Albert Thomassen, De staking van  Zwartberg!,
Het vergeten " Goodwillkomité"
, oktober 2006
Printversie (9p)

   Tekst van Albert Thomassen  als voorbereiding op het Canvasprogramma
Het drama van Zwartberg,
van 16/10/2006
waarin hij geinterviewd werd.

De waarheid heeft veel facetten al naar het standpunt van de toeschouwer en toch is ze altijd enkelvoudig.

Als vader van 12 kinderen was mijn eigen bril wel zeer donker gekleurd en de blik op de toekomst niet erg lichtend toen we onze ontslagbrief kregen. De treiterige werkaanbiedingen voor "goedbetaald bediendewerk in Engeland" konden de opgekropte boosheid alleen maar versterken.

We wisten dat we als wisselgeld moesten dienen voor de teloorgang van Tertre.
Spinoit was dan ook de 'kop van Jut' toen we op Zondagnamiddag 30 januari 1966 met een grote autokaravaan met manden vol levensmiddelen voor de ondergrondse stakers naar de mijn van Zwartberg reden.
We kwamen juist op tijd om de eerste  bomen te zien vallen.
We voelden hoe de verbetenheid groeide en 10 minuten later zagen we hoe de jeeps van de gendarmen werden in brand gestoken.

Van wat er in de nacht van Zondag op Maandag in de mijn gebeurde was ik niet op de hoogte. Maar met veel twijfels reed ik ’s maandags maar met mijn fiets naar Zwartberg. Er werd natuurlijk verder gestaakt door het werkvolk maar directeur Renotte kwam de bedienden buiten opzoeken en riep ons in de nieuwe gebouwen samen.

Voorzichtig liet hij ons verstaan dat er ’s nachts ernstige troebelen waren geweest waarbij de délégués belaagd en mishandeld werden .. dat ze de staking dus niet meer in handen hadden…, gevlucht waren... zich niet meer op de mijn durfden riskeren en gezegd hadden dat men hen nooit meer op de mijn terug zou zien...
“De patsituatie was uitzichtloos zonder gesprekspartners“….  vond de directeur.

Maar hij nodigde de bedienden van het nieuw gebouw uit voorlopig  aan het werk te gaan – want de mijnwerkers moesten toch betaald worden…. Anderzijds drong hij er op aan om maar onmiddellijk naar buiten te gaan indien er van de andere kant van de straat stakingspiketten zouden komen die anders de nieuwe burelen, waar wij verbleven, zouden kunnen vernielen.

De nieuwe burelen waren altijd de oogappel van directeur Renotte geweest. Voor de bronzen beelden, die de voortuin ervan sierden, hadden wij – zijn bedienden, die volgens zijn eigen woorden toch maar “getolereerd” werden, al gauw de juiste zin en betekenis bedacht. Voor ons waren die twee grote mannen en die twee kleine kinderen die daar uitgebeeld waren met de handen in de lucht : twee kleine bedienden die opslag vroegen en twee directeurs die hun niets konden geven.

Dhr. Renotte was nog aan ’t spreken toen de lange G.Goedermans en Franske Broekmans gejaagd kwamen melden dat in het bureel van afdeling E  - ter vervanging van de gevluchte syndicaten - die door het aanvaarden van het akkoord, met als magere inhoud : "1 maand uitstel van executie", alle krediet verloren hadden, een stakerscomité werd opgericht dat de zaken in handen zou nemen.

Dat stakerscomité zou volgens die mannen gaan gevormd worden met 2 ingénieurs - 2 ondergronders – 2 bovengronders – 2 bedienden van de oude burelen.
Deze laatste waren reeds aangeduid: het waren Marcel Favoreel en Jos Peers,
die voorzitter zou zijn.
En nu zocht men nog twee bedienden als vertegenwoordigers van de bedienden van de nieuwe burelen.       

Alle handen wezen onmiddellijk in mijn richting omdat ik - op aanvraag van de syndicale vertegenwoordigers (Jaak Berben en Jozef Pilards) – in de afgelopen week - toen zij naar Straatsburg moesten - in hun plaats de situatiebesprekingen van de burgemeesters uit het omliggende had bijgewoond.
(25 jaar was ik lid van het syndicaat)

Zo weinig als een revolutionair comité mij het geschikte middel leek om ons probleem op te lossen zoveel te sterker drong het tot mij door dat ik de toekomst van onze gezinnen en van mijn eigen kinderen zomaar niet aan de eerste de beste kon overlaten.

