op de ploeg van zijn blad Ter Waarheid, dat niet lang daarna ophoudt te verschijnen. Mia Dujardin die tot juli 1970 lid was van het Antwerpse VU-arrondissementsbestuur, wordt verantwoordelijke uitgeefster van het partijorgaan De Vlaamse Nationalist. De ondertitel van het blad luidt: 'En daarom staan we hier rebel', een spreuk van Reimond Tollenaere, de eerste commandant van de in 1941 opgerichte Dietse Militie - Zwarte Brigade. Angela Dosfel, voorzitster van het 'Ter Waarheid-beschermingscomité' schaart zich eveneens achter Dillen en verspreidt een oproep in nationalistische kringen om de VNP te versterken. De partij wordt voorlopig geleid door een stuurgroep met Dillen, Wim Verreycken (ex-lid van TAK) en de twee gewezen VU-senatoren Leo Wouters en G. Slegers. Xavier Buisseret verliet de VMO twee dagen voor de stichting van de VNP en wordt door Dillen onmiddellijk binnengehaald als propagandaleider. In het juni-nummer 1977 van Alarm, werden onder verantwoordelijkheid van deze propagandaleider volgende richtlijnen aan de militanten gegeven: '...Het is volgens ons de specifieke taak van de VMO-ers en van alle radicale nationalistische jongeren om eindelijk eens te stoppen met het Vlaams-nationaal scoutisme, waarmee we denken de tegenstanders de schrik op het lijf te jagen... Met alle middelen moeten wij in Vlaams-Brabant en ook elders een klimaat van terreur, gevaar en onveiligheid scheppen voor de Franstaligen en de Vlaamse overlopers, zodat hen de lust ontnomen wordt om zich in onze weiden als wiegende zeeën te vestigen. Wij bedoelen in de praktijk: met catapulten en moeren de ramen van villa's kapot schieten; auto's en bezittingen beschadigen en vernielen; brandstichting van private woningen of bedrijven die een verfransende invloed hebben; eveneens vernieling of beschadiging van lokalen, scholen en culturele instellingen van de Franskiljons; vernietiging van publieke voorzieningen op verkavelingen bewoond door Franskiljons; dreigbrieven, telefoonoproepen, fluistercampagnes, intimidatie, kidnapping, mishandeling van leidinggevende Franskiljons. ... Vanzelfsprekend is dat een vorm van burgeroorlog, maar in feite heerst er nu al een burgeroorlog: de integriteit van ons grondgebied en van ons volk wordt iedere dag de keel overgesneden'. Naar aanleiding van de publikatie van deze 'terroristische' richtlijnen wordt door het gerecht een discreet onderzoek geopend. Waarschijnlijk krijgt Buisseret hiervan lucht, waarop hij in het volgende nummer van Alarm een rechtzetting laat verschijnen. Toch krijgt Buisseret het blijkbaar niet over zijn hart zich ondubbelzinnig van de richtlijnen te distantiëren, vermits het einde van de rechtzetting luidt: 'Trouwens de effectieve waarde van dergelijke acties is -zeker in de gegeven omstandigheden- uiterst twijfelachtig. Bovendien zouden dergelijke praktijken de Vlaamse mensen in het Brusselse blootstellen aan veel hardere represailles, temeer daar de Franstaligen er beschikken over tienduizenden goedkope bondgenoten: de gastarbeiders'. Hoe dan ook, het afstand nemen van de richtlijnen belet de militanten niet ze in praktijk te brengen, vooral tegen immigranten en linksen. De rechtzetting van Buisseret verschijnt naast een artikel van Dillen waarin hij de VMO aanspoort te blijven marcheren en zich niets van laster en tegenkanting aan te trekken. Dillen en zijn volgelingen stappen op in de betoging die het Egmontcomité op 23 oktober 1977 in Dilbeek houdt. Ook Lode Claes is in Dilbeek aanwezig. Hij is op dat ogenblik bijna rond met de stichting van zijn Vlaamse Volkspartij (WP). Met zestien initiatiefnemers (3 advocaten, 3 academici, 2 ingenieurs, 1 architect en 7 zakenlieden) heeft hij de statuten en een beginselverklaring opgesteld. Op 19 november 1977 vindt in het Cultuurcentrum in Dilbeek het stichtingscongres van de VVP plaats. 'Zelden ziet men een dergelijk uitgelezen gezelschap van goed geklede en weldoorvoede dames en heren bijeen. Lode Claes heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat het zijn bedoeling was de Vlaamse elite te groeperen', aldus Wij.'(39) Claes wordt omringd door intellectuelen als de Limburgse advocate M. de Roo, de Antwerpse hoogleraar Detlev Hendrik Schmidt en de omstreden Westvlaamse ingenieur André Mertens. Ook in de WP is het collaboratiemilieu en extreem-rechts nadrukkelijk aanwezig. Marcel Deprins, Luc Pauwels en Frans de Hoon zullen later samenwerken met de v.z.w. Deltapers dat het racistische gedachtengoed van het tijdschrift Nouvelle Ecole en van Alain de Benoist zal verspreiden. Het conflict Dillen-Van Boghout leidt ertoe dat redacteurs van Dietsland-Europa als Roeland Raes en Piet Boeken in de WP van Claes belanden. Het congres wordt voorgezeten door de Gentse hoogleraar Van Sumere en kiest een partijraad van 42 leden met enkele afgescheurde VU-schepenen en gemeenteraadsleden, o.a. Chris Broeckaert (gewezen VU-gemeenteraadslid Schaarbeek), Luc de Pesseroey (oud-burgemeester Deurle), Willy van Mossevelde (gewezen VU-schepen Aalst) en Els Grootaerts (gewezen VU-agglomeratieraadslid Brussel). Volgens de WP moeten de Vlamingen gebruik maken van hun numerieke meerderheid en zich niet laten 'koloniseren' door de vakbonden. Ondervoorzitter Pauwels spreekt nauwelijks verholen racistische taal. Hij tracht te 'bewijzen' dat er slechts 1,9 miljoen 'rasechte' Walen zijn. De anderen zijn in zijn ogen vreemdelingen en verfranste Vlamingen!(140) Behalve de klassieke extreem-rechtse geloofsartikelen tegen abortus en voor amnestie, verdedigt de WP een hard 'thatcheriaans' liberalisme: 'soberheid', 'arbeidsinspanning', minder staat, minder belastingen, minder 'profitariaat' en geen 'sociale nivellering'. In zijn slotspeech zegt Claes dat hij 'de traditie van Van Severen en Borginon, zij het met aanpassingen, wil voortzetten'.(141) Het gescheiden optrekken van WP en VNP is nadelig voor de expansie van extreemrechts. 'Door hun verdeeld optreden missen beide initiatieven geloofwaardigheid voor de kiezer en aantrekkingskracht voor de nog positieve elementen in de VU', redeneert oud Waffen-SS-er Van Boghout. Hij begint te bemiddelen en hoopt een fusie van de twee partijen te kunnen realiseren. Op 4 maart 1978 heeft Dillen een bespreking met Claes op het VMO-bal in Antwerpen. Op 19 maart 1978 vindt de Were Di-contactdag plaats in aanwezigheid van vertegenwoordigers van WP en VNP. Van Boghout legt er eens te meer de nadruk op dat het noodlottig zou zijn indien de twee partijen volstrekt los van elkaar de verkiezingen in zouden gaan.(142) Op de contactdag beraadslagen Dillen, Luc Pauwels (secretaris WP), Piet Boeken (ondervoorzitter VVP), Pater Brauns en van Boghout over een mogelijke fusie van de twee partijen. De bemiddeling van Van Boghout werpt vruchten af. Begin november 1978 bevestigen Claes en Dillen dat ze aan de verkiezingen van 17 december zullen deelnemen met een gemeenschappelijke lijst onder de naam 'Vlaams Blok'. In de rechtse pers wordt niet negatief gereageerd. 'Met zijn twee segmenten kan het Vlaams Blok een brede waaier van nationalisten aanspreken', oppert Manu Ruys in De Standaard.(143) Op 1 december 1978 wordt het verkiezingsprogramma voorgesteld. Het lijkt sprekend op de beginselverklaring van de WP.(144) In het programma wordt onder meer de repatriëring van langdurig werkloze immigranten geëist. Met enige verbazing constateert De Morgen: 'Dacht men misschien tot voor kort dat er slechts een paar enkelingen in deze Vlaamse verzamelbeweging met dit soort ideeën rondliepen, dan blijkt nu wel duidelijk dat het hele Blok de gastarbeiders de grens over wil trappen'.(145) VMO, Were Di en Voorpost voeren een felle campagne tegen de VU en voor het Vlaams Blok. De laatste weken voor de verkiezingen strijden Dillen en Claes zij aan zij om elke stem van de kiezer. Op de verkiezingsmeetings valt er geen wezenlijk politiek onderscheid te bespeuren tussen de groep rond Dillen en de aanhang van Claes, zij het dat deze laatste beschaafder is qua toon en formulering. 'Waar de onstuimige Marcel Brauns oproept tot het terugsturen van de gastarbeiders, is er het meer bedaarde intellect van Claes om het thema te herleiden tot de stelling van 'werk in eigen streek voor de buitenlandse arbeiders", aldus Frans Verleyen.(146) Brauns zwaait met de bijbel om de kiezer te winnen voor het Vlaams Blok. Hij windt er geen doekjes om. 'Stuur eerst alle illegale en werkloze immigranten terug om hun plaatsen aan onze werklozen te geven', verklaart hij. 'Die moeten dan verplicht worden ze te aanvaarden, ook als het werk hun niet schijnt te 'passen'. Niemand is te verheven om zijn handen vuil te maken. In de nationaal-socialistische tijd werd tenminste geprobeerd de handenarbeid in aanzien te doen stijgen. Daarin volgde men waarschijnlijk onbewust de joden na. Tenslotte was Ons Heer ook timmerman'.(147) Onder invloed van de opkomst van het Vlaams Blok dreigt een gevaarlijke verrechtsing van de VU. De VU tracht de schade op haar rechterflank te beperken door anti-Egmonters als Bob Maes, Jef Valckeniers en Hector Goemans verkiesbare plaatsen te gunnen. 'Wij hebben veel moeten opofferen om de lijst van het Vlaams Blok af te zwakken. Dat houdt in dat wij zoveel mogelijk de oude nationalistische clans op de lijsten hebben geplaatst', aldus Nelly Maes. Deze ruk naar rechts behoedt de VU niet voor een fors verlies van zes kamerzetels bij de verkiezingen van 17 december 1978. De VU verliest ruim 170.000 stemmen, waarvan 64.000 in de provincie Antwerpen. In Antwerpen komt het Vlaams Blok uit op 19.971 stemmen. Goed voor de ene kamerzetel van Dillen. In het totaal behaalt het Vlaams Blok 75.635 stemmen voor de Kamer. Lode Claes komt in Brussel niet verder dan 15.400 stemmen en wordt niet herkozen. De verkiezingsuitslag slaat zijn droom van een grote 'volkspartij' de bodem in. Begin januari 1979 verbreekt Claes de coalitie. De WP zal nog deelnemen aan de Europese verkiezingen van 10 juni 1979. Lode Claes is lijsttrekker en de tweede plaats wordt bekleed door Walter Kunnen, beheerder van het Algemeen Bouwbedrijf Kunnen en in zijn jonge jaren leider van het studentenfront van het VNV in Leuven. De WP haalt amper 34.710 stemmen. Na dit schamele resultaat verlaat Claes de actieve politiek en gaat hij schrijven in het weekblad Trends. De VNP van Dillen dient geen eigen lijst in voor de Europese verkiezingen. De VNP steunt de amnestielijst van Edgard Delvo. Deze vooroorlogse secretaris-generaal van de Centrale voor Arbeidersopvoeding werd lid van de Raad van Leiding van het VNV. Hij nam van Hendrik de Man de leiding over van de vakbond 'Unie van Hand-en Geestesarbeiders'. Bij de bevrijding vluchtte hij naar Duitsland waar hij nog in een immigrantenregering van collaborateurs zetelde. Delvo schrijft geregeld in Dietsland-Europa. Inmiddels had de nationalistische vleugel van de WP besprekingen aangeknoopt met Dillen. Op 28 mei 1979 fusioneert de VNP met de radicaal-nationalistische vleugel van de WP, waarvan de voornaamste vertegenwoordigers zijn: Piet Boeken (Were Di), Roeland Raes (Voorpost, Were Di), Edwin Truyens (NSV) en Reginald Jacobs (Were Di). Ze stichten het Vlaams Blok samen met de oorspronkelijke oprichters van de VNP, aangevuld met Jan Brans, oud-hoofdredacteur van het VNV-blad Volk en Staat. Dillen wordt voorzitter, Raes ondervoorzitter. De echte rechtsextremisten, de neo-fascisten, ze zijn er uiteraard nog wel, maar ze kunnen zich nu terugtrekken in een legale partij. Alarm brengt deze nieuwe realiteit onder woorden: 'Toen Karel Dillen het leiderschap over het Vlaams Blok kreeg, is de toestand voor alle Vlaamse militanten gaan veranderen. Wij hadden weer de steun van een politieke partij! Dit is een niet te onderschatten voordeel. Waar voorheen iedereen zelf Führer wilde zijn in zijn kleine organisatie, daar heeft de persoonlijkheid van Karel Dillen de zo noodzakelijke bruggen geslagen'.(143) Op 31 mei 1979 wordt het Vlaams Blok aan het publiek voorgesteld. De champagne vloeit rijkelijk op de persconferentie.(149) 1. W. Hermans, 'Het boek der stoute waarheden', Langemark, 1935. 2. Volk en Staat, 16.10.1938. 3. Volk en Staat, 16.10.1938. 4. De Belgische publieke opinie tegenover de Joden 1933-1940, L. Saerens, Spiegel Historiael, mei 1986. 5. Panorama, 8.11.1988. 6. Maxime Steinberg, 'L'etoile et le fusil'. 7. Panorama, 8.11.1988. 8. Het herdenkingsboek 'Het Koninklijk Atheneum te Antwerpen 175 jaar'. 9. Panorama, 8 november 1988. 10. Sous la regence: résistance et pouvoir, Crisp, nr. 999. 11. Joris Van Houthem, 'Een Vlaamse Kolonie aan de Plata', licenciaatsthesis departement Geschiedenis KUL, 1985. 12. Panorama, 8.11.1988. 13. Opstanding, 22 september 1951. 14. Dietsland-Europa, maart 1985. 15. Gaston Durnez 'De Standaard, het levensverhaal van een Vlaamse krant'. 16. Vlaams Nationalistische Jeugdbewegingen tijdens de repressie, Wetenschappelijke Tijdingen nr. 2, 1986. 17. Vinks, Van Repressie tot Egmont, Roerdomp. 18. De Volksbeweging 24 april 1954. 19. Van het Vlaams Nationaal Zangverbond naar het Algemeen Nederlands Zangverbond, Wetenschappelijke tijdingen, nr. 3, 1981. 20. Willy Moons, 'Het taboe van Vlaanderen', Standaarduitgeverij. 21. Vlaams Nationalistische Jeugdbewegingen tijdens de repressie, Wetenschappelijke tijdingen nr. 2, 1986. 22. Opstanding, 3 november 1951. 23. De Standaard, 26.12.1984. 24. Opstanding, 10 november 1951. 25. Van Linter Etienne, 'De Vlaamse Concentratie', licenciaatsverhandeling politieke wetenschappen, VUB Brussel, Academiejaar 70-71. 26. Opstanding, 1 juli 1950. 27. Opstanding, 11 maart 1950. 28. Opstanding, 12 augustus 1950. 29. Opstanding, 28.4.'51. 30. Opstanding, 7 april 1951. 31. Opstanding, 6 oktober 1951. 32. Opstanding, 10 november 1951. 33. Opstanding, 29 september 1951. 34. Opstanding, 14 juni 1952. 35. De Standaard, 23 juni 1952. 36. Opstanding, 29 juni 1952. 37. De Katholieke Jeugdbeweging en de Vlaamse Nationale Zangbeweging 1945- 1960, Wetenschappelijke Tijdingen II, 1986; Vlaanderen, 13 juni 1953 en 23 mei 1953. 1953. 38. Vlaanderen, 25 juli 1953. 39. Opstanding nummer 1, 1956. 40. Opstanding, 25 februari 1956. 41. Lexicon Politieke en Jeugdcollaboratie, BRT-Instructieve Omroep. 42. Bert van Boghout, 'Mijn collaboratie'. Uitgave van Were Di vzw. 43. Opstanding, 31 maart 1956. 44. Dietsland-Europa, november 1986. 45. Dietsland-Europa, mei 1956. 46. Opstanding, 14 juli 1956. 47. Volksunie, 4 januari 1958. 48. Volksunie, 20 juli 1957. 49. Volksunie, 5 april 1958. 50. Dietsland-Europa, juli 1958. 51. Van der Elst, 'De bewogen jaren. Mijn memoires 1920/1958', Lannoo, 1985. 52. Parlementaire Handelingen Kamer, 17 februari 1959, blz. 15. 53. De Volksunie, 18 april 1959. 54. Dietsland-Europa, oktober 1959. 55. Dietsland-Europa, mei 1959. 56. Volksunie, 5 januari 1963. 57. Volksunie, 27 april 1963. 58. NRC-Handelsblad, 15 november 1986. 59. De Nieuwe Gazet, 4 juli 1947. 60. Volksunie, 27 april 1963. 61. De Volksunie, 5 oktober 1963. 62. Dietsland-Europa, oktober 1963. 63. Dietsland-Europa, oktober 1963. 64. Gazet van Antwerpen, 9 juli 1966. 65. Brauns, 'Radicalisme in de Vlaamse strijd', Langemark, 1964. 66. Dietsland-Europa, nr; 10, 1978. 67. Wij, 20 maart 1965. 68. Dietsland-Europa, juni 1965. 69. Wij, 18 december 1965. 70. Dietsland-Europa, februari 1966. 71. Dietsland-Europa, mei 1966. 72. Sporenherdenking Were Di, 14.10.1966. 73. Wij, 4 maart 1967. 74. Wij, 17 februari 1968. 75. Wij, 19 aprü 1969. 76. Verkiezing van de partijvoorzitters van de VU", eindverhandeling Pol. en Soc. KUL, 1984. 77. Wij, 1 juni 1968. 78. Wij, 22 juni 1968. 79. Wij, 15 juni 1968. 80. Wij, 2 november 1968. 81. Wij, 12 oktober 1968. 82. Dietsland-Europa, november 1968. 83. Wij, 7 juni 1969. 84. Dietsland-Europa, september-oktober 1971. 85. "De Nederlandse Volks-Unie, portret van een racistische splinterpartij", het Wereldvenster, Bussum. 86. 't Pallieterke, 2 juli 1970. 87. Dietsland-Europa, september-oktober 1970. 88. Verslag VU-partijraad, 21 november 1970. 89. De Standaard, 14 september 1970. 90. Het Volk, 14 september 1970. 91. Karel Dillen "Wim Maes", Berchem, Joris Ferir, 1970. 92. Wij, 12 september 1970. 93. Dietsland-Europa, juli 1971. 75 94. Dietsland-Europa, juli 1971. 95. Dietsland-Europa, oktober 1971. 96. La Libre Belgique, 2 juli 1971. 97. Dietsland-Europa, juni 1971. 98. Alarm, nr. 1, 1972. 99. Dietsland-Europa, september 1973. 100. E. Raskin, "Van binnenuit bekeken: de herinneringen van een VU-parlementslid", De Nederlandse Boekhandel, '80. 101. Dietsland-Europa, april 1970. 102. Gazet van Antwerpen, 4 mei 1973. 103. Pater Braunsfonds, april 1973. 104. Dietsland-Europa, mei 1971. 105. Rebel, september 1973; Wij, 6 oktober 1973. 106. Dietsland-Europa, december 1973; 't Pallieterke, 25 oktober 1973 en 15 november 1973. 107. Dietsland-Europa, januari 1974. 108. Dietsland-Europa, maart 1974. 109. Dietsland-Europa, april 1974. 110. Dietsland-Europa, juni 1974. 111. 't Pallieterke 26 september 1974. 112. De Standaard, 25 oktober 1974. 113. Alarm, september 1977. 114. Alarm, januari 1974. 115. Alarm, januari 1974. 116. Alarm, januari-februari 1975. 117. Zie, 22 mei 1976. 118. Alarm, september 1976. 119. Gazet van Antwerpen, 24 maart 1976. 120. Signaal, 6-de jaargang juni. 121. Haro, nr. 1, '79. 122. Haro, nr. 2 en 3, 1979. 123. Knack, 10 oktober 1977. 124. Gazet van Antwerpen, 2 juni 1977. 125. 'Pallieterke, 16 februari 1978. 126. Dietsland-Europa, december 1974. 127. Dietsland-Europa, december 1977. 128. Ter Waarheid, juli 1977. 129. Dietsland-Europa, juni 1977. 130. Het Laatste Nieuws, 6 juni 1977. 131. Gazet van Antwerpen, 20 juni 1977. 132. VND-mededelingsblad, 18 september 1977. 133. 't Pallieterke, 20 oktober 1977. 134. De Nieuwe, 3 maart 1978. 135. 't Pallieterke, 9 februari 1978. 136. Alarm, 4 april 1978. 137. De Standaard, 3 oktober 1977. 138. De Standaard, 3 oktober 1977. 139. Wij, 24 november 1977. 140. De Standaard, 21 november 1977. 141. De Standaard, 21 november 1977. 142. Dietsland-Europa, april 1978. 143. De Standaard, 14 december 1978. 144. De Nieuwe Gids, 2 december 1978. 145. De Morgen, 2 december 1978. 146. Knack, 6 december 1978. 76 147. Pater Braunsfonds, november 1981. 148. Alarm, oktober 1980. 149. Dietsland-Europa, juni 1979. II De doorbraak van een racistische partij - Inhoud Hugo Gijsels 1. Het reservoir van extreem-rechts - Inhoud Het Vlaams Blok biedt politiek onderdak aan activisten van de meest diverse extreem-rechtse en neofascistische groepen in Vlaanderen. Dit weerspiegelt zich tot in de top van de partij. Als illustratie belichten we de banden van enkele leden van de partijraad van 1984: Karel Dillen, voorzitter (ex-voorzitter Were Di, ex-medewerker van 't Pallieterke, ex-voorzitter Vlaams Nationale Raad); Roeland Raes, ondervoorzitter en verantwoordelijk voor de studiedienst (voorzitter Voorpost, redacteur van De Schakel en Haro); Xavier Buisseret, propagandaverantwoordelijke (ex-VMO-leider en gewezen redactiesecretaris van Haro); Leo Wouters (lid van het aanbevelingscomité van Were Di en van het Vlaams Nationaal Directorium); Gerard Slegers (lid van de Vriendenkring-Zwartberg-Limburg); Frans Wijmeersch (VNJ, Vlaams Republikeinse Partij-TAK); Luc van Nieuwenhuysen (leider Voorpost-Brussel); Albert Denhaerinck (medestichter TAK); Rene Wenmeekers (Voorpost, Vriendenkring Lim-burg-Voerstreek-Overmaas); Frank Vanhecke (lid NJSV). Deze figuren spelen niet enkel een individuele rol in de leiding van de partij, de organisaties die ze vertegenwoordigen vormen voor het Vlaams Blok het reservoir bij uitstek waaruit massaal leden worden gerecruteerd. Zo spelen een aantal VMO-leiders een niet onbelangrijke rol in het Vlaams Blok. Onder hen: Bert Eriksson (vriend van Karel Dillen en een van de beruchtste Vlaams Blok-leden), Kamiel van Damme (ex-collaborateur), Luc Vermeulen (ex-VMO-er en stichter van Voorpost) en tenslotte ook Xavier Buisseret. Armand - alias Bert - Eriksson is allicht een belangrijke figuur in dit groepje. Eriksson werd in 1931 in Antwerpen geboren, en belandde in 1943 bij de Hitlerjugend, waar hij naar eigen zeggen in het goede gezelschap verkeerde van de latere VEV-voorzitter André Leysen en de latere Paribas-bankier Leon Rochtus. Onmiddellijk na de oorlog houdt hij zich enkele jaren gedeisd, is actief in de Chiro en in 1948 wordt hij lid van de toenmalige VMO. Drie jaar later, in 1951 wordt hij voor een periode van tien jaar beroepsmilitair en belandt zo als korporaal bij de paracommando's in Korea. In de jaren zestig vinden we Eriksson terug bij de VMO waar hij z'n militaire ervaring ten dienste van de organisatie stelt.(1) Nauwelijks drie weken na de ontbinding van de organisatie in 1971 presenteerden Bert Eriksson en Piet Peeters (oud-oostfronter en uitbater van de parking Quellin in Antwerpen) een nieuwe uitgave van de VMO: Vlaamse Militanten Orde. We schrijven 2 juli 1971. Vanaf die datum verschijnt ook maandelijks het lijfblad Alarm en opereert de VMO in haar bekende gewelddadige stijl. Eriksson smeedde de VMO om tot een paramilitair korps dat in de kortste keren berucht werd wegens aanslagen op Marokkanen en Turken, gespierde operaties in het belang van de Vlaamse zaak en anticommunistische acties die elkaar in snel tempo opvolgden. Aan het hoofd van de Orde staat de algemene leider (Bert Eriksson). Twee gouwleiders (Roger Spinnewijn en Nand Verbeeck) staan onder zijn rechtstreeks gezag. Op hun beurt voeren de gouwleiders het bevel over kernleiders die elk verantwoordelijk zijn voor een bepaalde stad. Zoals ieder leger een afzonderlijk regiment paracommando's heeft, zo werd de gevechtselite van de VMO georganiseerd in een speciale afdeling, de para-VMO. Voor het uitvoeren van de talloze gewelddadige 'operaties' werd een commando aangewezen door de leiding. Het VMO-tuchtreglement Elste van de militanten een militaire discipline: - iedere militant gehoorzaamt steeds onmiddellijk en onvoorwaardelijk aan de bevelen;
Naar analogie met de militaire praktijk werden er door een tuchtraad straffen uitgesproken. Wie lid wou worden van de VMO moest formulieren invullen, waaronder een vragenlijst waarin niet alleen aandacht werd besteed aan het extreem-rechtse verleden van de kandidaat-militant, maar ook aan de legeropleiding en de 'zuiver Europese afstamming' van verloofde of echtgenote.(2) In februari 1980 vatte de VMO-leiding de bedoeling van dit alles kernachtig samen: 'De Orde moet een witte machtselite vormen; zoiets kan alleen door een onvoorwaardelijke trouw en gehoorzaamheid aan de leider en beginselen van de Orde; de leider ontwerpt, hij beveelt, hij bundelt, hij denkt, de volgelingen handelen.'(3) De militaire opleiding van deze 'machtselite' bestond hoofdzakelijk uit man-tegen-man gevechten, klimpartijen en het leren hanteren van vuurwapens. Ook werden er oefeningen gehouden in 'formatie, opstelling, aanval en af weer'. Om de opleiding van haar militanten aan te scherpen, deed de VMO veelvuldig beroep op de deskundige hulp van buitenlandse organisaties als de Franse Groupes Nationalistes Révolutionaires de Base (GNR), de Westduitse Wehrsportgruppe Hoffmann, de Britse Column 88 en de Ierse Ulster Volunteer Force. In die jaren bouwde de VMO onder leiding van Bert Eriksson een bijzonder gewelddadige reputatie op. In december 1978 pleegde de VMO de beruchte aanslag op de Poolse voetballer Lubanski en loste daarbij vier schoten. Eén van de daders was de huidige leider van het (Vlaamse) Nationaal Front, Werner van Steen. In februari 1979 komt het tot gevechten met de politie tijdens een antimigrantenbetoging in Schilde. In april van datzelfde jaar bestormt de VMO de Franstalige school Les Abeilles in Mortsel. In mei stichten drie leden van de VMO brand in een migrantencafé in Antwerpen. Diezelfde maand wordt ook de auto van een Franstalige Voerenaar in brand gestoken. In juni organiseert de als privé-militie uitgedoste VMO een militair trainingskamp in Houffalize en in augustus wordt de militaire paraatheid nogmaals aangescherpt op een trainingskamp van de WSG Hoffmann-groep in de omgeving van Neurenberg. Eveneens in augustus 1979 worden militanten van de VMO betrapt op het illegale transport van vuurwapens. In september van nog steeds hetzelfde jaar staan nog twee trainingskampen op het programma: in het Waalse Nisramont en in het Franse Nismes. Op 21 oktober volgt de gewelddadige bezetting van het gemeentehuis van 's Gravenvoeren en de volgende dag verricht de gerechtelijke politie van Dendermonde in Temse een huiszoeking bij VMO-leider Leo Robbijns en neemt legermateriaal, een geweer en een SS-dolk in beslag. Op diezelfde 21 oktober 1979 tenslotte wordt Eriksson door de raadkamer van Tongeren, wegens gewelddaden in de Voerstreek, onder aanhoudingsmandaat geplaatst op grond van de wet op de private milities van 1934.(4) Ondanks deze gewelddadige staat van dienst die, toen ook al, dankzij de pers in ruime kring bekend was, blijkt de VMO een grote invloed te hebben op vooraanstaanden in de zakenwereld en de politiek waarvan men normaliter zou verwachten dat zij beter weten. Toen de VMO op 28 oktober 1979 in Asse een Staf de Clercq-herdenking organiseerde rond het graf van de VNV-leider, was door de VMO voor de gelegenheid een erecomité samengesteld waarvan de leden in groten getale in Asse aanwezig waren. De namen van de leden van dit comité spreken voor zichzelf: Jef François (leider van de Algemene SS-Vlaanderen), Jan Brans (hoofdredacteur van Volk en Staat), Hector de Bruyne (gewezen VU-minister van Buitenlandse Handel), Jaak Gabriëls destijds ondervoorzitter van de Volksunie en burgemeester van Bree), Vic Anciaux (toenmalig Volksunievoorzitter), Valeer Portier (beheerder van het VEV), Leon Rochtus (directeur bij de bank van Parijs en van de Nederlanden, ere-consul van Zuid-Afrika en schatbewaarder van Protea), Bob Maes, Oswald van Ooteghem, Carlo van Eisen en Jef Valckeniers (op dat ogenblik alle vier Volksunie-parlementsleden). Aanvankelijk was voorzien dat Bert Eriksson het achtbare gezelschap in Asse zou toespreken, wat gezien zijn verblijf in de gevangenis echter onmogelijk was. In zijn plaats hield Karel Dillen een toespraak waarin hij de collaboratie-politiek van het VNV ophemelde. De ruime Volksunie-aanwezigheid op deze door de VMO georganiseerde herdenking was hoogst merkwaardig gezien de verbale vijandelijkheden waaraan de partij en de privé-militie zich recentelijk hadden overgegeven. De De Clercq-herdenking viel samen met een debat in de Senaat naar aanleiding van een interpellatie van senator Perin (24 oktober 1979) over private milities en over het functioneren van de politiediensten. Als gevolg daarvan keurde de Senaat, op voorstel van de socialistische senator Joz Wijninckx, op 13 maart 1980 de installatie van een parlementaire onderzoekscommissie goed die zowel de problemen van ordehandhaving in het algemeen, als van de 'naleving en de toepassing van de wet van 19 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden', zou gaan onderzoeken. De Volksunie was het met de installatie van de parlementaire onderzoekscommissie niet eens. Op de valreep probeerden de senatoren Wim Jorissen en Oswald van Ooteghem tevergeefs het voorstel nog te amenderen. Beide VU-mandatarissen wilden het onderzoek uitbreiden tot 'elke vorm van georganiseerd geweld' (lees: dus ook stakingspiketten).