Ik nam de opdracht van de collega’s aan en spoedde mij met Jef Regout naar het voornoemde lokaal. Wie vond ik daar? Een vijftal zwarte mijnwerkers, die rechtstreeks uit de ondergrond daar naartoe waren gekomen – enkele bovengronders – daarbij nog mijn goede vriend Marcel Favoreel – en achter de bureautafel  de mijnmeter Jos Peers, die ik enkel van ziens kende... (Ik had hem ooit uit het mijnmeterslokaal zien komen.)

Die begon met aan iedereen een vlugschrift uit te delen met de volgende tekst: "BLIJF allen verder staken...namens de P.V.V." Ik las dat briefje en reageerde onmiddellijk : ”Zo niet,héin dit comité géén politiek. Wat wij hier betrachten kan alleen het behoud van werk en het welzijn van de mijnwerkers zijn” .

Verstoord antwoordde Peers :”Ja maar ik ben mandaathouder van de P.V.V.Leopoldsburg .”…. 
“Dat heb ik u niet gevraagd “ antwoordde ik. ”Ik vraag ook niet of iemand anders hier misschien de communistenleider van België is?!”
Wat ik van iedereen eis dat is dat we – in dit comité - alleen het behoud van het werk en het welzijn van de mijnwerkers beogen! En niets anders ! en daarmee uit!”
Er kwam van alle kanten goedkeurend gemompel.
Peers volgde ook schoorvoetend. “Wilt gij soms voorzitter zijn?”vroeg hij geërgerd.
“Wat zou ik voorzitter willen zijn ?”vroeg ik. “Ik heb dit comité niet opgericht,dat hebt gij deze nacht gedaan.
Blijf gij maar schoon voorzitter! Maar ik wil wel mijn woordje meepraten
“Dan benoem ik u tot onze woordvoerder
zei hij plechtig. Zover waren we dus…

Ik voelde mij onwennig tussen al dat zwarte volk. Voortdurend drongen verbitterde en wanhopig droeve mijnwerkers het lokaal binnen.
“Maar waar zijn de ingenieurs ?” vroeg ik .”Er zouden toch 2 ingenieurs bij dit comité gevoegd worden omwille van de veiligheid van de mijnwerkers in de ondergrond - zo is ons gezegd.”
“Ik ken er twee” zei Peers,” die er wel bij zouden willen komen maar ze durven niet.”
“Wie zijn dat? En waar zijn die ?” vroeg ik.
“Spiessens en Vanginderdeuren” wist Peers.

Spiessens is de ganse nacht onder geweest om de veiligheid te controleren – de gendarmen hebben traangas gespoten er ontstond paniek en er is volk langs de ladders naar boven gekomen... en er waren er die stekjes en sigaretten bij hadden en zelfs revolvers. “. ... (.de geruchtenmolen ging haar gang...)
Ir. Vanginderdeuren staat aan de recette om de bovenkomers en afdalers te controleren” wist men mij te vertellen.
“Breng me bij hem”  vroeg ik. Ik kreeg een helm toegereikt en twee ondergronders brachten mij naar de schacht.

Daar stond de ernstige man met tranen in de ogen, het wenen bijna nabij. “Veel te graag wilde hij op ons voorstel  ingaan..” maar vraag me dat toch niet” sprak hij ”–want dan is mijn carrière gebroken – dan krijg ik van mijn leven geen werk meer. Ja, als de directie toelating geeft dan volgaarne ... en dan wil Spiessens ook” zei hij.

Ik spoedde mij naar hoofdingenieur Chiff om hem toelating te vragen voor die 2 ingenieurs en kreeg daar hetzelfde antwoord : ”vraag me dat toch niet want als ik dat doe dan is mijn carrière gebroken “. Ik vroeg hem : ”en als de directeur toelating geeft? “
“Dan natuurlijk heel gaarne” zei hij..