(5) De VMO voelde zich door de parlementaire onderzoekscommissie aanvankelijk niet bedreigd. Getuige daarvan de talrijke gewelddaden tegen Franstaligen, oudstrijders uit de Tweede Wereldoorlog en migranten, de veelvuldige trainingskampen in de Ardennen, Frankrijk en Duitsland, de aanslagen op progressieve boekenwinkels (in het boek 'De Barbaren, migranten en racisme in de Belgische politiek' (EPO) wordt een vrij volledige chronologische lijst van deze aanslagen gegeven). Ingevolge de werkzaamheden van de Commissie Wijninckx, die een aantal van deze door de VMO gepleegde heldendaden onderzocht, werd de politieke wereld met de neus op de feiten gedrukt. Eén en ander leidde ertoe dat in 1980 een aantal afzonderlijke gerechtelijke VMO-dossiers werden samengevoegd en in één proces werden behandeld.(6) De VMO en een aantal bevriende organisaties reageerden furieus. In Alarm sprak Bert Eriksson van een heksenjacht en hij vergeleek het proces met de naoorlogse repressie. Hij dreigde er zelfs mee dat er een week voor het 'monsterproces' opnieuw bommen zouden ontploffen. Zover kwam het echter niet. Het proces kreeg z'n beslag en op 4 mei 1981 oordeelde de rechtbank van eerste aanleg in Antwerpen dat de VMO krachtens de wet van 1934 een privé-militie was waarvan het lidmaatschap verboden was. 1O1 militanten werden veroordeeld tot boetes. De VMO-leiders Eriksson, Jef Gladiné, Flor Mulder, Ferdinand Verbeeck, Roger Spinnewijn, Cesar Spitaels en Joost Pyck werden bedacht met effectieve gevangenisstraffen en forse boetes.(8) Proceskosten, boetes en schadevergoedingen overschreden het anderhalf miljoen en het zag er naar uit dat zo'n financiële aderlating de VMO de das zou omdoen. De meeste veroordeelden gingen weliswaar in beroep, maar uiteindelijk bleven de meeste straffen gehandhaafd. Karel Dillen had dit gevaar echter lang voordien zien aankomen. Samen met Leo Wouters nam Dillen in de jaren zeventig al het initiatief om de v.z.w. 'Stracke Noodfonds' op te richten. Dit fonds zamelde, naast het noodfonds dat de VMO zelf had opgericht, gelden in om de financiële nood van de veroordeelde militanten te helpen lenigen. Het bestuur van deze v.z.w. was grotendeels afkomstig uit het Vlaams Blok en zijn zusterorganisaties: Leo Clinckemaillie, Mia Dujardin, Bob Maes, Robert Oriënt, Walter Peeters, Renaat Vanheusden, Leo Wouters en Leon Rochtus. Voorzitster was destijds de negentigjarige Angela Dosfel, weduwe van Lodewijk Dosfel. De naam van Karel Dillen figureert niet op dit lijstje. De v.z.w. was echter aanvankelijk officieus en sinds juni 1986 ook officieel wel op zijn adres gevestigd en alle correspondentie betreffende het fonds moest gericht worden aan mevrouw Madeleine Dillen-Koninckx, de echtgenote van Karel Dillen. Om de hele onderneming nog meer allure mee te geven werd door het Stracke Noodfonds een aanbevelingscomité opgericht waaraan zowel notoire neonazi's, Vlaams-nationale eminenties als lieden die blijkbaar niet beter wisten, hun naam leenden. Zo prijkt de naam van pater Phil Bosmans (Bond zonder Naam) in hetzelfde gezelschap als Wies Moens, Leo Poppe, Clem de Ridder en Marcel Brauns. Of hoe rijm je professor Karel van Isacker met Ward Hermans, Arthur de Bruyne, professor Raymond Derinne, Flor Grammens, Jan Nuyts en Herman Wagemans. De aanwezigheid van Leon Rochtus, bankier bij de Bank van Parijs en de Nederlanden, in dit gezelschap is niet zonder belang. Dankzij deze medestichter van Protea, kon het Stracke Noodfonds op 28 mei 1981 beschikken over het prestigieuze Osterriethhuis in Antwerpen, eigendom van de Bank van Parijs en de Nederlanden, om er de negentigste verjaardag van de weduwe van Lodewijk Dosfel te vieren met een academische zitting.(9) De echte bedoeling van dit verjaardagsfeest lag, blijkens de uitnodiging gericht aan de 'goede vrienden en weldoeners van het Stracke Noodfonds', ver buiten de sfeer van een academische zitting: '...Mevrouw Dosfel heeft de wens uitgesproken af te zien van elk persoonlijk geschenk. Zij hoopt echter uit ganser harte dat u in plaats daarvan extra mild het Stracke Noodfonds zult bedenken. Zoals wij allen, weet ook mevrouw Dosfel dat er in de komende maanden heel wat meer beroep zal gedaan worden op hulp van het Noodfonds. Er zal veel geld nodig zijn nu de derde Belgische repressie hard toeslaat en tientallen jonge Vlamingen bedreigd worden met waanzinnige straffen en geldboetes. Indien het normaal is dat niet iedereen het altijd eens is met alles wat deze jonge Vlamingen doen of de manier waarop ze het gedaan hebben, dan nog blijft het een feit dat ze vooral veroordeeld worden omdat ze het als Vlaming gedaan hebben. In elk geval zal ons oordeel rekening moeten houden met zwaar doorwegende verzachtende omstandigheden. Daarom is het dan ook onze plicht hen menselijk bij te staan en hen en hun familie te helpen wanneer ze soms zeer zware financiële gevolgen van hun Vlaamse inzet moeten dragen...Wij rekenen er dan ook op dat u deze extra-financiële oproep zult beantwoorden door vrijgevig te storten op...'(10) Het was niet de eerste en evenmin de laatste keer dat het Vlaams-nationalisme de VMO ter hulp kwam. Zo nam Vlaams Blokker en VMO-militant Juul Brogniet samen met z'n VMO-vrienden Walter 't Jollijn en Frans Govaerts ten tijde van het VMO-proces het initiatief tot de oprichting van de v.z.w. Hulpcomité voor Nationalistische Politieke gevangenen (HNG). Doelstelling van het HNG was hulpverlening om de sociale en financiële problemen van de tot gevangenisstraffen veroordeelde VMO-ers te helpen lenigen. Als HNG-beheerder werd Brogniet eind 1985 opgevolgd door Werner van Steen.(11) Juul Brogniet staat in het extreem-rechtse milieu bekend als een bijzonder bezig baasje. Eind jaren zeventig speelde hij een belangrijke rol in de VMO, was hij de chef van de Vrijwillige Arbeidsdienst (VVAD), een hulpdienst voor hulpbehoevende collaborateurs en VMO-ers die in de problemen geraakten. In die periode was hij ook de VMO-verantwoordelijke voor de Kempen en leidde hij de pensioendienst van het Sint Maartensfonds-afdeling Kempen-limburg. Zijn privé-adres gold toen ook als Kempisch contactadres voor de VMO. Naast al deze sociale activiteiten schuwde loodgieter Brogniet echter de harde actie niet. Zo was hij in februari 1980 samen met Johan Dijlst, Michel Cornelissen en Eric van der Keilen één van de daders van de VMO-aanslag met een rijkswachtgranaat op café 'Des Sports' in Moelingen. Brogniet was dan ook zélf een van de vervolgden in het VMO-proces. Als Olenaar liet hij zich in 1982 fictief domiciliëren in het extreem-rechtse café 'Scheldehof' in Antwerpen om op de Vlaams Blok-lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen te kunnen figureren. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 prijkte z'n naam als 47ste op de Antwerpse Vlaams Blok-lijst. Toen bleek dat het de justitie menens was met het VMO-proces, en dat verschillende VMO-militanten effectieve gevangenisstraffen zouden moeten uitzitten, werd vanuit het Vlaams Blok ook een mantelorganisatie onder de naam Uilenspiegelcomité opgericht om deze veroordeelden politiek te verdedigen. Het comité fungeerde in die functie als een paraplu voor de VMO, Voorpost, De Vrijbuiter, NSV en NJSV. Het Uilenspiegelcomité, dat momenteel een sluimerend bestaan leidt, wordt gedirigeerd door Filip Dewinter en Voorpost-leider Francis van den Eynde (bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988, als lijsttrekker voor het Vlaams Blok in Gent verkozen).(12) In een poging enige politieke solidariteit op te wekken met de tot gevangenisstraffen veroordeelde VMO-ers organiseerde het HNG in samenwerking met het door Filip Dewinter geanimeerde Uilenspiegelcomité in het najaar van 1984 enkele betogingen in Antwerpen, Schaarbeek en Dendermonde. Tijdens deze manifestaties werd in toespraken en in pamfletten de vrijlating geëist van de VMO-militanten Bert Eriksson. Jan Vandecauter, Jef Gladinné en Ludo Haenen. Eriksson zat toen een gevangenisstraf uit van een jaar wegens zijn aandeel in en leiderschap van de VMO en diens gewelddadige uitstappen naar Brugge, Antwerpen en de Voerstreek. Jan Vandecauter is een nazi pur-sang. Deze meubelmaker uit Erpe-Mere was aanvankelijk lid van het Taal Aktie Komitee (TAK) maar stapte later over naar de VMO. Deze 'Goede Vlaming' onderscheidde zich vooral tijdens de gewelddadige VMO-esbattementen in de Voerstreek. Toen hij daarover door de gerechtelijke politie werd ondervraagd, verklaarde hij: Tk geef toe dat ik paramilitaire allures heb... We (de VMO, n.v.d.r.) maken een paramilitaire groep uit... Ik durf er voor uitkomen dat ik bij mij thuis het Deutschland über alles, of het Horst Wessel-lied zing.' In het VMO-proces werd Vandecauter veroordeeld tot 4.000 frank boete en een effectieve gevangenisstraf van drie maanden. De HNG- en Uilenspiegelbetogers tilden er zwaar aan dat Vandecauter z'n straf integraal moest uitzitten. Vandecauter wordt gestraft omdat hij een Vlaming is en dus is hij een 'politieke gevangene', zo heette het. De waarheid is minder prozaïsch. Het crimineel verleden van Vandecauter lag aan de basis van het effectieve karakter van de opgelegde straf. Deze Vechter voor de Vlaamse Zaak was in april 1964 veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens verkrachting met geweld van een kind eh openbare zedenschennis. Drie jaar later liep hij een veroordeling op wegens diefstal. Jozef Gladinné werd tijdens het VMO-proces bedacht met een gevangenisstraf van acht maanden en een geldboete van 8.000 frank. Ludo Haenen tenslotte was nauwelijks 22 en paracommando toen hij in april 1984 door de krijgsraad tot vier jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens het beschieten van het Franstalig café 'Chez Liliane' in Voeren, waarbij zeven klanten werden gewond. Eén en ander belette Filip Dewinter echter niet te stellen dat deze Vlaamse idealisten veroordeeld werden 'voor zaken die aan Walen niet worden aangerekend'. Bij de door het HNG en Uilenspiegel op 20 oktober 1984 in Antwerpen georganiseerde betoging formuleerde Dewinter het als volgt: 'Deze derde repressie die de rechtsnationale beweging momenteel hard treft, is het zoveelste exponent van de haat die de Belgische staat ten opzichte van Vlamingen koestert. Maar laat ons duidelijk zijn, ook deze wanhoopspoging van die stervende staat zal onze beweging niet kunnen breken. Integendeel zelfs, het is voor ons een aanmoediging om op de ingeslagen weg voort te gaan. Wij laten ons niet intimideren, al stopt men onze militanten en verantwoordelijken in de cel'.(13) In een door Filip Dewinter ondertekend NSV-pamflet dat tijdens diezelfde betoging werd uitgedeeld werden de hogergeciteerde veroordeelden 'idealisten' genoemd en 'slachtoffers van de 'derde repressie' die de rechts nationale beweging in dit apeland hard treft'. In het midden- en bovenkader van het Vlaams Blok treft men talloze militanten aan die hun ideologische sporen verdienden in de rangen van Were Di, het maandblad Dietsland Europa en de actiegroep Voorpost. Tot het einde van de jaren zeventig werden Were Di en Dietsland Europa geleid door Karel Dillen (Vlaams Blok), Roeland Raes (Vlaams Blok), Bert van Boghout, Luc Vermeulen (Vlaams Blok) en Karel Lacroix (18/11/1908-10/9/1977 - was een wegens lidmaatschap van de SS veroordeelde VNV-er. Na z'n vrijlating vestigde hij zich opnieuw als drukker in Deurne, werd actief in de Volksunie en zetelde in het bestuur van de v.z.w.'s Were Di en Grensland).(14) Dit groepje werd bijgestaan door Bob Maes (ex-VMO), Alois Verbist (oud weerstander), Raf van Hulse (chef van de Hitler Jugend Flandern), Marleen Vandommele (KVHV), Jef Vercauteren (Centrum Traditie), Staf de Lie (Volksunie), Francis van den Eynde (destijds Volksunie, nu Vlaams Blok) en Kris Naudts (Alternatief). Het aanvankelijk vrij beknopt en rudimentair basisprogramma van Were Di werd in 1973 door Roeland Raes dieper uitgewerkt in de brochure Onze Grondslagen. In 1985 werd dit programma herschreven en geactualiseerd door Gerhard, Ludo Gerits, Edwin Truyens, Guy van Gorp, Jos Vinks en Bert van Boghout. De nieuwe versie werd uitgegeven onder de titel 'Were Di - Nationalistische Grondslagen'. De inhoud van beide brochures vertoont opvallend veel gelijkenis met het politiek programma van het Vlaams Blok. In een interview met het weekblad Knack (27/12/1978) gaf Karel Dillen overigens volmondig toe dat er tussen de ideologie van Were Di en de ideologie van het Vlaams Blok een grote verwantschap bestaat: 'Het lag voor de hand dat beide gelijkluidend zouden zijn. Zo denken de Vlaamse nationalisten nu eenmaal'.(15) Sleutelbegrip in de 'grondslagen' is de menselijke ongelijkheid inzake begaafdheid, prestatievermogen, scheppingskracht en karaktersterkte. De Were Di-ideologen baseren zich bij het uitpuren van dit basisbegrip naar eigen zeggen op auteurs als Konrad Lorenz, Alain de Benoist, Alexis Carrel, Cyriel Verschaeve, Wies Moens, August Borms en Joris van Severen.(16) Om recrutering van nieuwe leden te vergemakkelijken stichtte Were Di in 1975 de mantelorganisatie Grensland. Deze v.z.w. organiseert jeugdkampen voor jongeren uit de zogenaamde Vlaamse strijdgebieden zoals de Voerstreek en Brussel. De stichtende leden van Grensland zijn Roeland Raes (voorzitter), Reginald Jacob (secretaris, leiding Vlaams Blok), Karel Maurissen (penningmeester, leiding Vlaams Blok), Maurits Cailliau, Johan Mens en Lut van Vlierberghe-Vleminckx.(17) De invloed van Were Di strekt zich verder ook uit via het in 1967 opgerichte Aktiecentrum Delta, waarin we o.a. Roeland Raes, Herman Thuriaux en Paul Leenaards aantreffen. Ook deze groep werd aanvankelijk opgericht als reactie tegen de 'verlinksing' van de Volksunie. Delta heeft een fel anticommunistisch profiel, streeft de hereniging van de Lage Landen en de herinrichting van België op federale basis na. Begin jaren zeventig werkte de groep nauw samen met de Antwerpse NEM-Club, de VMO en Were Di. De jongste jaren wordt Delta geleid door Vic Eggermont en Dries Bombeke (beiden lid van het aanbevelingscomité van het CAW). Onder hun leiding bekommert Delta zich steeds meer om een volgens haar dringend noodzakelijk ethisch reveil. Dit uit zich o.a. in veelvuldige stellingnames tegen abortus, pornografie, samenwoners, de Aids-campagne van de overheid enz. Delta werpt zich tenslotte ook op als de politieke erfgenaam van Verdinaso-leider Joris van Severen en diens opvolger Louis Gueuning. Voor de vormingsactiviteiten wordt door Were Di vooral samengewerkt met het KVHV, de Vereniging van Vlaams Nationale Auteurs, de Vlaams Nationale Debatclub, de Vlaamse Culturele Produkties, het Vlaams Blok en het Sint-Maartensfonds. Vooral de Vlaams-Nationale Debatclub is als gemeenschappelijk ideologisch bijhuis van Were Di en het Vlaams Blok in deze context van belang. Deze v.z.w. werd opgericht in 1980 en in het bestuur treffen we figuren aan als Jan Brans, Arthur de Bruyne, Karel de Meulemeester, Mia Dujardin, Walter Peeters, Mia Uytterhoeven en Jef van Dingenen. Secretaresse van de Vlaams-Nationale Debatclub is de echtgenote van Rudi van der Paal, algemeen raadgever van het Vlaams Blok. Als sprekers treden daarbij uiteraard extreem-rechtse boegbeelden op als Karel Dillen, Roeland Raes, Arthur de Bruyne, Jos Vinks, Lode Claes en Jacques Isorni (de advocaat van maarschalk Petain en van Le Pen) maar ook 'respectabele' figuren als professor Herman van Rompuy, Jos Bouveroux, Herman Candries en Rene de Feyter vonden de voorbije jaren de weg naar het bovenzaaltje van het Antwerpse café Het Blazoen of café Bristol.(18) Een aantal 'jongeren' in Were Di, aangevoerd door Luc Vermeulen vonden begin jaren zeventig de activiteiten van de organisatie te lauw en eisten meer actie. Dit leidde tot spanningen tussen de leider Bert van Boghout en Luc Vermeulen, die er in 1976 uittrok en de actiegroep Voorpost oprichtte. In april 1979 werd Voorpost in de vorm van een v.z.w. gegoten.(19) In de beheerraad van deze v.z.w. vinden we een aantal oude bekenden terug: Roeland Raes (voorzitter), Lidwina van Onckelen (secretaresse), Luc Vermeulen (penningmeester). Daarnaast traden ook Liliane Baertsoen, François van den Eynden en Guido Verhelen toe tot het bestuur. Na korte tijd nam Van den Eynden de leiding van Roeland Raes over, hoewel deze laatste in Voorpost uitermate actief bleef. Van bij z'n ontstaan wierp Voorpost zich op als een radikale actiegroep die in de kortste keren een gewelddadige reputatie verwierf. Dit had alles te maken met het optreden van de organisatie tijdens de rellen in de Voerstreek en Komen, het verstoren van Franstalige gemeenteraadszittingen in Kraainem en Linkebeek, de betogingen tegen migranten en pro-Zuid-Afrika, de amnestierellen in 1980 bij het bezoek van koning Boudewijn aan Antwerpen, de tumultueuze dodenherdenkingen in Stekene en in Lommel. Acties waarbij Voorpost veelal kan rekenen op de aanwezigheid van Vlaams Blok-prominenten Veerle Dillen, Gerolf Annemans en Filip Dewinter. Voorpost organiseert ook paramilitaire trainingskampen in de Ardennen en in het Duitse Wittgenstein (samen met de Junge Nationaldemokraten, de jongerenafdeling van de neonazistische NPD). Aan de fysieke conditie van de militanten wordt overigens permanent gewerkt. Sinds oktober 1985 heeft Voorpost immers een eigen Vlaams-nationale Sportschool die geleid wordt door Rudy Simons uit Borsbeek. Wekelijks beoefenen Voorpost-militanten gevechtssporten in een door een plaatselijke katholieke school ter beschikking gestelde turnzaal aan de Sint-Amelbergalaan in Temse. Naar analogie met de VMO komt Voorpost ook op straat als een private militie. Bij betogingen krijgen de Voorpost-leden vanwege Luc Vermeulen schriftelijke instructies inzake het al dan niet dragen van uniformen, koppelriemen en helmen, de wijze waarop bevelen worden gegeven en hoe de 'blokken' moeten worden samengesteld waaruit de betoging wordt gevormd. Eén van de financiële bronnen van Voorpost is de zgn. Boekendienst. Deze als een postorderbedrijfje opgezette verzendingsdienst wordt geleid door Ivo Collier en is gevestigd boven het gekende extreemrechtse café De Leeuw van Vlaanderen aan de Jezuïetenrui in Antwerpen. In de fondslijst van de boekendienst treffen we o.a. de boeken aan van Karel Dillen, Arthur de Bruyne, Bert Peleman, Jos Vinks en Clem de Ridder. Daarnaast verdeelt Collier ook de uitgaven waarvan de distributie verzekerd wordt door de Librairie Française (Francois Duprat, Faurisson, Evola...) evenals de werken van Alain de Benoist, de Italiaanse fascist Romualdi en oorlogsmisdadiger Robert Verhelen. Op hetzelfde Antwerpse adres als de boekendienst van Voorpost bevindt zich eveneens de v.z.w. Avondland, een organisatie die zich bezighoudt met de verspreiding van extreem-rechtse affiches, vlaggen, nazi-kentekens en zelfklevers. Deze v.z.w. waarvan de zetel officieel in Kieldrecht gevestigd is, is een bijhuis van Voorpost. De organisatie werd op 20 februari 1987 opgericht door Luc Vermeulen, Johan Vanslambrouck, Lidwina van Onckelen, Paul Stevenheydens, Rudy Simons en Ivo Collier.(20) Avondland wierp zich ook op als promotor van het boek Wij Marginalen van Karel Dillen. Het materiaal dat door Avondland en de Boekendienst wordt verspreid, wordt voortdurend aangeprezen in de publikaties van Voorpost. Deze 'aanbevolen lectuur' zegt een en ander over de ideologie van Voorpost. In haar beginselverklaring stelt de organisatie zichzelf voor als anti-Belgisch, heel-Nederlands en solidaristisch. Voorpost stelt zich daarbij tot doel zowel vormings- als actiegroep te zijn en wil vooral 'geschoolde militanten' vormen. Uit de lectuur van het driemaandelijks tijdschrift Revolte en het maandelijkse informatieblad Voorpost blijkt een verkrampt Vlaams-nationalisme, omkranst met een stevige dosis antisocialisme en antisyndicalisme. Hoewel de v.z.w. in 1981 (het jaar waarin de wet Moureaux inzake de bestraffing van racisme en xenofobie van kracht werd) in het Belgisch Staatsblad een statutenwijziging liet publiceren, waarin gesteld werd dat 'de vereniging alle racisme bestrijdt', bleek uit de praktijk het tegendeel. Samen met de VMO organiseerde Voorpost betogingen tegen de migranten en pro-apartheid in Zuid-Afrika. Voorpost is overigens de motor achter de campagne pro-Zuidafrikaans fruit en de organisatie verstoort ook geregeld de anti-apartheidsacties van het AKZA en Oxfam. Het was andermaal op initiatief van Voorpost dat begin 1987 een IJzerbedevaarderscomité werd opgericht om te ageren tegen een regie-wijziging in de bedevaart waarbij het Wilhelmus en Die Stem van Suid-Afrika verplaatst werden. Naast Voorpost zijn ook het NSV, de Oranjejeugd, de Protea-studenten, het Vlaams Blok, het VNJ, de Vrienden van Zuid-Afrika, VUJO Groot-Antwerpen en Were Di lid van dit comité. De coördinatie ervan is in handen van Luc Vermeulen. Een tiental individuele leden, waaronder Gerolf Annemans haalden tijdens het Paasweekend van 1987 het nieuws door de IJzertoren symbolisch te bezetten en er een hongerstaking te houden. Tijdens de bedevaart van datzelfde jaar probeerde het comité de plechtigheid te verstoren en Paul Daels, de voorzitter van het IJzerbedevaartcomité, aan te vallen. Ingevolge de geringe bijval in Vlaams-nationale kringen leidt het IJzerbedevaarderscomité sindsdien nog slechts een sluimerend bestaan. Toen in december 1978 voor het eerst de kartellijst van de VNP en de WP onder de benaming Vlaams Blok aan de parlementsverkiezingen deelnam, voerde Voorpost een felle propagandaslag ten voordele van het kartel. Voorpost leverde toen ook een aantal kandidaten: Luc Vermeulen prijkte in Antwerpen als dertiende op de provincie- en als zeventiende op de kamerlijst van het Vlaams Blok. Lidwina van Onckelen stond als vierde op de provincielijst en Fred van Raemdonck was de eerste plaatsvervanger voor de kamer. In Gent was Roeland Raes lijstduwer voor de provincie en tweede kandidaat voor de senaat. Op de Gentse provincielijst prijkten op respectievelijk de derde en de zeventiende plaats de Voorposters Wim Vincken en Boudewijn Merckx.(21) Bij de parlementsverkiezingen van 13 oktober 1985 was de samenwerking tussen het Vlaams Blok en Voorpost nog intenser. Zo werden niet minder dan 39 plaatsen op de Vlaams Blok-lijsten door Voorpost-militanten bezet. Daaronder: Filip Dewinter, Roeland Raes, Francis van den Eynden, Luc Vermeulen, Lutgard van Onckelen-Verelst, Rudy Simons, Liliane Verhulst-Baertsoen en Ivo Collier.(22) Hoewel Voorpost en het Vlaams Blok naar buitenuit nog steeds afzonderlijke organisaties zijn, werd Voorpost de voorbije jaren steeds meer een feitelijk onderdeel van de partij. De leiding van Voorpost bestaat vrijwel volledig uit Vlaams Blok-leden als Roeland Raes, Luc Vermeulen, Francis van den Eynden en Lidwina van Onckelen. Omgekeerd bekleden een aantal Voorposters nogal wat Vlaams Blok-mandaten. Dat is o.a. het geval met Filip Dewinter (kamerlid)... Ook op andere terreinen wordt nauw samengewerkt. Zo beschikt het Vlaams Blok over een inlichtingendienst die informatie verzamelt over progressieve organisaties, personen en activiteiten. Deze dienst heet KOSMOS, wordt geleid door Jan Stalmans en kan enkel gecontacteerd worden via twee postbussen: PB 45, 2100 Deurne 1 en PB 69, 2200 Borgerhout. Deze laatste postbus is toevallig dezelfde als die van de Voorpost-inlichtingendienst AUGIASSTAL, die al even toevallig geleid wordt door Jan Stalmans. Voorpost beschikt momenteel over een zestal plaatselijke afdelingen in Antwerpen (geleid door Liliane Verhuist), Dendermonde (Geert Waegeman), Gent (Francis van den Eynde), Kempen (Luc Janssens), Limburg (Mieke Gevers) en West-Vlaanderen (Koenraad Verschaete, Peter Logghe en Hans Dubois). Daarnaast is er ook een Nederlandse afdeling met zetel in Oudenburg actief. Het KVHV en het NSV-NJSV - Inhoud Een partij die aan de toekomst denkt, richt haar aandacht op de jeugd. Zo ook het Vlaams Blok dat van bij z'n ontstaan goede betrekkingen onderhoudt met het KVHV en het NSV-NJSV. In de loop van de jaren recruteerde het Vlaams Blok talloze figuren wiens politieke vorming geheel of gedeeltelijk in een van beide studentenorganisaties had plaats gevonden. Dit is onder andere het geval voor de Vlaams Blok-parlementairen Gerolf Annemans en Filip Dewinter en de partijkaders Edwin Truyens, Hans Carpels, Frank Vanhecke, Pieter Huybrechts, Jurgen Ceder, Werner Marginet en Philippe van der Sande. Medio de jaren zeventig waren de Gentse en de Antwerpse afdelingen van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) van een wat stoffig en oubollig studentenclubje geëvolueerd naar een extreemrechtse en militante Vlaams-nationale strijdorganisatie. De belangrijkste bezigheden van het KVHV bestonden uit het organiseren van Vlaamse Studentenzangfeesten en antimarxistische meetings waar figuren als Staf Vermeulen, Arthur de Bruyne, Bert van Boghout en Karel Dillen het woord voerden. De motor achter deze verrechtsing was de toenmalige praeses Edwin Truyens, lid van Were Di en medewerker aan Dietsland Europa. Het KVHV was in die periode één van de bij de Vlaams-nationale Raad aangesloten organisaties en organiseerde ten behoeve van de VNR in maart 1976 zelfs een congres over arbeid en gastarbeid in nationalistisch perspectief met als sprekers Bart Vandermoere, Bert van Boghout en Marcel Brauns. De acties en activiteiten van het KVHV werden in die jaren overigens maandelijks in Dietsland-Europa door Bart Vandermoere in de verf gezet in zijn vaste studentenrubriek 'D'er roert entwat...aan de unif'. Gerolf Annemans was toen student in de rechten aan de UFSIA en de UIA en militeerde in het KVHV. Tijdens z'n licentie-jaren was hij hoofdredacteur van Tegenstroom, het studentenblad van het KVHV, en was hij beheerder van de Studentenraad. In die periode begon z'n samenwerking met ’t Pallieterke waarvoor hij aanvankelijk een studentenkroniek verzorgde, later aan televisiekritiek deed onder het pseudoniem dr. ius Tinus van Bikschote. Tussen Vandermoere en Truyens ontstond tijdens het academiejaar 1975-'76 een felle machtsstrijd rond het leiderschap in het KVHV. Een meer gematigde stroming in het KVHV, geleid door Vandermoere, was het niet eens met de ultrarechtse marsrichting van Truyens en kreeg de zegen van de toenmalige nationale KVHV-leiding. Truyens stapte op en stichtte in het voorjaar van 1976 de Nationalistische Studentenvereniging (NSV). Eind 1977 speelde Truyens een belangrijke rol in het Vlaams Nationaal Directorium, waar hij samen met Were Di-leider Bert van Boghout de fusiepogingen stimuleerde tussen de WP van Lode Claes en de VNP van Karel Dillen. Fusie die uiteindelijk zou leiden tot het ontstaan van het Vlaams Blok. Het NSV slorpte in 1982 de Vlaamse Scholieren Aktiegroep (VSAG) op en doopte deze organisatie om tot Nationalistisch Jong Studenten Verbond (NJSV). Officieel zijn NSV en NJSV nog steeds afzonderlijke organisaties, in de praktijk gaat het om één organisatie die naar gelang de omstandigheden onder één van beide namen (of beiden) opereert. Vanaf 1977 kon het NJSV-NSV rekenen op de steun van Voorpost, de VMO en Were Di en later ook van het Vlaams Blok. In de tijdschriften van deze organisaties worden de activiteiten van het NJSV-NSV breed aangekondigd. Omgekeerd stelt het NJSV-NSV de kolommen van haar tijdschrift Signaal (later Branding) open voor extreem-rechtse militanten van divers pluimage zoals Jef Eggermont (VMO), Karel Dillen (Vlaams Blok), Bert van Boghout (Were Di), Pieter Huybrechts (VMO), Pieter Moerman (Zuid-Afrika Magazine), Hans Carpels (Vlaams Blok). Deze laatste schreef overigens samen met Edwin Truyens in 1982 de ideologische beginselverklaring 'Onze Levensbeschouwing' van het NSV. In het najaar van 1984 volgde Hans Carpels Edwin Truyens op als voorzitter van de raad van beheer van het NSV-nationaal. Truyens was inmiddels juridisch adviseur van een werkgeversorganisatie geworden, en toegetreden tot het Vlaams Blok, waar hij de studiedienst leidde. In Signaal/Branding treft men ook bijdragen aan van ene Herakles, pseudoniem van Vlaams Blok-spion Jan Stalmans die onder deze schuilnaam ook artikels publiceert in het Voorpost-tijdschrift Revolte. Merkwaardiger wijze ontvingen deze notoir extreem-rechtse tijdschriften financiële steun in de vorm van betaalde advertenties vanwege de Kredietbank, verzekeringen Mercator en de Erasmusschool (de instelling waar Filip Dewinter enkele jaren 'journalistiek' studeerde). Het feit dat het NSV destijds afscheurde van het KVHV belette evenwel niet dat KVHV-er Annemans goede contacten onderhield met het NSV. Toen het NSV in 1981 in Antwerpen een antimarxistische dag organiseerde, prijkten de student Gerolf Annemans en Vlaams Blok- voorzitter Karel Dillen als gastsprekers op de affiche. Over eventuele democratische aspiraties van het NSV moet men zich geen illusies maken. Edwin Truyens in een toespraak: 'De parlementaire democratie en de democratie tout court zijn een nog tijdelijk te dulden kwaad dat liefst zo snel mogelijk vervangen wordt door een efficiënte leiding van specialisten...' Het ideeëngoed van het NJSV-NSV zoals die in de teksten 'Onze Levensbeschouwing' (1982) en 'NJSV-Standpunten' (1984) zijn vastgelegd vertoont overigens veel gelijkenis met de 'Grondslagen' van Were Di en het programma van het Vlaams Blok. Het NJSV is solidaristisch en volksnationalistisch en bepleit een hereniging van Vlaanderen, Nederland en Frans-Vlaanderen op een federalistische basis. Voor Europa ziet het NJSV de rol van derde macht naast de Verenigde Staten en de Sovjetunie weggelegd. Op lange termijn zou Europa ook een afzonderlijk militair blok moeten vormen met inbegrip van de uitbouw van een eigen Europese kernbewapening. Omwille van de raszuiverheid - 'het bewaren van de eigenheid van ons volk' - moeten de migranten in het kader van de ontwikkelingshulp afvloeien naar hun land van herkomst. Het NJSV Elst onvoorwaardelijke en algemene amnestie, is tegen abortus en beschouwt het traditionele gezin als de 'basiscel' van de samenleving. Tenslotte 'gelooft' het NJSV in 'de kwalitatieve ongelijkheid van de mens en de specifieke volkeren' en verklaart de organisatie 'zich als stamverwant volk solidair met blank Zuid-Afrika'.(23) In 'Onze Levensbeschouwing' van het NSV wordt daar nog aan toegevoegd: '...We menen dat de huidige apartheidspolitiek, die aan elk volk zijn zelfbeschikkingsrecht wil geven, de best te voeren politiek is'.(24) Het NJSV beschikt over een achttiental afdelingen in Vlaanderen, waarvan Brugge, Gent, Antwerpen, Leuven en Sint-Niklaas als de belangrijkste kernen worden beschouwd. Elke afdeling wordt in de nationale beheerraad vertegenwoordigd door de praeses of vice-praeses. Aan het hoofd van elke afdeling staat het presidium. Een praeses moet jaar na jaar opnieuw verkozen worden. Op zijn beurt stelt de praeses dan de andere leden van het praesidium aan: de vice-praeses, de abactis-secretaris, de questor-penningmeester, de praeses-politiek, de praeses cultuur enz. Het NJSV houdt er ook een eigen private militie op na: de Verbondswacht. Deze knokploeg bundelt de actieve militanten en waakt over de orde en de bescherming van de afdeling. Elk lidvan de Wacht is onvoorwaardelijke gehoorzaamheid verschuldigd aan de praeses Verbondswacht.(25) In 1983 werd de Bruggeling Filip Dewinter praeses voor het NSV Antwerpen. Hij zou dit de drie daarop volgende jaren blijven en uiteindelijk ook doorstoten naar de leiding van het NJSV waarvan hij voorzitter werd. Het nationaal NJSV-secretariaat was in die jaren overigens gevestigd op zijn toenmalig privé-adres. In die periode evolueerde het NJSV-NSV naar een harde, vechtgrage neonazistische stoottroep. Enkele citaten uit Signaal/Branding spreken terzake voor zichzelf: - '...Zo geeft Eichmann dan ook toe dat wanneer het noodlot hem had voorbeschikt om Auschwitz te leiden, hij ook het van hem gevraagde had uitgevoerd volgens de stelregel: Befehl ist Befehl. Hoever men met deze stelling akkoord kan en mag zijn, laat ik aan de lezer over... Ook Eichmann waarin men tijdens het lezen van zijn schokkende relaas, een idealist begint te zien.' (Koen Dillen in een boekbespreking over Adolf Eichmann.) - 'Ik ben niet gemachtigd een slotwoord over Göring te vertellen. Was hij een idealist? Was hij een beul? Trek zelf uw conclusies uit het slotwoord in zijn laatste verdedigingsrede: 'Das einzige Motiv das mich leitete war heisse Liebe zu meinem Volk, sein Glück, seine Freiheit und sein Leben. Dafür rufe ich den Allmachtigen und mein deutsches Volk zum Zeugen an'. (Koen Dillen in een boekbespreking over Herman Göring.) - 'Wij zien censuur als een onmisbaar instrument in onze samenleving. Een samenleving die verloopt volgens bepaalde en vastgelegde regels. Een samenleving waarin een heel aantal normen worden erkend... Wij streven geen totalitaire staat na, wel een autoritaire...' (Hans Carpels over censuur.) - 'En natuurlijk worden termen als leiderschap, hiërarchie, maatschappelijke orde, tucht, opvoeding, autoriteit als fascistisch bestempeld. Op zo'n fascisme mogen wij fier zijn.' (Anton de Grauwe over de tegenstelling tussen links en rechts.) Ook de lectuur van het zogenaamde NSV-lied behoeft geen commentaar: Opzij, opzij, opzij 't NSV komt hier voorbij Ne amadees, ne Marokkaan Ohé, ohé, ohé wie komt er met ons mee? Ne vuile jood, ne maoïst, Dit NSV-lied vloeide uit de pen van cultuur-praeses Pieter Huybrechts, in z'n vrije tijd ook lid van de VMO. Samen met de NSV-ers Robert de Waele, Carl van den Ven en Filip vander Sande (penningmeester van de Vlaams Blok-Jongeren), aangevuld met enkele VMO-ers bestormde Huybrechts op 1 mei 1981 een migrantencafé in Sint-Niklaas, sloeg de inboedel kapot en stak vervolgens de zaak in brand. Voorts maakte hij zich verdienstelijk bij de gewelddadige VMO-betoging in Leuven 1975, - waar hij een blijvend oogletsel aan overhield - en bij de bezetting van de Franstalige school Les Abeilles in Mortsel. Aanvoerder van deze razzia was VMO-er Jan Creve uit Temse, op dat ogenblik 22, maar desondanks met een stevige staat van dienst. In 1979 nam hij deel aan trainingskampen van de VMO en de bezetting van het gemeentehuis van 's Gravenvoeren. In 1980 nam hij deel aan de bezetting van de Halletoren in Brugge en vanaf 1981 werd hij in het VMO-blad Alarm vermeld als contactpersoon voor Temse. Jan Creve is ook de verantwoordelijke uitgever van het extreem-rechtse tijdschrift de Vrijbuiter, een uitgave van de plaatselijke afdeling van het NJSV. In 1984 werkte Jan Creve zich in de kijker als verantwoordelijke uitgever van een pamflet dat aan de scholen in Sint-Niklaas werd uitgedeeld en waarin de scholieren werden opgeroepen de namen van progressieve leraren door te spelen aan het NJSV, dat verder ook liet weten dat er 'hardhandig' een einde moest worden gemaakt aan het progressief 'mollenwerk', en dat het NJSV die klus op zich zou nemen. Toen VMO-leider Bert Eriksson op 6 januari 1985 uit de gevangenis van Merksplas werd ontslagen, werd hij aan de gevangenispoort opgewacht door o.a. een NJSV-delegatie, geleid door Jan Creve. Onder leiding van Filip Dewinter ging het NJSV de radicale antimarxistische weg op. Dit uitte zich in talloze geschriften en pamfletten en de organisatie van een reeks 'Antimarxistische Boekenbeurzen', waar het antimarxisme op een wel heel bijzondere manier werd geïllustreerd. Voor de NJSV-boekenbeurs van 26 en 27 februari 1982 in Brugge kreeg Filip Dewinter als verantwoordelijke organisator de medewerking van verschillende standhouders: Bert Eriksson (VMO), Luc Vermeulen (Voorpost), Philippe Vandesande (NSV). Tijdens deze beurs werden een aantal boeken van Leon Degrelle, de grondbeginselen van het Vlaams Blok, plus tijdschriften en boeken pro-apartheid te koop aangeboden. In opdracht van het parket werden de geschriften van Degrelle ('Les ames qui brulent') door de politie in beslag genomen. Dit kon echter de pret niet drukken, want bij wijze van sluitstuk had Filip Dewinter Francis van den Eynde van Voorpost, R. Steuckens van Nouvelle Ecole en R. Vogel van de Duitse NPD uitgenodigd voor een 'Europese Anti-Marxistische Avond'. Hoewel Dewinter in Antwerpen studeerde, organiseerde hij bijgestaan door Frank Vanhecke tal van activiteiten in Brugge, zoals twee amnestie-fakkeltochten en pro-apartheidsavonden. Frank Vanhecke is licentiaat in de communicatiewetenschappen, lid van de nationale partijraad van het Vlaams Blok, verantwoordelijke voor de Westvlaamse Vlaams Blok-jongeren, oud-NSV-er en oud-NJSV-er. In zijn boek Wij Marginalen (1987) schrijft Karel Dillen:'Het waren jaren (de jaren vijftig, n.v.d.r.) dat wij in Diksmuide en elders, zoals bijvoorbeeld op het al eerdergenoemde Zangfeest van Gent, de gewoonte hadden tijdens het zingen van de Vlaamse Leeuw de rechterarm te strekken. Ik herinner me een Dosfelherdenking in de Gruterzaal in Antwerpen. Ik zat naast pater Stracke. Bij het zingen van de Vlaamse Leeuw strekte ook hij de arm... Die gestrekte arm van toen had geen ideologische inhoud, was geen verder zetten van een afgesloten verleden, betekende geen Hitler-aanbidding.'(26) Op het verkiezingscongres van het Vlaams Blok van 11 september 1988 in Strombeek-Bever troonde nogal opvallend als eregast - naast Karel Dillen - collaboratieboegbeeld Jef Fran^ois. De BRT-nieuwsdienst bezit er filmbeelden van en het weekblad Solidair drukte zelfs een foto af van het duo Dillen-François. Jef François verwierf in 1934 in het Vlaams-nationaal midden bekendheid als commandant van de Dinaso-militantenorde. Begin 1941 nam hij de leiding van het Verdinaso over en enkele maanden later werd hij commandant van de Dietse Militie-Zwarte Brigade. Tijdens de zomer van datzelfde jaar vertrok hij naar het oostfront waar hij opklom tot SS-Obersturmführer in de SS-Brigade Langemark. Na zijn terugkeer in 1942 nam hij de leiding van de Algemene SS-Vlaanderen op zich en eind 1943 werd hij wegens bewezen diensten getransfereerd naar het SS-hoofdkwartier in Berlijn. Na de bevrijding werd hij ter dood veroordeeld. Zoals zovelen kwam hij in 1952 al vrij. De aanwezigheid van Jef François als eregast om het Vlaams Blok-congres was uiteraard geen toeval. Hoewel de mandatarissen van de partij publiekelijk steeds verklaren dat zij niets met de collaboratie, het nazisme en het neonazisme te maken hebben, toont de praktijk het tegendeel aan. Deze tweeslachtigheid wordt treffend geïllustreerd door een voorval uit 1984. Op 7 oktober van dat jaar zond de RTBF Bert Eriksson door de VPRO-televisie op film vastgelegde uitspraak uit dat Adolf Hitler slechts één fout gemaakt had, nl. de oorlog verliezen. Het maandblad van het Vlaams Blok, op dat ogenblik met Karel Maurissen als hoofdredacteur, meende toen Eriksson in bescherming te moeten nemen en legde de schuld bij de media. De RTBF en bepaalde Nederlandse journalisten hadden het vraaggesprek met Eriksson 'gemanipuleerd', zo heette het. Eenzelfde scenario kregen we in het najaar van 1987 te zien, toen Jean-Marie Le Pen een storm van verontwaardiging ontketende door in het druk beluisterde radioprogramma Grand Jury RTL-Le Monde te verklaren dat de gaskamers van de Tweede Wereldoorlog slechts 'een detail' waren. Eén van de schaarse verdedigers van Le Pen was toen Frank Vanhecke die in het partijblad van het Vlaams Blok de linkse media beschuldigde van een heksenjacht tegen de leider van het Front National. Uit de vorige hoofdstukken blijkt overigens in welke mate het collaboratiemilieu, lees oude en nieuwe nazi's, mee aan de wieg van de partij stonden en in niet onbelangrijke mate de kaders ervan leveren. Om de duurzaamheid van die adhesie te verzekeren associeert het Vlaams Blok zich ook - al dan niet openlijk - met een aantal specifieke organisaties waarin gewezen oostfronters en andere wegens collaboratie veroordeelden zich verenigen. Als ondervoorzitter van het Vlaams Blok vindt Roeland Raes toch nog de tijd om in Vlaanderen nieuwe abonnees en fondsen te werven voor het hier te lande weinig bekende tijdschrift De Schakel. Deze tweemaandelijkse publikatie (korte tijd was het ook een maandblad) werd in 1954 opgericht door een aantal voor de repressie naar Argentinië gevluchte Vlamingen en oorlogsdelinquenten die na het uitzitten van hun straf in België niet of nauwelijks aan de slag konden en naar Argentinië uitweken. De Schakel werpt zich op als spreekbuis van de Vlamingen in Latijns-Amerika en probeert ook een band te scheppen met de achterblijvers in het vaderland. Het eerste nummer verscheen op kerstdag 1954 en in de redactie zaten toen Willem Smekens (ex-journalist bij Volk en Staat), journaliste Jeanne de Bruyn en ingenieur Lode de Pauw (beiden wegens collaboratie door de krijgsraad bij verstek veroordeeld), de econoom Karel Engelbeen, ex-senator Achiel Verstraete, ex-jeugdleidster Jet Claessens, Leo Friant en de meer bekende journalist Leo Poppe. Deze laatste (Hier Dinaso, de Oorlogsvooruit, VNV-er en Dinaso-jeugdleider) was jarenlang Argentijns correspondent van de Gazet van Antwerpen, lid van het aanbevelingscomité van het Were Di-maandblad Dietsland Europa en tegelijk hoofdredacteur van De Schakel.(27) Op de omslag van De Schakel prijkte destijds het Dinaso-embleem, de leeuw-met-de-zeventien pijlen... Dit, plus het feit dat in het Vlaams Blok-maandblad abonneringsoproepen verschijnen voor het meer dan dubbelzinnige tijdschrift, neemt niet weg dat De Schakel kan rekenen op de nodige betoelaging vanwege de eerbiedwaardige v.z.w. Vlamingen in de Wereld van de al even eerbiedwaardige pater Arthur Verthe. Dichter bij huis onderhoudt het Vlaams Blok nauwe banden met de v.z.w. Sint-Maartensfonds (SMF). Deze v.z.w. werd opgericht in 1953 en stelt zich statutair tot doel zowel materiële als morele hulp te bieden aan gewezen oostfrontstrijders en hun families. Naar eigen zeggen, maar allicht met een korrel zout te nemen, is het Sint-Maartensfonds een kameradenbond waarin alle gewezen oostfrontstrijders verenigd zijn. Ook het Sint-Maartensfonds heeft een afdeling in Argentinië. Zij wordt vanop de eilandenarchipel Las Malvinas geleid door Herman Debusschere. In Nederland bestaat de v.z.w. onder de naam Homo Sapiëns, in Wallonië Les Bourguinons en in Gent Vriendenkring Sneyssens. Ten behoeve van leden en sympathisanten wordt het maandblad Berkenkruis uitgegeven. Naast het spreekwoordelijke 'frontnieuws' publiceert Berkenkruis ook hagiografische verhalen over bekende en minder bekende nazi's en beschouwingen over de collaboratie van de hand van Jef François, Jan Vincx, Leo Poppe, Ward Hermans. Daarnaast zijn er ook de virulent antisemitische bijdragen van o.a. Frans Vierendeels. De activiteiten van de v.z.w. situeren zich vooral in de sfeer van kameradenbals, voordrachten over de goede oude tijd, de verheerlijking van het nazi-regime, ontmoetingen met Nederlandse en Duitse alte kameraden en de gezamenlijke deelname aan de Ijzerbedevaart. Jaarlijks organiseert het Sint-Maartensfonds ook de omstreden dodenherdenkingen in Stekene en Lommel. Bert Eriksson, Leo Poppe, de Nederlandse 'zwarte weduwe' Rost van Tonningen, Karel Dillen, Edgard Delvo en VMO-er Juul Brogniet zijn graag geziene sprekers op de voordrachten dia-avonden van het v.z.w. het Sint-Maartensfonds heeft duidelijk ook politieke invloed. Toen de Europese parlementaire onderzoekscommissie naar het heroplevend racisme en fascisme eind 1985 haar eindrapport redigeerde en daarbij per land een lijst opstelde van neonazistische organisaties, werd in de ontwerp-versie van het verslag ook het Sint-Maartensfonds opgenomen. Na schriftelijke protesten vanwege Jaak van de Meulebroecke (Volksunie), Rika de Backer (CVP), Willy Vernimmen (SP) en Karel de Gucht (PVV) werd het Sint-Maartensfonds, ondanks protest van Marijke van Hemeldonck (SP) van de lijst geschrapt. Naast het enigszins oubollige Sint-Maartensfonds bestaat ook nog de meer militante Club Hertog Jan van Brabant v.z.w., een Brabantse afsplitsing van het SMF. Blijkens de statuten van de organisatie is de club een verbond van Vlaamse oostfrontstrijders, waarbij ook andere vrijwilligers, politieke soldaten en sympathisanten kunnen aansluiten. De doelstellingen van de v.z.w., zijn vergelijkbaar met die van het Sint-Maartensfonds en worden statutair als volgt omschreven: 'Onder haar leden een gemeenschap creëren, met als stelregel wederzijds dienstbetoon, zowel op materieel als op moreel vlak, de onderlinge kameraadschap bevorderen, de vaste waarden, waarvoor men zich in '40-'45 inzette, verdedigen en het geleden onrecht rechttrekken.' In de praktijk betekent dit een niet-aflatende verheerlijking van de collaboratie én van het hedendaagse neonazisme. Periodiek Contact, het maandblad van de club, dient zichzelf dan ook aan als 'Vlaams-nationaal, anti-marxistisch, non-conformistisch, soldatesk, vorminggevend ten aanzien van de jongste geschiedenis en de vrije mening bevorderend'. In het tijdschrift treft men bijdragen aan waarin beweerd wordt dat de schuld van de Tweede Wereldoorlog bij de joden ligt, dat het boek De Vlaamssche Kronijken een 'stinkend snertboek' is. Verder, oorlogsherinneringen met de onvermijdelijke verheerlijking van nazi-corifeeën en de al even onvermijdelijke oproepen tot amnestie en eerherstel voor veroordeelde collaborateurs. Voorzitter van de v.z.w. is André van Hecke, bedrijfsleider van het door de Amerikaanse gigant Dun and Bradstreet opgekochte bedrijf Eurinform in Dworp. Van Hecke was tijdens de oorlog lid van de SS en hij vocht aan het oostfront, feiten waarvoor hij in 1946 door de krijgsraad veroordeeld werd tot tien jaar hechtenis. Van Hecke was bij de parlementsverkiezingen van 1985 lijsttrekker op de Brusselse kamerlijst van het Vlaams Blok. Z'n echtgenote, Jeanine Colson, trad als verantwoordelijke uitgever op toen de organisatie 'Vrij Historisch Onderzoek' het boek van de omstreden Franse professor Robert Faurisson Het dagboek van Anne Frank-een vervalsing? in Nederlandse vertaling op de markt bracht. Bij de eerder geciteerde parlementsverkiezingen stond Jeanine Colson als achtste op de kamerlijst van het Vlaams Blok. Ondervoorzitter is Remi Leenaerts, lijsttrekker op de senaatslijst van het Vlaams Blok bij dezelfde verkiezingen. Leenaerts was bij het begin van de jaren tachtig bestuurslid van Stahlhelm. Jef François, Bert Hendrickx en Norbert van Opstal zijn allicht de bekendste leden van de club. Naast André van Hecke bestond het bestuur van de v.z.w. in 1988 uit Remi Leenaerts, Fons Eggers, Luc de Sutter, Mare Boels en Stefaan van Hecke. Broederband werpt zich op als overkoepelende organisatie van Vlaams-nationale vriendenkringen en beschouwt zich als ideologische erfgenaam van het VNV. De organisatie werd in 1956 gesticht door Arthur de Troyer. Tot 1974, jaar waarin de VMO de stoffelijke resten van de in Oostenrijk begraven priester-dichter-collaborateur, Cyriel Verschaeve, opgroef en naar Vlaanderen overbracht, organiseerde Broederband jaarlijks een bedevaart naar het graf van Verschaeve in het Oostenrijkse Solbad Hal. De praktische organisatie van de bedevaart was in handen van een inrichtend comité waarin o.a. Arthur de Troyer, Jef van Dingenen, pater Dumon, Leo Wouters en Bert de Cremer zetelden. Om de onderneming enig aanzien te geven, werd een bescherm- en erecomité opgericht dat bemand werd met een mooie collectie Vlaamse 'prominenten': Wies Moens, Vic Anciaux, Karel Dillen, Frans Wildiers, Herman Wagemans, Leo Poppe, pater Stracke, Rik de Ghein, Jan Nuyts, Jozef van Overstraeten, Mie Babylon, Dries Bogaerts en Rik Borginon... De organisatie geeft het gelijknamige maandblad Broederband uit. De inhoud van dit tijdschrift kan worden vergeleken met die van Berkenkruis en Periodiek Contact, al is de toon iets minder schetterend. Sinds haar ontstaan kan het blad dan ook rekenen op eininente bijdragen van Leo Wouters, Ward Hermans, Dirk Vansina, Bert van Dijck, Leo Poppe, Angela Dosfel, pater Stracke en Jef van Dingenen. De voorbije jaren was de leiding van Broederband overigens in handen van Jef van Dingen. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog was Van Dingenen actief in het VNV. Na de dood van VNV-leider Staf de Clercq en de machtsovername door Elias werd hij gouw-commandant van de Dietse Militie-Zwarte Brigade. Tijdens de laatste oorlogsmaanden trok hij naar Duitsland om zich in Lippstadt bij Elias te voegen. De krijgsraad veroordeelde hem tot levenslang, maar na vijf jaar kwam hij al vrij. Vandaag de dag is Van Dingenen ook nog ondervoorzitter van de Vlaams Natiole Debatclub, een door het Vlaams Blok graag gefrequenteerd bijhuis van Were Di. Overigens worden nogal wat debatavonden en kameradenbals van de hier opgesomde organisaties aangekondigd in het maandblad van het Vlaams Blok en levert de partij ook geregeld sprekers om de bijeenkomsten van de vrienden te animeren. 2. Het racisme verdringt de 'Vlaamse zaak' - Inhoud Wellicht trappen we een open deur in als we stellen dat het Vlaams Blok in Vlaanderen de belangrijkste motor was en is van de introductie van het racisme als strategie in de plaatselijke en nationale politiek. Bij de verkiezingen van 13 december 1987 veroverde het Vlaams Blok in Antwerpen, op grond van een op z'n zachtst uitgedrukt migrant-vijandige campagne, vier provincieraads-zetels, twee zetels in de Kamer en één in de senaat. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog speelt racisme sindsdien opnieuw een duidelijke en belangrijke rol in 's lands politiek. Hoewel racisme steeds een handelsmerk van het Vlaams Blok is geweest, speelde het in de beginjaren van de partij een minder belangrijke strategische rol. In het eerste verkiezingsprogramma van het Vlaams Blok, dat in december 1978 werd gepubliceerd, was een vier punten-programma opgenomen dat zou moeten leiden tot een beperking van het aantal migranten: strikte toepassing van de wetten op inwijking en verblijf van buitenlanders en restrictieve toepassing van de wetten op de naturalisatie; niet-hernieuwing van tijdelijke arbeidsvergunningen indien de economische toestand het niet toelaat en repatriëring van langdurig werkloze buitenlanders; niet-assimilatie op cultureel en politiek gebied; economische medewerking voor de expansie van de tewerkstelling in het land van herkomst. Toen het Vlaams Blok in 1979 werd omgevormd tot een zelfstandige politieke partij werd de 'vreemdelingen-problematiek' weliswaar als 'zeer prangend' omschreven, maar tijdens de eerste partijcongressen stond het thema niet op de agenda.(28) Mede door de groeiende invloed van de harde kern van de partij en de vrijwel volledige assimilatie van neonazistische organisaties als de VMO van Bert Eriksson, Voorpost van Luc Vermeulen en Were Di van Bert van Boghout, kwam daarin langzaam maar zeker verandering. De traditionele eisen als 'een onafhankelijk Vlaanderen' en 'Brussel Vlaams' worden langzaam maar zeker naar de achtergrond verdrongen door de aanzwellende hetze tegen de migranten. Zo schreef het Vlaams Blok naar aanleiding van de verkiezingen van 8 november 1981 onder hoofding '400.000 werklozen? Waarom dan gastarbeiders?': 'Een land dat een tijdelijk tekort heeft aan inlandse werkkrachten vult deze leemte aan door een beroep te doen op gastarbeiders. Dit land heeft 400.000 werklozen en dubbel zoveel gastarbeiders. Het Vlaams Blok is de enige partij die durft zeggen dat er te veel vreemdelingen zijn in dit land, dat deze vreemdelingen de veiligheid en de leefbaarheid van onze steden in gevaar brengen en onze sociale zekerheid ontwrichten. Het Vlaams Blok wil dan ook een oplossing van het gastarbeidersprobleem. Dit is in het belang van Vlaanderen, dit is in het belang van de gastarbeiders zelf. Het Vlaams Blok eist daarom: - een algehele en strikt toegepaste immigratiestop, - de onmiddellijke
terugzending van illegalen, - de terugkeer van gastarbeiders waarvoor geen