Geërgerd omdat ik voelde dat deze mensen onder zware druk waren gezet haastte ik mij terug naar ons bureel. Ik greep de telefoon en belde naar de directeur Renotte om hem te vragen dat hij twee ingenieurs de opdracht of toelating zou willen geven om bij ons bemiddelingscomité te komen omwille van de veiligheid.

Verbijsterd  kreeg ik ook van hem hetzelfde onthutsend antwoord : ”dat kunt ge van mij niet verwachten – als ik dat doe dan is mijn carrière gebroken” .
Vreselijk ontgoocheld...in paniek wellicht ... vloog ik met een van emotie zwaar geladen stem, tegen hem uit:
“Mijnheer de directeur,als U in deze omstandigheden uw verantwoordelijkheden niet neemt ... als U de hoofdingenieur verbiedt van ze te nemen ... als U de andere ingénieurs belet van ze te nemen ... dan zal ik, kleine bediende, die verantwoordelijkheid nemen en gaan wij nu over tot de stichting van een verzoeningscomité.
Kunt U ons ontvangen ? “
Tegen alle logica in kreeg ik tot mijn verstomming het onthutsende antwoord :
”Ik moet u wel ontvangen .. ik heb niemand anders om mee te praten !”

Toen ik dat antwoord aan de aanwezigen doorgaf wilden ze onmiddellijk allemaal mee naar de directeur.
Maar er was iemand die riep : ”Gij zijt toch de woordvoerder ... maak dat allemaal maar eerst bekend aan al die mensen hier in de hal”.
Zwart van het volk was de grote inkomhal…..
De aanwezige ondergronders drongen mij de grote hal in ... een tafel werd bij gesleurd ... twee straffe mijnwerkers grepen me vast bij mijne kraag en bij de naad van mijn broek ... en daar stond ik op die tafel.
Tijd om na te denken over wat ik zeggen moest kreeg ik niet want van achter uit die grote menigte werd er geroepen :”Naar Winterslag ! naar Winterslag!”

Ik was ervan overtuigd dat die mensen gelijk hadden.
We moesten steun krijgen van de andere mijnen zo niet dan was de staking verloren..
Maar ik wist ook dat de B.O.B. sterk aanwezig was ... en dat ieder woord dat ik zei genoteerd werd en dat elk verkeerd woord anderzijds weer het vuur aan de lont kon steken en vernielingen kon teweeg brengen wat ik ten allen prijs wilde voorkomen.

De sfeer was uiterst grimmig en gespannen ...
“Vrienden mijnwerkers” riep ik ...“. (het werd muisstil)
“Vrienden mijnwerkers ... gij hebt deze morgen de staking verder gezet ... gij zijt allemaal tot de jaren van verstand gekomen en gij weet wat gij moet doen en laten.
Ik wil u één ding op het hart drukken: breng toch geen schade toe aan de mijninstallaties want morgen hebben we die misschien weer nodig voor onze eigen boterham “.

“Naar Winterslag “ werd er alweer geroepen ... maar nu gebeurde dat veel dichter bij ... en er werd gewacht op mijn antwoord..
“Gij zijt oud en wijs genoeg om te weten wat ge moet doen en laten ”herhaalde ik. ”En wij weten ook wat wij nu dringend moeten gaan doen en dat is : onderhandelen.
De directeur wil ons ontvangen en we gaan nu onmiddellijk naar hem toe en zullen zien wat er uit de bus komt.
We zullen u dat zo gauw mogelijk meedelen.
En mogen we nu passeren a.u.b.?“   

Ik sprong van de tafel.
Enkele mannen forceerden voor ons een uitweg door de samengedromde menigte.
Toen we aan de poort kwamen zagen we reeds een grote groep mijnwerkers de brug optrekken richting Winterslag ..

Ik werd er bijna misselijk van... en voorzag het ergste...

Met de lift bereikten we met een vijftal mensen het bureel van de directeur. De lift daalde weer en toen ze terug boven kwam stonden 2 straffe mijnwerkers, koolzwart, bij ons.

Ik bekeek hen waarschijnlijk nogal vreemd ... en zei : mannen we moeten hier onderhandelen !”