werk voorhanden is, De verkiezingssuccessen van het Front National in Frankrijk sterkte de leiding van het Vlaams Blok bovendien in de overtuiging dat de migrantenproblematiek ook in Vlaanderen kon worden omgesmeed tot een strategisch wapen. In Frankrijk had Le Pen met zijn Front National bij de eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 1983, na een ronduit racistische campagne, een eerste belangrijke doorbraak geforceerd. Le Pen zelf kreeg toen in het twintigste arrondissement van Parijs 11,26 procent van de stemmen achter zijn naam. De doorbraak van het Front National bleek geen eenmalig fenomeen. In september van datzelfde jaar behaalde het Front bij gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Dreux, waar de FN-lijst werd aangevoerd door Le Pens rechterhand Jean-Pierre Stirbois, 16,72 procent. Nog steeds in 1983 scoorde het Front in oktober in Aulnay-sous-Bois 9,32 procent en in december 12,02 procent in La Trinité-sur-Mer (de geboorteplaats van Le Pen). Kort na deze reeks electorale successen, bleek uit een door het Franse instituut SOFRES gehouden opiniepeiling dat 28 procent van alle Fransen het eens bleek te zijn met de standpunten van Le Pen inzake de migranten.(29)-(30) De leiding van het Vlaams Blok besloot dat er van Le Pen een en ander te leren viel. Karel Dillen, Roeland Raes en Eric de Lobel, de grondleggers van deze ommezwaai, gingen daarbij echter niet over één nacht ijs. Het licht werd pas op groen gezet toen bleek dat de wet van juli 1981 die racisme en xenofobie strafbaar zou moeten stellen - de zogenaamde wet Moureaux - voldoende achterpoortjes bood om het Vlaams Blok ongestraft racistische propaganda te laten voeren. Eén van de belangrijkste proefgevallen was het proces VOCOM versus Roeland Raes, ondervoorzitter van het Vlaams Blok. Raes had als Gentse lijsttrekker bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 een racistisch pamflet de wereld ingestuurd waarop een persoon in Noordafrikaanse kledij afgebeeld stond die volgende uitspraak in de mond werd gelegd: 'Als het hier gedaan is met de dop, ziekenkas en kindergeld... dan mogen ze hun slecht weer houden'. Verder werd in het pamflet gesteld dat 'de overtalrijke vreemdelingen een element zijn van onzekerheid, onveiligheid en gettovorming'. Gelijkaardige teksten verschenen in die periode ook in het maandblad van het Vlaams Blok, dat toen met Roeland Raes als verantwoordelijke uitgever werd gepubliceerd. Het Vlaams Overlegcomité Opbouwwerk Migratie (VOCOM), de v.z.w. Samenlevingsopbouw Gastarbeiders Oost-Vlaanderen, plus dertien individuele antiracisten dienden klacht in tegen Roeland Raes wegens schending van de wet Moureaux. Ondervraagd door het parket van Gent ontkende Raes dat hijzelf of z'n partij ook maar enige racistische intentie zouden hebben. We citeren uit PV nr. 4273: 'Het is zeker niet juist dat door de gewraakte passages vreemdelingenhaat en racisme worden gestimuleerd aan de hand van leugenachtige beweringen die migranten tot profiteurs en oorzaak van werkloosheid zouden maken. Het is tevens onjuist dat wij deze publikaties zouden gebruikt hebben als middel om mensen op racistische basis voor onze partij te winnen.' Uiteindelijk boog de correctionele rechtbank van Gent zich enkel over de klacht van het VOCOM. November 1983 verklaarde deze rechtbank de vordering van het VOCOM echter onontvankelijk omdat de v.z.w. nog geen vijf jaar rechtspersoonlijkheid bezat. De rechtbank deed dus geen uitspraak over de grond van de zaak. Dit struikelblok zit overigens in de wet Moureaux ingebakken. Artikel 5 voorziet inderdaad dat antiracistische organisaties rechtstreeks klacht kunnen indienen tegen personen die aanzetten tot vreemdelingenhaat. Voorwaarde is echter dat de vereniging op het ogenblik van de klacht minstens vijf jaar rechtspersoonlijkheid bezit en de bestrijding van het racisme in haar statuten heeft opgenomen. Slechts vier Belgische organisaties beantwoorden aan deze norm en bovendien heeft de praktijk uitgewezen dat de rechtbanken het merendeel van deze klachten onontvankelijk verklaren. De schaarse gelegenheden waarbij de wet wel op het Vlaams Blok werd toepast, waren wanneer de burgemeesters van Hoboken en Turnhout, bij de verkiezingen van 1981 en 1984, racistische affiches door de politie lieten verwijderen. Voor het overige werd het Vlaams Blok niet of nauwelijks gehinderd door het bestaan van de wet Moureaux. Het zesde partijcongres - Inhoud Gesterkt door deze ervaringen, kondigde het Vlaams Blok bijgevolg in een persmededeling haar zesde partijcongres als volgt aan: 'Vandaag, mede door de economische crisis die verder om zich heen grijpt, worden begrippen als gastarbeider en immigratie in steeds bredere kring in vraag gesteld... Alhoewel nu al één op tien burgers in België een vreemdeling is, stellen wij in de politieke wereld niettemin een ontstellend gebrek aan belangstelling daarvoor vast. Als volksnationalistische partij zal het Vlaams Blok op zijn congres over de vreemdelingenproblematiek uitgaan van de noden en de belangen van de eigen mensen, omdat wij bekommerd zijn om het geestelijk en materieel welzijn van ons volk.' Anders gezegd, op het congres moest en zou aangetoond worden dat de aanwezigheid van migranten in dit land de geestelijke en materiële toestand van 'ons volk' in het gedrang brengt. De plaats was het Congrespaleis in Brussel, de datum 25 maart 1984. De startdatum voor wat zou uitgroeien tot de langste en hardnekkigste racistische naoorlogse politieke campagne, was bijzonder strategisch gekozen. Om te beginnen viel het Vlaams Blok-congres samen met de Internationale Dag tegen het Racisme en werd er tijdens hetzelfde weekend door Le Mouvement contre le Racisme, 1'Antisemitisme et la Xenofobie (MRAX) in Brussel een driedaags colloquium georganiseerd over de toekomst van de migratie in België. Het Vlaams Blok-congres viel ook midden in de periode waarin bijzonder fel gedebatteerd werd over het Wetsontwerp Gol inzake het verblijf en de toegang van migranten op het Belgisch grondgebied. Dit wetsontwerp was enkele dagen voor het congres goedgekeurd in de Kamer, maar moest nog door de Senaat in behandeling worden genomen. Tegen de goedkeuring in de Kamer werd op de vooravond van het congres aan de Muntschouwburg een protestmeeting georganiseerd door de Nationale Coördinatie tegen de schending van de Rechten van de Immigranten (NKRI). De liberale Justitieminister Jean Gol had tenslotte zelf z'n omstreden wetsontwerp verdedigd met de profetische, maar daarom niet minder hypocriete stelling dat 'als de overheid zich niet interesseert voor het migrantenprobleem, er in de Kamer wel eens een partij zou kunnen opduiken die geen ander programma heeft dan de terugkeer van de vreemdelingen'. De inhoudelijke gelijkenis met de hoger geciteerde persmededeling van het Vlaams Blok is treffend. Het getuigt bovendien van een bedenkelijke politieke moraal dat een minister van Justitie openlijk stelt dat het er in feite niets toe doet dat aan de echte problemen niets wordt gedaan, zolang men maar niet de indruk geeft niet geïnteresseerd te zijn. Tijdens het congres legden verschillende sprekers de basis voor wat tot vandaag de basis is van het zogenaamd 'migrantenprogramma' van het Vlaams Blok. Het Antwerpse gemeenteraadslid Eric Deleu (nota-bene een telg van Turkse voorouders) probeerde aan de hand van cijfers aan te tonen dat er meer migranten werkloos zijn, meer dat ze profiteren van sociale uitkeringen en dat ze crimineler zijn dan de Belgen. De Brabantse Vlaams Blok-verantwoordelijke Eric de Lobel ging de filosofische toer op en sleurde er Schiller, Nietsche en Aristoteles bij om te bewijzen dat het goed en normaal was dat mensen en rassen ongelijk en ongelijkwaardig zijn. De toenmalige voorzitter van de Vlaams Blok-jongeren, Dirk Jacobs uit Zemst waarschuwde de congresgangers voor een toekomstig Vlaanderen waarin zes miljoen Arabieren Vlaams zouden spreken. 'Dan kunnen ze voor mijn part ook Chinees spreken', voegde hij eraan toe. Van hem kwam ook het - overigens verworpen - voorstel om het woord migratie te vervangen door 'arbeidsslavenimportpolitiek' .(31) Vooraleer voorzitter Karel Dillen zijn slottoespraak mocht houden, kwam ondervoorzitter Roeland Raes aan het woord. Zonder er veel doekjes om te winden, stootte hij door tot de volksnationalistische kern van het Vlaams Blok-racisme: 'Ons volksnationalisme is Europees gericht, wenst een sterk natuurlijk-geordend Europa, wier volkeren in vrede en in goede verstandhouding onder elkaar leven. De Europese volkeren kunnen alleen overleven, indien ze in onderlinge solidariteit streven naar een gemeenschappelijke toekomst. Dit brengt mee dat wij ons als volksnationalisten verzetten tegen al wie en al wat de uitbouw van onze volksgemeenschap en de volks-europese solidariteit in de weg staan of bestrijden. En deze tegenstrevers zijn talrijk. Het mensonwaardige Sovjetimperialisme met zijn brutale onderdrukking van élke vrijheid, het subtielere maar nivellerende Amerikaanse dollarimperialisme, de anarchistische uitholling van eeuwenoud Europees cultureel, religieus en etisch erfgoed, het destabiliseren van onze leef- en werkgewoonten, onder meer - zeker in geïndustrialiseerde gebieden en grote steden - van massale, ongecontroleerde buiten-europese immigratie... En evenmin zijn wij voorstanders van het steeds maar verder uitbouwen van het schuldcomplex waarmee men sinds enkele tientallen jaren de blanke, Europese volkeren wil opzadelen. Het is niet waar dat wij en wij alleen schuld hebben aan al wat in de derde wereld verkeerd loopt; het is niet waar dat wij de geboren uitbuiters en verknechters zouden zijn die alleen maar uit brutaal eigenbelang de rest van de wereld zouden hebben uitgezogen, verknecht en tegen elkaar opgezet; en het is evenmin waar, dat wij tegenover de derde wereldlanden de verplichting hebben om hun geboorte-overschotten te eeuwigen dage gastvrijheid te verlenen, zeker niet als daardoor de veiligheid, werkgelegenheid, culturele en etnische identiteit van onze gemeenschap in het gedrang komt... Links met heel zijn al dan niet beschaamde aanhang tot de hele progressieve pastoorskudde toe, vertrekt vanuit een voor ons beslist onaanvaardbaar gelijkheidsideaal. Met Nietsche stellen wij daarentegen dat onrecht juist ligt in het aanspraak maken op gelijke rechten voor alles en iedereen'.(32) Met dergelijk en aanverwant proza als ideologische motivatie aanvaardde het congres twaalf zogenaamde 'praktische voorstellen ter oplossing van het gastarbeidersvraagstuk:
Dit 'programma' werd kort en bondig samengevat in de politieke slogan '400.000 werklozen, waarom dan nog gastarbeiders'. Wellicht naar analogie met de Duitse NSDAP die in de vroege jaren dertig de verkiezingen inging met de leuze '500.000 werklozen, 400.000 joden'. Of zoals het Franse Front National het bij de Europese verkiezingen van 1984 formuleerde 'Drie miljoen werklozen, dat zijn drie miljoen immigranten te veel'. Niet toevallig vertoont het Vlaams Blok-programma inzake migranten een opvallende gelijkenis met de nazi-standpunten inzake migranten zoals die door Vlaams Blok-inspirator Edgar Delvo werden verwoord. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Delvo een van de leiders van de Unie voor Hand- en Geestesarbeiders, de Duitsgezinde corporatistische organisatie die zich in de plaats van de vakbonden stelde. In die hoedanigheid werkte Delvo nauw samen met het Amt für Arbeitseinsatz, de dienst die belast was met de gastarbeidersproblematiek (!) in het Derde Rijk. Hoewel het nationaal-socialisme afkerig stond tegenover tewerkstelling in Duitsland van migranten, drong de noodzaak om massaal arbeidskrachten te importeren zich vanaf 1939 op. De Duitse mannen werden massaal ingelijfd bij het Duitse leger en in de oorlogsindustrie en de landbouw ontstond een groot tekort aan arbeidskrachten. Tegen 1944 waren er dan ook miljoenen auslandische Arbeiter in Duitsland tewerkgesteld. In 1977 motiveerde Edgar Delvo in Dietsland-Europa het migrantenfenomeen in het Derde Rijk als volgt: '...Niet alle arbeidskrachten die in een zelfde bedrijf werken, kunnen tot de bedrijfsgemeenschap behoren. Van de bedrijfsgemeenschap zullen alleen volksgenoten deel uitmaken, nooit vreemdelingen... Vanzelfsprekend kunnen vreemde arbeiders die in een bedrijf werkzaam zijn, knappe en verdienstelijke krachten zijn; niettemin kan van hen niet verlangd worden dat zij zich, ten opzichte van de bedrijfsdoeleinden en van de bezorgdheid voor het algemeen welzijn van het volksgeheel, psychisch zo zouden gedragen alsof zij volksgenoten waren... Wij bedoelen daarmee dat een dergelijke gezindheid... beperkt is tot mensen die deel uitmaken van eenzelfde volksdeel.' 'Het zou helemaal verkeerd zijn uit bovenstaande zienswijze te willen afleiden dat de vreemde arbeiders niet evenzeer als de volksgenoten het voorwerp moeten zijn van alle maatregelen die op sociaal gebied ofwel van het bedrijf ten bate van haar personeel worden getroffen. Het feit dat vreemde arbeidskrachten worden aangeworven, is op zichzelf al in de Volksstaat een bewijs dat de volksgemeenschap van hun arbeid nut trekt... Als het echter gaat om die sociale maatregelen die door de volksgemeenschap ten bate van de arbeidende mens in zijn hoedanigheid van volksgenoot getroffen worden, dan schiet ze geenszins in haar plicht tekort, wanneer ze het nodig oordeelt alleen de volksgenoten in aanmerking te laten komen. Van het standpunt van de rechtvaardigheid beschouwd, is die opvatting volkomen houdbaar: waar de plichten van de volksgenoot anders en zwaarder zijn dan die van de vreemdeling, daar moeten weliswaar het loon en de algemene arbeidsvoorwaarden van volksgenoot en vreemde arbeider in geval van gelijke prestaties dezelfde zijn, maar rechtsgelijkheid kan daaruit niet voortvloeien...'(34) Om de door de Vlaams Blok-leiding gespuide voorstellen en grieven inzake migranten bij een ruimer publiek ingang te doen vinden, werd het congres omkaderd met de uitgave van een extra-nummer van het maandblad van de partij, voor de gelegenheid integraal gewijd aan de migrantenproblematiek en verspreid op 100.000 exemplaren. Het Vlaams Blok schakelde ook haar televisie-zendtijd in (in het kader van de BRT-uitzendingen door derden). Op 16 maart 1984, anderhalve week voor het congres, kwam het Vlaams Blok op de buis met een hoogst omstreden programma van zijn Nationalistische Omroepstichting die geleid wordt door Wim Verreycken. De racistische inhoud van dit programma was vooraf uitgelekt en SP-Kamerlid Luc van Den Bossche en het VOCOM hadden op de valreep nog tevergeefs geprobeerd de uitzending, wegens schending van de wet op het racisme, in kort geding te laten verbieden. Ook hier strandde de procedure weer op 'vormvereisten'. Van Den Bossche stuurde ook een brief aan Cultuur-minister Karel Poma (op dat ogenblik de organisator van de antiracistische manifestatie Culturen als Buren) met de vraag de uitzending te bekijken en zonodig te verbieden. Poma antwoordde de dag voor de geplande uitzenddatum dat de controle op de uitzending tot de bevoegdheid behoort van de Raad van Beheer van de BRT, de administrateur-generaal, de Vaste Commissie en in voorkomend geval bij de dienst Gastprogramma's. Voor het overige speelde Poma het verzoek van Van Den Bossche door aan de BRT-leiding. Ook de leiding van de BRT en met name de voorzitter van de raad van beheer, professor Herman Balthazar (SP) nam aanstoot aan het racistisch scheldproza van het Vlaams Blok. De uitzendingen door derden vallen echter onder de bevoegdheid van de BRT-dienst Gastprogramma's die destijds geleid werden door de Antwerpse liberaal Piet van Roe, die de uitzending van het omstreden programma wel opportuun achtte. Hoewel Balthazar tot op het laatste moment probeerde de uitzending te verhinderen, moest hij uiteindelijk genoegen nemen met de schrapping van enkele passages waarin geïnsinueerd werd dat criminaliteit inherent is aan migranten: 'De slachtoffers van de onveiligheid zijn immers dikwijls de kinderen, de vrouwen, de oudere mensen en de eenzamen. Ook dit aspect wordt door menigeen in verband gebracht met de aanwezigheid van een te groot aantal vreemdelingen. Uiteraard zijn we ook geen volk van heiligen. Een reden te meer om niet nog meer misdadigheid in te voeren uit het buitenland. En het zijn niet alleen wetenschappers die in diverse onderzoekingen tot de vaststelling komen dat bijvoorbeeld Marokkanen en Algerijnen meer vatbaar zijn voor criminaliteit dan onze eigen mensen... Wij vinden het gewoon schandalig dat vrouwen, kinderen, oude mensen 's avonds in hun buurt, in hun wijk in hun gemeente niet meer kunnen buitenkomen zonder dat ze dan de kans lopen aangerand, verkracht of overvallen te worden en dat men daar niets tegen doet... Tweederden van hen is niet eens productief. Zij hebben geen inkomsten of leven van uitkeringen. Tweederden van de vreemdelingen werken niet. Een groot deel ervan leeft van het zeer liberaal stelsel van uitkeringen. De volksmond spreekt dopgeld, ziekenkas en kindergeld dikwijls in één adem uit met vreemdelingen. Ten onrechte? Ik denk het niet.' Toen het programma uiteindelijk op 16 maart op de buis kwam, bleek het toch de integrale versie, mét inbegrip van de gewraakte passages, te zijn. Deze al dan niet opzettelijke blunder sloeg in als een bom. In een mededeling stelde de NKRI dat de BRT zich schuldig gemaakt had aan het uitzenden van een ronduit mensonterend, racistisch en Hitleriaans programma. 'Het feit dat dit programma werd toegelaten vervult ons met schrik en afschuw bij wat ons in de toekomst nog te wachten staat,' aldus nog de NKRI. In haar maandblad De Volksmacht van 6 april 1984 schreef het ACW: 'Deze ideeën lijken nauw verwant met wat we 40 jaar geleden te horen kregen met de meest gruwelijke gevolgen die ons doen walgen'. Ook Herman Balthazar reageerde nogmaals geschokt: 'We komen hiermee opnieuw terecht bij de vraag naar ue verdedigingsgrenzen van een democratie tegenover haar vijandige opvattingen, waarvan racisme en vreemdelingenhaat tot de meest verfoeilijke behoren. Dat racisme en vreemdelingenhaat opduiken is inderdaad een zwart kruis op onze democratie, maar schiet in dit debat niet op de pianist, in casu de BRT die zich in zovele eigen uitzendingen inzet voor begrip voor en integratie van de migranten in ons land'. Vermoedelijk treft de BRT in deze kwestie inderdaad geen schuld. Het heeft er immers alle schijn van dat de omroep door het Vlaams Blok op een laag bij de grondse manier om de tuin werd geleid. Uit de eerste gegevens bleek immers dat de regie-assistent van het Vlaams Blok-programma een verkeerd bandnummer had doorgegeven aan de eindregie, waardoor de verkeerde beeldband werd uitgezonden. Drie dagen na de uitzending werd de juridische dienst van de BRT belast met een onderzoek naar de verantwoordelijkheid voor het verwisselen van de beeldbanden. Van zijn kant stelde het VOCOM zich burgerlijke partij in een proces tegen de uitzending. Van dit proces noch van het intern BRT-onderzoek werd ooit nog wat vernomen. De verkiezingen van 1987 en 1988: alle remmen los - Inhoud Voor de Vlaams Blok-leiding was de situatie duidelijk. De partij kon ongestraft alle racistische registers opentrekken zonder dat ze moest vrezen voor sancties vanwege de rechterlijke macht. '500.000 werklozen, waarom dan nog gastarbeiders' is tijdens de verkiezingscampagne van 1987 de meest gebruikte slogan van het Vlaams Blok. De racistische campagne blijkt een succesformule. Bij de parlementsverkiezingen van 13 december 1987 realiseerde het Vlaams Blok z'n eerste grote doorbraak. Voor de Kamer scoorde de partij 116.594 stemmen, voor de Senaat 122.925. Hoewel dit slechts een relatief geringe stijging is met respectievelijk 1,9 en 2 procent, betekende dit resultaat niettemin dat het Vlaams Blok in één klap vier provincieraadszetels, twee kamerzetels en één senaatszetel veroverde: Hugo Heus, Wim Verreycken, Veerle Dillen en Guido Eggermont (provincie), Gerolf Annemans en Filip Dewinter (Kamer) en Karel Dillen (Senaat). Het zwaartepunt van deze doorbraak lag andermaal in Antwerpen. Niet alleen waren alle verkozenen Antwerpenaars, in de Scheldestad bleek bovendien één op tien kiezers voor het Vlaams Blok te hebben gestemd. Het liet zich toen al aanzien dat het Vlaams Blok in de nabije toekomst ook buiten Antwerpen een snelle electorale aangroei zou kennen. Voor de Senaat scoorde de partij in 1987 met Karel Dillen als lijsttrekker in Antwerpen 10,3 procent, in Mechelen 7,6, Lier 6,6, Kapellen 6,3, Kontich 5,9 en in Sint-Niklaas 4,9 procent. Na de voor het Vlaams Blok bijzonder succesrijke parlementsverkiezingen van 13 december 1987 werd de 'operatie charme ' ingezet. Eén van de belangrijkste objectieven was de verwijdering van het hardnekkig klevend racistisch etiket dat de partij zichzelf jarenlang had opgekleefd. In interviews en in het maandblad van hun partij ontkennen Deleu, Annemans, Dillen en Dewinter voortdurend dat ze racisten zijn, terwijl ze anderzijds onverminderd tegen migranten blijven fulmineren. De pogingen om het Vlaams Blok te respectabiliseren bleven bijgevolg nogal doorzichtig en schizofreen. Temeer omdat - door tegelijk koud en warm te blazen - de leiding er dikwijls niet in slaagde (en dat in feite ook niet echt wenste?) de jarenlang opgehitste achterban in te tomen. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 schreven Gerolf Annemans en Filip Dewinter in mei van hetzelfde jaar een 'Dossier Gastarbeid'. Een doorzichtige poging om met een ietwat 'beschaafder' migranten-programma uit te pakken. In feite gaat het hier immers om een bijgewerkte versie van de congresdocumenten van maart 1984 met toevoeging van een bijzonder giftig stukje over de politieke vluchtelingen, waaruit volgend citaat: 'Tussen het kaf zit hier en daar nog koren. De echte politieke vluchtelingen vormen op zich ook een bedreiging. We mogen immers niet vergeten dat deze politieke vluchtelingen hun vaderland hebben verlaten om politieke redenen. Het zijn stuk voor stuk geëngageerde figuren die hun politieke ideeën en strijd meenemen naar ons land. Ze zijn dan ook vastbesloten om hun strijd van hieruit verder te zetten. In verschillende gevallen leidde dit tot het openlijk steunen van allerlei terreurbewegingen. Tevens komt het regelmatig voor dat deze politieke vluchtelingen openlijk in botsing komen met de hier verblijvende gastarbeiders... Geen enkele terreurgroep, geen enkele fundamentalistische of integristische Islam-sekte, geen enkel pro- of anti-Khomeiny of Kadhafi-groepje moet hier zijn privé-oorlogje komen uitvechten. In hun eigen land is daar plaats genoeg voor!' Annemans en Dewinter besluiten hun brochure met wat zij noemen 'Voorstellen van het Vlaams Blok voor een realistische politiek inzake gastarbeid'. In dit lijstje worden de twaalf voorstellen uit 1984 hernomen, aangevuld met voorstellen tot:
Ook in het maandblad van het Vlaams Blok - waarvan Dillen als partijleider de verantwoordelijke uitgever is - blijft het racisme bovendrijven. Vooral propagandaleider Xavier Buisseret, ex-VMO-er en ex-uitgever van het VMO-blad Alarm, behoort tot de harde racistische lijn. Zo haalde hij in 1987 de Vlaamse kranten wegens het in elkaar slaan van homo's en in juni 1988 stelde hij in het Vlaams Blok-maandblad voor het nieuwe Antwerpse propaganda-secretariaat de benaming Nationaal Secretariaat Dienst Algemene Propaganda mee te geven. Af gekort: NSDAP, een voorbeeld van de humor waarop men in die kringen dol is. In het juli-augustusnummer 1988 van hetzelfde maandblad heeft Buisseret het over het jaarlijkse Festival van de Migrant: 'Stel u voor, ieder jaar in Antwerpen gaat er een dag van de gastarbeiders door, ze noemen het immigranten, maar wees er gerust in, het zijn nog altijd dezelfde gastarbeiders. Buiten subsidies krijgen zij ook de beschikking over een stadsfeestzaal. Toneel, zang, spreekbeurten, films, allemaal om ons te vertellen hoe slecht die gastarbeiders het hier wel hebben. Wij zijn niet vriendelijk genoeg, dus meisje, als u verkracht wordt, blijf glimlachen. Zij krijgen niet genoeg steun, gelukkig zijn er nog handtassen bij de vleet. En zij willen werken. Wie lacht daar?' 'Het ergste is echter dat ze niet mogen deelnemen aan verkiezingen, dat zijn racistische methoden. En wie predikt hier te lande het racisme? Het Vlaams Blok. Nu hoort ge het ook eens van een ander. Wij zijn slecht voor hen, ze zijn niet vrij genoeg, ze mogen zelfs in iedere straat geen moskee hebben. Voor de gastarbeiders is het hier een verfoeilijk land waar ze diep ongelukkig zijn. En toch... zijn ze hier met geen stokken buiten te krijgen.' Een maand later gaat Buisseret dan weer in de aanval tegen de vicariale beleidsgroep van Brabant en Mechelen van het aartsbisdom Mechelen-Brussel die met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 een sterk gemotiveerde oproep had gedaan 'iedere aanwending van sluimerend racisme uit te sluiten'. Xavier Buisseret: 'Van huize uit katholiek is het soms moeilijk om te blijven geloven in het instituut Kerk. Na het lezen van Kerk en Leven met al zijn idiotieën en na het kijken op TV van Kerkwerf en al die onzin die ze uitslaan, denk ik soms, laat ze maar doen, de bisschoppen en de kardinalen zullen ze wel eens tot de orde roepen. Ja, dag Jan, de bisschoppen doen een oproep om lief te zijn voor de Islamieten en vragen dat u allen voor hen lief wilt zijn, buigen en knikken en dat ge toch vooral - het is bijna zonde - zeker niet uzelf wilt zijn. Iedereen is goed en braaf en hulpbehoevend als ze een andere kleur hebben, alleen wij westerlingen deugen langs geen kanten, maar zelfs tot in de gangen van het bisschoppelijk paleis zal de kreet weerklinken EIGEN VOLK EERST.' De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 9 oktober 1988 zette de politieke wereld in rep en roer: het Vlaams Blok veroverde in Vlaanderen 23 gemeenteraadszetels, waarvan 10 in Antwerpen. Dit resultaat wint nog aan betekenis als men weet dat de partij slechts in 57 gemeenten met een eigen lijst aan de verkiezingen deelnam. In totaal scoorde het Vlaams Blok 99.431 stemmen, zijnde 5,3 procent van de uitgebrachte stemmen. De partij veroverde vooral zetels in de grote en middelgrote steden. Naast de tien zetels in Antwerpen (op een totaal van 55), verwierf het Vlaams Blok drie zetels in Mechelen, twee in Gent en Schoten en één zetel in Mortsel, Edegem, Lokeren, Sint-Niklaas, Brasschaat en Lier. Niet minder dan vijftien van de 23 Vlaams Blok-zetels werden in het arrondissement Antwerpen veroverd. De behaalde percentages overschreden in dit arrondissement dan ook alle verwachtingen, ook die van het Vlaams Blok:
In Antwerpen was het Vlaams Blok erin geslaagd z'n aantal stemmen ten aanzien van de vorige gemeenteraadsverkiezingen te verzesvoudigen, wat resulteerde in een vervijfvoudiging van zijn aantal zetels in de gemeenteraad. Het Vlaams Blok werd in Antwerpen meteen ook de derde grootste partij en zit de CVP dicht op de hielen. In Antwerpen- stad behaalde de CVP krap 500 stemmen meer dan het Vlaams Blok en in deelgemeenten als Borgerhout en Deurne haalde het Vlaams Blok zelfs meer stemmen dan de CVP, PVV, Volksunie en Agalev. In Borgerhout klopt het Vlaams Blok met 27,37 procent trouwens alle andere partijen.(36) Er is voor en na die beruchte stembusdag veelvuldig verwezen naar de al dan niet bestaande correlatie tussen de racistische verkiezingscampagne van het Vlaams Blok en de hoge score die de partij behaalde in de wijken waar veel migranten wonen. Een uitsplitsing van de Antwerpse resultaten toont aan dat die samenhang in de Scheldestad wel degelijk bestaat (zie tabel 3) In de Borgerhoutse migrantenwijk Seefhoek scoorde het Vlaams Blok 28,5 procent, één op vier kiezers stemde er op het Vlaams Blok. In Hoboken steeg het Vlaams Blok-percentage van 4 naar 16 en in de wijk Sint-Andries van 5 naar 21,72. In de andere wijken met een hoge migranten-concentratie, Stuivenberg, Dam en Zuid behaalde het Vlaams Blok respectievelijk 24, 22 en 21 procent. De correlatie tussen de racistische campagne en het electoraal resultaat blijkt ook uit de resultaten van een onderzoek door Dimarso Gallup Belgium in opdracht van de Standaard naar de stemmotivatie van het Vlaams Blok-electoraat. Uit deze telefonische enquête, gevoerd op 11, 12 en 13 oktober 1988, blijkt dat in Antwerpen 79 procent van de Vlaams Blok-stemmers haar stem op die partij uitbracht omwille van het gastarbeidersstandpunt. Volgens Dimarso Gallup kan met inachtneming van de regels van de statistiek gezegd worden dat het om 71 tot 86 procent van de totale groep Vlaams Blok-stemmers gaat, bij wie het migrantenstandpunt aansloeg. Overigens verklaarde 80 procent van de ondervraagde Vlaams Blok-stemmers dat het standpunt van die partij inzake de terugkeer van niet-Europese migranten in haar stemgedrag heeft meegespeeld. De geringe score voor andere motivaties is bijzonder significant: 12 procent zei voor het Vlaams Blok gestemd te hebben uit radicaal-Vlaamse motieven of tégen de Volksunie, 10 procent omwille van de onveiligheid, 7 procent stemde tegen de andere partijen of tegen de gevestigde orde en 15 procent om uiteenlopende, andere redenen. De politici die zich onmiddellijk na de verkiezingsdag haastten om de Vlaams Blok-overwinning uit te leggen als een afwijzing van de Volksunie-deelname aan de regering Martens VIII of als een protest tegen de grondwetsherziening, zaten er dus minstens gedeeltelijk naast. Het was vooral de tegen migranten gerichte verkiezingscampagne die duizenden kiezers in de armen van het Vlaams Blok gedreven had. En dit blijkt ook te gelden voor een aantal gemeenten waar nauwelijks migranten wonen. Wist men in antiracistische middens al langer dan vandaag dat het racisme van het Vlaams Blok bij sommige (vooral kansarme) bevolkingsgroepen werkt als een electorale magneet, de leiding van het Vlaams Blok vindt het bepaald hinderlijk dat haar verkiezingssucces door een respectabel enquête-bureau en een dito krant zo openlijk gekoppeld wordt aan de voorbije racistische campagne. Op 21 oktober trok Filip Dewinter op een persconferentie de 'representativiteit' van de Dimarso-enquête in twijfel en kondigde hij aan dat de Vlaams Blok-jongeren een eigen peiling zouden organiseren bij 750 Vlaams Blok-kiezers.(37) Ofschoon het Vlaams Blok de kiezer bestookt met racistisch proza bedreigt de partij tegelijk iedereen die daarover een opmerking maakt, met een proces en beroept zich daarbij o.a. op de wet... die racistische uitlatingen strafbaar stelt. Die processen kwamen er ook. Het Gentse Agalev-kamerlid Wilfried van Durme had in oktober 1988 in het tijdschrift van de Groenen Gerolf Annemans en Filip Dewinter getypeerd als 'universitair geschoolde gevaarlijke gekken die bewust kozen voor de extremistische en racistische ideologie van nazi-Duitsland'. Annemans reageerde furieus en vroeg in een brief aan Kamervoorzitter Nothomb om maatregelen. 'Tenzij Van Durme zich verontschuldigt, dient Annemans klacht in', zo heette het. Tot op vandaag verontschuldigde Van Durme zich niet. Twee dagen na de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 diende Filip Dewinter klacht in tegen De Morgen wegens laster en eerroof omdat journaliste Nadia de Beule hem een rabiaat racist had genoemd en geschreven had dat het sinds 1984 onomstreden vaststaat dat de partij een racistisch Blok is. Twee weken later dienden Voorpost en Dewinter klacht in bij de procureur des Konings in Brussel tegen de RTBF wegens laster en eerroof. In het avondjournaal van 6 november had de RTBF-redactie in een verslag over de rellen aan de militaire begraafplaats in Lommel Voorpost en Dewinter neonazi's, racisten en aanhangers van Hitler genoemd. Volgens Dewinter 'kaderen de verdachtmakingen van de RTBF-nieuwsredactie in de groots opgezette lastercampagne tegen de nationalistische rechterzijde in Vlaanderen'. Kamelendrijvers en Tchoek-Tchoeken - Inhoud Het hele dispuut kreeg een bijzonder bitsig karakter ingevolge drie televisie-programma's die - elk op een verschillende manier - het immoreel karakter van het Vlaams Blok beklemtoonden. Tijdens het BRT-programma Konfrontatie van 10 oktober, de dag na de gemeenteraadsverkiezingen, las BRT-journalist Gui Polspoel enkele fragmenten voor uit een pamflet met Vlaams Blok-signatuur dat tijdens de verkiezingscampagne door de gebroeders Jef en Wim Eibers in Schaarbeek verspreid was. Voor een goed begrip geven we hier de integrale tekst, met inbegrip van de taalfouten: 'Aan alle inwoners van Schaarbeek - die nu zijn en hierna wezen zullen Onze Groet! Gelet op de Grondwet, inzonderheid de artikelen 14 en 18, waardoor wij nog altijd het Recht hebben en Vrij zijn, te zeggen en te schrijven wat alle echte Schaarbekenaars denken; Gelet op het feit dat Schaarbeek meer en meer een klein Casablanca en de bazar van Istanbul is geworden, vooral dan de buurt van de Josaphatstraat, het Liedtsplein en de omgeving van het Station van Schaarbeek; Gelet op de té grote aanwezigheid van Tchoek-Tchoeken, Kamelendrijvers, Makaken, Boegnoels, Bachie-Boezoeken en tapijtenmarchanten in de Gemeente Schaarbeek; Aangezien ze hier kweken als konijnen, het werk (dus de boterham) van ons eigen volk afnemen en ook nog dik op onze kop profiteren van wat wij door hard werken hebben verworven; Aangezien jeugdbendes van melkchocolatte krollekoppen zowel 's nachts als overdag onze straten en de buurt onveilig maken; Aangezien de Brave Burger die gans zijn leven heeft moeten afdokken en travakken, nu bijna niet meer op straat durft komen uit schrik voor zijn geld en voor zijn leven; Gelet op de overlast, het nachtlawaai en de vuiligheid van sommige van die zogezegde 'gastarbeiders', die nooit werken; Overwegend dat hierdoor de echte Schaarbekenaars nu de peer van de historie zijn geworden en het vreemd gespuis hier ons zijn wetten is komen stellen; Overwegend dat de echte Schaarbekenaars misschien wel ezels genoemd worden maar toch niet zo zot zijn om dit alles allemaal 'zo maar' verder te laten gebeuren;
Daarom hebben wij besloten en besluiten wij op 9 oktober 1988 De mannen die zeggen wat u denkt, zijn uw stem waard.' Hoewel het pamflet geen melding maakt van een verantwoordelijke uitgever, is het vrijwel zeker afkomstig van Jef en Wim Eibers. Nuttig om weten is dat liedjeszanger en ex-VMO-er Jef Elbers onder schuilnaam als scenarist bij de BRT werkt (zijn langspelers worden verdeeld door de boekendienst van Voorpost) en dat broer Wim commissaris is bij het Hoog Komitee van Toezicht. De voorlezing van dit pamflet veroorzaakte aanvankelijk enige paniek bij de partijtop van het Vlaams Blok. Gerolf Annemans probeerde nog tijdens het televisie-debat te ontkennen dat dit schotschrift door het Vlaams Blok of een van z'n kandidaten was opgesteld en verspreid. Toen echter bleek dat verschillende getuigen Wim Eibers zelf het pamflet hadden zien uitdelen in een café, veranderde de partijleiding het geweer van schouder. Als inderdaad zou blijken dat Jef en Wim Elbers de auteurs van deze racistische tekst waren, dan zou de partij hun lidkaarten terugsturen. Anderhalve week na de voorlezing van het pamflet op de BRT, verklaarde Annemans desgevraagd dat hij er nog altijd niet in geslaagd was Jef en Wim Elbers op te sporen. En hij voegde er onmiddellijk aan toe dat de hele kwestie voor hem slechts een storm in een glas water was en dat hij absoluut niet gehaast was de gebroeders Eibers op het matje te roepen. Nochtans stonden zowel Karel Dillen als Gerolf Annemans erop zich met klem van de racistische inhoud van het pamflet te distantiëren. Een proces tegen de zo verfoeide BRT en Gui Polspoel riskeerde het Vlaams Blok echter niet. Een felle reactie kwam er echter wel in het november-nummer van het maandblad van de partij. In een bladzijde-groot artikel werd toegegeven dat het pamflet nogal wat 'beledigende taal aan het adres van de gastarbeiders bevatte', dat beledigingen af te keuren zijn, maar dat het pamflet niet op rekening van het Vlaams Blok kan worden geschreven. Hiermee probeerde de partij andermaal de indruk te wekken dat ze het met de geest en de letter van het pamflet oneens was. Drie weken na het 'Elbers-incident' zond het RTBF-programma Striptease een reportage uit van Lucas van der Taelen over de kiescampagne van het Vlaams Blok in Antwerpen. Daarin kon men o.a. Filip Dewinter aan het werk zien. Dewinter struinde in migrantenbuurten de markten af en belde aan van deur tot deur om de kiezers op te jutten tegen de migranten en stemmen voor zijn partij te ronselen. Tijdens deze straat-acties week een fors gebouwde man in jeans niet van z'n zijde: ex-VMO-er Gust Moors, de 'lijfwacht' van Bert Eriksson, die met Eriksson in februari 1982 een bezoek bracht aan Leon Degrelle in Barcelona. In de reportage zaten ook beelden van een 'overwinningsfeest' van het Vlaams Blok, waarin een aanhanger van de partij - verwijzend naar de verkiezingsuitslag - trots verklaarde dat slechts één politicus het ooit al beter gedaan had: Adolf in 1933. Op deze uitzending werd door het Vlaams Blok nooit officieel gereageerd.(38) Het BRT-programma Panorama van 17 november 1988 was het derde televisie-programma dat behoorlijk wat stof deed opwaaien. BRT-journalist Paul Muys was in de Antwerpse volksbuurt de Seefhoek, waar het Vlaams Blok op 9 oktober bijna 30 procent van de stemmen had binnengehaald, op zoek gegaan naar de houding van de plaatselijke bevolking ten aanzien van de migranten. Muys volgde in de Seefhoek ongeveer hetzelfde stramien als in een eerdere reportage over de Front National-stemmers in Marseille en hij bekwam ook ongeveer hetzelfde schokkende resultaat. Antwerpenaars die grif toegaven slechts minimale samenlevingsproblemen te hebben met migranten en in één adem ook de migranten vergeleken met 'sprinkhanen, luizen, bananenvreters'. 'Ze kweken als konijnen,' verklaarde een geïnterviewde, 'ze dekken hun vrouw in het moederhuis.' Een andere Vlaams Blok-stemmer droomde luidop van een terugkeer van Adolf Hitler en vroeg zich af of we wel 'genoeg gas zouden hebben om ze er allemaal in te stoppen'. Half Vlaanderen reageerde geschokt en de verzamelde dagbladpers stond bol van de verontwaardigde commentaren. Zelfs Gerolf Annemans distantieerde zich van de racistische uitspraken in de Panorama-uitzending. Onder het motto 'dit zijn misschien wel onze kiezers, maar dit is niet ons programma' legde hij in De Morgen uit dat het Vlaams Blok voor een actieve begeleide reïntegratie van het merendeel van de migranten is. Enkele weken later, toen de mediastorm geluwd was, formuleerde Filip Dewinter het in het magazine Exclusief alweer minder subtiel: 'Aangezien de buitenlanders zich weigeren aan te passen, moeten ze maar teruggestuurd worden. Of ze dat nu willen of niet'. Tegen deze achtergrond kunnen de pogingen van de partijleiding om het racisme van het Vlaams Blok te ontkennen en de voortdurende dreiging met processen niet anders dan schijnheilig worden genoemd. Temeer omdat uit een beknopt overzicht van de Vlaams Blok-propaganda blijkt dat racisme en ander verbaal geweld ten aanzien van migranten méér regel dan uitzondering zijn. Zo werd voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 in naam van het Vlaams Blok in Gent volgend infaam pamflet verspreid: 'Beste vriend Mustapha, door de gratie van Allah zijn wij de Heren van Gent, ook genaamd Klein Turkije, geworden. Ik vraag mij af waarom gij nog twijfelt om naar hier te komen! Het leven is hier zo gemakkelijk! Bij uw aankomst zult ge natuurlijk wel een beetje moeten werken, maar heb geen schrik, na weinige dagen is dat al afgelopen; ge zult dan veel tijd hebben om vrienden te maken in de cafés en ge zult overal goed ontvangen worden. Al uw vrouwen en kinderen moeten ook meekomen. Dat is veel voordeliger. Opgepast: slechts één vrouw wordt ingeschreven als 'wettelijk'. Uw overige vrouwen zullen worden ingeschreven als ongehuwd, met hun kinderen ten laste. Met de sociale wetten hier is dat zeer interessant. Het is ook gemakkelijk de kinderen van uw broers en zusters te laten inschrijven als zijnde de uwe, want de familievergoedingen brengen hier veel geld op. Alvorens te vertrekken, stopt ge rap wat geld in de handen van de dorpsklerk opdat hij u wat ouder zou maken in uw papieren, want zoveel te vlugger kunt ge hier op pensioen... De Belgen zijn ongelovig, want zij aanbidden Allah niet. Het wordt tijd dat onze grote leider Khomeiny zijn alomgeliefde Revolutionaire Wachters ook naar hier laat immigreren om daaraan wat te veranderen. Intussen is er hier één heilige die waardig is om door Allah te worden beschermd, en die wij dus aangenomen hebben, want het is een brave heilige: hij heet Sint-Dicaat. Sint-Dicaat is ons zeer genegen en beschermt vooral inwijkelingen, die hem trouw zijn en een kaart van hem aannemen. Hij is heel machtig: als ge bijvoorbeeld vergeet te gaan stempelen, omdat ge te veel gedronken of te laat geslapen hebt, dan brengt hij dat voor u in orde...' De tekst van dit verkiezingspamflet hebben we ruim elf jaar geleden al een keertje elders gezien: als anonieme lezersbrief in het februarinummer 1977 van het VMO-maandblad Alarm, dat toen uitgegeven werd door de huidige propagandaleider van het Vlaams Blok, Xavier Buisseret. Beide geciteerde pamfletten zijn geen uitzondering. In Geel kregen de inwoners volgend handgeschreven en gepolykopieerd epistel in de bus: 'Terecht hebt u opgemerkt dat u in een negerbuurt woont... Zo is het ook begonnen in Schaarbeek... Het Vlaams Blok zegt luidop 'dat kan niet meer'... Wij kunnen niet aanvaarden dat buitenlanders hier kosteloos asiel krijgen en door ons allen moeten onderhouden worden - huisvesting, verwarming, voeding, wordt betaald met onze centen... - Daarom stemt u zondag voor het Vlaams Blok.' In Mechelen werd eveneens een handgeschreven anonieme oproep verspreid om op het Vlaams Blok te stemmen. Een pamflet waartegen overigens door Agalev klacht werd ingediend: 'Het vreemdelingenprobleem in onze stad is u allen bekend. De criminaliteit en aanrandingen nemen toe. Ons eigen volk is niet meer veilig in zijn eigen stad. Jaarlijks worden die profiteurs ettelijke miljarden uitbetaald'. Nogmaals in Schaarbeek, waar Roger Nols traditioneel alle racistische stemmen aanzuigt, trok Vlaams Blok-lijsttrekster Inge Vanpaeschen met volgend statement naar de kiezer: 'Enkele jaren geleden dacht ik er niet aan politiek te bedrijven, maar sinds ik kandidaat was voor de parlementsverkiezingen van vorig jaar, is het mij duidelijk geworden dat we zelf het roer in handen moeten nemen om ons te bevrijden van de vreemde bezetter die onze gemeente en ons volk terroriseert. De criminaliteit viert hoogtij, de verkrotting van onze buurten schrijdt voort, de immigratie beangstigt onze inwoners...' Zoals te voorzien en te verwachten was, werd in Antwerpen de show andermaal gestolen door dokter André Wuyts, een gynaecoloog met praktijk aan de Amerikalei en 51ste op de lijst van het Vlaams Blok. Toen Wuyts in december 1987 als opvolger op de kamerlijst figureerde, baarde hij het nodige opzien met een kiespamflet in de vorm van een doktersrecept voor de magistrale bereiding van een 'braakmiddel voor de nv België': '1 g Happart-poeder, 2 g Mohamed(icijn), 3 Rode SP-knollen, 4 Abortus-citroenen, 1 1. Blauw PVV-water, 5 g Gele CVP-siroop, 2 groene Agalev-blaadjes, 6 g VU-mosselkruid, 4 g Moskee-extract...' In oktober 1988 trakteerde hij de bewoners van de Antwerpse wijk het Zuid op volgende uitnodiging: 'De Heer Nouredine Achmed El Asbath, burgemeester van Antwerpen, heeft de eer Meneer en Mevrouw Antverpicus Originalis uit te nodigen op de eedaflegging van het nieuw multiraciaal schepencollege op 10-10-'88. Deze plechtigheid heeft plaats in de Centrale Moskee, het vroegere Stadhuis op de Grote Markt. Traditionele klederdracht gewenst. Het Islamitisch Symfonieorkest en het ACOD-koor, onder leiding van gastdirigent Bob Cloos, brengen u: 'Gastvrij Antwerpen', een oosters muzikaal sprookje.' Den blokduvel en de dokter - Inhoud Jos Rogiers, eindredacteur bij de krantengroep De Standaard en fervent aanhanger van Hitler, is ongetwijfeld een van de Vlaams Blok-kampioenen inzake migrant-vijandige wartaal. Rogiers, een ex-para en naar eigen zeggen licentiaat geschiedenis en wijsbegeerte, woont in het Brabantse Asse, waar hij bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1988 een éénmanslijst van het Vlaams Blok aanvoerde. In die gemeente geniet hij een bedenkelijke reputatie als uitgever van het racistische en zwaar door de plaatselijke middenstand gesponsorde schotschrift Den Blokduvel. In Asse wonen zeggen en schrijven 780 migranten naast bijna 26.000 Belgen. Voor Rogiers blijkbaar voldoende reden om z'n medeburgers met racistische pamfletten te bestoken. Eén van die opstellen drukken we hier integraal af.
TOBBACK IS NIET DE ENIGE DIE BANG IS IN BRUSSEL Minister van Binnenlandse Zaken Tobback is, wanneer we de krant mogen geloven, bang in Brussel. Welnu, we kunnen de minister verzekeren; hij is niet de enige die bang is in Brussel. De mensen hebben gelijk wanneer ze schrik hebben in de door vreemdelingen overspoelde hoofdstad. Niet alleen omdat de misdaad er welig tiert en omdat uit (moeizaam te verkrijgen) officiële cijfers blijkt dat de misdaad er vooral bij vreemdelingen welig tiert. (VB1) Ook om andere, nog ergere redenen. Er is op de eerste plaats de dreiging, die men in Brussel goed aanvoelt, van de islam, die al sinds het jaar 711 aan het pogen is Europa te veroveren. Eeuwenlang hebben de Europeanen strijd moeten leveren om de islamieten weg te krijgen uit Spanje en de Balkan. Daar zijn zij uiteindelijk slechts volledig in geslaagd in het begin van deze eeuw, toen de laatste Turken uit de Balkan werden verdreven - op een klein gebied rond Konstantinopel (Istanboel in het Turks) na, dat zij nu nog steeds bezet houden. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de mohammedanen er echter opnieuw in geslaagd om overal in Europa nieuwe bruggehoofden te vestigen. Dank zij onze idioten van politiekers, die hen naar hier gehaald hebben en die in hun schooltijd blijkbaar slecht naar de meester geluisterd hebben tijdens de les geschiedenis. Op de tweede plaats is er de dreiging van De Revolutie - en ook dat voelt men in Brussel goed aan. Voor een revolutie zijn volgende bestanddelen nodig: een hoop buskruit en een ontsteker. De hoop buskruit, dat zijn een bende ontwortelden, verbitterden, vagabonden, mislukkelingen, misdadigers en dergelijke: mensen, kortom, die los van de maatschappij leven en die niet beter vragen dan eens hun gangen te kunnen gaan. Zij vormen het voetvolk van elke revolutie. De ontsteker die nodig is om dit vat buskruit te doen ontploffen, dat is een goed georganizeerd groepje fanatiekelingen dat naar niets ziet en dat er in slaagt de massa voetvolk voor zijn kar te spannen. Zo waren bijvoorbeeld de vrijmetselaars de ontstekers van de bloedige Franse Revolutie. De ‘‘Russische’’ Revolutie, die nog veel bloediger was, was voornamelijk het werk van kommunistische joden. (VB2) In Vlaanderen hebben wij nog geen échte revolutie meegemaakt. We hebben nog niet ondervonden welke verschrikkingen er mee gepaard gaan. We kénnen ze zelfs niet. Men vertelt ze ons niet. Men vertelt ons bijvoorbeeld niets over de volkerenmoord in de Oekraïne en elders in de Sovjetunie, in de winter van 1932-33, toen 7 miljoen boeren, vrouwen en kinderen op bevel van het joods-kommunistisch bewind aan de langzame hongerdood werden prijsgegeven. Toen de hele graanoogst van de Oekraïne in beslag werd genomen. Toen weldoorvoede militanten van de kommunistische partij in naam van De Revolutie stelselmatig de boerderijtjes gingen afzoeken naar verborgen etenswaren en die in beslag namen voor de ogen van smekende moeders en huilende kinderen. (VB3) Toen aan de grensposten tussen de Oekraïne en Rusland al wie de Oekraïne binnenkwam gekontroleerd werd op het bezit van voedsel. Toen in Oekraïnse steden, zoals Kiev, iedere morgen karren rondreden om in de straten de lijken op te laden van uitgemergelde boerekinderen, die ’s nachts op straat van honger gestorven waren. (VB4) Over deze verschrikkingen wordt in de Sovjetunie sinds enige tijd vrijuit gepraat en geschreven. Ondermeer door de geschiedschrijver Vasily Gross man, die over het dekreet van augustus '32, dat het wettelijke wapen voor de volkerenmoord verschafte, stelt:"Het dekreet vorderde dat de boeren van de Oekraïne, de Don en de Kuban ter dood zouden gebracht worden door middel van uithongering. Ter dood zouden gebracht worden samen met hun kleine kinderen." (VB5) Het ergst van al was dat deze volkerenmoord op de anti-kommunistische boeren uit de Oekraïne waarschijnlijk al lang van tevoren was gepland. Dat valt in ieder geval af te leiden uit uitspraken zoals deze van de kommunistische topman Sinovjev (ware naam: Apfelbaum), die al in 1918 verklaarde: "We moeten met ons 90 miljoen van de 100 miljoen Sovjetrussen meevoeren. Wat betreft de overigen: aan hen hebben wij niets te zeggen. Zij moeten uitgeroeid worden." (VB6) Over al deze gruwelen die in het verleden door de progressiviteit zijn aangericht, worden de mensen stelselmatig in het ongewisse gehouden. Dat is niet verwonderlijk, politiek, pers en wetenschap worden immers beheerst door progressieve intellektuelen. De mensen beseffen dan ook niet wat hen allemaal boven het hoofd hangt. Terwijl zij werken en slapen broeit er in onze Europese steden een massa Vreemde, ontwortelde mensen, die niets te maken hebben met de Europeanen, die niets te verliezen hebben en die begerig lonken naar onze welvaart. Terwijl wij naar de voetbal kijken, broeit in onze steden het voetvolk van De Revolutie. Het enige wat nog ontbreekt om dit vat buskruit te doen ontploffen, is het goed georganizeerde groepje dat er in slaagt om deze ontwortelde massa vreemdelingen voor zijn kar te spannen. En er lopen bij ons nog genoeg zotten rond die van "De Revolutie" dromen. Denk maar aan de CCC. Denk maar aan de fanatiekelingen van de PVDA (ex-Amada), die veel moeite doen om in vreemdelingenkringen voet aan wal te krijgen. Denk aan al die progressieve vreemdelingenvrienden in de SP, bij Agalev - een partij waarvoor we de mensen in het bijzonder willen waarschuwen -, in de CVP, in de VU, in de vakbonden, in de pers en in de Kerk. Zij zijn zo invloedrijk dat ze er in slagen om de mensen met gezond verstand in hun omgeving (maar met weinig moed) het zwijgen op te leggen. Ook de PVV durft haar mond niet opendoen als het over de vreemden gaat. Het Vlaams Blok durft dat wel. Wij zijn de enige politieke kracht die vastbesloten is het vreemdelingenprobleem op te lossen: door de vreemdelingen terug te sturen naar hun eigen land, waar ze thuishoren. Door hen te herplanten in hun eigen hoekje van de planeet Aarde is, waar ze nooit hadden mogen weggaan. Zeker niet wanneer het er slecht gaat. Want het is eenieders plicht om zijn land terug op de been te helpen wanneer het op de sukkel is. Niet om er van tussen te muizen. Wij vragen u dan ook om het Vlaams Blok, in ons aller belang, zoveel mogelijk te steunen. Met uw spieren, uw verstand of uw geld. Of ten minste: met uw stem op 9 oktober. Wij vragen uw steun niet om politieke redenen. Want het gaat niet om politiek: het gaat om uw vel, en dat van uw kinderen. Voor mijn part mag, eens de vreemdelingen buiten, het politieke circus opnieuw beginnen te draaien zoals vroeger (tot er, natuurlijk, weer zoveel brokken zijn gemaakt dat er een nieuw Vlaams Blok nodig is om opnieuw orde op zaken te stellen). Maar help ons nu toch, in ’s hemelsnaam, om het vreemdelingenprobleem op te lossen vóór het te laat is. Denk niet dat hier niet kan gebeuren wat al zo dikwijls op een ander is voorgevallen.
vb1. Zo waren bijvoorbeeld volgens het Brussels parket in 1978 50% van alle holdups in Brussel het werk van vreemdelingen. Voor deze en gelijkaardige cijfers, zie : Gerolf Annemans en Filip Dewinter, DOSSIER GASTARBEID, s.l., s.d. vb2. Over het joodse aandeel inde "Russische" revolutie, zie ondermeer: Elizabeth Dilling, THE JEWISH RELIG1ON - ITS INFLUENCE TODAY(Californië, 1983)en Gerhard Muller, ÜBERSTAATLICHE MACHTPOL1T1EK IM 20. JAHRHUNDERT - HINTER DEN KULISSEN DES WELTGESCHEHENS (München, 1972). Over de vrijmetselaars en de Franse Revolutie, zie o.m.: Dr. Frans Wichtl, WELTFREI MAUREREI, WELTREVOLUTION. WELTREPUBLIK - E1NE UNTERSL'CHUNG ÜBER URSPRUNG UND ENDZIELE DES WELTKR1EGES (München, 1923). vb3. Een van die militanten, een zekere Lev Kopelev, heeft dergelijke huiszoekingen, waaraan hij zelfheeft meegedaan, beschreven in een berouwvol boek: THE EDUCAT1ON OF A TRUE BEL1EVER (New York, 1978). vb4. Over de verzwegen holocaust in de Oekraïne, zie : Robert Conquest, THE HARVEST OF SORROW - SOVIET COLLECTIVIZATION AND THE TERROR-FAMINE (New York/Oxford, 1986). Zie ook : Dr. Dmytro Zlepko, DER UKRAINISCHE HUNGERHOLOCAUST - STAL1NS VERSCHWIEGENER VÖLKERMORD 1932/33 AN 7 MILLIONEN UKRAINISCHEN BAUERN IM SP1EGELGEHEIMGEHALTER AKTEN DES DEUTSCHEN AUSWARTIGEN AMTES (Sonnenbühl. 1988). Er is tussen haakjes, een opvallende overeenkomst tussen de georganiseerde uithongering van de Oekraïne en datgene wat het kommunistisch bewind in Ethiopië gedaan heeft - of nog doet. vb5. Aangehaald in R. Conquest, o.c., blz. 225. vb6. Ibidem, blz. 24.