Ze begrepen mij. ”Wij blijven hier wel wachten” zei een van hen verontschuldigend ; maar als ge ons nodig hebt” … ze toonden de hep, die ze droegen…
We hadden hen niet nodig.: De directeur was poeslief.
”Ik moet u bewonderen om uw moed en bezorgdheid voor de gezinnen“ (zo smeerde hij honing) ”zeg me maar :wat kan ik voor u doen.?”
“Onmiddellijk terug contact met de regering de gouverneur,de E.G.K.S en de syndicaten.”antwoordde ik.
“Wat? met de syndicaten !?” vloog Peers verbitterd tegen mij uit :
“Die hebben wij toch juist deze nacht buiten gegooid.!”
“Gij ja!”
riep ik ... ik niet, ik heb ze 25 jaar betaald om mijn conflicten op te lossen en daarom wil ik nu opnieuw contact met hun om dat van hun te eisen.
“Ik heb daar de P.V.V. voor” lachte Peers schamper ... die staat achter ons !“
“Zolang ze in de oppositie zijn “antwoordde ik, maar als ze morgen in de regering zitten dan laten ze ons ook vallen als een baksteen.”

Op dat ogenblik kwam de directeur terug de kamer binnen.Hij had van onze discussie geprofiteerd om in de belendende kamer te gaan telefoneren. ”De Gouverneur belegt voor ons een vergadering met de E.G.K.S, de regering en de syndicaten om 11 U.” zei hij. Gaat binnen 10 minuten maar naar de garage ... gij kunt met mij meerijden”..

Fons Schrijvers voerde ons naar de F.D.CHAR.
We moesten daar binnen maar even wachten ..
Even later begonnen ook de délégués schoorvoetend aan te komen.Ze werden direct naar een andere kamer geleid. Door de open deur zagen we hen in de gang passeren één voor één…..
Jaak Berben, Jef Pilards en Robert Beerten trokken grote ogen toen ze zagen dat ook ik bij dat stakerscomité was.
Maar zonder één woord te zeggen volgden ze de andere mannen van het syndicaat naar het andere lokaal.

Toen Mathieu Thomassen – de grote man van de christelijke mijnwerkerscentrale - als laatste binnenkwam en door de open deur Jos Peers zag zitten riep hij: “Met u onderhandel ik niet … gij zijt mandaathouder van de P.V.V”.
Met een vlamrode kop volgde hij zijn mannen naar de andere kamer.

Even later kwam iemand zeggen dat er 5 minuten later  zou vergaderd worden. Maar die 5 minuten werden er 20... Ik liet de kamerheer aan de syndicalisten zeggen dat we hen welgeteld nog hoogstens 10 minuten gaven … dat we dan zouden vertrekken en dat ze zelf dan maar alles moesten komen oplossen op Zwartberg … als ze zich daar nog durfden vertonen.

Mijn dreiging had effect … geen 5 minuten later verschenen zij nog altijd onder elkaar druk redetwistend.

Thieu Thomassen deed nog lastig maar Marcel Cox en anderen wisten hem te kalmeren ... met de woorden :”maak u toch niet zo ongerust als Bèr daar bij is loopt er toch niets mis … laat ons toch luisteren naar wat die mannen ons te zeggen hebben”… Ze namen hun plaatsen in … de bedienden Jaak Berben en Jef Pilards kwamen mij de hand drukken … even later kwam Fons Fraters van de E.G.K.S .binnen ... de directeurs van de mijnen en ….dan kwam Chatel, de adjunct-afgevaardigde van de minister van Binnenlandse zaken en dhr Gouverneur Roppe, die onmiddellijk, staande, de vergadering opende met de woorden :“Ik moet u danken en bewonderen om uw initiatief en uw moed en verantwoordelijkheidszin. De situatie werd heftig besproken er werden voorstellen geformuleerd maar de afgevaardigden van de syndicaten verklaarden zich niet gemandateerd om beslissingen te nemen.

De gouverneur verzocht ons dan ook om ’s anderendaags de vergadering te hernemen
Fons Schrijvers bracht ons ook die dag weer naar Hasselt. Louis Majoor was nu ook aanwezig … Gust Cool zou later komen.
Er werd gewacht op dhr Gouverneur Roppe die een tijdje later binnen kwam en de vergadering onmiddellijk opende met de woorden :”Ik dank u dat gij hier aanwezig wilt zijn om een oplossing te zoeken want…..er zijn reeds 2 doden”.