Verkiezingsdrukwerk. Verantw. uitg. Jos Rogiers, Asse Hugo Camps, Belgisch medewerker van het Nederlandse weekblad Elsevier, maakte onmiddellijk na de gemeenteraadsverkiezingen van 1988 een reportage over de sfeer in het Vlaams Blok-milieu in Antwerpen. Zijn relaas laat geen enkele twijfel over over de ware aard van de Vlaams Blok-politiek en de manier waarop die door een bepaald soort kiezers onthaald wordt. Het relaas van Camps begint op het moment dat hij z'n licht gaat opsteken in het Antwerpse café Odal, uitgebaat door ex-VMO-leider Bert Eriksson, waar de aanwezigen nog in volle verkiezingsroes verkeren: 'Hollanders hebben hier niks vergeten, 't Zijn allemaal drugsdealers en pedofielen/ sneert Willy Corten, een veertigjarige scheepshersteller in parachutistenjack. 'Eerst laten castreren, dan moogt ge nog eens terugkomen,' vult zijn kameraad aan. Een rondje betalen mag...'Weet ge wat het is,' zegt Corten, nu toch een toontje lager, maar nog steeds met een arendsblik, 'gij schrijft dat ik een fascist ben en dat ben ik niet. Ik heb in Brasschaat, op de lijst van het Vlaams Blok, 74 voorkeurstemmen gekregen. Denkt ge misschien dat dat stemmen van fascisten waren? Dat waren jonge mensen die al lang zochten naar iemand die durft zeggen wat zij denken. Ik durf te zeggen dat al die Moestafa's het land uit moeten. Ze komen hier onderkruipen, werken nog voor honderdtwintig frank per uur. De werkmens van bij ons blijft dat niet slikken. Ik kom ook op voor een schone jeugd. En dus tegen skinheads die niet weten wat werken is. Ge moogt het gerust weten, als ik er eentje tegen kom die mij voor de voeten loopt, sla ik hem op z'n smoel. Met alle plezier.' Uit de juke-box komt Duitse marsmuziek. De stamgasten zingen uit volle borst het Horst Wessellied en Liebe Freunde mee. Tegen de muur kijken Rudolf Hess en Staf de Clercq toe.(39) Men zou 'het geval' Willy Corten kunnen afdoen als dat van een plaatselijke zonderling die toevallig op een onbelangrijke kieslijst van het Vlaams Blok verzeild is geraakt. Niets is echter minder waar. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 stond Willy Corten vierde op de lijst van het Vlaams Blok in Brasschaat, de woonplaats van zowel Filip Dewinter als Gerolf Annemans. Het Vlaams Blok behaalde er één zetel in de gemeenteraad. Een resultaat dat bezwaarlijk kan worden toegeschreven aan samenlevingsproblemen met migranten. In de chique residentiële gemeente Brasschaat wonen behalve 982 Nederlanders, 128 Britten, 124 Duitsers en 79 Amerikanen ook 3 (drie!) Marokkanen en 12 (twaalf!) Turken. En over Willy Corten tenslotte nog dit: tot voor kort behoorde hij tot de harde kern van de VMO. Enkele jaren geleden nam hij samen met de VMO-ers Leo Robbijns en Jean-Philippe van Engeland deel aan paramilitaire trainingskampen van de Duitse neo-nazimilitie WSG Hoffmann in de omgeving van Nürenberg. Tijdens het VMO-proces stond Corten terecht wegens lidmaatschap van een verboden privé-militie, bendevorming, poging tot aanslag, verboden wapendracht en deelname aan de VMO-rellen in de Voerstreek. In het geciteerde artikel in Elsevier laat Hugo Camps ook ene dokter Dirk van Dessel, nierziekten-specialist in het Antwerpse Sint-Augustinus-ziekenhuis aan het woord. Van Dessel noemt zichzelf 'een modale kiezer van het Vlaams Blok' en hij legt uit waarom hij op die partij gestemd heeft: 'Omdat het Vlaams Blok de enige partij is die nog de waarden verdedigt die ik van harte koester. In de pers heeft men alleen aandacht voor het migrantenthema. Dat is niet netjes. Jawel, ik heb in Zaïre geleefd en gewerkt als professor aan de universiteit van Lovanium. En ik weet ook dat je met een Zaïrese kolonel niet in hetzelfde appartement kunt slapen. Hij stinkt namelijk. Of zijn vrouw gaat om 2 uur 's nachts maniok stampen. Maar belangrijker is dat het Vlaams Blok mij weer uitzicht bood op een elitaire staat. Dwars tegen de politieke cultuur in die wil dat politici hun macht ontlenen aan anti-elitair denken...' 'Naarmate je verder naar het Noorden gaat, ontmoet je meer decadentie. In Nederland en Scandinavië zijn gemeenschappelijke sauna's dagelijkse kost. Wij Vlamingen hebben daar te veel pudeur voor. Ik ben lid van het Pro Vita-comité tegen legalisering van abortus. Waarom durft u nog te vragen? Omdat je anders tot hoeren en boeren komt en dat eindigt in Aids. De terechte straf van de natuur voor al die losbandigheid'.(40) In Mol tenslotte werd naar aanleiding van een geplande voordracht door Filip Dewinter over migranten door het Vlaams Blok rond de jaarwisseling een pamflet verspreid waarin de migranten en de in Mol verblijvende Ghanese politieke vluchtelingen omschreven werden als 'straatschuimers, bendeleden en criminelen'. Dit staaltje van racisme veroorzaakte in Mol zoveel opschudding dat het geplande optreden van Dewinter op het laatste moment werd afgelast. De Molse gemeenteraad keurde overigens tijdens haar eerste zitting van 1989 een motie goed waarin het Vlaams Blok-pamflet vergeleken werd met 'de anti-joodse campagne uit de jaren dertig'. Tot op vandaag vormde het harde militantisme, met alle racisme vandien, het bindmiddel bij uitstek tussen de militanten en aanhangers van de VMO, Voorpost en Were Di. Toen de toenmalige VMO-leider Bert Eriksson in april 1987 in een interview met het weekblad Humo verklaarde dat hij een lidkaart bezat van het Vlaams Blok en dat hij voor de volle honderd procent achter het programma van die partij stond, wist hij waarom hij die publieke adhesiebetuiging aflegde. De partijleiding van het Vlaams Blok met Dillen, Dewinter en Annemans op kop, hebben altijd de gewelddaden van de VMO gesteund en politiek gelegitimeerd. Als de militanten van Eriksson andersdenkenden in elkaar sloegen, deelnamen aan illegale trainingskampen, moskeeën en progressieve boekhandels in brand staken, cafés beschoten of migranten de keel oversneden, en daardoor in de gevangenis terechtkwamen, werden ze door het Vlaams Blok steevast tot 'politieke gevangenen' gepromoveerd. Je komt deze helden ook steevast tegen op de congressen van het Vlaams Blok en zijn zogenaamde ordediensten en plakploegen wemelen ervan. Dit kwam o.a. nogmaals bijzonder gewelddadig tot uiting bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 toen de plakploegen van de SP, Agalev, PVDA, SAP, KP en...de Volksunie vooral in Antwerpen geterroriseerd werden door uitermate agressieve 'plakploegen' van het Vlaams Blok. Anderzijds bestaat het traditionele ledenbestand en het middenkader van de partij in hoofdzaak uit traditionele volksnationalisten, ex-nazi's, gewezen collaborateurs en hun familieleden, voor het merendeel aanhangers van de heel-Nederlandse gedachte. Vanuit dit milieu, vooral gegroepeerd rond de persoon van Karel Dillen, weerklinkt nog steeds de roep naar onvoorwaardelijke amnestie en eerherstel voor oorlogsmisdadigers en collaborateurs. De politieke aantrekkingskracht van dit in aan vang voor het Vlaams Blok bijzonder belar rijk actieterrein neemt met het ouder worden en overlijden van de rechtstreeks betrokkenen uiteraard zienderogen af. Het electoraal saturatiepunt in dat milieu bereikte het Vlaams Blok jaren geleden al. Meer dan eens kan men de jonge Turken in de partij-top horen verklaren dat zij niets met de Tweede Wereldoorlog en de collaboratie te maken hebben omdat zij pas na WO II geboren zijn. Diezelfde jonge mandatarissen vertonen zich anderzijds graag op bijeenkomsten en herdenkingsplechtigheden ter nagedachtenis van oostfronters, zoals die geregeld door het Sint-Maartensfonds en de v.z.w. Hertog Jan Van Brabant worden georganiseerd. De dualiteit tussen de hang naar respectabiliteit en de praktijk van alledag bracht ook het bestaan van verschillende stromingen in het Vlaams Blok voor het voetlicht. Zo kondigde bij wijze van primeur het tijdschrift Tegenstroom, uitgave van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV), op 4 maart 1988 aan dat Jaak Peeters, sinds jaar en dag nationaal secretaris van het Vlaams Blok, ontslag nam uit de partij. Peeters vond het onaanvaardbaar dat het Vlaams Blok de Vlaamse problematiek naar het achterplan schoof ten voordele van de antigastarbeidersstandpunten, uitgerekend op het moment dat de Volksunie 'Vlaanderen voor onze neus zit te verkopen'.(41) Enkele maanden later volgde Geert Wouters, eveneens een lid van de partij-raad en zoon van Leo Wouters, het voorbeeld van Peeters. Met het oog op het najaarscongres van z'n partij en de gemeenteraadsverkiezingen van 9 oktober 1988 had Wouters in augustus van dat jaar een 'adres' gericht aan Karel Dillen waarin gevraagd werd dat de partij zich opnieuw zou richten op de aloude slogan 'Vlaanderen éérst' en zich minder zou profileren rond de migrantenproblematiek. Hoewel tientallen invloedrijke Vlaams-Blok-figuren dit 'adres' mee ondertekenden, had het nauwelijks enige invloed op Dillen, Dewinter en Annemans en veranderde er niets aan de politieke lijn van het Vlaams Blok. Jaak Peeters zei in Tegenstroom dat hij terzake voor 'de Dewinter-clan had moeten zwichten'. Deze clan wordt geleid door Filip Dewinter, Eric Deleu en Wim Verreycken en geldt als de fractie die in feite Jean-Marie Le Pen aanhangt, een fractie die, zoals later zou blijken, aan invloed in de partijleiding wint. De onvrede rond de Le Penisten leidde eind januari 1989 tot een openlijke breuk tussen de heel-Nederlandse vleugel en de partij. Middels een persconferentie op 27 januari kondigden de aanvoerders van de dissidenten Geert Wouters, Renaat van Heusden, Edwin Truyens en Gerard Sleghers de oprichting aan van een nieuwe 'nationalistische beweging'. In eerste instantie sturen deze ontevredenen aan op een 'herbronning van de nationalistische levensbeschouwing' en hopen ze dat hun maneuver de leiding van het Vlaams Blok zal doen bijdraaien. Gelet op het electoraal succes van de Le Pen-formule en de recente toenadering van Le Pen tot de leiding van het Vlaams Blok valt het nog te bezien of zo'n ommezwaai er komt. Opvallend is alleszins dat geen enkele van de tenoren (Dillen, Annemans, Buisseret, Dewinter, Eggermont, Raes, Van den Eynde en Verreycken) de dissidenten blijken te steunen. Het valt daarbij op dat zowel het 'adres' van 1988 als de oprichting van de nationalistische beweging werden gelanceerd op enkele maanden voor een verkiezingsdatum. Dit zou er kunnen op wijzen dat enig electoralisme de initiatiefnemers niet vreemd is. 3. De grondbeginselen van het Vlaams Blok - Inhoud 'Staken schaadt, werken baat' - Inhoud Het solidarisme, ook wel het nationaal-solidarisme genoemd, vormt een van de belangrijkste hoekstenen van de ideologie van het Vlaams Blok. Wie er de literatuur op naleest, stelt vast dat er van deze begrippen geen eensluidende definitie bestaat. Volgens het groot woordenboek I van Dale is solidarisme de 'maatschappelijke leer die de solidariteit van de volksgemeenschap en haar leden als grondbeginsel der samenleving stelt'. Deze wat schrale uitleg beantwoordt nauwelijks aan de maatschappelijke leer zoals die door het Vlaams Blok en aanverwante groepen wordt gepropageerd. Het solidarisme was en is immers de 'sociale leer' zoals die bij het einde van de jaren twintig werd uitgewerkt door Verdinaso-leider Joris van Severen, die zich daarbij inspireerde op rechtse denkers als La Tour-du Pin , Sorel en vooral de Italiaanse dictator Mussolini. In 1932 omschreef het Verdinaso-gezinde weekblad Jong Dietsland het Solidarisme als volgt: 'Solidarisme is meer dan enige stelregels van rechtvaardigheid die heersen tussen enkelingen ondereen, of tussen regering en enkeling in de liberaal-democratische staat. Het is ook meer dan enige beginselen van sociale politiek die bestemd is om de voornaamste gevolgen van de steeds aanvaarde liberaal-kapitalistische wanorde te overpleisteren. Het solidarisme is anders en meer: het wil de echte organische samenhang van de maatschappij, van de staat, van de economie weer herstellen(...) Daarom moet opgeruimd worden met de liberaal-democratische geest en met de liberaal-democratische vormen: het parlementarisme, de massademocratie, de partijenstaat(...) Het solidarisme is gericht tegen de klassenkamp van links d.i. de dictatuur van het proletariaat en tegen de klassenkamp van rechts d.i. de dictatuur van de geldmachten.'(42) Zelfs in het Vlaams-nationale kamp zag men destijds de gevaren van de nationaal-solidaristische maatschappijopvatting in. Niemand minder dan Elias noemde het nationaal-solidarisme in 1932 'de camouflage van fascisme, nationaal-socialisme en Action Fran^aise'. Dit mag voor Dillen en zijn medestanders de pret evenwel niet drukken. In het Vlaams Blok-manifest 'Grondbeginselen' wordt de oude definitie van Van Severen afgestoft en in een eigentijds kleedje gestopt: 'Solidarisme is voor het Vlaams Blok de waarachtige beleving van de natuurlijke volksverbondenheid. Deze volksverbondenheid moet door de staat als samenlevingsbasis erkend worden (...) Als solidaristische partij Elst het Vlaams Blok het herstel van de rechtsstaat tegen de dictatuur van partijen, drukkingsgroepen, personen. Als solidaristische partij keert het Vlaams Blok zich tegen het liberalistische uitbuitingskapitalisme evengoed als tegen de marxistische en communistische dwangsystemen.' 'Tegen terneerdrukkend en verdrukkend marxisme en collectivisme in, tegen individualiserend en egoïstisch liberalisme in, verwerpt het Vlaams Blok alle klassenstrijd en alle uitbuiting. Gemeenschap en enkeling kunnen enkel baat hebben bij een dienende samenwerking van allen, jong en oud, van alle geledingen, beroepen, standen, welke in een volksgemeenschap leven en werken.' 'Als solidaristische partij wijst het Vlaams Blok de ongecontroleerde partij syndicaten af, evengoed als de ongecontroleerde uitwassen van het liberalistisch kapitalisme.' 'Als solidaristische partij komt het Vlaams Blok op voor een evenwichtige economie, waarin de rechten van zowel de enkeling als van de gemeenschap gewaarborgd blijven. De enkeling heeft niet alleen het recht, maar de plicht tot vrij initiatief. Daarom heeft hij ook het recht op de vruchten van zijn arbeid, recht op bezit en eigendom.' In de politieke praktijk zijn vooral de vakbonden de gedoodverfde vijanden van het Vlaams Blok. Of zoals Edwin Truyens het in 1980 schreef in zijn Vlaams Blok-brochure 'Vlaams-nationale Economie': 'Met het veroordelen van de klassenstrijd als onwerkelijk, wordt meteen ook het syndicalisme, als bijzondere vorm van klassenstrijd veroordeeld.' Vertaald in concrete politieke eisen ziet het solidaristisch programma van het Vlaams Blok er als volgt uit:
Het afwijzen van de 'uitwassen van het kapitalisme' blijkt in werkelijkheid alleen maar een dekmantel te zijn om des te flagranter de belangen van de werkgevers te kunnen verdedigen tegen de werknemers, de sociaal verzekerden en de vakbonden. 'De stijging van de loonkost is één van de hoofdredenen van de economische crisis', schrijft Edwin Truyens in de Vlaams Nationalist (22/2/1981). In de beginjaren van het Vlaams Blok ontpopte Truyens zich als de partij-specialist inzake sociale en economische politiek. Hij stond enkele jaren aan het hoofd van de studiedienst van de partij en hij is bovendien werkzaam op een sociaal secretariaat voor werkgevers (als theoretische pleitbezorger van het Vlaams Blok-solidarisme werd hij enkele jaren geleden opgevolgd door ingenieur Willy Smout, die de door Truyens ontworpen ideologie maandelijks in het partijblad van kanttekeningen voorziet). Volgens Edwin Truyens is de enige remedie om de kwakkelende economie opnieuw leven in te blazen, het aanmoedigen van een 'positieve arbeidsgeest' zoals onbezoldigd werken en een verlenging van de arbeidsduur: Truyens: 'De Japanse werknemer toont een grote inzet voor zijn bedrijf, presteert 40 uren per week, vindt handwerk niet geestdodend, is bereid onbezoldigde meerprestaties te leveren en moet bijna gedwongen worden om zijn wettelijke vakantie te nemen.' (de Vlaams Nationalist 2/2/1981). Truyens hekelt daarom de 'negatieve mentaliteit' van de werknemers: 'De Belgische werknemer (alsmede zijn Europese collega's) houdt zich strikt aan het arbeidsrooster en is bijna nooit bereid tot meerprestaties. Zelfs tijdens de prestatie-uren stelt men vaak een gebrek aan inzet vast. Een groot aantal werknemers bezondigt zich vaak aan werkverlet, bijvoorbeeld onder het mom van arbeidsongeschiktheid die er in feite geen is. De 40-urenweek wordt systematisch teruggebracht, onder syndicale druk, naar 39 en 38 uren'. Die 'negatieve ingesteldheid' kenmerkt volgens het Vlaams Blok ook de zieken, werklozen en trekkers van kindervergoedingen. Zij 'parasiteren en profiteren' graag. Daarom moeten volgens het Vlaams Blok de sociale rechten drastisch teruggeschroefd worden. 'Werkloosheidsuitkeringen - dat zegt toch het gezond verstand - zijn er om door het lot zwaar getroffenen te helpen, niet om een ongezond profiteren ten koste van de gemeenschap mogelijk te maken', aldus Karel Dillen in De Vlaams Nationalist van 25 december 1980. Concreet bepleit het Vlaams Blok de beperking van het recht op werklozensteun tot één rechthebbende per gezin. 'Of vindt u het logisch dat mevrouw net lang genoeg werkt om recht te hebben op werkloosheidsuitkering en zich dan laat ontslaan om gedurende jaren te kunnen profiteren ten koste van de gemeenschap?', argumenteert Truyens (De Vlaams Nationalist 6/6/80). De vrouw als profiteur is overigens een van de stokpaardjes van de Vlaams Blok-ideoloog: 'De werkweigering neemt een steeds groter aandeel in van de werkloosheidscijfers. Het is toch echt niet zo verwonderlijk dat precies vrouwen verhoudingsgewijs het grootst aantal werklozen tellen. Omdat ze gemakkelijker ontslagen worden? Neen, vooral omdat ze gemakkelijker tot het profitariaat willen behoren', aldus Truyens (De Vlaams Nationalist 7/7/1980). Ook de andere sociaal-verzekerden moeten volgens het Vlaams Blok inleveren. Karel Dillen: 'Iedereen weet dat de rampzalige toestand van de RSZ het rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg is van jaren verspilling zonder einde en zonder weerga. Kindervergoeding bijvoorbeeld hoeft niet aan iedereen die er wettelijk recht op heeft uitbetaald te worden'. (De Vlaams Nationalist (25/10/1980). Een en ander is volgens het Vlaams Blok het gevolg van de almacht van de vakbonden, die het hele land naar hun hand hebben gezet. Zo verklaarde Dillen op 8 april 1981 in het parlement: 'Wie ogen heeft om te zien, weet dat vandaag, en dat sinds jaren, de vakbondsdemagogie, de vakbondstirannie de spuigaten uitloopt en voor een groot deel verantwoordelijk is voor de rampzalige toestand.' In oktober 1983 haalde Dillen opnieuw zwaar uit naar de vakbonden. Aanleiding was de staking van het overheidspersoneel tegen de besparingsplannen van de rooms-blauwe regering. In het partijblad kreeg die regering een fikse veeg uit de pan omdat ze niet doortastend genoeg optrad. Die houding werd als dwaas en misdadig gebrandmerkt. En Dillen vervolgt: 'Al even dwaas en misdadig is het de schamele herstelpogingen op de helling te plaatsen en in het gedrang te brengen door te staken en op te hitsen tot stakingen. Er zal wel niemand aan denken de verdiensten welke de vakbonden in het verleden hebben gehad, te loochenen of te kleineren. Hun jarenlange strijd heeft er wezenlijk toe bijgedragen de arbeider een menswaardiger bestaan te bezorgen. Dat is het verleden. Vandaag zijn de vakbonden drukkingsgroepen welke vaak in de plaats van het politiek gezag, in de plaats van de staat een beslissende stem willen hebben. Ze dragen geen enkele wettelijke verantwoordelijkheid. Zij moeten tegenover niemand enige verantwoordelijkheid afleggen'. Dillen wil hieraan paal en perk stellen en diende op 25 oktober 1983 een wetsvoorstel in met het oog op de toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de vakorganisaties. In zijn toelichting schrijft Dillen 'dat precies het ontbreken van enige juridische rechtspersoonlijkheid voor de bedoelde vakorganisaties, de leiders de gelegenheid kan bieden elke morele verantwoordelijkheid te ontlopen, bijvoorbeeld door te verwijzen naar het collectief nemen van beslissingen, zodat in de huidige vorm, het optreden van de vakorganisaties moeilijk grijpbaar is'. Het opdringen van rechtspersoonlijkheid zou de vakbonden verplichten hun boekhouding en stakingskassen openbaar te maken. Bovendien houdt rechtspersoonlijkheid in dat de vakbonden in geval van actie of staking voor het gerecht kunnen worden gedaagd en veroordeeld kunnen worden tot zware schadevergoedingen. Kortom, rechtspersoonlijkheid betekent een aanslag op de vakbonds- en stakingsvrijheid, hoekstenen van een democratische samenleving. Behalve het opdringen van rechtspersoonlijkheid formuleert het Vlaams Blok nog andere antivakbondseisen: geen 'vakbondsmonopolie' bij sociale verkiezingen, afschaffing van de vakbondspremies, stakingsverbod in economische sleutelsectoren en het openbaar vervoer en het buiten de wet stellen van stakingsposten als 'private milities'.(45) Wie gedacht had dat met de komst van Vlaams Blok-jongere Willy Smout (ex-NSV-Leuven) als nieuwe economie-specialist van de partij iets aan inhoud of toon van het Blok-solidarisme zou veranderen komt bedrogen uit. Enkele citaten. Over het arbeidsdivident als een stap naar het solidarisme: '...De werknemer zal dan ook meer aan lange termijnplanning gaan doen en het zal dan ook doen inzien dat deze echte solidariteit tussen kapitaal en arbeid hem veel meer zal opbrengen dan de verkrampte verworven-rechten-politiek van de vakbonden'. (Smout in het partijblad, mei 1987) Over de perestroika in de Sovjetunie: 'We mogen dus rustig besluiten dat het zo verderfelijke kapitalisme achter het Ijzeren Gordijn wel goed bevonden is om het zo perfecte marxistische model nog een laatste maal het hoofd boven water te halen. Voor het Westen dient het nogmaals een les te zijn dat wij niets te leren hebben van dit socialistisch model. De media-uitspraak alsof beide systemen, kapitalisme en communisme, naar mekaar toe dienen te groeien, kan dan ook worden bestempeld als een uitnodiging om samen hun rode vrienden te verzuipen in het proletarisch moeras.' (Smout in het partijblad, juli 1988) Over het sociaal klimaat rond de jaarwisseling 1988-89: 'Stakingen en betogingen om loonsverhoging zijn weer dagelijkse kost in de laatste maanden van 1988. Wie zou er niet ongeduldig worden met een Sinterklaas die na 6 maanden regeringsdeelname wel geschenken aan Mobutu, Luik, de BRT en aan jonge werkloze Marokkanen met gulle hand uitdeelt, maar voor het EIGEN VOLK enkel het vullen van de bodemloze Belgische put aanprijst?' (Smout in het partijblad, januari 1989) Het Vlaams Blok-manifest 'Grondbeginselen' bevat ook een lezenswaardig stukje over het gezin: '...gelijkwaardig naast de mens, naast de traditie, naast het gezag is de familie; het gezin is onmisbaar en onvervangbaar voor elk volk en voor de mensheid als geheel. Daarom verzetten wij ons tegen de huidige losbandigheid en ontaarding en tegen alle verschijnselen van menselijk en maatschappelijk verval en misbruik van communicatiemiddelen, waardoor dit verval gepropageerd wordt... Het gezin staat niet in dienst van het wisselend geluksgevoel van mensen die alleen maar aan zichzelf denken, maar is: leven voor de toekomst, ook - en zelfs vooral - door de zorg voor een kinderrijk gezin. Dit is immers echt geloof in de toekomst: het de moeite waard achten dat het eigen geslacht, de eigen familie zich zodanig handhaaft dat ook het zelfstandig voortbestaan van de eigen volksgemeenschap gewaarborgd wordt.' Deze hersenspinsels liggen uiteraard ook aan de basis van enkele onvermijdelijke Vlaams Blok-eisen. Zo Elst het Vlaams Blok 'een durvende en beschermende politiek van en voor het gezin, een actieve strijd tegen de denataliteit, bescherming van de jeugd tegen alle vormen van misdadigheid, verscherping van de strijd tegen de drughandel, en tegen het aanprijzen van allerlei perversies'. Verder wijzen de Dillenadepten 'elke liberalisering van de wetgeving op de abortus af' en eisen ze 'de oprichting van sociale organisaties die de bescherming van het ongeboren kind bevorderen, evenals de afschaffing van subsidies aan organisaties die abortus propageren of bevorderen.' Op wetgevend vlak baarde het Vlaams Blok terzake de voorbije jaren een aantal wetsvoorstellen die seksualiteit onder minderjarigen strafbaar wil stellen, en die voorzien in een volstrekt verbod op de activiteiten van groepen die 'elke moraal bewust ondermijnen'. Voor het Vlaams Blok is een ethische stellingname altijd een simpele kwestie. Voor de partij is abortus kort en goed moord. Zo worden in het februari-nummer (1989) van het Vlaams Blok-maandblad enkele personen uit de legaliseringsbeweging door Jan Stalmans ten tonele gevoerd onder de subtiele titel 'Abortus: Moorden voor de revolutie'. Op dezelfde bladzijde verheft Gerolf Annemans het Vlaams Blok tot de 'enige duidelijke anti-abortuspartij' en kondigt hij een 'keiharde oppositie aan tegen elk voorstel dat abortus uit het strafrecht wil halen'. Eveneens in hetzelfde nummer van het partijblad zorgt Philippe van der Sande voor een open doekje voor dokter Sprengers van Pro Vita.