In tranen uitbarstend schoot Marcel Cox de gang in …

De toon van de vergadering was gezet: algemene verslagenheid. Maar wat een verschrikkelijk valse noot gooide Fraters in het midden :(ik hoor het hem nog altijd zeggen) : “pfh : overal waar er relletjes zijn vallen er doden!
Vreselijk gekwetst door die woorden vloog ik op hem toe en zou ’n ongeluk begaan hebben indien Renotte en de directeur van Beringen mij niet hadden tegen gehouden.

Gloeiend  kwaad  om de miskenning van zoveel leed zei ik tegen Peers … ”Dit is hier enkel vuile politiek”… ”Dan zal ik nu maar het woord doen zeker ?“ vroeg hij begerig begrijpend en toehappend. “Doe maar op”, antwoordde ik hem en ik ging verslagen zitten.

Na ’n tijd werd de vergadering weer op gang getrokken … ik heb me dood geërgerd aan het Afrikaans gepalaver met punten en komma’s … Héél politiek vroeg Peers een schorsing voor overleg met het Goodwill-komitee  en na 2 of was het 3 uur stond het " Akkoord van Zwartberg" in 4 korte regeltjes … op papier.

De gouverneur formuleerde een dankwoord aan het adres van het Goedwill-Komitee voor de bewezen diensten. Dit werd als 5de zin op papier gezet en het geheel werd door alle partijen ondertekend. ’s Anderendaags verscheen het akkoord in de dagbladen maar het Goodwill-Komitee werd moedwillig vergeten.

Maar de staking zou nog  blijven duren en ons werk was nog helemaal niet af ... het begon pas... Er kwamen nog zware dagen…

Toen wij terug in Zwartberg kwamen stond de pers aan de ingang der nieuwe burelen gereed om ons op te vangen en allerlei vragen te stellen. De mannen,die naar de koning zouden gaan, stonden daar ook.
“Geen commentaar” was alles wat Peers tegen de pers zei. Dokter Vandekerkhove redde ons van die verslindende meute :”Laat die mannen met rust”, zei hij tegen de journalisten, ”ge ziet toch dat ze doodvermoeid zijn. Dit zijn geen politiekers ... dit zijn onderhandelaars die een akkoord in de wacht hebben gesleept. Maar het ligt allemaal veel te gevoelig om nu een persconferentie te geven”.

We gingen onze collega’s het goede nieuws van het akkoord brengen maar er stonden op de mijn veel stakers op ons te wachten voor nieuws. Tot na 22u. liep ik daar nog rond om het akkoord voor die mensen toe te lichten.

Toen kwam Ir Vanginderdeuren mij vinden .”Gij zijt hier al van deze morgen bezorgd voor de mensen bezig“ sprak hij. ’t Is wel geweest. IK breng u nu met mijn auto naar huis … dan kunnen we onderweg samen nog overleggen hoe we morgenvroeg de zaken gaan aanpakken.”

In de auto namen we de tijd om alles rustig op een rij te zetten. Het was allemaal niet zo simpel :er was een hoopvol akkoord maar de morgenpost zou wel verder staken en de fakkel door geven … er zouden stakers zijn en werkwilligen. Vanginderdeuren oordeelde dat ik héél vroeg op de mijn moest zijn om de mensen in te lichten over het akkoord ... hij zou er ook zijn om de werkwilligen veiligheids- en onderhoudswerken toe te vertrouwen … de werkwilligen moest ik dus maar naar hem sturen.

Toen we thuis kwamen in de Engelenweg stond heel de buurt onder het licht van de straatlamp angstig afwachtend  samengetroept rond mijn doodsbenauwde vrouw op nieuws te wachten.
“Ik was toch zo lang achtergebleven….”
Opglabbeek troepte die nacht samen op het dorpsplein ... Waalse rijkswachters chargeerden en hun chef  “demanda à la population de se dispercer” waarop “de Vlaamse Leeuw “en stenen volgden.
Ik had een zeer korte en slapeloze nacht !