(46) Het Vlaams Blok associeert zich op dit terrein ook met het VMO-bijhuis Vlaamse Werkgroep Anti Legalisatie Abortus, een v.z.w. die begin 1987 werd opgericht door Fran^ois Pauwels, Hilde Wagemans en Guido en Jef Eggermont. Eind 1988 werd deze v.z.w. omgedoopt tot Vlaamse Vereniging Leven.(47) Meester, hij begint weer... - Inhoud Hoewel de onderwijsproblematiek in het basismanifest van het Vlaams Blok vrij beknopt aan bod komt, wordt door de partijleiding veel belang gehecht aan de strijd tegen de democratisering van het onderwijs zoals dat o.a. belichaamd wordt in het vernieuwd secundair onderwijs (VSO) en de invoering van het 'eenheidstype' in het middelbaar onderwijs. 'Wij eisen een grondige herwaardering, ook en zeker inhoudelijk, van het onderwijs. Schoolvrede moet gewaarborgd worden door evenwaardigheid van de onderwijsnetten. Strenge kwaliteitsnormen dienen de persoonlijkheidsvorming opnieuw te bevorderen', zo heet het in de Grondbeginselen. In 1985 werkte Eric de Lobel de onderwijsvisie van het Vlaams Blok verder uit in de brochure 'Nationalistische Bedenkingen bij het VSO'. Zoals te voorzien en te verwachten veegt De Lobel - zelf een leraar - de vloer aan met het VSO dat hij achtereenvolgens bestempelt als ondemocratisch, negatief, het werk van links, een neerwaartse nivellering, bedrog dat gepleegd wordt door ontwrichtende links-revolutionaire gelijkheidspedagogen... Dit gaat zo dertig bladzijden door, waarna De Lobel op krap drie bladzijden een warrig Vlaams Blok-alternatief borstelt, een alternatief dat neerkomt op een pleidooi voor het traditioneel onderwijs (type II) waaraan slechts enkele schoonheidsfoutjes moeten verbeterd worden.(48) De brochure van De Lobel zou al lang aan de vergetelheid prijsgegeven zijn, ware het niet dat in 1987 grote beroering ontstond in het katholiek onderwijs naar aanleiding van de door de Guimardstraat geplande invoering van een eenheidsstructuur voor alle scholen van het middelbaar onderwijs. Een aantal conservatieve schooldirecties en dito ouderverenigingen zagen in deze hervorming een VSO-aanslag op hun 'Westerse Evangelische Traditie', ging in het tegenoffensief en verenigde zich in het Interprovinciaal Oudercomité (IPOC). Voor het Vlaams Blok -zoals bekend een organisatie met uitmuntende pedagogische kwaliteiten - een unieke gelegenheid om zich als ultieme en enige verdediger op te werpen van het traditioneel onderwijs. In een vrije tribune in de Gazet van Antwerpen (23/2/1988) liet Gerolf Annemans er geen twijfel over bestaan: de hele hervorming was opgezet door de structurele VSO-lobby, de bureaucratisch denkende en handelende Guimardstraat, Karel van Miert en de christelijke syndicratie die zich genesteld heeft in die regionen, waar mensen gevormd moeten worden en bovendien nog miljarden worden beheerd. Toen het IPOC op 10 oktober 1987 in Antwerpen een culturele protestmanifestatie organiseerde, zaten Karel Dillen, Wim Verreycken en Gerolf Annemans dan ook op de eerste rij. Dit Vlaams Blok-trio bevond er zich in het goede gezelschap van Anton van Wilderode, Alois Gerlo en René de Feyter. De buitenlandse politiek en de bewapeningsproblematiek zijn voor het Vlaams Blok een zandbak waarin het zijn fantasie volop kan botvieren. In de Grondbeginselen wordt uitgelegd dat het Vlaams Blok streeft naar een volledige zelfstandigheid van Vlaanderen, waarbij 'de Vlaamse gemeenschap beschikt over de volheid van het staatsgezag'. Tn een éénwordend Europa der volkeren is de enige mogelijke aanvaardbare federalistische vorm een federalisme binnen het kader van de Lage Landen bij de zee. Twintig miljoen Noordnederlanders en Vlamingen moeten in het komende Europa hun eenheid als taal, cultuur, volk opnieuw beleven om hun eigen zelfstandige plaats in Europa in te nemen en zo hun eigenheid te handhaven', aldus het manifest. Dit gezegd zijnde, proclameert de partij dat de huidige staten niet kunnen dienen als bouwstenen voor Europa, maar dat de eenmaking van Europa moet geschieden op basis van een samenwerking der volksgemeenschappen. Europa moet uiteraard een sterk Europa zijn dat zowel 'het Sovjet-imperialisme als de Amerikaanse machtspolitiek afwijst'. Perestroika en ontwapening zijn aan deze haviken niet besteed. De Vredesbeweging wordt steevast omschreven als een bende nuttige idioten die haar instructies in Moskou haalt en de ontmanteling van de Amerikaanse Pershing-raketten in Florennes is hen een gruwel. Dergelijke zienswijze sluit mooi aan bij de Vlaams Blok-denkbeelden over defensie zoals die in de Grondbeginselen worden omschreven: 'Het Vlaams Blok staat op het standpunt dat een toekomstige Europese politiek erop gericht dient te zijn de zelfstandigheid en de onafhankelijkheid van Europa te bekomen en te handhaven... Als overgang hiertoe en zolang Europa niet één is en zelf niet beschikt over de nodige macht om die eigen politiek door te voeren, is het zonder meer duidelijk dat van verschillende kwalen de handhaving van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie het kleinste euvel is. Voor het Vlaams Blok moet een één geworden Europa tevens een sterk, weerbaar en gewapend Europa zijn, in staat zijn vrijheid te beschermen en zichzelf te verdedigen. Het Vlaams Blok wijst een weerbaarheidsleegte tussen tot de tanden gewapende blokken als waanzinnig en levensgevaarlijk af'. In de politieke praktijk van alle dag vertaalt het Vlaams Blok deze visie in de slogan 'liever een raket in m'n tuin, dan een rus in m'n keuken'. Het moge duidelijk zijn, het Vlaams Blok ervaart deze planeet als vijandig gebied. Hoe kan men anders de tussenkomst naar aanleiding van het debat over het verbod chemische wapens om op Vlaams grondgebied op te slaan van Filip Dewinter op 26 mei 1988 in de Vlaamse Raad verklaren? Uitgerekend deze vertegenwoordiger van de partij, die geen gelegenheid onbenut laat zich op te werpen als politieke en morele erfgenaam van de Vlaamse oudstrijders van de Eerste Wereldoorlog, kreeg het voor mekaar een fel pleidooi te houden om toch chemische wapens in België op te slaan: '...Dat de 'flexible respons'-theorie, die door de NAVO al meer dan veertig jaar gehuldigd wordt, werkt, bewijst het feit dat er gedurende Wereldoorlog II nooit gebruik is gemaakt van om het even welk strijdgas. Hitler wist immers dat een aanval met een dergelijk wapen zou beantwoord worden met een 'second strike' waarbij hetzelfde gruwelijke wapen zou gebruikt worden. Het feit dat Hitler wist dat de geallieerden over aanzienlijke voorraden chemische munitie beschikten, was blijkbaar voldoende om hem af te schrikken. Zowel de Duitsers als de geallieerden waren immers terecht bang dat de inzet van chemische wapens op zichzelf zou terugslaan. Het is deze 'flexible respons'-theorie die er voor zorgt dat Europa al meer dan 40 jaar in vrede aan zijn toekomst bouwt'. 'Vanuit de verdedigingsstrategie van de NAVO is het noodzakelijk te beschikken over chemische wapens. Algemeen wordt aangenomen dat de Sovjetunie beschikt over 100 a 300.000 ton zenuwgas en mosterdgas. Zij beschikken over de militaire installaties om deze munitie aan te wenden. Hun troepen zijn op een dergelijke manier uitgerust dat zij zonder ernstige problemen de chemische en biologische oorlogsvoering kunnen aangaan. In het afschrikkingsdenken is het noodzakelijk dat de NAVO-landen, dus ook België (en voor zolang het nog duurt, Vlaanderen incluis) laten zien dat ze in staat zijn een chemische of biologische aanval met gelijke middelen te beantwoorden, met andere woorden, een flexible respons niet alleen met nucleaire, maar tevens met chemische wapens. Daarenboven leidt alleen al de dreiging met chemische wapens ertoe dat de effectiviteit van opereren van de tegenstander vermindert vanwege alle beschermende maatregelen die hij moet nemen. Als afschrikkingswapens maken chemische wapens eveneens deel uit van de nieuwe NAVO-doctrine 'Air land Battle 2000', ook Deep Strike genoemd. Deze doctrine bestaat erin dat men via massale offensieve acties de tweede, derde en volgende aanvalsgolven vanuit de Sovjetunie uitschakelt door deze al op het grondgebied van de landen van het Warschaupact te bestoken. Chemische strijdmiddelen maken dus nog steeds deel uit van het tactische militaire denken'.(49) Na al het voorgaande zal het niemand verbazen dat het Vlaams Blok het blank minderheidsregime in Zuid-Afrika een warm hart toedraagt. In de Grondbeginselen wordt die sympathie als volgt verwoord: 'Zuid-Afrika neemt voor het Vlaams Blok een bijzondere plaats in. Het Vlaams Blok beklemtoont uitdrukkelijk de solidariteit met blank Zuid-Afrika, in de eerste plaats omdat het Afrikanervolk in zo sterke mate stamverwant is met ons Nederlandse volk, in de tweede plaats omdat de blanken in Zuid-Afrika ook levensrecht en dus zelfbeschikkingsrecht hebben, verder omdat Zuid-Afrika van levensbelang is voor de vrijheid en de verdediging van Europa'. Over het zelfbeschikkingsrecht en de vrijheid van de autochtone Zuidafrikaanse zwarten vindt men in dit manifest geen woord. Wel wordt in het eisenpakket van de partij de eis geformuleerd tot stopzetting van de 'hetze tegen de blanken in Zuid-Afrika' en de hervatting van de culturele betrekkingen met het apartheidsregime. Voor het Vlaams Blok blijft deze stellingname geen dode letter. Naast de onvermijdelijke racistische pro-apartheidsbetogingen en dito propaganda, was en is de stamverwantschap met de blanke Zuidafrikanen ook aanleiding tot het voeren van een mercantiele propaganda voor Zuidafrikaanse wijnen en fruit, reizen naar de Kaap en het werven van werknemers ten behoeve van het Zuidafrikaanse bedrijfsleven.(50) Het Vlaams Blok heeft altijd een wat merkwaardige verhouding gehad met de pers in het algemeen en met de BRT in het bijzonder. Vooral de BRT moet het daarbij ontgelden. Nochtans wordt er in de Grondbeginselen slechts één zin aan de openbare omroep besteed: 'Wij veroordelen de linkse ondermijning van het openbare leven; vooreerst eisen wij objectieve voorlichting op radio en televisie, wat het breken van het BRT-monopolie noodzakelijk maakt'. De voorbeelden van het scheldproza van het Vlaams Blok tegen de openbare omroep zijn nochtans legio. We beperken ons hier tot enkele citaten uit de tussenkomst van Gerolf Annemans in de Vlaamse Raad (20 april 1988) naar aanleiding van het debat over de oprichting van de commerciële televisie: '...de BRT is als geheel, als imago, als beeld, de laatste decennia verworden tot een zieltogend wrak. De BRT is het bewegingloze slachtoffer geworden van de verstikkende tentakels die de politiek en de bureaucratie ernaar hebben uitgestoken. En buiten alles is de BRT steeds promotor geweest en gebleven van een linkse tijdsgeest, die Vlaanderen kon missen als de pest... De vermolming, de verrotting is wel heel duidelijk bij de politieke en bureaucratische greep waarin de BRT is terecht gekomen. Familierelaties, politieke benoemingen, buitenechtelijke relaties en partijpolitiek slavendom hebben van de BRT een nest gemaakt dat een steeds kwalijker geur ging verspreiden. Dat kluwen, dit nest verhinderde dat bekwaamheid, originaliteit, vindingrijkheid, kwaliteit, vernieuwingsdrang en competentie er hun rol vrij en eerlijk konden spelen. Dat deed bekwame mensen hun biezen pakken en eerlijke mensen kregen afschuw voor het instituut van zodra zij er enigszins van nabij kennis mee maakten'.(51) 4. De Europese rechtse fractie: bij Le Pen op schoot - Inhoud Voor de traditionalisten, gegroepeerd rond Karel Dillen, valt het aloude volksnationalisme van het Vlaams Blok moeilijk te rijmen met het staatsnationalisme van Le Pen. Dillen bleef zich bijgevolg jarenlang verzetten tegen een toenadering tussen het Vlaams Blok en het Front National. Toen Jean-Marie Le Pen in september 1984 met zijn komst naar Schaarbeek voor een bijzonder woelige conferentie zorgde, was dat voor Karel Dillen aanleiding tot de publikatie van een bijzonder scherp schotschrift tegen Le Pen in het maandblad van zijn partij. Dillen verweet Le Pen dat hij hier de Vlamingen de les was komen spellen en naar Schaarbeek was gekomen om het 'franskiljonisme een steuntje in de rug te geven'. Vooral de aanbeveling van Le Pen dat er in België een zusterpartij van het Front National zou moeten worden opgericht, lag Dillen zwaar op de maag. 'Wel moet hij weten dat hij er zijn zaak, onze zaak, de zaak van rechts Europa de grootst mogelijke ondienst mee bewijst', aldus Dillen. 'Er is in Vlaanderen geen Front National Belge-Belgisch Nationaal Front nodig. Dat kunnen we zelfs missen als de pest...'(92) Zoals zou blijken, moest Dillen onder druk van de jonge leeuwen echter bijdraaien. De toenadering tussen het Vlaams Blok en het Franse Front National stoelt op het groot aantal programmapunten dat beide gemeen hebben, én op het wederzijds besef dat in een eengemaakt Europa samenwerking tussen extreem-rechts zich als vanzelfsprekend opdringt. Het gemeenschappelijk discours slaat uiteraard op de hetze tegen niet-Europese migranten, de criminaliteit, de bestrijding van de vakbonden, de herinvoering van de doodstraf, de strijd tegen abortus en zedenverwildering, het behoud van het traditioneel onderwijs en de integristische godsdienstbeleving, dicriminatie van seksuele minderheden, de verdediging van de aloude Europese cultuur. Werden de contacten en afspraken met het Front National, gelet op de geciteerde tegenstellingen aanvankelijk behoedzaam en discreet aangepakt, dan kwam daar na de electorale winst van 9 oktober 1988 verandering in. Deze uitslag bood voor het Vlaams Blok immers uitzicht op de verovering van een zetel bij de Europese verkiezingen van juni 1989. Om min of meer in het Europees circuit te kunnen meedraaien, is het wenselijk dat een eventuele Vlaams Blok-verkozene onderdak vindt in een erkende fractie. Voor het Vlaams Blok komt enkel de Europese Rechtse Fractie (ERF) van Jean-Marie Le Pen in aanmerking. In deze groep zetelen vertegenwoordigers van het Front National, de Italiaanse neofascistische partij MSI, één Ier en één Griek. Voldoende reden dus om de oude banden met de Europese geestesverwanten wat nauwer aan te halen. De nodige contacten met Le Pen en zijn entourage waren lang voordien al gelegd. Sinds 1963 bezit Le Pen een in Parijs gevestigde politieke platenmaatschappij, de Société d'Etudes et de Relations Publiques (SERP). De SERP is gespecialiseerd in de produktie en distributie van langspelers met toespraken van o.a. monseigneur Lefèbvre, maarschalk Pétain, Leon Degrelle, Mussolini , Adolf Hitler en uiteraard van Le Pen. Voor het overige staan er ook nazi-marsen en traditionalistische . kerstliederen op het SERP-repertoire. De SERP geraakte vrij snel nauw gelieerd met het Belgisch neonazistische verdeelhuis van films, platen en boeken '3 A-Diffusion', tot voor kort gevestigd in de omgeving van Huy. In de verkoopscatalogus van '3 A' wordt volop het SERP-materiaal aangeboden. Via '3 A-Diffusion' lopen de financiële en politieke contacten verder naar extreem-rechtse, nauw bij het Vlaams Blok aanleunende organisaties in Vlaanderen. In het tijdschrift Berkenkruis, het maandblad van het Sint-Maartensfonds, de vereniging van ex-oostfronters, treft men geregeld advertenties aan waarin de koopwaar van '3-A' en van de SERP wordt aangeprezen. Hetzelfde gold voor het VMO-tijdschrift Alarm. In het boekenfonds van de SERP treft men extreem-rechtse bestsellers aan als 'Le Mensonge d'Auschwitz' en 'Six Millions de Juifs mort... le sont-ils réellement?' Deze revisionistische 'standaardwerken' worden in België door '3 A' in het Frans en door Voorpost in het Nederlands verspreid. Jarenlang werd dezelfde koopwaar ook aangeboden in de boekhandel van Were Di-voorzitter Bert van Boghout aan de Jordaenskaai in Antwerpen. Van Boghout probeerde ook, in navolging van Roger Nols, Le Pen in maart 1985 naar Antwerpen te halen om de viering van het dertigjarig bestaan van het Were Di-tijdschrift Dietsland-Europa enige luister bij te zetten. Ondanks een toezegging van Le Pen, sprong de afspraak af omwille van het door Karel Dillen fel aangewakkerde politiek meningsverschil tussen Were Di en Le Pen rond diens oproep ook in België een Front National op te richten. De honneurs werden op de viering dan maar waargenomen door Gui van Gorp, Gerolf Annemans, Karel Dillen, Bert van Boghout, Arthur de Bruyne, Broer Wiersma (Fries en vertegenwoordiger van de Heelnederlandse Beweging) en Peter Dehoust (hoofdredacteur van het Duitse maandblad Nation Europa). De contacten met Le Pen werden echter warm gehouden met het oog op een eventuele toekomstige samenwerking.(53) Die samenwerking kreeg o.a. gestalte tijdens verschillende congressen. Toen de Vlaams Blok-Jongeren zes maanden na hun oprichting op 4 oktober 1987 onder leiding van Filip Dewinter in Deurne hun eerste congres organiseerden onder het thema 'Rechts zonder complexen', werd daar door twee buitenlandse gastsprekers het woord gevoerd : Martial Bild, voorzitter van het Front National de la Jeunesse (de jongerenorganisatie van het Franse Front National) en Hermann Lehman, voorzitter van de Junge Nationaldemokraten (de jongerenorganisatie van de Nationaldemokratische Partei Deutschland -NPD). Karel Dillen verwelkomde er de congresgangers met de in die kringen inmiddels bijzonder populaire boutade dat 'als hij moet kiezen tussen Botha en Tutu, hij Botha kiest en dat als hij moet kiezen tussen Jean-Marie Le Pen en Harlem Désir, hij Le Pen kiest'.(54) Tijdens dit congres werd door Martial Bild o.a. gepleit voor meer samenwerking tussen de rechtse jeugd in Europa. Zijn voorstellen vielen bij congres-voorzitter Filip Dewinter in bijzonder goede aarde. Nog voor Bild weer naar Frankrijk vertrokken was, werd afgesproken dat de Vlaams Blok-jongeren zouden gaan meewerken aan de rechtse Internationale Confederatie van de Jeugd, een mantelorganisatie van het Front National. De betrokkenen lieten er geen gras over groeien. Op 5 en 6 april 1988 troffen ze elkaar opnieuw in het congrescentrum in Straatsburg, deze keer op uitnodiging van de Europese Rechtse Fractie en le Mouvement de la Jeunesse d'Europe (de kersvers opgerichte Internationale Konfederatie). Aan dit congres namen ongeveer 500 jongeren deel van 25 verschillende nationaliteiten, waaronder een zeskoppige delegatie van de Vlaams Blok-jongeren die voor de gelegenheid werd geleid door Frank Vanhecke, secretaris van Filip Dewinter, en Werner Marginet, algemeen secretaris van de jongeren-afdeling. Filip Dewinter die als jongeren-voorzitter de groep had moeten leiden, was niet van de partij omdat hij op de valreep z'n vliegtuig naar Straatsburg gemist had. Dat er tussen Het Front National en het Vlaams Blok nauwelijks meningsverschillen zijn, bleek ook toen VMO-dissident Werner van Steen via Gendron en Ceyrac (respectievelijk de schoonzoon van Le Pen en FN-kopstuk in Rijsel) naar steun en erkenning van Le Pen begon te hengelen voor de organisatie van zijn Ring-congres in Kortrijk en de oprichting van een Vlaams Nationaal Front. Toen de pers hieraan tijdens de zomer van 1988 uitvoerig aandacht besteedde, contacteerde Filip Dewinter hals over kop het Parijse hoofdkwartier van Le Pen om het Vlaams Blok als enige geldige Vlaamse gesprekspartner door het Front National te doen erkennen, wat hem zonder al te veel moeite lukte. De 'verzoening' met Le Pen werd uiteindelijk officieus bezegeld toen Frank Vanhecke in juni 1988 de verdiensten en de electorale successen van 'Menhir Le Pen' uitermate lyrisch mocht bejubelen in het maandblad van z'n partij.(55) Dit hele scenario effende voor het Vlaams Blok meteen ook de weg voor meer concrete onderhandelingen na de forse stemmenwinst bij de gemeenteraadsverkiezingen. De toenadering bleek al zover gevorderd dat Jean-Marie Le Pen de partijtop van het Vlaams Blok in Brussel inviteerde voor een etentje. Op 8 november 1988 was het zover. Le Pen, vergezeld van FN-Europarlementslid Jean-Marie Chevalier en diens Griekse EPEN-collega, ontving Karel Dillen, Filip Dewinter en Frank Vanhecke in het exclusieve Brusselse restaurant 'L'Ecailler du Palais Royal'. Naast champagne, oesters en tarbot stonden ook de Europese verkiezingen op het menu. De ouverture was vooral voor Le Pen van belang. Op enkele maanden voor de Europese verkiezingen werd zijn Europese Rechtse Fractie getElsterd door allerlei rampspoed. Le Pens eigen electorale aanhang was in Frankrijk behoorlijk beginnen afbrokkelen. Bovendien waren twee van zijn ERF-leden, de Italiaanse MSI-kopstukken Almirante en Romualdi kort na elkaar overleden en heerste er bij de Italiaanse fascisten een felle machtsstrijd over de opvolging van Almirante. Tenslotte was onlangs ook Chrysanthos Dimitriadis, vertegenwoordiger van de Griekse fascistische partij EPEN van ex-juntaleider George Papadopoulos, overleden. Het voortbestaan van de ERF als een erkende fractie kwam hierdoor in gevaar en voor Le Pen kwam het erop aan steun te zoeken waar hij die kon vinden. Zo'n erkenning als fractie heeft naast tal van materiële en politieke voordelen ook tot gevolg dat de Europese Gemeenschap Le Pen twintig voltijdse personeelsleden ter beschikking stelt plus jaarlijks een bedrag van 20 miljoen frank aan werkingskosten. Zowel het Front National als het Vlaams Blok hebben er dus alle belang bij samen een (al was het slechts een technische) fractie te vormen. De Vooruitgangspartij, DVU, NPD - Inhoud Het Vlaams Blok en zijn mandatarissen onderhouden ook een aantal internationale contacten die wijzen op een bepaalde voorkeur voor de politieke nazaten van het nazisme. Naast de politieke hofmakerij ten aanzien van Le Pen, steekt Frank Vanhecke in het maandblad van z'n partij z'n bewondering voor de racistische Vooruitgangspartij in Denemarken en de gelijknamige Noorse formatie van Karl Hagen niet onder stoelen of banken. Ook de dictaturen en Zuid-Afrika en Chili vallen geregeld in de prijzen. Vanouds zijn er uiteraard contacten met de Nederlandse afdelingen van Voorpost en Were Di, met de restanten van de Centrumpartij van Janmaat en met de Nederlandse Vikingjeugd. Toen de Vikingjeugd een oproep lanceerde waarin alle 'rechtse en nationalistische krachten' werden opgeroepen op 13 december 1988 deel te nemen aan de dodenherdenking op de begraafplaats van het Nederlandse Ysselstein (waar een aantal Duitse soldaten begraven liggen), was daar namens het Vlaams Blok ondervoorzitter Roeiand Raes van de partij.