Om op tijd te zijn om de morgenpost op te vangen reed ik reeds voor 5 uur naar Zwartberg ... Een wachtpost van de gendarmen hield me tegen maar bracht mij, na wat uitleg, met hun jeep naar de mijn. Nauwelijks binnen merkte ik hoe communistische onruststokers van het ene groepje mijnwerkers naar het andere slopen om hen aan te zetten verder te blijven staken en stakingspiketten te vormen. Ik had als enig verweer mijn eigen getuigenis maar ik kon de arbeiders toch overhalen om naar de nieuwsberichten te gaan luisteren waar zeker zou gezegd worden dat er een degelijk akkoord was…

Toen we daar hoorden dat Spinoit – terugkomend uit Canada geen tijd had en het ook niet de moeite waard had gevonden om het contract te paraferen was ik verslagen en was het hek weer van de dam.        Moedeloos trok ik naar ons lokaal.

Nooit zal ik vergeten hoe een nog zeer jonge ondergrondse mijnwerker, misschien was het een gast van de mijnschool), die mijn verslagenheid moet opgemerkt hebben, voor mij kwam staan en pathetisch begon te declameren :

            Mijn Vadertje. 

“Mijn vadertje, hij was rechtvaardig :
hij had de harde plicht op zich genomen
rechtvaardig te zijn in woord en daad :
dat is het droeve en dwaze kwaad
waaraan na Ons Heer Jezus
elk ander man ten onder gaat.”
 

(Was deze jonge koolzwarte profeet zich toen reeds bewust van de waarheid zijner woorden ? )

Even later drongen geruchten tot ons door “ dat in de 'mitraille' (het schrootpark) molotovcocktails gemaakt werden en dat er reeds van naar de voorbijrijdende jeeps gegooid werden … gelukkig waren ze achter de jeep gevallen..”

Ik voelde hoe de gespannen toestand gevaarlijk evolueerde en zei tegen mijn maten :”We moeten opnieuw de hulp inroepen van de gouverneur.!”

Die had ons de dag ervoor beloofd dat hij dag en nacht voor ons ter beschikking zou zijn indien we de toestand niet meester konden blijven. Ik telefoneerde en we werden zo spoedig mogelijk verwacht.

Peers bracht ons met zijn auto naar het gouvernementsgebouw.De gouverneur kwam binnen met de woorden : ”de syndicaten hebben me zojuist laten weten dat het kalm is op Zwartberg.” “Mijnheer de Gouverneur” antwoordde ik, dan hebben de syndicaten u belogen. Is er dan niemand met een greintje gezond verstand? Mijnheer de Gouverneur wij komen hier niet om onze medearbeiders te verklikken maar juist voor dat we vertrokken zijn er molotovcocktails gegooid naar de jeeps van de gendarmen.”

“Dat is teveel voor mij alleen” zei de gouverneur. Hier moet ik mijn griffier voor bij roepen”. Die was onmiddellijk daar en toen vroeg Dhr.Roppe om wat ik zojuist gezegd had te herhalen.
Het gesprek werd daarna heel vertrouwelijk en door ons betoog diep bewogen beloofde de gouverneur dat hijzelf die namiddag naar Brussel zou gaan om het akkoord te doen tekenen.

(Bij het onderhoud dat we enkele dagen later nogmaals met hem hadden om de in vrijheidstelling van de aangehouden stakers te bepleiten zou hij ons zelf bekennen wat een desillusie hijzelf in Brussel opliep.)(Bij dit laatste contact dat op het Kasteel in Bokrijk plaats greep, waar hij in vergadering was met de beheerders van Allegheiny-Longdoz, smeekte hij ons om toch te proberen een klimaat van rust op te bouwen dat zo nodig was voor de onderhandelingen die hij voerde. Anderzijds wees hij ons, wat de gedetineerden betrof, op de scheiding ven de machten … maar ’s avonds waren de jongens wel thuis.

Nadat de soldaten de gendarmen hadden vervangen begon de staking af te brokkelen en kwamen er iedere dag meer arbeiders om werk vragen.

Maar de syndicaten wilden de staking in schoonheid en reclame beëindigen. Pas op de vrijdag van die week zou de overwinning gevierd worden en dan pas zou het einde van hun staking in de Familiazaal van Hoevezavel afgekondigd worden ... De grote bonzen Gust Cool van het A.C.V en Louis Majoor van het A.B.V.V. zouden komen gloriëren.

Had directeur Renotte een voorgevoel van wat er zou gaan gebeuren? Nam hij mij in vertrouwen of was hij werkelijk bezorgd om mij ? Ik zal het nooit weten maar toen hij mij tegemoet kwam voor de nieuwe burelen sprak hij mij aan met de woorden: Mijnheer Thomassen, straks komen de heren Cool en Majoor om de staking te beëindigen. Wees voorzichtig met wat gij tegen hun zegt want dat zijn grote, héél grote mannen”

Was het die onverwachte dreiging die mij de stekels deed opzetten ? “Mijnheer de directeur,” antwoordde ik : “Zo  groot zijn ze ... als een mijnwerker met een hep achter hen staat..”  ik strekte mijn hand uit op kinderhoogte ... en ik ging verder naar de nieuwe burelen en hij ging verder naar de mijn.

Binnen de kortste tijd had ik er innerlijk wel spijt van dat ik hem zo geantwoord had toen ik bedacht hoe ook hij enkele dagen eerder door mijnwerkers met een hep bedreigd werd en zich héél klein moest hebben gevoeld. Dat had de directeur toch werkelijk niet verdiend.

In de vroege namiddag was het rond de Familiazaal reeds zwart van het volk..

Maar men speelde er op zekerheid. Niemand mocht binnen zonder zijn lidkaart van één van de beide syndicaten vertoond te hebben.

Toen wij ons als groepsleden van het 'Goodwillcomité' aanboden kreeg Peers direct verbod om binnen te gaan want hij was toch mandaathouder van de P.V.V.

Er werd weer naar mij gekeken ... voor een reactie ... “Peers is onze voorzitter” zei ik ... “en als Peers niet binnen mag dan gaat niemand van ons binnen ... en als wij niet binnen gaan dan gaat ook niemand anders binnen” antwoordde ik ... en ik draaide mij om naar de wachtende mijnwerkers ... Er volgde een stevig applaus en een ogenblik later stapten wij allen als groep binnen.De meeste bedienden hadden op het balkon plaats genomen.Wij vonden plaats in het midden van de zaal.

De zaal was werkelijk te klein voor dit gebeuren … Was het uit veiligheidsoverweging of omdat de ingang door het vele volk versperd was ? Ik zou het niet kunnen zeggen maar op het gestelde uur verschenen de heren Cool en Majoor door een achterdeur zomaar op scène en wilden zich op het spreekgestoelte installeren. Maar van op het balkon kwam een oorverdovend gejouw dat door de zaal werd overgenomen en afsloot met het bekende fluitconcert van die dagen :”Syndicaten,syndicaten ... slaapt gij nog ... slaapt gij nog ? Hoor de klokken luiden ... enz.”

Niemand had zo iets verwacht ... er ontstond een onbehaaglijke situatie ... Met een vlamrode kop stond Louis Majoor zich in alle mogelijke kronkels te wenden en te keren ... maar het concert hield maar niet op ...
Ondertussen zag Gust Cool uiteindelijk de micro te bemachtigen : ”Beste vrienden” riep hij om zijn toespraak te beginnen...
Prompt kwam als in koor het antwoord : ”Wij zijn uw vrienden niet ... wij zijn uw vrienden niet...
Het protest ebde slechts zeer langzaam weg maar uiteindelijk dwong de benauwdheid om hun eigen werksituatie de mijnwerkers naar de troostende en bemoedigende woorden van vadertje Cool te luisteren.

Na zijn uitleg zouden er vragen gesteld kunnen worden.Thieu Thomassen, de secretaris van de mijnwerkerscentrale, duidde de mensen aan die een vraag mochten stellen … toen ik mijn hand op stak kwam hij naar mij toe met de woorden :”Gij spreekt hier vandaag als lid van het syndicaat en niet als lid van het goodwillkomitee! hé manneke. (ik was 46 en had 12 kinderen)

Goed, Mathieu” antwoordde ik….Ik dacht geef me de micro maar. . .
Maar voor dat ik het podium kon bereiken maakten Cool en Majoor reeds aanstalten om te vertrekken.”De heren Cool en Majoor hebben geen tijd “ wist Mathieu Thomassen. ”Ze hebben belangrijker zaken te doen dan naar u te luisteren” Maar ik liet me niet afvangen. “Heren Cool en Majoor !“ riep ik “één ogenblik!” De heren gingen afwachtend terug zitten.Ik bereikte het podium .. kreeg de micro en sprak: “Vrienden mijnwerkers, Mathieu Thomassen gebiedt me hier zo juist
te spreken als lid van het syndicaat en niet als lid van het Goodwillkomitee ... wel Mathieu dat kan ik.