(56) De innigste contacten worden echter onderhouden met de Deutsche Volksunion en de Nationaldemokratische Partei Deutschland (NPD). In het partijblad schwarmt Frank Vanhecke de voorbije jaren voortdurend met de Deutsche Volksunion en de NPD. Sinds beide partijen in september 1987 een verkiezingskartel vormden onder de naam Deutsche Volksunion-Liste D en bij de verkiezingen in de deelstaat Bremen 3,41 procent van de stemmen behaalden, kan het geluk van Vanhecke niet meer op. Het succes van de DVU-Liste D is beslist géén eendagsvlieg, voorspelde Vanhecke in november '84. De rechterhand van Filip Dewinter kon het weten, want een maand voordien had een delegatie van de Vlaams Blok-jongeren, geleid door voorzitter Filip Dewinter en ondervoorzitter Hans Carpels (overigens in het gezelschap van een Voorpost-delegatie) deelgenomen aan het zestiende congres van de Junge Nationaldemokraten, de jongerenafdeling van de NPD. Een maand later gebeurde het omgekeerde. Een delegatie van de jongerenafdeling sprak toen in Antwerpen het congres van de Vlaams Blok-jongeren toe. Als de DVU-Liste D bij de Landtag-verkiezingen van maart 1988 in Baden-Wurttemberg 2,1 procent scoort, is Vanhecke niet meer te houden. Over het waarom van z'n euforie laat hij in het partijblad geen enkele twijfel bestaan: het overschrijden van de één procentsgrens betekent dat de DVU-Liste D nu ook aanspraak kan maken op een serieuze staatstoelage. In dit geval heeft de partij recht op 16 miljoen. Vanhecke noemde het 'een aardig spaarpotje' en hij sprak de hoop uit dat de DVU-Liste D bij de Europese verkiezingen voor een 'aardige verrassing' zou zorgen. De wederzijdse vriendschap tussen het Vlaams Blok, de DVU en de NPD is die van de alte kameraden die nog steeds de leuze 'Meine Ehre heisst Treue!' (mijn eer is trouw) huldigen. De NPD werd in 1964 door Adolf von Thadden en een groep fanatieke aanhangers van Adolf Hitler gesticht. De belangrijkste programmapunten van de NPD waren en zijn de terugzending van de in Duitsland verblijvende migranten, de hereniging van de twee Duitslanden, een sterke anticommunistische politiek en het streven naar meer law-and-order. Tijdens de jaren zeventig werd de NPD geleid door advocaat Mussgung, de raadsman van Karl-Heinz Hoffmann, de beruchte führer van de WSG Hoffmann.Het was de periode dat de VMO deelnam aan paramilitaire trainingskampen van de Hoffmann-groep en dat in het VMO-blad Alarm ruime aandacht geschonken werd aan de NPD. Het leitmotiv van de partij luidt: 'Wij zijn de dragers van de wil tot verzet tegen uitbuiting, heropvoeding en volkerenmoord. De kracht voor deze gruwelijke strijd putten wij uit ons voorbeeld: Rudolf Hess.' Rudolf Hess was de plaatsvervanger van Adolf Hitler. Hij overleed in 1988 in de Berlijnse Spandau-gevangenis. Toen het Vlaams Blok in april 1987 een viering organiseerde om het tienjarig bestaan van de partij enige luister bij te zetten, kreeg Karel Dillen een Liber Amicorum overhandigd met handgeschreven teksten van vrienden en medestanders uit binnen- en buitenland, waaronder een bijdrage van de zoon van Rudolf Hess. De NPD beschikt over specifieke jeugdafdelingen die zich afzonderlijk organiseren in de scholen en aan de universiteiten. Blijkens een verslag van de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst zijn deze jeugdafdelingen, waar de Vlaams Blok-jongeren zo graag mee samenwerken, harder en actiever dan de eigenlijke NPD. Zij komen er o.a. openlijk voor uit dat ze streven naar een herstel van de nationaal-socialistische staat. De eerste jaren kende de partij een relatief electoraal succes. Bij de Bondsdag-verkiezingen van 1965 behaalde de NPD 2 procent van de stemmen, in 1969 zelfs 4,3 procent. Die aanhang brokkelde echter af zodat de NPD in 1983 nog slechts 0,2 procent van de kiezers achter zich kreeg. Op haar hoogtepunt werd het aantal betalende leden van de NPD op 15.000 geschat. De neergang was het gevolg van voortdurende interne ruzies, die eind 1981 uiteindelijk aanleiding waren tot het ontslag van Von Thadden. Bovendien gaven de bijeenkomsten van de NPD vdortdurend aanleiding tot gewelddadigheden waarbij in 1985 zelfs een antifascist werd gedood. De Deutsche Volksunion-Liste D (DVU-Liste D) werd in 1987 door de extreem-rechtse persmagnaat Gerhard Frey opgericht en beleidt openlijk een neofascistische en antisemitische politiek. De partij is in feite de voorzetting van de Deutsche Volksunion die in 1971 door Gerhard Frey en Erwin Arlt met een gelijkaardig programma was opgericht. De nieuwe DVU-Liste D fungeert vooral als een koepel voor extreemrechtse en neonazistische organisaties als Aktion Deutsche Einheit, de Volksbewegung für Generalamnistie en de NPD. Naar eigen zeggen telt de DVU-Liste D 6.000 leden. De Duitse binnenlandse veiligheidsdienst houdt het op 2.500.(57) Voorzitter Gerhard Frey geniet in Duitsland enige bekendheid sinds hij in 1976 het plan opvatte in Dachau een monument ter ere van SS-oorlogsmisdadiger Joachim Peiper op te richten. Dit werd hem echter verboden door de rechtbank van Karlsruhe, zodat Frey zich genoodzaakt zag z'n actie te beperken tot een herdenkingswake in Dachau. Daarbij kwam het tot zware rellen met antifascistische tegenbetogers. De partij heeft vrije toegang tot de kolommen van het grootste extreem-rechtse weekblad in de Bondsrepubliek, de Deutsche National Zeitung, waarvan Frey de eigenaar is. Dit geldt ook voof enkele kleinere Frey-publikaties zoals de Deutsche Soldaten Zeitung en de Deutscher Anzeiger. In de beste neonazistische traditie putten deze bladen zich uit in de verheerlijking van het nationaalsocialisme, het ontkennen van de holocaust, het beschimpen van de migranten en de joden en de verheerlijking van het 'superieure' arische ras. Verder gaat ook veel aandacht naar Oostenrijkse en Tiroolse zusterorganisaties en naar het Front National van Jean-Marie Le Pen die geregeld in interviews ten tonele wordt gevoerd. Ook het Vlaams Blok en met name Filip Dewinter mogen zich in de nodige aandacht vanwege de Deutsche National Zeitung verheugen. In de Deutsche National Zeitung worden ook geregeld oproepen geplaatst om geld te storten ter ondersteuning van de naar Latijns-Amerika gevluchte nazi's. De DVU-Liste D en het Vlaams Blok spiegelen zich aan elkaar. In het vooruitzicht van de Europese verkiezingen van juni 1989 werden de banden andermaal nauwer aangehaald. Zo woonde een Vlaamse delegatie van het Blok met Filip Dewinter, ondervoorzitter Roeland Raes en Hans Carpels, hoofdredacteur van het partijblad, begin november 1988 de stichtingsvergadering bij van een nieuwe afdeling van de DVU-Liste D in Nordrhein-Westfalen. Filip Dewinter en zijn delegatie werden er als eregasten ontvangen en deelden er samen met Wehrmacht tankcommandant Anton 'Toni' Muller en Gerhard Frey in het applaus. Een feit dat in de Deutsche National Zeitung op 18 november breed werd uitgesmeerd.(58) Of Filip Dewinter in staat zal zijn Gerhard Frey en Jean-Marie Le Pen al dan niet in of buiten de Europese context tot een samenwerkingsakkoord de bewegen, valt nog te bezien. De gesprekken tussen Le Pen en Frey zijn immers voorlopig op niets uitgedraaid, zoals Frank Vanhecke in het novembernummer '88 van het partijblad niet zonder spijt noteert. 1. Antoon Verhuist, Hugo Gijsels, Sociaal, jan . 1981 2. Eigen documentatie 3. Alarm, februari 1980 4. De Barbaren, Halt-Epo, 1988. 5. Jan Cappelle, Het Labyrint, 1982 6. Jan Cappelle, Het Labyrint, 1982 7. Alarm, jaargang 1980 8. Vonnis VMO-proces 9. Uitnodiging academische zitting, mei 1981 10. Uitnodiging academische zitting, mei 1981 11. Belgisch Staatsblad, 31 oktober 1985 12. Pamflet Uilenspiegelcomité, 20 oktober 1984 13. Toespraak Filip Dewinter, 20 oktober 1984 14. Dietsland-Europa, oktober 1977 15. Knack, 27 december 1978 16. Bert van Boghout e.a., Onze Grondslagen, 1985 17. Belgisch Staatsblad 1975 18. Uitnodigingen Vlaams Nationale Debatclub 19. Belgisch Staatsblad, 2 april 1979 20. Belgisch Staatsblad, 20 februari 1977 21. Kieslijsten 1978 22. Kieslijsten 1985 23. NJSV-Standpunten, 1984 24. NSV, Onze Levensbeschouwing, 1982 25. André van Nieuwkerke, Halt-dokumentatie 26. Karel Dillen, Wij Marginalen, 1987 27. De Schakel, december 1954 28. De Barbaren, 1988 29. Edwy Plenel, Alain Rollat, L'effet Le Pen, 1984 30. Serge Dumont e.a., Le Systeme Le Pen, 1985 31. Eigen bandopname, 25 maart 1984 32. Kongrestoespraken Vlaams Blok, 25 maart 1984 33. Kongrestoespraken Vlaams Blok, 25 maart 1984 34. Dietsland-Europa, jaargang 1977 35. G. Annemans en Filip Dewinter, Dossier Gastarbeid, 1988 36. Halt, december 1988 37. Eigen bandopname, 21 oktober 1988 38. Lucas van der Taelen, RTBF, Striptease 39. Elsevier, oktober 1988 40. Elsevier, oktober 1988 41. Tegenstroom, 4 maart 1988 42. Jong Dietsland, jaargang 1932 43. E. Truyens, Vlaams Nationale Economie, 1980 44. Verkiezingsprogramma's Vlaams Blok, 1985 en 1987 45. De Vlaams Nationalist, jaargangen 1979, 1980, 1981 46. Partijblad Vlaams Blok, februari 1989 47. Belgisch Staatsblad 48. E. de Lobel, Nationalistische Bedenkingen bij het VSO, 198 49. Verslag Vlaamse Raad, 26 mei 1988 50. Partijblad Vlaams Blok, jaargangen 1984, 1985, 1986, 1987, 1988, 1989 51. Verslag Vlaamse Raad, 20 april 1988 52. Partijblad Vlaams Blok, oktober 1984 53. Halt, september 1987 54. Kongresverslag Vlaams Blok, 4 oktober 1987 55. Partijblad Vlaams Blok juni 1988 56. Afdruk (Anne Frank Stichting), januari 1989 57. Jaarverslag Verfassungsschutz, 1987 58. Deutsche National Zeitung, 18 november 1988
Op de bijlagen klikken voor een vergroting, sluiten om terug te keren
Abwehr - 12 Aktion Deutsche Einheit - 142 AKZA - 91 Alarm - 58-70-73-82-84-96-113-119-138-141 Algemeen Christelijk Middenstandsverbond - 35 Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond (AKVS) -14 Algemeen Nederlands Suid-Afrikaans Vlaams Verbond (ANSAV) - 46 Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ) - 18-29-31-32-52-61-63-69 Algemeen Vlaams-Nationaal Jeugdverbond (AVNJ) - 14-17-22 Algemene SS - Vlaanderen - 15-27-58-83 Alternatief - 88 AMADA - 65 Annemans Gerolf - 90-91-92-93-94-111-112-113-115-117-118-123-124-125- 126-132-133-136-138 Anti-bolshevik Block of Nations - 231 Antwerpse Taxi Maatschappij Renault (ATM) AUGIASSTAL - 92 , / Babylon Mie - 100 Balthazar Herman - 110 Beeckmans Paul-Felix - 21 Belmans - 29 Bessem Piet - 16 Bild Martial - 139 Binet René - 38 Boel J. - 58 Boels Mare - 100 Boerenfront - 35 Boerhaeve - 67 Bogaerts Dries - 100 Bond Zonder Naam - 85 Borgignon Rik - 17-20-58-68-71-100 Bosmans Phil - 85 Botha - 139 Bouveroux Jos - 89 Braunsfonds - 61 Broeckaert Chris - 71 Broeckx Ledy - 61 Broederband - 100 Brussel-Lambert groep - 68 Buch Boudewijn - 44 Buisseret Xavier - 61-63-65-66-67-70- Calewaert Willy - 63 Cams Hugo - 123 Candries Herman - 89 Cappuyns - 47 Carpels Hans - 92-93-95-141-143 Carrel Alexis - 88 CAW - 89 Ceder Jurgen - 92 Centre Europeen de Documentations et dTnformation (CEDI) - 59 Centrum traditie - 88 Centrumpartij Janmaat Ceyrac - 139 Chevalier Jean-Marie - 140 Chiro - 18 Claes Lode - 55-68-69-71-72-73-89-93 Claessens Jet - 98 Cleyberg Jef - 46 Clinckemaillie Leo - 85 Colson Jeanine - 100 Cornelissen Michel - 86 Corten Willy - 123 Couvreur Walter - 35 Craeybeckx - 47 Creve Jan - 96 Cuypers Dolf - 42 CVP - 18-19-20-21-22-23-24-25-26- d'Oppuers - 59 Daels Paul - 42-58-62-63-68-69-91 De Backer Rika - 99 De Benoist Alain - 53-67-71-88-90 De Beul André - 54 De Beule Nadia - 116 De Bruyn Jeanne - 98 De Bruyne Arthur 22-26-37-38-44-50- De Bruyne Hector - 21-22-23-36-37- De Clercq Staf - 27-31-83-84-101-123 De Cloedt F. - 58 De Cremer Bert - 100 De Dag - 22 De Feyter René - 89 De Grauwe Anton - 95 De Gucht Karel - 99 De Guchtenare Rosa - 46 De Hoon Frans - 71 De Lie Staf - 88 De Lobel Eric - 104-106-132-133 De Meulemeester Karel - 89 De Meyer Willem - 18 De Pauw Lode - 98 De Pauw Piet - 61 De Pesseroey Luc - 71 De Ridder Clem - 58-68-69-85-90 De Roover Marcel - 59 De Roy Wim - 16 De Schans - 33 De Schrijver August - 33 De Schuyffeleer Jef - 19 De Standaard - 17-18-30-52-54-68- De Streel Edouard - 59 De Sulter Luc - 100 De Troyer Arthur - 100 De Villefagne de Vogelsanck - 59 De Vlaamse Nationalist - 70 De Vleeschauwer H. - 58 De Volksbeweging - 19 De Volksmacht - 110 De Vrijbuiter - 86 De Waele Robert - 96 De Winter Bruno - 22 De Witte Norbert - 21 Debusschere Herman - 99 Delahaye Karel - 46 Denhaerinck Albert - 81 Deutsche National Zeitung - 142-143 Deutsche Volksunion - 141-142-143 Dewinter Filip - 87-88-90-92-94-95-96-97-111-112-115- 116-118-123-124- 125-126-134-139-140-141-143 Diependaele - 43 Dietse Arbeiderspartij (DAP) - 46 Dietse Blauwvoetvendels (DBV) - 16-46 Dietsland Europe - 62-63-64-66-68 ? i\?^j Dietse Militie - 24-27-44-70-97-101 Dietse Opvoedkundige Beweging (DOB) - 37- 46 Dietse Solidaristische Beweging - 53 Dijlst Johan - 86 Dillen Karel - 8-9-11-13-14-16-17-19-22-24-25-26-27-28- 29-30-31-32-33-34- 35-36-37-38-39-40-42-43- 44-45-46-47-48-49-50-51-52-53-54-57-58- 59-60-61- 62-63-64-65-66-68-69-70-71-72-73- 81-84-85-88-89-90-91-92-93-94-97-99- 100-104-107-108-111-112-117-125-126-128-129- 130-133-137-138-139-140- 142 Dillen Koen - 95 Dimitriadis Chrysanthos - 140 Dinaso - militanten - 97 Dolfijn Martha - 58 Dosfel Angela - 38-57-70-85-86-101 Dosfel Lodewijk - 14-34-57-60-85 Dubois Hans - 92 Dumon Pater - 100 Duprat Fran^ois - 90 Désir Harlem - 139 Eggermont Vic - 89 Eggers Fons - 100 Eichmann Adolf - 95 Elsevier - 123 Engdahl Per - 38 Engelbeen Karel - 98 EPEN - 140 ERF (Europses Rechtse Fractie) - 138-140 Eriksson Armand - 52-57-58-63-65-67 Eriksson Bert - 81-82-83-84-85-87-96-97-99-104-118- 123-124 Eurinform - 100 European Freedom council - 22 Everaert Oswald - 14 Exclusief - 118 Force Publique - 42 Frey Gerhard - 142 Friant Leo - 98 Front National - 7-98-104-108-118-137-138-139-142 Gabriëls Jaak - 84 Gazet van Antwerpen - 60-66-98-133 Gendron - 139 Gerhard - 88 Gerits Ludo - 88 Gerlo Aloïs - 133 Gevers Mieke - 92 Glimmerveen Joop - 53 Goebels - 67 Goetghebeur J. - 58 Gol Jean - 106 Goossenaerts - 57 Govaerts Frans - 86 Grammes Flor - 85 Grensland - 89 Grootaerts Els - 71 Groupes Nationalistes Révolutionaires de Base (GNR) - 83 Gudrun - 57 H Haenen Ludo - 87 Hagen Karel - 140 Harmel Pierre - 59 Hendrickx Bert - 100 Hermans Ward - 12-13-44-45-48-52-58-66-68-85-99-101 Hertog Jan Van Brabant - 99-125 Heus Hugo - 111 Hitler - 6-12-13-14-23-37-60-67-97-98-118-134-138-141 Hitler Jugend Flandern - 88 Holloway J.E. - 66 Hoog Komite van Toezicht - 117 Hulpkomitee voor Nationalistische Politieke Gevangenen (HNG) - 86-87 Humo - 124 IJzerbedevaarderscomité - 20-27-31-33-42-69-91 Interprovinciaal Oudercomité (IPOC) - 133 Isorni Jacques - 89 Jacobs Dirk - 107 Janssens - 42 Janssens Luc - 92 Jeugdverbond der Lage Landen - 19 Jong Nederlandse Gemeenschap (JNG) - 26-27-28-29-30-31-33-35-36-37- 46 Jonge Nationaal-Socialist - 15 Jorissen Wim - 18-25-36-45-61-65-66-68-84 Junge Nationaldemokraten - 90-139 Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) - 18-67-88-89-92-93- 94-125 Katholieke Vlaamse Landsbond - 18 Katholieke Vlaamse Volkspartij (KW) - 13-20 Kerk en Leven - 113 Kerkwerf - 113 KOSMOS - 92 KSA - 14
|
|
Lacroix Karel - 88 Lagrou - 15 Landelijke Vereniging van Vlaams-nationale Ouders en Opvoeders - 46 Le Pen Jean-Marie - 7-39-89-98-104-126-137-138-139-140-143 Leemans Victor - 17-20-21-27-30 Leenaards Paul - 89 Leenaerts Remi - 100 Lehman Herman - 139 Les Bourguinons - 99 Leuridan Jeroom - 27 Leysen André - 82 Leysen Vaast - 62 Librairie Fran^aise - 90 Logge Peter - 92 Lorenz Konrad - 88 Lubanski- 83 Luyten Walter - 44 Maes Bob - 24-29-35-55-57-72-84-85-88 Maes Wim - 24-33-40-41-42-45-51-52-55 Matheesens Frans - 21 Mens Johan - 89 Mercator - 94 Merckx Boudewijn - 91 Merckx Jan - 51 Merlevede Daniël - 22 Mermans Anton - 22 Mertens André - 71 Moens Wies - 14-30-38-46-48-52-51-58-85-88-100 Moerman Pieter - 93 Moors Gust - 118 Mouvement d'Action Civique (MAC) - 42 Mouvement Social Européen (MSE) - 38 Movimento Sociale Italiano (MSI) - 53-138 MRAX (Mouvement contre le Racisme, 1'Antisemitisme et la Xenofobie) - 106 MSI - 140 Mulder Flor - 85 Muller Anton Mussert Anton - 46 Muys Paul - 118 Naessens Maurits - 62 Nationaal Actiecomité (NAC) - 25 Nationaal Socialistische Beweging in Vlaanderen (NSBiV) - 46 Nationaal Socialistsiche Beweging (NSB) - 37-46 Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV) - 14-15-16-24- 42 Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD) - 7-53-90-97-139- 140-142 Nationalistische Omroepstichting - 109 Nationalistische Studentenvereniging (NSV) - 67-87-88-91-92-93-94-95- 96-97-131 Naudts Kris - 88 NAVO (Noord Atlantische Verdragsorganisatie) - 19-134-135 NDP - 141 Nederlandse Volks-unie (NVU) - 53 Nietsche - 107 NJSV - 81-87-92-93-94-95-96-97 NKRI (Nationale Coördinatie tegen de Schending van de Rechten van de Immigranten) - 106-110 Noordstar - 67 Nothomb - 115 Nouvelle Ecole - 67 NSDAP (Nationaal Secretariaat Dienst Algemene Propagande) - 113 NSJV Odal - 62 Olaerts Jef - 54 Olsen Jan - 17 Ontwikkeling (Vlaams-nationale Jongstudentenverbond) - 14 Opstanding - 21-22-23-25-27-29-30-31-36-37 Oranjejeugd - 91 Ordine Nuovo - 68 Orde van de Goeie Hoop - 66 Osterriethhuis Oxfam - 91 Papandopoulos George - 140 Para-VMO-82 Parisis Albert - 59 Parti National Beige (PNB) - 42 Pauwels François - 132 Peers - 59 Peeters Jaak - 125 Peeters Piet - 82 Peiper Joachim - 142 Pelemans Bert - 90 Perin-84 Pierlot - 15 Pijck Joost - 85 PMB-37. Poma Karel - 110 Poppe Leo - 15-48-85-98-99-100-101 Portier Valeer - 30-29-32-52-61-63-84 Poujade Pierre - 39 Preudhomme Armand - 49 Raes Roeland - 49-53-61-62-63-64-66-67- 71-73-81-88-89-90-91-92-98-104-105-107-126-141-143 Rassinier - 37 Richard J. - 59 Rogiers Jos - 120 Romualdi - 90 Roppe - 59 RUG - 66 SA - 11 SAP - 125 Schakel - 15 Schiltz Hugo - 41-50-54-59-60-61-62-65-66 Schmidt Detlev Hendrik - 71 SERP - 138 Sint-Arnoutsvendel - 16-17-18-19 Sint-Maartensfonds - afdeling - Kempen - Limburg - 52-86-89-99-125- 138 Smekens Willem - 98 Snoy J. - 59 Société Générale - 15 Spitaels Cesar - 85 Sprengers, dokter - 132 Stahlhelm - 100 Steuckens R. - 97 Stevenheydens Paul - 91 Stirbois Jean-Pierre - 104 Stracke-noodfonds - 57-58-66-85-86 Strijd - 42 Tanrez Hendrik, alias Spartacus - 22 TeVe Blad - 51 Thiriart J.F. - 42 Thuriaux Herman - 89 Tollenaere Reimond - 24-25-26-27-31- Trends - 73 Truyens Edwin - 67-69-73-88-92-93- TV Ekspres - 51 UFSIA - 93 UIA - 93 Unie van Hand- en Geestesarbeiders - 73 Union de Défense des Commercants et Artisans - 39 UNO - 18 Ulster Volunteer Force - 83 Uytterhoeven Mia - 89 Van Boghout Albert - 21-37-42-46- 61-66-69-71-72-88-89-92-93-104-139 Van de Kerkhove Hendrik - 68 Van de Meulebroecke Jaak - 32-99 Van den Boeynants Paul - 49 Van den Eynde Francis - 87-88-90-92- Van den Ven Carl - 96 Van der Elst Frans - 25-26-34-35-36- Van der Hallen Ernest - 14 Van der Hallen Oscar - 14 Van der Keilen Eric - 86 Van der Paal Rudi - 15-25-32-34-33- Van der Sande Philippe - 92-96-132 Van der Taelen Lucas Van Dingenen Jef - 44-89-100-101 Van Durme Wilfried - 115 Van Elsacker Frans - 66 Van Eisen Carlo - 84 Van Engeland Jean-Philippe - 123 Van Habsburg Otto - 59 Van Hecke Stefaan - 100 Van Hemeldonck Marijke - 99 Van Heusden Renaat- 126 Van Hulse Raf - 88 Van Leemputten - 46 Van Mechelen F. - 59 Van Miert Karel - 133 Van Moerberke Rudolf - 17 Van Mossevelde Willy - 71 Van Nieuwenhuysen Luc - 81 Van Ooteghem Oswald - 84 Van Opstal Norbert - 100 Van Overstraeten Jozef - 52-58-100
Van Overstraeten Toon -16-25-26- Van Raemdonck Fred - 91 Van Rompuy Herman - 89 Van Roosbroeck Robert - 58
Van Severen Joris - 19-68-88-89- Van Straeten Werenfried - 59 Van Thillo René - 15 Van Tonningen Rost - 99 Van Velthoven Staf - 46 Van Vlierberghe - Vleminckx - 89 Van Wilderode Anton - 133 Vandecauter jan - 87 Vandermoere Bart - 93 Vandommele Marleen - 88 Vanhecke Frank - 81-92-97-98-139-140-141-143 Vanheusden Renaat - 85 Vanpaeschen Inge - 119 Vansina Dirk - 101 Vanslambrouck Joahn - 90 Verhelen Guido - 90 Verbist Alois - 88 Verbondswacht - 94 Vercauteren Gerda - 66 Vercauteren Jef - 88 Verdinaso (Verbond van Dietse Nationaal-solidaristen) -14-19-38-43-68-89-97-127 Vereniging van Vlaams Nationale Auteurs - 89 Vermeulen Luk - 66-81-88-89-90-91-92-96-104 Vermeylen Piet - 19 Vernimmen Willy - 99 Verrept Staf - 25 Verrreycken Wim - 45-70-109-111-125-126-133 Verschaete Koenraad - 92 Verschaeve Cyriel - 27-48-63-88-100 Verstraete Achiel - 98 Verstraete Eric - 66 Verthe Arthur - 98 Vierendeels Frans - 99 Vincken Wim - 91 Vincx Jan - 99 Vive le Gueux - 17 Vlaams Blok- 7-8-9-15-28-36-37-38-44-49-54-57-63-67-71-72-73-85-87-88- 89-90-91-92-93-94-97-98-100-101-103-105-106-107-108-109-110-111-112- 113-114-115-117-118-119-120-123-124-125-126-127-128-129-130-131-132- 133-134-135-136-137-138-139-140-141-142-143 Vlaams Bureau - 12 Vlaams Economisch verbond (VEV) - 16-61-47 Vlaams Nationaal Directorium (VND) - 69-81-93 Vlaams Nationaal Front - 83-139 Vlaams Nationaal Verbond (VNV) - 63 Vlaams Nationale Debatclub - 89-101 Vlaams NaHonale Partij (VNP) - 67-69-70-91-93 Vlaams NaHonale Raad (VNR) - 60-61-62-63-66-68-69-81-93 Vlaams NaHonale Sportkring (VNSK) - 52 Vlaams NaHonalist - 62-129 * ' , Vlaams Republikeinse parHj - 81 Vlaamse ConcentraHe - 21-22-23-24-29-32-34-35-36-69 Vlaamse Democraten - 47 Vlaamse Scholieren AkHegroep (VSAG) - 93 Vlaamse Volksbeweging (WB) - 20-36-58-60-69 Vlaamse Werkgroep AnH Legalisatie Abortus Vlerick André - 66 VMO - 24-30-29-33-35-36-40-41-42-43-44-45-46-51-52-54-55-57-58-59-61- 62-63-64-65-67-68-69-70-71-72-81-82-83-84-85-86-87-88-90-91-93-96-99- 104-113-117-118-119-120-124-138-139-141 VNV - 12-13-14-15-16-17-18-20-21-22-26-27-29-30-31-33-34-38-42-43-45- 46-48-60-73-84-88-98-100-101 VOCOM (Vlaams Overlegcomité Opbouwwerk Migratie) -105-109-111 Volk en Staat - 12-21-22-28-68-73-83-98 Volksunie - 35-39-84-88-89-125 Volksunie Militanten (VUM) - 46 Voorpost - 66-72-81-87-88-89-90-91-92-93-94-96-97-116-117 VPRO - 98 Vriendenkring Zwartberg - Limburg - 40 Vriendenkring-Limburg-Voerstreek-Overmaas (VLVO) - 66 Vrij Historisch Onderzoek - 100 Vrijwillige Arbeidsdienst (WAD) - 15-86 VTM - 51 VU - 23-36-38-39-40-41 -42-43-44-45-46-47-49-50-51 -52-53-54-55-57-58-59- 60-61-62-65-66-67-68-69-70-71-72-73-120 VUJO - 91 Vogel R. - 97 Waegeman Geert - 92 Wagemans Herman - 18-19-29-30-34-35-36-40-41-58-61-85-100 Wehrsportgruppe Hoffmann - 83 Were Di - 43-46-48-51-53-54-57-78-59-61-62-64-66-67-68-69-72-73-81-88- 89-91-93-94-98-101-104-124-138-140 Wiersma - 139 Wigny - 48 Wijmeersch Frans - 81 Wijninckx Joz - 84 Wildiers Frans - 100 Willemsfonds - 69 Wilmots - 29
Wouters Leo - 15-26-41-43-44-47- Wuyts André - 120 Zegers - 30 Zuid-Afrika Magazine - 93 Zwarte Brigade - 19-24-44-70-97-101 ‘In dit boek is het alsof u een onbepaalde tijd bij Karel Dillen inwoont. Dillen is een doorbijter, een nimmer aflatende figuur. Welk Vlaanderen staat hem voor de geest? Een prentkaart land van eeuwig wiegende zeeën, waar alle meisjes vlechten dragen, een schapulier en witte sokken? Een welig land waar men aan het angelus nog een meerstemmig ‘Liefde gaf u duizend namen’ toevoegt? Dillen liegt...’ (Johan Anthierens) Deze systematische ontrafeling van het ideeëngoed en de structuren van het Vlaams Blok en van z’n verankering in de vooroorlogse Nieuwe Orde-stromingen moet iedere democraat gelezen hebben opdat hij/zij later niet zou zeggen: ‘Wij hebben het niet geweten’. |