25 jaar heb ik u betaald om ons te verdedigen en nu het er op aan kwam hebben wij zelf de zaken in handen moeten nemen om ze tot een goed einde te brengen ... en nu zal ik zo vrij zijn te spreken over het goodwillkomitee “... en ik gaf meteen het hele relaas van onze bemoeiingen ... en eindigde met de woorden : “Heren Cool en Majoor gij zijt hier gekomen om de bloemetjes te plukken ... pluk ze maar ...maar draag ze in Gods Naam naar de graven van twee doden die hadden kunnen vermeden worden als gij op tijd uw verantwoordelijkheid genomen had.

De laatste woorden waarin ik de mijnwerkers opriep om hun lidgeld voor het syndicaat in de solidariteitskas voor de families van de  zwaar gekwetsten te storten gingen ver weg verloren in een dreigend tumult...
Ongezien waren Cool en Majoor er van onder gemuisd maar Marcel Cox kwam als hun woordvoerder op mij afgeschoten :”Wat krijgt gij?” riep hij, "gij krijgt van je leven geen werk meer!”
“Marcel”,antwoordde ik hem... ”dat is gemakkelijk: een huisvader met 12 kinderen broodroven. Maar die 4.000 arbeiders die hier nu buiten staan werk bezorgen:dat is een ander paar mouwen".

De staking was afgelopen ... met kapelaan Rauvoet van Zwartberg bezocht ik naderhand nog families van de doden en de gekwetsten ... om het steungeld dat verzameld werd ter beschikking te stellen.

Ondertussen stonden wij in onze vooropzeg : 23 maanden had ik gekregen en ik was vast besloten ze op Zwartberg uit te doen.

Het was daags voor Allerheiligen 1968 dat ik een telegram kreeg van de B.G.J.G. om mij ’s avonds om 20 uur aan te bieden in Brussel voor een geneeskundig onderzoek om als propagandist benoemd te kunnen worden in het zuiden van de provincie West-Vlaanderen (Menen,Ieper , Poperinge, Kortrijk..tot in Roesbrugge aan de IJzer). Senator Van de Kerckhove had zijn beschermende hand over mij uitgestrekt : Het was héél duidelijk een 'promovetur ut moveatur'. Een onmogelijke gezinssituatie : om de 14 dagen mocht ik naar huis en Liza zat alleen met onze 12 kinderen. Ik logeerde in het begin bij de paters in Kortrijk en daarna bij nonkel Fons in Gent. Pasen 1969 werd er eindelijk verstand gebruikt en kreeg ik mijn benoeming als propagandist in Limburg.

5 jaar later werd ons duidelijk gemaakt dat God ook in deze verschrikkelijk moeilijke periode van mijn leven alles op zijn best voorbereid had om mij korter naar Hem en naar de lijdende mensen toe te laten groeien.

Hij had mij gevoelig gemaakt voor hun noden.
Nu zou Hij mij zelf die mensen gaan aanwijzen.

Ik mocht bedelen voor de afwerking van een paviljoen voor de zeer zwaar gehandicapte kinderen van 'Sint- Oda' in Overpelt en voor een geslaagde veertiendaagse vakantie van de gehandicapten van 'Sint- Elisabeth' in Wijchmaal op “de Bosberg”.
Door mijn contacten met voorzitters, secretarissen en bestuursleden leerde ik veel mensen en veel noden kennen en een meelevend woord werd overal gewaardeerd.

10 jaar heb ik dat volgehouden. Toen was ik opgebrand ... en ging ik met vervroegd pensioen.

Toen kwam O.L.Heer voor goed in actie door ons wonderlijk in contact te brengen met de charismatische vernieuwing.